HOOFDSTUK XII

Wie Catalina was. Verlegenheid van Gil Blas, zijn onrust en welken

voorzorgsmaatregel hij moest nemen, om tot rust te komen.

Toen ik thuiskwam, hoorde ik een groot geraas. Ik vroeg, wat het

beteekende en men zei mij, dat Scipio dien avond een souper gaf aan een

half dozijn van zijn vrienden. Ze zongen luidkeels en schaterden van

het lachen. Die maaltijd was zeker niet het banket van de zeven wijzen.

De gastheer, verwittigd van mijn komst, zei tot het gezelschap:

"'t Is niets heeren, mijn meester is thuisgekomen, maar dat behoeft

ons niet te storen. Ik heb hem maar een paar woorden te zeggen en

ben dan weer terug."

"Wat is dat voor een leven? Wat voor soort menschen is het, dat ge

daar beneden onthaalt? Zijn het dichters?" vroeg ik.

"Neen," antwoordde hij, "gelukkig niet, het zou jammer zijn aan zulke

lieden uw wijn te drinken te geven. Ik maak er een beter gebruik

van. Er is onder de gasten een jongeman, die zeer rijk is en een

betrekking wil krijgen door uw invloed en door zijn geld. Voor hem

wordt het feest gegeven; bij iederen teug, dien hij drinkt, vermeerder

ik het voordeel, dat u daarbij hebben zult met tien pistolen en

't is mijn plan hem tot aan den dag te laten drinken".

"Als dat zoo is", antwoordde ik, "ga dan maar weer aan tafel en spaar

den wijn niet."

Ik oordeelde het niet het juiste oogenblik om met Scipio over de

zaak te spreken, maar den volgenden morgen zei ik: "Vriend Scipio,

je weet hoe wij samen leven. Ik behandel je meer als vriend dan

als een ondergeschikte, het zou dus niet goed van je zijn om mij te

bedriegen. Laten wij dus geen geheimen voor elkander hebben. Ik zal

je een zaak meedeelen, die je zal verrassen en jij van jouw kant

moet me zeggen wat je denkt van de twee dames, met wie je mij in

kennis hebt gebracht. Al doen ze zich met nog zooveel oprechtheid

en eenvoud voor, ik geloof, onder ons gezegd, dat ze doortrapt en

geslepen zijn. Indien ik ze juist beoordeel, dan heeft de prins geen

reden om zich op mij te beroemen, want het is voor hem, dat ik je een

maitresse heb gevraagd. Ik heb hem naar Catalina gebracht en hij is

verliefd op haar geworden."

Scipio antwoordde mij: "Mijnheer, u hebt mij teveel goedheid bewezen,

dan dat ik onoprecht met u zou omgaan. Gisteren heb ik een onderhoud

gehad met de dienstbode van de dames en die heeft me hare geschiedenis

meegedeeld.

Catalina is de dochter van een armen edelman uit Aragon. Op haar

vijftiende jaar was ze wees en even arm als mooi. Zij werd ten huwelijk

gevraagd door een ouden commandant die haar naar Tolédo bracht, waar

hij stierf na zes maanden meer een vader dan een echtgenoot voor

haar te zijn geweest. Zijn nalatenschap bestond uit niet meer dan

driehonderd pistolen. Catalina ging toen samenwonen met senora Mencia,

die nog zeer in de mode was, hoewel ze wel achteruit ging. De dames

begonnen een leven te leiden, waarmee het gerecht wel eens nader wilde

kennismaken. Dat beviel haar niet, ze verlieten plotseling Tolédo, om

zich te gaan vestigen in Madrid, waar ze twee jaar leven zonder omgang

te hebben met andere dames. Maar het merkwaardigste is: zij hebben twee

huizen gehuurd, die slechts gescheiden worden door een muur en men kan

door den kelder van het eene in 't andere komen. Senora Mencia bewoont

met een jonge dame het eene huis en de weduwe van den commandant heeft

in het andere haar intrek met een oude gezelschapsjuffrouw, die ze

voor haar grootmoeder laat doorgaan, zoodat ze nu eens de nicht is,

die door hare tante is opgevoed en dan weer de kleindochter, onder

bescherming van hare grootmoeder. Als zij de nicht is heet ze Catalina

en speelt ze voor kleindochter dan wordt ze Sirena genoemd".

Bij het hooren van den naam Sirena voelde ik, dat ik verbleekte en

ik viel Scipio in de rede: "Wat zeg je daar! Helaas, ik ben bang dat

zij de maitresse is van Calderone!"

"Ja zeker, dat is zij! ik dacht, dat het u een genoegen zou doen,

wanneer ik u dat nieuwtje kon vertellen!"

"Mij een genoegen doen? Mijn leed is niet te overzien! Wat zullen

van dat alles de gevolgen zijn?"

Scipio antwoordde mij: "Maar welk ongeluk kan daardoor dan

gebeuren? Het is niet zeker, dat don Rodrigo ontdekt hetgeen er

voorvalt en als ge vreest, dat hij het merkt, waarschuw dan den eersten

minister. Vertel hem de zaak zooals zij is. Hij kan aan uw goede trouw

niet twijfelen en als Calderone later probeert om u een hak te zetten,

dan weet hij, dat daarbij wraakzucht in het spel is."

Scipio had door die woorden mijn vrees wel eenigszins weggenomen. Ik

volgde zijn raad en deelde den hertog mijn ontdekking mee. De minister

lachte er om. "Ga maar gewoon je gang, 't is voor Calderone nog een

eer, om dezelfde dame te beminnen als onze prins."

Ook den graaf de Lemos bracht ik op de hoogte en ik vroeg hem zijn

protectie, wanneer Calderone soms iets mocht ontdekken en zich op

mij wilde wreken. Op die wijze meende ik mij voldoende te hebben

beveiligd. Ik vergezelde den prins nog meermalen naar Catalina,

anders gezegd de schoone Sirène, die door de eigenaardige inrichting

van haar huis het middel had gevonden om don Rodrigo te bedriegen.

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 2 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 39 / 98 题