HOOFDSTUK VIII

Van de liefde van Gil Blas en van de schoone Antonia.

Twee dagen na mijn terugkomst uit Valencia, kwam Basilo, de bewoner

van de boerderij, die bij het landgoed behoorde, mij toestemming

vragen om mij zijn dochter Antonia voor te stellen, die de eer wilde

hebben haren nieuwen meester te begroeten. Ik antwoordde hem, dat

mij dit genoegen zou doen. Hij vertrok en kwam een oogenblik later

terug met de schoone Antonia, een meisje van zestien à achttien jaar,

met regelmatige trekken, een zeer schoone teint en de prachtigste

oogen van de wereld. Ze was maar eenvoudig gekleed en had het haar

van achter opgebonden in een vlecht, met een klein bouquetje er in.

Toen zij binnenkwam, was ik zoo getroffen door haar schoonheid, dat

ik geen woorden kon vinden om haar te begroeten. Scipio nam dat van

mij over, maar langzamerhand geraakte ik meer op mijn gemak en ik

had met het meisje, dat aardig en volstrekt niet verlegen was, een

levendig gesprek. Basilo, die dat niet zonder onrust zag en mij reeds

als een man beschouwde, die alles in het werk zou stellen, om Antonia

te verleiden, haastte zich, met haar weg te gaan, misschien wel met

het voornemen om haar nooit meer onder mijn oogen te laten komen.

Toen Scipio met mij alleen was, zei hij glimlachend: "Ziedaar

mijnheer, een ander middel tegen de verveling! Ik wist niet, dat

uw boer zoo'n aardige dochter had, ik had haar nog nooit gezien,

hoewel ik al tweemaal bij hem ben geweest. Ik geloof, dat hij er goed

voor zorgt om haar weg te houden en daarin kan ik hem geen ongelijk

geven. Maar ik geloof niet, dat het noodig is om dit alles te zeggen,

want ik heb zeer goed gemerkt, welken indruk ze op u heeft gemaakt."

"Ik kan dat niet ontkennen," antwoordde ik hem; "zij heeft mij

plotseling verliefd op haar gemaakt, de bliksem kan niet sneller gaan,

dan zij mijn hart heeft getroffen."

"Het doet mij een verbazend groot genoegen!" riep mijn secretaris

met geestdrift, "te vernemen, dat gij verliefd zijt. Er ontbrak

u alleen een maitresse, om in uw eenzaamheid een volmaakt geluk te

genieten. De gelegenheid biedt zich nu aan. Ik weet wel, dat we eerst

wat last zullen hebben om de waakzaamheid van Basilo te verschalken,

maar dat is mijn zaak en ik sta er voor in, dat u over drie dagen

een geheim onderhoud met Antonia zult hebben."

"Scipio," zei ik, "misschien zoudt ge toch uw woord wel niet kunnen

houden, welk talent ge ook bezit in dergelijke zaken; maar ik wil

er niet de proef mee nemen. Het is mij niet te doen om dat meisje te

verleiden. Maar wel heb ik uw tusschenkomst noodig om haar te trouwen,

want dat is mijn plan, indien tenminste haar hart nog vrij is."

"Ik dacht niet," zei hij, "dat ge dadelijk zulke ernstige trouwplannen

zoudt hebben; andere heeren zouden in uw plaats minder eerlijk

handelen. Maar des te beter. De dochter van onzen boer verdient uw

liefde. Ik zal trachten vandaag nog een onderhoud te hebben met den

vader en misschien ook met haar."

Mijn vertrouweling was een man, gewoon om zijn belofte te houden. Hij

ging Basilo opzoeken en 's avonds wachtte ik met een mengeling van

ongeduld en vrees.

Hij zag er vroolijk uit, toen hij binnen kwam. "Als ik je lachend

gezicht mag gelooven," zei ik, "dan geloof ik, dat je goed nieuws

voor mij hebt."

"Dat heb ik ook," antwoordde hij, "ik heb Basilo en zijn dochter

gesproken en hun uw gevoelens meegedeeld. De vader is er verrukt

over, dat ge zijn schoonzoon wilt worden en ik kan u ook verzekeren,

dat ge in den smaak valt van Antonia."

"Wat een geluk!" riep ik uit.

"Twijfel er maar niet aan, zij bemint u reeds; wel heb ik die

bekentenis niet uit haar mond gehoord, maar ik kon het opmaken uit

haar vroolijkheid, toen ik haar uw plan meedeelde. Echter hebt ge

een medeminnaar...."

"Een medeminnaar....!" viel ik hem bleek van schrik in de rede.

