HOOFDSTUK III

Lucretia maakt grooten opgang aan het hof en speelt voor den koning,

die verliefd op haar wordt. Gevolg van die liefde.

Het eerste optreden van de twee nieuwe actrices werd den volgenden dag

druk besproken. Ook in tegenwoordigheid van den koning werd de jonge

Lucretia zeer geroemd. Deze deed echter of hij aan die gesprekken

weinig aandacht schonk.

Toen hij echter alleen was met den eersten minister, vroeg hij,

wie die jonge actrice was, die men zoo prees.

De minister antwoordde: "Het is een jong meisje, dat aan den schouwburg

te Tolédo was verbonden. Ze heet Lucretia, wat een goede naam is voor

iemand van haar beroep en is een kennis van Gil Blas de Santillano,

die mij zooveel goeds van haar had verteld, dat ik het gewenscht

achtte om haar in den koninklijken troep op te nemen. Bij haar eerste

optreden gisterenavond heeft zij een zeer groot succes gehad."

Bij het hooren van mijn naam, had de koning een glimlach niet kunnen

weerhouden. Hij herinnerde zich misschien op dat oogenblik, dat ik

het geweest was, die hem in kennis had gebracht met Catalina en had

er mogelijk een voorgevoel van, dat ik hem in deze aangelegenheid

denzelfden dienst zou kunnen bewijzen. Hoe het zij, hij deelde den

minister mee, dat hij den volgenden avond Lucretia wilde zien spelen

en dat men haar dit zou berichten.

De graaf-hertog vertelde mij, welk gesprek hij had gehad en verzocht

mij de twee actrices te gaan waarschuwen.

Het eerst zag ik Laura en ik zei haar: "Ik kom u een groot nieuws

meedeelen. De minister heeft mij belast u te zeggen, dat de koning

morgenavond de voorstelling met zijn tegenwoordigheid zal vereeren. Ik

twijfel er niet aan, of gij beiden zult al het mogelijke doen, om u die

eer waardig te doen zijn. Wanneer ik u een raad mag geven, dan zou het

deze zijn, om een stuk te kiezen, waarin veel zang en dans voorkomen,

opdat de koning alle talenten bewonderen kan, die Lucretia bezit."

"Wij zullen uw raad opvolgen," zei Laura, "het zal niet aan ons liggen,

wanneer hij niet voldaan is." Op dat oogenblik kwam Lucretia binnen,

die er thans nog bekoorlijker uitzag, dan in haar tooneelkleeding.

"De koning," zei ik, "zal uw schoone nicht nog meer bewonderen,

indien zij optreedt in een stuk, waarin zang en dans voorkomen. Hij

zou daardoor zelfs wel eens in de verzoeking kunnen komen haar zijn

zakdoek toe te werpen."

"Ik hoop niet," zei Laura, "dat hij zoo iets zal probeeren, want welk

een machtig vorst hij ook mag zijn, hij zou dan wel eens op tegenstand

kunnen stuiten. Hoewel zij in de tooneelwereld is opgevoed, is Lucretia

deugdzaam en welk genoegen zij ook heeft in de toejuichingen van het

publiek, het is voor haar meer eer een braaf meisje, dan een goede

actrice te zijn."

"Lieve tante," zei de kleine Marialva, zich in het gesprek mengende,

"waarom u zorgen gemaakt voor den tijd? Ik zal wel nooit voor die

beproevingen komen te staan."

"Bekoorlijke Lucretia," zei ik, "indien de koning u tot zijn minnares

wilde maken, zoudt ge hem toch zeker niet tevergeefs laten zuchten?"

"Waarom niet?" vroeg zij. "Het zou mij meer streelen, hem weerstand

te hebben geboden, dan aan zijn begeerte te hebben voldaan."

Ik was niet weinig verwonderd een leerling van Laura op die wijze te

hooren spreken en ik verliet de dames, de moeder prijzende, dat zij

haar dochter zulk een goede opvoeding had gegeven.

Den volgenden dag begaf de koning, verlangend om Lucretia te zien,

zich naar den schouwburg. Men speelde een stuk, waarin de jonge actrice

alle gelegenheid had om te schitteren. Van het begin tot het eind had

ik mijn oogen gevestigd op den koning; ik trachtte op zijn trekken

te lezen, wat hij dacht, maar hij behield hetzelfde ernstige gezicht,

dat hij altijd trachtte op te zetten.

Den volgenden dag eerst vernam ik, wat zijn indruk was geweest.

"Santillano," zei mijn meester, "ik heb den koning gesproken, die

vol lof is over Lucretia en ik twijfel er niet aan of hij is op

haar verliefd. Nadat ik hem had gezegd, dat gij haar uit Tolédo hebt

laten komen, zei hij, dat hij gaarne met u een onderhoud zou willen

hebben. Ga er dus heen. Hij heeft al bevel gegeven om je dadelijk

bij hem toe te laten en kom mij den afloop meedeelen."

