Scipio keert naar Madrid terug. Hoe en op welke voorwaarden Gil Blas
in vrijheid wordt gesteld. Waar zij heengingen, na den toren van
Ségovië te hebben verlaten en welk gesprek zij samen hadden.
Scipio vertrok dus naar Madrid. In afwachting van zijn terugkomst
las ik veel.
Tordesillas verschafte mij zooveel boeken, als ik wilde hebben. Hij
leende die, van een ouden commandant, die niet kon lezen, maar een
groote bibliotheek had om voor een geleerde door te gaan. Ik hield
vooral van goede boeken over moraal omdat ik daarin telkens stukken
vond, die mijn afkeer van het Hof en mijn liefde voor de eenzaamheid
rechtvaardigden.
Na drie weken kwam de onderhandelaar terug, om mij mee te deelen,
dat de zaak gunstig stond. Op verzoek van de min had de prins beloofd
er met zijn vader over te spreken. Om nog een laatste hand aan het
werk te slaan, moest Scipio weer terug naar Madrid.
Zijn derde reis duurde niet lang. Na acht dagen keerde hij terug met
de tijding, dat de prins, hoewel niet zonder moeite, mijn bevrijding
van zijn vader had verkregen. Denzelfden dag kreeg ook Tordesillas
bericht. De koning had mij de vrijheid gegeven onder voorwaarde,
dat ik mij niet meer aan het hof zou vertoonen en binnen een maand
de beide Castiliën zou verlaten.
Ik liet twee muilezels huren en wij vertrokken den volgenden
dag, na een hartelijk afscheid te hebben genomen van Collogos en
Tordesillas duizendmaal te hebben bedankt voor al zijn bewijzen
van vriendschap. Wij sloegen den weg in naar Madrid, om eerst onze
twee zakken te gaan halen, die ieder vijfhonderd dubbele pistolen
bevatten. Mijn metgezel zei onderweg: "Indien wij al niet rijk genoeg
zijn om een groot landgoed te koopen, een behoorlijk verblijf kunnen
wij althans hebben." Ik antwoordde hem: "Ik ben tevreden, als ik een
hut heb. Ik heb genoeg van het leven in groote steden en stel mij
er een groot genoegen van voor op het land te wonen en te visschen
en te jagen. Wat voeding betreft, zal het meest eenvoudige voor mij
voldoende zijn." Scipio was er echter niet voor om een leven te leiden
als Diogenes, hij wilde een aangenaam tehuis en een goeden wijnkelder,
om rustig van de genoegens des levens te kunnen genieten. "Wat men in
zijn huis heeft, schaadt niet, zegt Hésiodes en wat men er niet heeft,
kan wel schaden. Het is beter de noodzakelijke dingen te bezitten
dan te verlangen."
"Wat drommel! Scipio," riep ik, "ken je de Grieksche dichters?"
Hij vertelde mij, dat hij vroeger in Salamanca een meester had gehad,
die niets deed dan Hebreeuwsch, Grieksch en Latijn in het Spaansch
vertalen en dat hij veel voor dien heer had moeten copieeren.
Onderweg spraken wij verder over onze toekomstige woonplaats en waar
we die zouden kiezen. We besloten na eenig overleg ons in Aragon
te vestigen.