"Ja, maar dat behoeft u niet in het minst te verontrusten: 't is

meester Joachim, uw kok!"

"Zoo'n galgenaas!" riep ik lachend. "Daarom toonde hij dus zoo weinig

lust, om mijn dienst te verlaten."

"Juist," antwoordde Scipio, "hij heeft Antonia ten huwelijk gevraagd,

maar ze heeft beleefd geweigerd."

"Het schijnt mij toch het beste," zei ik hem, "dat ik mij van dien

man ontdoe, voor hij verneemt, dat ik de dochter van Basilo wil

trouwen. Een kok is, zooals je weet, een gevaarlijk medeminnaar!"

"Zoo denk ik er ook over," stemde mijn vertrouweling toe. "Ik zal

hem morgenochtend namens u zijn ontslag geven, dan hebben wij niets

meer te vreezen, noch van zijn saus, noch van zijn liefde. Het is

wel jammer, dat wij zoo'n goeden kok verliezen, maar ik offer mijn

trek in lekker eten gaarne op aan uw veiligheid."

"Dat verlies is overigens niet onherstelbaar," zei ik, "uit Valencia

zal ik een anderen kok laten komen, die even goed is."

Werkelijk schreef ik dadelijk aan don Alphonse om hem een kok te

vragen en hij zond er een, die Scipio troostte met het verlies van

meester Joachim.

Hoewel mijn vlijtige secretaris beweerde, dat Antonia mijn liefde

beantwoordde, was ik daar nog niet zeker van en ik besloot zelf

een onderhoud met haar te hebben. Dus ging ik naar Basilo, om te

bevestigen wat Scipio had gezegd. De boer, een goed en eenvoudig

man, verklaarde mij, dat hij mij gaarne de hand van zijn dochter

schonk. "Maar," voegde hij er aan toe, "u moet niet denken, dat dit

alleen komt omdat ge heer van ons dorp zijt. Al waart ge alleen nog

maar intendant van don César, dan zou ik u toch boven alle anderen

verkiezen; ik heb altijd een zwak voor u gehad, en het spijt mij

alleen maar, dat de bruidschat van Antonia niet grooter is."

"Ik wil er in 't geheel geen hebben!" riep ik. "'t Is mij alleen om

haar persoon te doen."

"Maar ik ben er de man niet naar om mijn dochter zonder bruidschat uit

te huwelijken. De toestand van Basilo Buenotrigo is gelukkig niet van

dien aard, dat dit noodig is; geeft u haar te eten, dan wil ik, dat zij

u te soupeeren geeft. Uw inkomsten van het kasteel bedragen ongeveer

vijfhonderd ducaten, ik zal die bij uw huwelijk aanvullen tot duizend."

"Mijn waarde Basilo, ik vind alles goed, zooals gij het doet. Maar we

zijn op 't oogenblik niet bij elkaar om over zaken te spreken. Wij

zijn het met elkaar eens; 't is nu echter te doen om de toestemming

van uw dochter."

"Ge hebt de mijne. Is dat niet voldoende?"

"Niet geheel en al. Uw toestemming is noodig, maar de hare ook,"

antwoordde ik.

"De hare hangt van de mijne af. Ik zou wel eens willen zien, dat

Antonia weigerde, wanneer ik het goedvind."

"Graag geloof ik," hernam ik, "dat ze u zal gehoorzamen; maar ik hoop,

dat ze uit eigen aandrang mij haar hand wil reiken."

"Dat is philosophie, waarvan ik weinig begrijp. Spreek zelf maar

met Antonia."

Bij die laatste woorden riep hij zijn dochter en verliet het vertrek.

"Schoone Antonia," zei ik, "beschik over mijn lot. Hoewel ik de

toestemming heb van uw vader, wil ik niet, dat ge uw gevoelens geweld

zult aandoen."

Antonia bloosde een weinig en antwoordde mij: "Uw aanzoek is mij zeer

aangenaam en de beslissing van mijn vader doet mij genoegen. Ik weet

niet of ik goed doe met zoo tot u te spreken, maar indien u mij niet

beviel zou ik het ook vrijmoedig zeggen en waarom zou ik het nu dan

niet doen?"

Bij die woorden viel ik voor haar op de knieën en kuste haar

handen. Een oogenblik later kwam Basilo binnen en vroeg of ik tevreden

was over Antonia.

"Ik ben zóó voldaan," antwoordde ik, "dat ik mij dadelijk zal gaan

bezighouden met de toebereidselen voor ons huwelijk." Dit zeggende

verliet ik den vader en de dochter, om te gaan spreken met mijn

secretaris.

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 2 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 61 / 98 题