HOOFDSTUK XI

Van het nieuws, dat Gil Blas vernam, en dat voor hem was als een

bliksemslag.

Ik ging eten in mijn restauratie, waar ik twee heeren ontmoette,

met wie ik mij aangenaam onderhield tot het tijd was, om naar den

schouwburg te gaan. Hoewel ik alle redenen had voor een opgewekte

stemming, voelde ik mij toch gedrukt en ik kon mij daartegen niet

verzetten.

Laat men toch nooit zeggen, dat wij geen voorgevoel kunnen hebben

van de ongelukken, die ons dreigen!

Toen ik den foyer binnenkwam, riep Melchior Zapata mij. Hij bracht

mij in een afzonderlijk kamertje en zei: "Mijnheer, ik acht het mijn

plicht u een zeer gewichtigen raad te geven. Ge weet, dat de markies

de Marialva eerst verliefd was op Narcissa, mijn echtgenoote, maar dat

Estelle hem tot zich wist te trekken. Ge kunt wel begrijpen, dat een

actrice zulk een prooi niet zonder spijt verliest. Mijn vrouw zocht

dan ook naar middelen, om zich te wreken en ongelukkig voor u heeft

ze nu een goede gelegenheid. Ge herinnert u, dat we gisteren allen

kwamen toeloopen om u te zien. Welnu, de onder-kaarsensnuiter kent u

en zegt, dat het niet waar is, dat ge de broeder van Estelle zijt. Dat

gerucht is gisteren Narcissa ter oore gekomen, die dadelijk den man

nader heeft ondervraagd. Hij zegt, dat hij u gekend heeft toen ge de

bediende bij Arsénia waart en dat Estelle onder den naam van Laura daar

ook in dienst was. Indien ge werkelijk de broer van Estelle niet zijt,

dan raad ik u als vriend aan, om voor uw veiligheid te zorgen. Mijn

vrouw, die zeer verheugd is over die ontdekking, heeft het plan haar

mee te deelen aan den markies, die vanavond in den schouwburg komt. Ze

vraagt echter slechts één slachtoffer en heeft mij toegestaan u te

waarschuwen, zoodat ge door te vluchten een ongeluk kunt voorkomen."

De man zag wel aan mijn verschrikt gezicht, dat er geen reden bestond

om de waarheid van de woorden van den kaarsensnuiter in twijfel te

trekken. Ik bedankte hem voor zijn waarschuwing en besloot zijn raad

op te volgen. Ik ging niet naar Laura, omdat ik begreep, dat zij

actrice genoeg was om zich uit die moeilijkheid te redden, maar dat

het voor mij in ieder geval verkeerd zou afloopen. In een oogenblik

had ik mijn koffer uit huis gehaald en naar een koetsier gebracht,

die den volgenden morgen om drie uur naar Tolédo zou vertrekken. Ik

wenschte, dat ik reeds bij den graaf de Polan was, wiens huis de eenig

veilige schuilplaats voor mij scheen. Maar ik was zoo ver nog niet

en kon er niet anders dan met schrik aan denken, dat ik nog zoolang

in een stad moest blijven, waar ik vreesde, dat men mij dadelijk was

gaan zoeken. Ik durfde nauwelijks te gaan soupeeren en onderzocht met

verschrikte blikken alle personen, die de zaal binnenkwamen. Daarna

ging ik naar den koetsier en wierp mij tot het uur van vertrek op

het stroo.

Mijn geduld werd op een zware proef gesteld; duizend onaangename

gedachten kwamen in mij op. Wanneer ik een oogenblik insliep, zag ik

den markies de schoone Laura vermoorden en hem alles vernielen, of

wel ik hoorde, dat hij zijn knechts last gaf mij met stokken dood te

slaan. Ik werd met een schok wakker en hoewel dat anders heerlijk is

na een benauwden droom, was het nu nog afschuwelijker dan de droom

zelf. Gelukkig kwam de koetsier mij eindelijk waarschuwen, dat hij

klaar was.

Naarmate wij ons van Granada verwijderden, werd mijn geest rustiger. Ik

begon gesprekken met den koetsier en lachte om de verhalen, die hij

mij deed.

Na een reis van drie dagen kwamen wij in Tolédo aan. Mijn eerste zorg

was, om te informeeren naar het huis van den graaf de Polan, bij wien

ik ongetwijfeld welkom zou zijn. Maar ongelukkigerwijs vertelde de

concierge mij, dat zijn meester den vorigen avond op reis was gegaan

naar het kasteel de Leyva, nadat men hem had bericht, dat Séraphine

gevaarlijk ziek was.

Wat moest ik toen verder in Tolédo doen? Daar ik zoo dicht bij Madrid

was, besloot ik daarheen te gaan. Misschien kon ik wel een betrekking

krijgen aan het hof; ik had wel eens hooren zeggen, dat men geen

buitengewoon begaafd mensch behoefde te zijn, om daar vooruit te komen.

De fortuin geleidde mij en deed mij een grooter rol spelen, dan ik

tot nu toe had gedaan.

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 2 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 21 / 98 题