HOOFDSTUK V

De zoon van Margarita Spinola wordt bij authentieke acte erkend en

don Henri-Philippe de Guzman genoemd. Santillano richt het huis van

dien jongen heer in en geeft hem allerlei meesters.

De acte van erkenning werd met goedkeuring van den koning

opgemaakt. Don Henri-Philippe de Guzman (dat was de naam, dien men

aan het kind met de verschillende vaders gaf) werd daarin tot eenig

erfgenaam verklaard van het graafschap Olivarès en van het hertogdom

de San-Lucar. Opdat iedereen het weten zou, liet de minister aan alle

gezanten en grandes van Spanje deze mededeeling doen, waarover men

niet weinig verwonderd was. De lachers in Madrid hadden langen tijd

stof en de satirische dichters verzuimden deze gelegenheid niet om

hun pen in gal te doopen.

Ik vroeg aan den graaf-hertog, waar de jongeman was, dien hij aan

mijn zorgen wilde toevertrouwen en hij antwoordde mij, dat hij thans

in de stad was bij een tante, aan wier zorgen hij echter zou worden

ontnomen, zoodra zijn huis ingericht zou zijn.

Ik huurde dus een huis, liet het prachtig meubileeren en stelde pages,

portier en andere bedienden aan.

Toen dat gebeurd was, ging ik den minister waarschuwen, die dadelijk

den twijfelachtigen en nieuwen spruit van den tak Guzman liet halen. Ik

zag een grooten jongen, met een vrij aangenaam uiterlijk. De minister

zei, toen hij ons voorstelde, dat don Henri mij in alle opzichten

als zijn gids moest beschouwen.

Wij gingen daarop naar het nieuwe huis, waar ik alle bedienden aan

hunnen nieuwen meester voorstelde. In den omkeer in zijn toestand

scheen hij zich zeer gemakkelijk te kunnen schikken. Met groote

gemakkelijkheid nam hij alle betuigingen van eerbied en beleefdheid

in ontvangst. Het ontbrak hem niet aan verstand, maar hij was zeer

onwetend. Hij kon nauwelijks lezen en schrijven. Ik gaf hem meesters

in de beginselen van het Latijn, de aardrijkskunde, de geschiedenis

en een schermmeester. Een dansmeester vergat ik niet, maar er waren

in dien tijd zooveel van die vermaarde heeren, dat ik niet goed wist,

wien te kiezen.

Toen ik daar zoo over nadacht, zag ik een rijk gekleed man ons huis

binnengaan.

Hij vroeg mij te spreken. Ik verbeeldde mij, dat hij minstens een

ridder van Alcantera was en vroeg waarmee ik hem van dienst kon zijn.

"Mijnheer de Santillano," antwoordde hij met vele buigingen,

"men heeft mij verteld, dat gij belast zijt met het kiezen van

meesters voor don Henri. Ik kom mijne diensten aanbieden. Ik heet

Martin Ligero [2] en verheug mij in een goeden naam. Ik heb anders

de gewoonte niet, om leerlingen te vragen, dat past slechts aan

onbeduidende dansmeesters. In den regel wacht ik, tot men mij komt

bezoeken. Maar daar ik bekend ben bij den hertog de Medina Sidonia,

bij don Louis de Haro en eenige andere heeren van het huis Guzman,

heb ik het als een eer beschouwd u voor te zijn."

"Ik merk uit hetgeen ge zegt, dat gij de man zijt, dien wij noodig

hebben," zei ik. "Hoeveel rekent ge per maand?"

"Vier dubbele pistolen," hernam hij, "dat is de vaste prijs en ik

geef twee lessen per week."

"Vier dubbele pistolen!" riep ik. "Dat is veel!"

"Hoezoo veel!" antwoordde hij op verwonderden toon. "Ge geeft wel

een pistool per maand aan een onderwijzer in de philosophie."

Ik kon niet nalaten om dat antwoord te lachen en vroeg mijnheer Ligéro,

of hij werkelijk meende, dat iemand van zijn vak boven een leeraar

in de philosophie stond.

"Dat geloof ik zeer zeker, mijnheer," zei hij, "wij zijn in de

wereld van heel wat meer nut, dan die heeren! Wat zijn de mannen,

vóór ze door onze handen zijn gegaan? Lichamen uit één stuk! Ongelikte

beeren! Maar onze lessen geven hun vorm en gratie."

Ik besloot den dansmeester aan te nemen.

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 2 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 86 / 98 题