HOOFDSTUK IV

Gil Blas vertrekt naar Valencia en gaat de heeren de Leyva

bezoeken. Van het onderhoud, dat hij met hen had en van de goede

ontvangst bij Séraphine.

Toen ik te bed lag, kon ik niet slapen. Ik dacht aan de heeren de

Leyva en aan de nieuwe bewijzen, die ik ook dien dag weer van hun

vriendschap had ontvangen en ik besloot hen den volgenden dag reeds te

gaan bezoeken, om hen te bedanken. Ook dacht ik er met genoegen aan,

Séraphine terug te zien. Maar dat genoegen was niet onvermengd, want

ik moest denken aan Lorenca Séphora, die zich natuurlijk ons avontuur

nog wel zou herinneren en bij het zien van mij wel minder op haar

gemak zou zijn. Toen mijn geest vermoeid was door al die denkbeelden

en herinneringen, sliep ik eindelijk in en werd den volgenden morgen

niet vroeg wakker.

Ik kleedde mij haastig aan en deelde Scipio mee, dat ik naar Valencia

ging, omdat ik behoefte gevoelde mij van den plicht der dankbaarheid

spoedig te gaan kwijten door de heeren de Leyva te bezoeken. "Ge

behoeft mij niet te vergezellen, mijn vriend, blijf zoolang hier,

over acht dagen ben ik terug." "Het schijnt mij," zei Scipio, "dat

die heeren zeer dankbaar zijn voor de hun bewezen diensten, dat is

een karaktereigenschap, die men maar zelden bij voorname heeren vindt

en dus mogen wij hen wel in eere houden."

Als naar gewoonte werd ik door don Cesar en zijn zoon zeer hartelijk

ontvangen. "Wel mijn waarde Santillano," zei don Alphonse na onze

begroeting, "hebt ge al bezit genomen van uw landgoed?"

"Ja mijnheer," antwoordde ik, "en ik verzoek u zoo goed te willen

zijn het weer te willen terugnemen."

"Waarom?" riep hij. "Is er iets wat u niet bevalt?"

"Het verblijf zelf is verrukkelijk! Maar wat mij niet bevalt is, dat

ik driemaal meer bedienden heb dan noodig zijn en dat u dit noodeloos

op hooge kosten jaagt."

"Indien gij," zei don César, "het geld had aangenomen, dat wij u te

Madrid hebben aangeboden, dan zouden wij er ons toe bepaald hebben,

het kasteel te geven zooals het was, maar nadat ge dit hebt geweigerd,

hebben wij gemeend te moeten doen, zooals nu geschied is."

"Het is teveel," antwoordde ik. "Uw goedheid moet er zich toe bepalen,

mij alleen het landgoed te schenken. Dat is voor mij reeds het toppunt

van mijn wenschen. Wil ik u zeggen, wat het geval is? Ik gevoel mij

niet op mijn gemak en niet thuis met zulk een groot personeel. Nog eens

dus: neem mijn goed terug of laat mij het inrichten zooals ik wil."

Vader en zoon zagen, dat het ernst was en daar zij niets anders wilden,

dan mij genoegen doen, kreeg ik hunne toestemming om alles maar in

te richten, zooals ik zelf wilde.

Ik wilde hen bedanken, maar don Alphonse viel mij in de rede, door te

zeggen, dat hij mij bij een dame wilde brengen, die zeer verheugd zou

zijn mij te zien. Hij bracht mij daarop in de kamer van Séraphine, die

mij bij het binnenkomen met een uitroep van vreugde begroette. "Het

doet mij zeer veel genoegen u weer te ontmoeten, niet alleen omdat

ik nooit vergeten zal, dat ge indertijd hebt medegeholpen om mij te

bevrijden, maar ook omdat ge na dien tijd aan don Alphonse zulk een

gewichtigen dienst hebt bewezen."

's Middags bleef ik in het paleis van den gouverneur dineeren in

het gezelschap van verscheidene voorname heeren, die zeer beleefd

tegen mij waren, toen don César verteld had, dat ik secretaris van

den Hertog de Lerme was geweest. Aan tafel sprak men uitsluitend

over den nieuwen Cardinaal en toen ik me niet liet verleiden hen

ten zijnen koste te vermaken, gaf deze kleine zelfoverwinning mij

den naam van zeer discreet te zijn. Toen ik mij daarna gereedmaakte,

om een wandeling te maken door de stad, had ik toevallig een gesprek

met den kamerdienaar van don César, die mij nog kende uit den tijd,

dat ik intendant was. Ik vroeg hem, wat er toch wel van Lorenca Séphora

was geworden, die ik niet meer had gezien. Hij vertelde mij, dat ze al

eenigen tijd geleden was gestorven, tengevolge van het ongemak, waaraan

ze leed en dat ze zeer was betreurd geworden door haar meesteres, meer

dan door don Alphonse, die niet sterk getroffen was door haar dood.

Terwijl ik daarna door de stad wandelde, zag ik hier en daar

aanplakbiljetten, waarop werd aangekondigd, dat dien avond voor de

eerste maal zou worden opgevoerd een nieuw treurspel van don Gabriel

Triaquero.

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 2 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 57 / 98 题