Gil Blas vertrekt naar Valencia en gaat de heeren de Leyva
bezoeken. Van het onderhoud, dat hij met hen had en van de goede
ontvangst bij Séraphine.
Toen ik te bed lag, kon ik niet slapen. Ik dacht aan de heeren de
Leyva en aan de nieuwe bewijzen, die ik ook dien dag weer van hun
vriendschap had ontvangen en ik besloot hen den volgenden dag reeds te
gaan bezoeken, om hen te bedanken. Ook dacht ik er met genoegen aan,
Séraphine terug te zien. Maar dat genoegen was niet onvermengd, want
ik moest denken aan Lorenca Séphora, die zich natuurlijk ons avontuur
nog wel zou herinneren en bij het zien van mij wel minder op haar
gemak zou zijn. Toen mijn geest vermoeid was door al die denkbeelden
en herinneringen, sliep ik eindelijk in en werd den volgenden morgen
niet vroeg wakker.
Ik kleedde mij haastig aan en deelde Scipio mee, dat ik naar Valencia
ging, omdat ik behoefte gevoelde mij van den plicht der dankbaarheid
spoedig te gaan kwijten door de heeren de Leyva te bezoeken. "Ge
behoeft mij niet te vergezellen, mijn vriend, blijf zoolang hier,
over acht dagen ben ik terug." "Het schijnt mij," zei Scipio, "dat
die heeren zeer dankbaar zijn voor de hun bewezen diensten, dat is
een karaktereigenschap, die men maar zelden bij voorname heeren vindt
en dus mogen wij hen wel in eere houden."
Als naar gewoonte werd ik door don Cesar en zijn zoon zeer hartelijk
ontvangen. "Wel mijn waarde Santillano," zei don Alphonse na onze
begroeting, "hebt ge al bezit genomen van uw landgoed?"
"Ja mijnheer," antwoordde ik, "en ik verzoek u zoo goed te willen
zijn het weer te willen terugnemen."
"Waarom?" riep hij. "Is er iets wat u niet bevalt?"
"Het verblijf zelf is verrukkelijk! Maar wat mij niet bevalt is, dat
ik driemaal meer bedienden heb dan noodig zijn en dat u dit noodeloos
op hooge kosten jaagt."
"Indien gij," zei don César, "het geld had aangenomen, dat wij u te
Madrid hebben aangeboden, dan zouden wij er ons toe bepaald hebben,
het kasteel te geven zooals het was, maar nadat ge dit hebt geweigerd,
hebben wij gemeend te moeten doen, zooals nu geschied is."
"Het is teveel," antwoordde ik. "Uw goedheid moet er zich toe bepalen,
mij alleen het landgoed te schenken. Dat is voor mij reeds het toppunt
van mijn wenschen. Wil ik u zeggen, wat het geval is? Ik gevoel mij
niet op mijn gemak en niet thuis met zulk een groot personeel. Nog eens
dus: neem mijn goed terug of laat mij het inrichten zooals ik wil."
Vader en zoon zagen, dat het ernst was en daar zij niets anders wilden,
dan mij genoegen doen, kreeg ik hunne toestemming om alles maar in
te richten, zooals ik zelf wilde.
Ik wilde hen bedanken, maar don Alphonse viel mij in de rede, door te
zeggen, dat hij mij bij een dame wilde brengen, die zeer verheugd zou
zijn mij te zien. Hij bracht mij daarop in de kamer van Séraphine, die
mij bij het binnenkomen met een uitroep van vreugde begroette. "Het
doet mij zeer veel genoegen u weer te ontmoeten, niet alleen omdat
ik nooit vergeten zal, dat ge indertijd hebt medegeholpen om mij te
bevrijden, maar ook omdat ge na dien tijd aan don Alphonse zulk een
gewichtigen dienst hebt bewezen."
's Middags bleef ik in het paleis van den gouverneur dineeren in
het gezelschap van verscheidene voorname heeren, die zeer beleefd
tegen mij waren, toen don César verteld had, dat ik secretaris van
den Hertog de Lerme was geweest. Aan tafel sprak men uitsluitend
over den nieuwen Cardinaal en toen ik me niet liet verleiden hen
ten zijnen koste te vermaken, gaf deze kleine zelfoverwinning mij
den naam van zeer discreet te zijn. Toen ik mij daarna gereedmaakte,
om een wandeling te maken door de stad, had ik toevallig een gesprek
met den kamerdienaar van don César, die mij nog kende uit den tijd,
dat ik intendant was. Ik vroeg hem, wat er toch wel van Lorenca Séphora
was geworden, die ik niet meer had gezien. Hij vertelde mij, dat ze al
eenigen tijd geleden was gestorven, tengevolge van het ongemak, waaraan
ze leed en dat ze zeer was betreurd geworden door haar meesteres, meer
dan door don Alphonse, die niet sterk getroffen was door haar dood.
Terwijl ik daarna door de stad wandelde, zag ik hier en daar
aanplakbiljetten, waarop werd aangekondigd, dat dien avond voor de
eerste maal zou worden opgevoerd een nieuw treurspel van don Gabriel
Triaquero.