Hij verneemt, dat er aan zijn betrekking ook onaangenaamheden zijn
verbonden. Van de onrust, die hem deze tijding gaf en de houding,
die hij verplicht was aan te nemen.
Ik zorgde ervoor, dat de restaurateur dadelijk wist, dat ik een van
de secretarissen was van den eersten minister.
Op twintig passen afstands was er een hotel, waar meestal vreemde
heeren logeerden, ik huurde een mooie gemeubileerde kamer en betaalde
een maand vooruit.
Daarna ging ik weer aan mijn werk. Naast mijn kabinet was een kamer,
waarin twee secretarissen zaten, die alles in het net moesten
overschrijven, wat de minister hun te copieeren bracht. Ik maakte
kennis met hen en om op een vriendschappelijken voet te komen,
noodigde ik hen 's avonds uit om met mij te soupeeren. Ik bestelde
bij mijn restaurateur de beste schotels en den fijnsten wijn.
Wij gingen aan tafel en het gesprek was meer vroolijk dan geestig,
want het bleek mij al spoedig, dat mijn collega's hunne plaatsen niet
te danken hadden aan hun groot verstand en dat ze weinig anders kenden
dan mooie ronde letters schrijven.
Uit hun gesprekken bleek mij overigens, dat zij er niet zulk een
groote eer in stelden in dienst te zijn van den eersten minister. Zij
beklaagden zich over hun positie. De een zei: "'t Is nu al vijf maanden
dat ik werk, zonder eenig salaris te hebben ontvangen en wat erger is,
onze salarissen zijn niet geregeld." De ander voegde er aan toe: "Wat
mij betreft, zou ik wel ergens anders een betrekking willen zoeken,
maar ik durf niet weg te loopen, noch mijn ontslag te vragen, want
na alle geheimen, die ik heb overgeschreven, zou men mij wel eens
naar een of andere gevangenis kunnen sturen."
"Maar hoe kunt ge dan leven?" vroeg ik.
Ze antwoordden mij, dat ze, gelukkig voor hen, hun intrek hadden
genomen bij een eerlijke weduwe, die hun kost en inwoning op crediet
gaf en niet meer dan honderd pistolen per jaar daarvoor rekende.
Al mijn verwachtingen waren door die mededeelingen als rook
verdwenen. Ik had geen reden om te denken, dat men mij op andere
wijze zou behandelen dan mijn collega's en was dus weinig ingenomen
met mijn betrekking, die heel wat minder soliede was, dan ik mij had
voorgesteld en ik besloot om zeer zuinig te zijn. Het speet mij al,
dat ik die heeren had meegenomen, om op mijn kosten te eten.
Daar ik hun niets meer te drinken aanbood, scheidden wij. Zij gingen
naar hun weduwe en ik naar mijn mooie kamer, die ik, zeer tot mijn
leedwezen, had gehuurd en aan het einde van de maand weer hoopte te
verlaten. Al lag ik in een heel mooi bed, ik kon 's nachts maar weinig
slapen. Ik dacht aan den raad van Monteser en besloot mij te wenden
tot don Rodrigo de Calderone. Daar ik gevoelde dat ik hem noodig had,
was ik juist in de stemming om voor dien trotschen heer te verschijnen.
Zijn woning grensde aan die van den minister en geleek die,
wat weelderige inrichting aanging. Men had moeite onderscheid
te vinden tusschen de meubelen van den meester en die van zijn
ondergeschikte. Ik liet mij aandienen als de opvolger van don Valerio,
wat niet verhinderde, dat ik meer dan een uur in een zijkamer moest
wachten. Eindelijk werd ik toegelaten. Noch voor den aartsbisschop van
Granada, noch voor graaf Galiano, noch zelfs voor den eersten minister
was ik zóó eerbiedig verschenen, als voor den heer Calderone. Ik boog
zoo diep mogelijk en vroeg hem zijn protectie in woorden, die ik mij
later niet zonder schaamte herinnerde, zoo onderdanig waren ze geweest.
Op een minder trotschen man zouden ze een onaangenamen indruk
hebben gemaakt, maar hem waren ze welgevallig. Hij zei mij, tamelijk
vriendelijk, dat hij geen gelegenheid voorbij zou laten gaan om mij te
helpen. Na dien onwaardigen stap ging ik weer naar mijn bureau en begon
aan mijn werk. De minister kwam dat weer zien, betuigde mij opnieuw
zijn tevredenheid en sprak eenigen tijd met mij. Zijne zachtheid en
welwillendheid deden mij aangenaam aan. Welk een verschil tusschen
hem en Calderone!
Ik ging dien middag naar een goedkoope restauratie en besloot daar
iederen dag incognito te gaan eten. Ik had nog geld om drie maanden
te leven en indien men mij na afloop van dien tijd geen salaris gaf,
besloot ik het hof te verlaten. De eerste twee maanden deed ik zooveel
mogelijk mijn best om Calderone te bevallen. Maar ik zag zoo weinig
resultaat van alles wat ik deed, dat ik ten zijnen opzichte van gedrag
besloot te veranderen. Dus bepaalde ik mij er toe, om te profiteeren
van de oogenblikken, dat de minister zich met mij onderhield.