Gil Blas wint de gunst van den hertog de Lerme, die hem een gewichtig
geheim toevertrouwt.
Het scheen, dat ik erin geslaagd was, mij aangenaam te maken bij den
hertog, want op zekeren middag zei hij tot me: "Gil Blas, ik ben zeer
tevreden over u, ge zijt ijverig, trouw en bescheiden. Ik geloof,
dat ik u mijn vertrouwen kan schenken". Zeer eerbiedig antwoordde ik:
"Is het mogelijk, dat Uwe Excellentie mij met zulk een gunst zou
willen vereeren? Maar die goedheid is groot genoeg, om mij geheime
vijanden te bezorgen. Ik vrees voornamelijk de afgunst van één man,
van don Rodrigo de Calderone".
"Van dien kant behoeft ge niets te vreezen. Ik ken Calderone,
hij is van zijn jeugd af aan mij gehecht. Ik kan wel zeggen,
dat zijn gevoelens zóózeer overeenstemmen met de mijne, dat hij
goed is voor personen die in mijn gunst staan en degenen haat,
die mij niet bevallen. Inplaats van voor hem te vreezen, kunt ge op
hem rekenen. Maar, wanneer ik u mijn vertrouwen schenk, moet ik u
eerst een plan meedeelen. Het is noodig, dat ge daarvan onderricht
zijt, om u behoorlijk te kwijten van de opdracht, die ik u in het
vervolg zal geven. Het is al sinds lang, dat ik mijn macht overal
geëerbiedigd zie. Ik heb te beschikken over alle ambten en voorrechten,
ik mag zeggen, dat ik Spanje regeer. De fortuin kan mij niets verder
schenken, maar ik wil die beveiligen voor de stormen, die het zouden
kunnen bedreigen en het is daarom, dat ik als mijn opvolger aan het
ministerie zou willen hebben mijn neef, den graaf de Lemos. Ik merk
wel, Santillano, dat ge u verwondert. Het schijnt u vreemd, dat ik
aan mijn neef de voorkeur geef boven mijn eigen zoon, den hertog
d'Uzède. Maar het verstand van den laatste acht ik te bekrompen, om
mijn betrekking te vervullen en bovendien zijn we elkaar vijandig
gezind. Hij heeft namelijk het geheim gevonden, om den koning te
behagen, die van hem zijn gunsteling wil maken en dat kan ik niet
dulden. De gunst van een vorst gelijkt op het bezit van een vrouw,
die men aanbidt. Het is een geluk, waardoor men jaloersch wordt,
wijl men niet besluiten kan met een ander te deelen, al is men ook
nog zoo nauw door banden van het bloed of door vriendschap verbonden.
Ik deel u hier mijn geheimste gedachten mee. Reeds heb ik getracht
Uzède bij den koning in een minder gunstig daglicht te stellen, maar
het is mij niet gelukt en nu wil ik probeeren het over een anderen
boeg te gooien. Ik wil, dat de graaf de Lemos van zijn kant tracht
het vertrouwen te winnen van den kroonprins. Hij is diens kamerheer
en heeft gelegenheid hem ieder oogenblik te spreken. Door die tactiek
zal ik mijn neef tegenover mijn zoon stellen. Ik zal tusschen de twee
neven een verdeeldheid in het leven roepen, die hen zal verplichten hun
steun bij mij te zoeken en de behoefte die ze aan mij zullen hebben,
zal hen aan mij onderworpen maken.
Ziedaar mijn plan en daarbij heb ik uw tusschenkomst noodig. In het
geheim zal ik u zenden naar den graaf de Lemos, die mij alles zal
mededeelen, wat ik noodig heb te weten."
Na die mededeeling, die ik beschouwde als contant geld, had ik
geen onrust meer. Ik dacht, dat er een regen van goud op mij zou
neerdalen. Het is onmogelijk, dat de vertrouweling van een man, die
het koninkrijk Spanje regeert, niet in korten tijd wordt overladen
met rijkdommen. Vol van die zoete hoop, keek ik met een onverschillig
gezicht naar mijn arme beurs, die bijna leeg was.