HOOFDSTUK V

Van de overdenkingen, die hij dien nacht had, voor hij insliep en

van het geluid, dat hem wekte.

Twee uur minstens bracht ik door met na te denken over hetgeen

Tordesillas mij had gezegd. Ik was daar dus, omdat ik bijgedragen had

tot het plezier van den erfgenaam der kroon! Welk een onvoorzichtigheid

ook, om zulk een dienst te hebben bewezen aan zoo'n jongen prins! Want

in zijn jeugd alleen bestond geheel mijn misdaad. Indien hij wat ouder

geweest was, zou de koning gelachen hebben, in plaats van zoo vertoornd

te zijn zooals nu. Maar wie zou den koning het geheim hebben ontdekt?

Tot dit laatste punt kwamen mijn gedachten altijd maar weer

terug. Vervolgens begon ik er aan te denken. Al die opeenvolgende

gedachten, de vermoeienis, het eten, de wijn, het een met het ander

deden mij in een diepen slaap vallen, die zeker tot den dag zou hebben

geduurd, indien ik niet was wakker gemaakt door een in de gevangenis

ongewoon geluid. Ik hoorde een stem, begeleid door een guitaar. Ik

luisterde met aandacht en hoorde niets meer, zoodat ik dacht gedroomd

te hebben, maar een oogenblik later werd mijn oor opnieuw getroffen

door hetzelfde instrument en door de stem, die ik zooeven had

gehoord. Ik kon thans de woorden duidelijk verstaan. Ze luidden:

Ay de my! un anno felice

Parece un soplo ligero;

Perô sin dicha un instante

Es un siglo de tormento.

Dat scheen opzettelijk voor mij te zijn vervaardigd. Ik gevoelde

maar al te zeer de waarheid van die woorden. De tijd van mijn geluk

was snel voorbijgegaan en het was mij, of ik nu al bijna een eeuw

in de gevangenis zuchtte. Het daglicht stemde mij wat rustiger. Ik

opende mijn raam en vond het uitzicht lang zoo prachtig niet als mijn

gastheer het mij had afgeschilderd den vorigen avond.

Toen ik bezig was mij te kleeden, kwam Tordesillas binnen, gevolgd

door een oude dienstbode, die mij handdoeken, hemden en ander linnen

bracht. "En hoe hebt ge den nacht doorgebracht? Hebt ge nog wat kunnen

slapen?" vroeg hij. "Ik zou misschien nog slapen," antwoordde ik hem,

"als ik niet gewekt was geworden door een stem begeleid door een

guitaar." Hij hernam: "De heer, die uw rust heeft gestoord, is een

staatsgevangene, die zijn kamer naast de uwe heeft. Hij heet don

Gaston de Cogollos, is ridder van de militaire orde van Calatrava en

een zeer beminnelijk man. Ge kunt elkaar bezoeken en samen eten. Dat

is voor u beiden een troost".

Ik betuigde mijn vriendelijken gevangenbewaarder mijn dank voor zijn

welwillendheid en maakte denzelfden dag reeds kennis met don Gaston,

die mij verrastte door zijn aangenaam uiterlijk en schoonheid. Stel

u nu eens voor hoe hij er uit moest zien om oogen te verblinden,

gewend aan de schitterende jonge edellieden van het Hof. Hij scheen

geschapen voor het geluk, een romanheld, bestemd om slapelooze nachten

te bezorgen aan prinsessen. Bovendien had de natuur, die meestal haar

giften een beetje verdeelt, hem veel geest en gevoel gegeven. Het

was een volmaakte edelman.

Wij bevielen elkaar en een vriendschapsband is spoedig gesloten

tusschen twee personen, die een ongelukkig lot samenbrengt. Gaarne

maakten wij gebruik van de vrijheid die ons was gegeven, om in elkaars

gezelschap te zijn.

Op een avond, dat ik zijn kamer binnenkwam, wilde hij juist op zijn

guitaar gaan spelen. Ik ging zitten en luisterde naar het lied,

dat hij er bij zong. De woorden handelden over de wreedheid van een

vrouw. "Daarover zult ge u wel nooit te beklagen gehad hebben?" zei ik

tegen hem. "Daarin zoudt ge u wel eens kunnen vergissen", antwoordde

hij. "Ik zal u daarvan een verhaal vertellen, dat tegelijkertijd de

geschiedenis van mijn ongeluk is."

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 2 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 46 / 98 题