HOOFDSTUK V

Van het geheime onderhoud, dat Gil Blas had met Navarro en van het

eerste werk, dat de graaf van Olivarès hem gaf.

Zoodra ik Joseph zag, zei ik hem, dat ik hem verschillende zaken

had mee te deelen. Hij bracht mij daarop naar een vertrek, waar wij

ongestoord konden spreken. Nadat ik hem alles verteld had vroeg ik,

wat hij ervan dacht.

"Ik denk," antwoordde hij, "dat ge op weg zijt fortuin te maken. Alles

lacht u toe. Ge bevalt den eersten minister en wat niet onderschat moet

worden, ik kan u denzelfden dienst bewijzen, dien mijn oom Melchior

de la Ronda u bewees, toen ge in dienst kwaamt bij den aartsbisschop

van Granada. Hij bespaarde u de bestudeering van den prelaat en van de

voornaamste personen van zijn huis, door u tevoren hunne verschillende

karakters te beschrijven; op zijn voorbeeld wil ik u den graaf doen

kennen, de gravin en dona Maria de Guzman, hunne eenige dochter.

"Laten wij dan beginnen met den minister. Hij is levendig, scherpzinnig

en geschikt om groote plannen te vormen. Hij geeft zich uit voor

een veelzijdig man, omdat hij eenig besef heeft van verschillende

wetenschappen. Hij verbeeldt zich een bekwaam rechtsgeleerde, een

groot krijgsman en een fijn staatsman te zijn. Bovendien is hij

zeer koppig en vindt hij zijn eigen meening steeds de beste. Ik

moet daarbij voegen, dat hij van natuur een groote welsprekendheid

heeft gekregen; ook schrijft hij goed. Zooals ik u reeds gezegd heb,

is hij zeer grillig. Dit voor zoover zijn hoofd betreft; wat zijn

hart aangaat is hij edelmoedig en een trouw vriend. Men zegt, dat

hij wraakzuchtig is, maar welke Spanjaard is dat niet? Ook zegt men,

dat hij ondankbaar is, omdat hij den Hertog d'Uzède en Broeder Louis

Aliaga heeft doen verbannen, aan wie hij groote verplichtingen had

maar ook dit is te vergeven; het verlangen om eerste Minister te

worden stelt iemand wel vrij van den plicht der dankbaarheid.

Dona Agnès de Zuniga é Velasco, de gravin, is een dame, van wie ik

alleen dit gebrek weet, dat ze de gunsten, die zij weet te verwerven,

met ponden gouds laat betalen.

Wat dona Maria de Guzman aangaat, zij kan doorgaan voor een

voortreffelijk meisje en is het ideaal van haar vader. Regel u

daarnaar. Maak het hof aan de dames en toon u aan den graaf even trouw,

als ge het waart aan den hertog de Lerme, voor hij u naar Ségovia zond.

Ook zou ik u nog raden, om nu en dan don Balthazar, mijn meester,

te bezoeken. Hoewel ge hem nu niet direct meer noodig hebt, kan het

geen kwaad zijn vriendschap te bewaren, want de gelegenheid kan zich

voordoen, dat hij u van dienst kan zijn."

"Zou er," vroeg ik Navarro, "nu oom en neef samen den staat besturen,

geen gevaar kunnen bestaan, dat er jaloezie tusschen hen rees?"

"Neen, want toen ze na den dood van den koning zoo handig hadden

gemanoeuvreerd, dat ze het van al hun vijanden en mededingers wonnen,

hebben ze de werkzaamheden zoo geregeld, dat ze daarin onafhankelijk

van elkaar zijn. De neef, die eerste minister werd, heeft aan zijn

oom de buitenlandsche aangelegenheden opgedragen en zichzelf met die

van het binnenland belast."

Na dit onderhoud met Joseph, waarvan ik mij voornam te profiteeren,

zocht ik den heer de Zuniga op, om hem te bedanken voor zijn

goedheid. Hij antwoordde mij zeer beleefd, dat ik ook in het vervolg

op zijn hulp zou kunnen rekenen, wanneer ik die mocht noodig hebben.

