Wie Catalina was. Verlegenheid van Gil Blas, zijn onrust en welken
voorzorgsmaatregel hij moest nemen, om tot rust te komen.
Toen ik thuiskwam, hoorde ik een groot geraas. Ik vroeg, wat het
beteekende en men zei mij, dat Scipio dien avond een souper gaf aan een
half dozijn van zijn vrienden. Ze zongen luidkeels en schaterden van
het lachen. Die maaltijd was zeker niet het banket van de zeven wijzen.
De gastheer, verwittigd van mijn komst, zei tot het gezelschap:
"'t Is niets heeren, mijn meester is thuisgekomen, maar dat behoeft
ons niet te storen. Ik heb hem maar een paar woorden te zeggen en
ben dan weer terug."
"Wat is dat voor een leven? Wat voor soort menschen is het, dat ge
daar beneden onthaalt? Zijn het dichters?" vroeg ik.
"Neen," antwoordde hij, "gelukkig niet, het zou jammer zijn aan zulke
lieden uw wijn te drinken te geven. Ik maak er een beter gebruik
van. Er is onder de gasten een jongeman, die zeer rijk is en een
betrekking wil krijgen door uw invloed en door zijn geld. Voor hem
wordt het feest gegeven; bij iederen teug, dien hij drinkt, vermeerder
ik het voordeel, dat u daarbij hebben zult met tien pistolen en
't is mijn plan hem tot aan den dag te laten drinken".
"Als dat zoo is", antwoordde ik, "ga dan maar weer aan tafel en spaar
den wijn niet."
Ik oordeelde het niet het juiste oogenblik om met Scipio over de
zaak te spreken, maar den volgenden morgen zei ik: "Vriend Scipio,
je weet hoe wij samen leven. Ik behandel je meer als vriend dan
als een ondergeschikte, het zou dus niet goed van je zijn om mij te
bedriegen. Laten wij dus geen geheimen voor elkander hebben. Ik zal
je een zaak meedeelen, die je zal verrassen en jij van jouw kant
moet me zeggen wat je denkt van de twee dames, met wie je mij in
kennis hebt gebracht. Al doen ze zich met nog zooveel oprechtheid
en eenvoud voor, ik geloof, onder ons gezegd, dat ze doortrapt en
geslepen zijn. Indien ik ze juist beoordeel, dan heeft de prins geen
reden om zich op mij te beroemen, want het is voor hem, dat ik je een
maitresse heb gevraagd. Ik heb hem naar Catalina gebracht en hij is
verliefd op haar geworden."
Scipio antwoordde mij: "Mijnheer, u hebt mij teveel goedheid bewezen,
dan dat ik onoprecht met u zou omgaan. Gisteren heb ik een onderhoud
gehad met de dienstbode van de dames en die heeft me hare geschiedenis
meegedeeld.
Catalina is de dochter van een armen edelman uit Aragon. Op haar
vijftiende jaar was ze wees en even arm als mooi. Zij werd ten huwelijk
gevraagd door een ouden commandant die haar naar Tolédo bracht, waar
hij stierf na zes maanden meer een vader dan een echtgenoot voor
haar te zijn geweest. Zijn nalatenschap bestond uit niet meer dan
driehonderd pistolen. Catalina ging toen samenwonen met senora Mencia,
die nog zeer in de mode was, hoewel ze wel achteruit ging. De dames
begonnen een leven te leiden, waarmee het gerecht wel eens nader wilde
kennismaken. Dat beviel haar niet, ze verlieten plotseling Tolédo, om
zich te gaan vestigen in Madrid, waar ze twee jaar leven zonder omgang
te hebben met andere dames. Maar het merkwaardigste is: zij hebben twee
huizen gehuurd, die slechts gescheiden worden door een muur en men kan
door den kelder van het eene in 't andere komen. Senora Mencia bewoont
met een jonge dame het eene huis en de weduwe van den commandant heeft
in het andere haar intrek met een oude gezelschapsjuffrouw, die ze
voor haar grootmoeder laat doorgaan, zoodat ze nu eens de nicht is,
die door hare tante is opgevoed en dan weer de kleindochter, onder
bescherming van hare grootmoeder. Als zij de nicht is heet ze Catalina
en speelt ze voor kleindochter dan wordt ze Sirena genoemd".
Bij het hooren van den naam Sirena voelde ik, dat ik verbleekte en
ik viel Scipio in de rede: "Wat zeg je daar! Helaas, ik ben bang dat
zij de maitresse is van Calderone!"
"Ja zeker, dat is zij! ik dacht, dat het u een genoegen zou doen,
wanneer ik u dat nieuwtje kon vertellen!"
"Mij een genoegen doen? Mijn leed is niet te overzien! Wat zullen
van dat alles de gevolgen zijn?"
Scipio antwoordde mij: "Maar welk ongeluk kan daardoor dan
gebeuren? Het is niet zeker, dat don Rodrigo ontdekt hetgeen er
voorvalt en als ge vreest, dat hij het merkt, waarschuw dan den eersten
minister. Vertel hem de zaak zooals zij is. Hij kan aan uw goede trouw
niet twijfelen en als Calderone later probeert om u een hak te zetten,
dan weet hij, dat daarbij wraakzucht in het spel is."
Scipio had door die woorden mijn vrees wel eenigszins weggenomen. Ik
volgde zijn raad en deelde den hertog mijn ontdekking mee. De minister
lachte er om. "Ga maar gewoon je gang, 't is voor Calderone nog een
eer, om dezelfde dame te beminnen als onze prins."
Ook den graaf de Lemos bracht ik op de hoogte en ik vroeg hem zijn
protectie, wanneer Calderone soms iets mocht ontdekken en zich op
mij wilde wreken. Op die wijze meende ik mij voldoende te hebben
beveiligd. Ik vergezelde den prins nog meermalen naar Catalina,
anders gezegd de schoone Sirène, die door de eigenaardige inrichting
van haar huis het middel had gevonden om don Rodrigo te bedriegen.