Hoe en aan wien de graaf-hertog zijn eenige dochter ten huwelijk gaf
en van de slechte gevolgen van dat huwelijk.
Weinig tijd na den terugkeer van Scipio verviel de graaf-hertog in
een gepeins, dat hem wel acht dagen bezighield. Eerst dacht ik, dat
hij weer een of ander groot staatsstuk voorbereidde, maar spoedig
bleek het zijn familie te zijn, die zijn gedachten in beslag nam.
"Gil Blas," zei hij op een namiddag, "je moet gemerkt hebben, dat
ik den laatsten tijd zeer afgetrokken ben geweest. Ik ben dan ook
vervuld van een zaak, waarvan de rust van mijn leven afhangt en zal
je die in vertrouwen meedeelen.
"Dona Maria, mijn dochter, is huwbaar en er doen zich veel heeren
voor, die om haar hand dingen. De graaf van Niebles, oudste zoon
van den hertog van Médina Sidonia, hoofd van het huis de Gusman,
en don Louis de Haro, oudste zoon van den markies van Corpio, en
van mijn oudste zuster, schijnen twee pretendenten die het meest in
aanmerking komen. De laatste vooral heeft zooveel verdiensten boven
zijn medeminnaars, dat het geheele hof er niet aan twijfelt of ik
zal hem tot schoonzoon kiezen. Zonder redenen op te geven, die mij
daartoe nopen, moet ik u echter zeggen, dat ik de voorkeur geef aan
don Ramire de Nunez de Gusman, markies van Toral. Aan de kinderen,
die uit dat huwelijk zullen worden geboren en die den naam graaf
van Olivarès aan den hunnen kunnen toevoegen, zal ik mijn goederen
nalaten. Wat zegt ge daarvan Santillano?"
"Natuurlijk zult u zelf het best daarin beslissen," antwoordde
ik. "Maar, indien het mij geoorloofd is een opmerking te maken, zou
de hertog de Médina Sidonia niet ontevreden zijn over die beslissing?"
"Laat hij ontevreden zijn zooveel hij wil, ik zal mij daar weinig om
bekommeren," antwoordde de minister. "Het spijt mij nog meer voor de
markiezin van Corpio. Maar hoe het ook zij, ik wil mijn zin volgen
en don Ramire zal mijn dochter hebben, dat is beslist."
Nadat de graaf-hertog mij dit besluit had meegedeeld, gaf hij
weer een nieuw blijk van zeldzame politiek. Hij bood den koning
een verzoekschrift aan, om hem en ook de koningin te verzoeken
zijn dochter uit te huwelijken. Hij gaf een beschrijving van de
verschillende heeren, die aanzoek hadden gedaan; de keuze liet hij
geheel aan het koninklijk echtpaar over, maar hij liet, sprekende
van den markies van Toral, niet na te kennen te geven, dat deze hem
het meest aangenaam zou zijn. De koning, die een blinde ingenomenheid
voor zijn minister had, gaf hem dit antwoord:
"Ik geloof, dat don Ramire de Nunez dona Maria waardig is. Kies echter
zelf wien ge wilt, bij voorbaat kan ik u verzekeren, dat uw besluit
mij naar genoegen zal zijn. De Koning."
De minister was niet weinig verheugd met dit antwoord en het latende
voorkomen als een bevel van den vorst, haastte hij zijn dochter uit
te huwelijken aan den markies de Toral. Dit huwelijk verbitterde de
markiezin van Corpio en hare familieleden. Maar men kon niets daaraan
veranderen en de bruiloft werd met allerlei feesten gevierd. Men zei,
dat de geheele familie de keuze toejuichte, maar de ontevredenen
werden weldra gewroken op een voor den graaf-hertog zeer wreede
wijze. Dona Maria beviel na tien maanden van een meisje, dat bij de
geboorte stierf en zij zelve volgde haar kind een paar dagen later.
Welk een verlies voor een vader, die om zoo te zeggen slechts oogen
had gehad voor zijn dochter. Hij was zoo gebroken, dat hij zich
eenige dagen opsloot en niemand zien wilde dan mij, daar ik mij
richtte naar zijn verdriet. Nieuwe tranen vergoot ik in die dagen
bij de gedachte aan Antonia. De overeenkomst van omstandigheden,
waaronder de markiezin de Toral was gestorven, opende mijn wond weer,
die nog niet was gesloten.
Voor den minister was het een troost, dat hij een vertrouweling had,
die zoo gevoelig scheen voor zijn verdriet. Op een van die dagen
betuigde hij me dat. "O, Excellentie," antwoordde ik, "ondankbaar
en onnatuurlijk hard zou ik moeten zijn, indien ik niet in uw smart
deelde."