Van de opdracht, die de markies de Marialva aan Gil Blas gaf en hoe
deze trouwe secretaris zich daarvan kweet.
De markies was nog niet van zijn actrice terug en ik vond in zijn
vertrek zijn bedienden, die kaartspeelden in afwachting van zijn
thuiskomst. Ik maakte kennis met hen en wij amuseerden ons, tot
hij omstreeks twee uur na middernacht verscheen. Hij was een weinig
verrast en zei met een uitdrukking van welwillendheid, waaruit ik
afleidde, dat hij tevreden was over den avond, dien hij had gehad:
"Hoe, Gil Blas, zijt ge nog niet naar bed?" Ik antwoordde, dat ik
gewacht had, om te vernemen of hij mij misschien nog iets te bevelen
had. Hij antwoordde mij, dat hij den volgenden morgen iets voor mij
te doen had, maar dat ik in het vervolg 's avonds niet op hem behoefde
te wachten, hetgeen mij genoegen deed.
Daarna ging ik naar bed. Maar ik kon niet slapen en herinnerde mij
daarom den raad, welken Pythagoras geeft, om 's avonds alles te
herinneren wat wij gedurende dien dag hebben gedaan, onszelf te
prijzen om de goede en te laken om de slechte daden.
Ik voelde mijn geweten niet zuiver genoeg, om over mijzelf tevreden
te zijn, want ik verweet mij, wat er bij Laura was gebeurd. Wel kon
ik zeggen, dat ik toch moeilijk een meisje kon logenstraffen, dat
alleen zoo gehandeld had, om mij genoegen te doen en dat ik dus in
de noodzakelijkheid verkeerde om haar medeplichtige te worden, maar
die verontschuldiging stelde mij niet gerust. Het vertrouwen van mijn
nieuwen meester vergold ik op die wijze al heel slecht en ik was het
met mijzelf eens, dat, zoo ik al geen schelm was, het toch heel weinig
scheelde. De gevolgen daarvan overwegende, meende ik een gevaarlijk
spel te spelen. Dat joeg mij schrik aan. Maar andere gedachten kwamen
dien schrik weer verdrijven. Bovendien kon de voorspelling van den
man met het elixer voldoende zijn om mij gerust te stellen. Allerlei
aangename beelden vertoonden zich aan mij. Ik rekende uit hoeveel
ik na zes jaren dienst aan salaris zou hebben overgehouden, voegde
daarbij de gratificaties, waarmee mijn meester wel mild zou zijn en
kwam zoo tot een heel fortuin. Onder het bouwen van die luchtkasteelen
viel ik in slaap.
Ik stond den volgenden morgen om acht uur op en wilde de orders van
mijn meester gaan ontvangen; maar toen ik mijn deur opende zag ik
hem tot mijn verwondering voor mij staan. Hij zei: "Gil Blas, toen ik
gisteravond uw zuster verliet, beloofde ik haar vanmorgen bij haar te
komen, maar er is iets tusschenbeide gekomen, waardoor ik mijn woord
niet kan houden. Ga haar dus zeggen, dat ik tot mijn spijt verhinderd
ben, maar dat ik vanavond bij haar kom soupeeren. Dat is niet alles,"
bij die laatste woorden gaf hij mij een leeren doosje, bezet met
diamanten en een beurs, "breng haar mijn portret; en die beurs, waarin
vijftig pistolen zijn, is voor u als een bewijs van vriendschap."
Zeer verheugd ging ik naar Laura en zei tot mijzelf: "De goede
voorspelling komt uit. Wat een geluk, de broer te zijn van zulk een
schoon en bekoorlijk meisje! 't Is jammer, dat er niet evenveel eer
aan verbonden is als voordeel."
Laura had, in tegenstelling met andere personen van haar beroep,
de gewoonte om 's morgens vroeg op te staan. Ik verraste haar
bij haar toilet, waarbij ze in afwachting van haren Portugees,
bij hare natuurlijke bekoorlijkheden, ook nog die van de kunst
voegde. "Beminnelijke Estelle, mijn meester zal niet het genoegen
hebben u dezen morgen te zien, zooals hij met u had afgesproken. Hij
is verhinderd, maar komt vanavond bij u soupeeren. Hij zendt u zijn
portret, met iets dat u nog wel meer zal troosten."
Ik gaf haar het doosje, en de diamanten, waarmee het versierd
was, bevielen haar buitengewoon. Glimlachend zei ze: "Dat zijn nu
contrefeitsels waarvan de dames van het tooneel meer houden, dan van
het origineel."
Vervolgens zei ik haar, dat ik een beurs had gekregen met vijftig
pistolen. "Ik maak je er mijn compliment over," zei ze, "die man
begint met iets, waarmee de anderen nog maar zelden eindigen!"
"'t Is aan mijn aanbiddelijke zuster, dat ik dit cadeau te danken heb;
de markies heeft het mij alleen om de familierelatie gegeven."
"Ik zou wel willen," hernam ze, "dat hij iederen dag zoo iets deed. Ik
kan je niet zeggen, hoe dierbaar je me bent. Van het eerste oogenblik
af, dat ik je gezien heb, hechtte ik mij zoo sterk aan je. Toen je
mij te Madrid verliet, wanhoopte ik er niet aan, je terug te zien
en toen ik je gisteren terugzag, heb ik je ontvangen als een man,
dien de Hemel naar mij toezond. In één woord, mijn vriend, wij zijn
voor elkaar bestemd. Ge zult mijn man zijn, maar eerst moeten wij
rijk wezen. De voorzichtigheid gebiedt, dat wij daarmee beginnen. Ik
wil nog drie of vier galante avonturen hebben, om je een gemakkelijk
leven te bezorgen."
Vriendelijk dankte ik haar voor de moeite, die zij zich voor mij
wilde geven en wij bleven tot den middag bij elkaar. Toen ging ik
heen, om mijn meester mee te deelen op welke wijze zij het cadeau had
ontvangen. Hoewel Laura mij niets daaromtrent had gezegd, stelde ik
onderweg een schoon compliment op, dat ik mij voornam namens haar te
zeggen. Maar het was verloren moeite, want toen ik thuis kwam, zei
men mij, dat de markies was uitgegaan. Het was besloten, dat ik hem
niet weer zou zien, zooals men uit het volgende hoofdstuk zal vernemen.