HOOFDSTUK IX

Scipio keert naar Madrid terug. Hoe en op welke voorwaarden Gil Blas

in vrijheid wordt gesteld. Waar zij heengingen, na den toren van

Ségovië te hebben verlaten en welk gesprek zij samen hadden.

Scipio vertrok dus naar Madrid. In afwachting van zijn terugkomst

las ik veel.

Tordesillas verschafte mij zooveel boeken, als ik wilde hebben. Hij

leende die, van een ouden commandant, die niet kon lezen, maar een

groote bibliotheek had om voor een geleerde door te gaan. Ik hield

vooral van goede boeken over moraal omdat ik daarin telkens stukken

vond, die mijn afkeer van het Hof en mijn liefde voor de eenzaamheid

rechtvaardigden.

Na drie weken kwam de onderhandelaar terug, om mij mee te deelen,

dat de zaak gunstig stond. Op verzoek van de min had de prins beloofd

er met zijn vader over te spreken. Om nog een laatste hand aan het

werk te slaan, moest Scipio weer terug naar Madrid.

Zijn derde reis duurde niet lang. Na acht dagen keerde hij terug met

de tijding, dat de prins, hoewel niet zonder moeite, mijn bevrijding

van zijn vader had verkregen. Denzelfden dag kreeg ook Tordesillas

bericht. De koning had mij de vrijheid gegeven onder voorwaarde,

dat ik mij niet meer aan het hof zou vertoonen en binnen een maand

de beide Castiliën zou verlaten.

Ik liet twee muilezels huren en wij vertrokken den volgenden

dag, na een hartelijk afscheid te hebben genomen van Collogos en

Tordesillas duizendmaal te hebben bedankt voor al zijn bewijzen

van vriendschap. Wij sloegen den weg in naar Madrid, om eerst onze

twee zakken te gaan halen, die ieder vijfhonderd dubbele pistolen

bevatten. Mijn metgezel zei onderweg: "Indien wij al niet rijk genoeg

zijn om een groot landgoed te koopen, een behoorlijk verblijf kunnen

wij althans hebben." Ik antwoordde hem: "Ik ben tevreden, als ik een

hut heb. Ik heb genoeg van het leven in groote steden en stel mij

er een groot genoegen van voor op het land te wonen en te visschen

en te jagen. Wat voeding betreft, zal het meest eenvoudige voor mij

voldoende zijn." Scipio was er echter niet voor om een leven te leiden

als Diogenes, hij wilde een aangenaam tehuis en een goeden wijnkelder,

om rustig van de genoegens des levens te kunnen genieten. "Wat men in

zijn huis heeft, schaadt niet, zegt Hésiodes en wat men er niet heeft,

kan wel schaden. Het is beter de noodzakelijke dingen te bezitten

dan te verlangen."

"Wat drommel! Scipio," riep ik, "ken je de Grieksche dichters?"

Hij vertelde mij, dat hij vroeger in Salamanca een meester had gehad,

die niets deed dan Hebreeuwsch, Grieksch en Latijn in het Spaansch

vertalen en dat hij veel voor dien heer had moeten copieeren.

Onderweg spraken wij verder over onze toekomstige woonplaats en waar

we die zouden kiezen. We besloten na eenig overleg ons in Aragon

te vestigen.

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 2 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 50 / 98 题