De koning liep met groote stappen op en neer, toen ik bij hem

binnenkwam. Hij deed mij allerlei vragen over Lucretia, wier geheele

geschiedenis ik hem moest vertellen. Vervolgens vroeg hij of zij al in

eenig galant avontuur was betrokken geweest. Hoewel men met dergelijke

verklaringen altijd zeer voorzichtig moet zijn, antwoordde ik hier

toch beslist ontkennend, wat den vorst groot genoegen scheen te doen.

"In deze zaak," ging hij voort, "heb ik u tot mijn vertrouweling

gekozen. Ik wil, dat de schoone Lucretia door u vernemen zal, welk

een overwinning zij heeft gemaakt." Hij stelde mij daarna een etui

ter hand met diamanten ter waarde van ongeveer vijftig duizend kronen

en ik moest haar vragen dit geschenk van hem te willen aannemen,

in afwachting van andere bewijzen van zijn liefde.

Om mij van die taak te kwijten, zocht ik mijn meester op en deed

hem een getrouw verslag van mijn onderhoud met den koning. Ik had

verwacht, dat de minister meer teleurgesteld dan verheugd zou zijn,

want ik meende, dat hijzelf verliefd was op Lucretia en dus ongaarne

zou zien, dat de koning zijn medeminnaar was; maar ik bedroog mij in

dit opzicht. Wel verre van teleurgesteld te zijn, was zijn vreugde

zoo groot, dat hem zelfs eenige woorden ontsnapten. "Mooi zoo,

Filips! daardoor zal u de lust voor de zaken wel vergaan!" Daaruit

leidde ik af, dat de minister den koning wilde afhouden van de

staatszaken en hem daarom een dergelijke verstrooiïng wilde schenken.

"Santillano," zei hij, "haast je mijn vriend, om dit bevel uit te

voeren. Heel wat heeren aan het hof zouden jaloersch zijn op zulk een

gewichtige taak. Denk er aan, dat het in dit geval niet de graaf de

Lémos is, die het grootste gedeelte van de eer krijgt. Je zult die

nu geheel alleen hebben en wat meer is, ook het voordeel."

Daar ik sedert het verblijf in de gevangenis gewoon was geworden,

de zaken meer van een moreel standpunt te beschouwen, hinderde mij

dit soort van werk wel, maar ik was toch niet deugdzaam genoeg om

het te weigeren. Te liever vervulde ik den wensch van den koning,

omdat mijn gehoorzaamheid ook aangenaam was voor den minister, wien

ik in de eerste plaats genoegen wilde doen.

Ik achtte het gewenscht om eerst een onderhoud te hebben met Laura,

waarin ik haar den wensch van den koning kenbaar maakte en haar de

edelsteenen liet zien. Op het gezicht daarvan kon ze haar vreugd

niet bedwingen en zei: "Gil Blas, 't is onder oude vrienden maar

beter om eerlijk te zijn. Ik kan niet verbergen, dat ik ten zeerste

verheugd ben over de overwinning van Lucretia, die van buitengewone

waarde is. Maar, onder ons gezegd, ik vrees dat Lucretia de zaak

uit een ander oogpunt zal beschouwen. Hoewel ze, om zoo te zeggen,

op het tooneel is opgevoed, is ze verstandig en deugdzaam. Ze heeft

al weerstand geboden aan de wenschen van twee beminnelijke jonge

mannen. Ge zult me zeggen, dat die twee heeren geen koningen waren,

dat stem ik toe en werkelijk de eer, een gekroond hoofd tot minnaar te

hebben, moet sterker zijn dan de deugd van Lucretia; echter kan ik mij

niet weerhouden je te zeggen, dat de zaak onzeker is. Wat mij betreft,

ik verklaar je, dat ik mijn dochter niet zal tegenwerken. Kom morgen

terug; ik zal je dan een gunstig antwoord geven of dit etui terug."

Ik twijfelde er niet aan of Laura zou Lucretia gemakkelijk

overhalen. Niettemin vernam ik den volgenden dag met verwondering,

dat Laura evenveel moeite had gehad, om Lucretia op den slechten weg

te brengen, als andere moeders soms hebben, om haar dochters daarvan

af te houden.

Wat mij echter nog meer verwonderde was, dat Lucretia, na eenige malen

een geheim onderhoud met den koning te hebben gehad, plotseling de

wereld verliet en in een klooster ging, waar ze niet lang daarna ziek

werd van verdriet en stierf. Laura kon zich niet troosten over het

verlies van haar dochter, dat ze zich zelf verweet. Zij ging eveneens

in een klooster, om er de genoegens van hare schoone dagen te beweenen.

De koning was eerst getroffen door het plotselinge verdwijnen van

Lucretia, maar hij was er de man niet naar om lang te treuren.

Wat den minister aanging, hij nam weinig notitie van het

gebeurde. Daartoe ontbrak hem de tijd.

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 2 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 84 / 98 题