HOOFDSTUK VI

Van het gebruik, dat Gil Blas maakte van de driehonderd pistolen

en van de zorgen, waarmee hij Scipio belastte. Succes van het stuk,

waarvan in het vorige hoofdstuk wordt gesproken.

Deze weldaad van den minister gaf Scipio opnieuw aanleiding, om mij

te feliciteeren, dat ik aan het hof was gekomen. "Spijt het u nu nog,

dat ge uw eenzaamheid hebt verlaten? Leve de graaf! Dat is een andere

patroon dan zijn voorganger. De hertog de Lerme liet u, hoe zeer ge

aan hem gehecht waart, drie maanden wachten, zonder u iets te geven

en de graaf geeft u nu reeds een gratificatie, waarop ge eerst hadt

kunnen hopen na langdurige diensten. Ik wilde wel, dat de heeren de

Leyva getuigen waren van uw geluk of er althans van wisten!"

"Het is tijd," zei ik, "hen daarvan in kennis te stellen en daarover

wilde ik juist met je spreken. Ik twijfel er niet aan, of zij wachten

met ongeduld eenig bericht van mij, maar ik heb er mee gewacht hun

dat te zenden, tot ik zekerheid had, of ik al dan niet aan het hof

zou blijven. Nu ik weet waaraan ik mij heb te houden, kunt ge naar

Valencia gaan zoodra ge wilt."

"Wat zullen de heeren blij zijn, als ik zulke goede berichten breng! De

twee paarden van don Alphonse staan klaar. Ik zal op weg gaan met

een lakei van den graaf. Behalve dat het aangenaam voor mij zal zijn,

om een reisgezel te hebben, maakt een livrei van den eersten minister

den noodigen indruk."

Ik kon niet nalaten te lachen om de zotte ijdelheid van mijn secretaris

en nochtans, misschien nog ijdeler dan hij, liet ik toe hetgeen

hij wilde.

"Ga op reis," zei ik, "en kom spoedig terug, want ik heb nog iets

anders voor je te doen. Ik wil je n.l. naar Asturië zenden, om geld

aan mijn moeder te brengen. Eenigen tijd geleden reeds had ze honderd

pistolen van mij moeten ontvangen en je moet haar die persoonlijk

ter hand stellen."

"Het spijt mij, dat ik u niet aan die zaak heb helpen herinneren,

maar wees gerust; over zes weken of eerder ben ik terug en ik zal

u dan verslag doen van mijn zendingen. Ik zal de heeren de Leyva

hebben gesproken, uw kasteel en Oviédo hebben bezocht, aan welke

stad ik niet kan denken, na de onaangename behandeling, die wij er

hebben ondervonden, zonder driekwart van de bewoners naar den duivel

te wenschen."

Hierna gaf ik Scipio honderd pistolen voor mijn moeder en honderd

voor hem zelf, opdat het hem op reis aan niets zou ontbreken.

Eenige dagen na zijn vertrek liet de minister ons stuk drukken, dat

zoodra het publiek werd, het onderwerp uitmaakte van alle gesprekken

te Madrid. Het volk, vriend van alles wat nieuw is, was zeer ingenomen

met dit geschrift. De uitputting van de financiën, die in levendige

kleuren was geschilderd, zette het op tegen den hertog de Lerme.

De prachtige belofte, dat de staat zou gaan bloeien, zonder de

lasten der onderdanen te verzwaren, bevestigden de goede meening,

die men reeds over den eersten minister had en deden zijn lof overal

weerklinken.

De minister, verheugd dat zijn doel bereikt was, n.l. het winnen van de

volksgunst, wilde die nu werkelijk verdienen door een prijzenswaardige

daad, die nuttig was voor den koning. Zij, die zich verrijkt hadden,

moesten bloeden, hij verminderde alle salarissen, het zijne niet

uitgezonderd; ook met de gratificatiën werd niet meer zoo mild

omgesprongen.

Er was nu echter weer een nieuwe memorie noodig. Bij de samenstelling

daarvan gelastte hij mij, mij te verheffen boven mijn gewonen stijl.

"Ik begrijp het," zei ik, "u moet iets verhevens hebben, ik zal

daarvoor zorgen."

Daarop ging ik aan het werk, waarbij ik de hulp inriep van den

welsprekenden geest van den aartsbisschop van Granada.

Ik begon met te zeggen, dat het geld in de koninklijke schatkist

met zorg moest worden bewaard en dat het alleen mocht worden

aangewend voor de werkelijke behoeften van de monarchie, omdat het

een heilig fonds was, dat moest dienen, om de vijanden van Spanje

respect in te boezemen. Voorts betoogde ik, dat er geen geld noodig

was om de onderdanen, die zich gunsten hadden waardig gemaakt, te

onderscheiden. Immers de koning had tal van ambten en betrekkingen

te vergeven.

Dit stuk, dat veel langer was dan het eerste, hield mij bijna drie

dagen bezig, maar gelukkig voldeed het mijn meester, die mij met lof

overlaadde. De plaatsen, waar de stijl het meest gezwollen was, roemde

hij het hardst. Niettegenstaande zijn betuigingen van tevredenheid,

veranderde hij nog veel in het geschrift, dat bij den koning en het

hof in zeer goede aarde viel. In de stad juichte men het eveneens toe;

men vleide zich, dat de monarchie haar ouden luister zou hernemen

onder zulk een minister.

Mijn meester, die zooveel eer inoogstte, wilde ook mij van de vruchten

doen plukken en liet mij vijfhonderd kronen betalen. Dat scheen mij een

zeer behoorlijke belooning van mijn werk en ze was mij te aangenamer,

omdat ze niet op slechte wijze was verkregen, al had ik haar dan ook

gemakkelijk genoeg verdiend.

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 2 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 72 / 98 题