Denzelfden avond verliet ik mijn hotel, om mijn intrek te nemen bij den

eersten minister, waar ik met Scipio in mijn kamer soupeerde. Het was

de moeite waard ons daar te zien. Wij werden er bediend door lakeien

en alles ging met groote deftigheid toe, tot Scipio, nadat wij alleen

waren gebleven, aan zijn vroolijkheid lucht kon geven.

Wat mij betreft, hoewel hoogst voldaan over mijn schitterende positie,

liet ik mij niet verblinden. 's Nachts sliep ik rustig, terwijl

Scipio den halven nacht lag uit te rekenen hoeveel hij later zijn

kleine Séraphine wel als bruidschat zou kunnen geven.

Den volgenden morgen was ik nauwelijks aangekleed of ik werd bij den

minister geroepen.

"Santillano," zei hij, "ge hebt mij gezegd, dat ge bij den hertog de

Lerme dikwijls memoires had te redigeeren. Ik heb iets te schrijven,

wat voor mij uw proefstuk zal zijn. Ik zal u zeggen, wat de zaak is. Er

moet een stuk worden samengesteld, dat het publiek gunstig stemt voor

mijn bewind. Reeds heb ik in het geheim het gerucht laten verspreiden,

dat ik de zaken in zeer ontredderden toestand heb gevonden. Nu moet

het duidelijk worden gemaakt voor het hof en voor het volk, dat de

monarchie tot een treurigen staat is vervallen. Er moet daarvan een

treffende schilderij worden opgehangen, waardoor het niet mogelijk

wordt mijn voorganger te betreuren. Daarna moet ge de maatregelen

roemen, die ik reeds heb genomen om de regeering van den koning

roemrijk, zijn staten bloeiend en zijn onderdanen volmaakt gelukkig

te maken."

Nadat de minister mij dit gezegd had, gaf hij mij een vel papier,

waarop de punten stonden, waarover men zich onder de vorige regeering

beklaagd had. Er waren tien artikelen en het minste was al gewichtig

genoeg om onze goede Spanjaarden in opschudding te brengen.

In een klein kabinetje, dat mij als werkkamer was aangewezen,

begon ik dadelijk aan mijn werk. Eerst schilderde ik den treurigen

staat, waarin zich het koninkrijk bevond; de schatkist uitgeput,

de koninklijke inkomsten aangewend ten bate van partijgangers, de

marine vervallen. Vervolgens wees ik op de fouten begaan door de

laatste regeering en op de noodlottige gevolgen, die deze konden

hebben. Ik beschreef het gevaar waarin het koninkrijk verkeerde en

veroordeelde zoo heftig het vorige ministerie, dat het verlies van den

hertog volgens mijn geschrift een groot geluk was geweest voor Spanje.

Om de waarheid te zeggen speet het mij niet, dat ik den hertog, hoewel

ik geen haat tegen hem gevoelde, dezen dienst kon bewijzen. Zoo is

nu eenmaal de mensch!

Eindelijk, na een somber tafereel van de rampen, die Spanje bedreigden,

stelde ik de gemoederen gerust door het licht te werpen op schoone

verwachtingen in de toekomst. Ik liet het voorkomen alsof de graaf

van Olivarès een bestuurder was, door den hemel voor het heil der

natie geschonken. Gouden bergen beloofde ik.

In één woord, ik gaf zoo goed de bedoeling van den minister weer, dat

hij verrast was over mijn werk, toen hij dat tot het eind had gelezen.

"Santillano, ik had nooit gedacht, dat ge zoo goed zulk een stuk

zoudt kunnen samenstellen. Weet ge wel, dat dit een werk is een

staatssecretaris waardig! Het verwondert mij niet, dat de hertog de

Lerme u gelegenheid gaf, uw pen te gebruiken. Uw stijl is sober en toch

elegant; alleen vind ik hem hier en daar een weinig te natuurlijk." Hij

bracht eenige kleine veranderingen in mijn werk aan en zond mij als een

bewijs van zijne tevredenheid door don Raimond driehonderd pistolen.

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 2 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 71 / 98 题