HOOFDSTUK X

Van de opdracht, die de markies de Marialva aan Gil Blas gaf en hoe

deze trouwe secretaris zich daarvan kweet.

De markies was nog niet van zijn actrice terug en ik vond in zijn

vertrek zijn bedienden, die kaartspeelden in afwachting van zijn

thuiskomst. Ik maakte kennis met hen en wij amuseerden ons, tot

hij omstreeks twee uur na middernacht verscheen. Hij was een weinig

verrast en zei met een uitdrukking van welwillendheid, waaruit ik

afleidde, dat hij tevreden was over den avond, dien hij had gehad:

"Hoe, Gil Blas, zijt ge nog niet naar bed?" Ik antwoordde, dat ik

gewacht had, om te vernemen of hij mij misschien nog iets te bevelen

had. Hij antwoordde mij, dat hij den volgenden morgen iets voor mij

te doen had, maar dat ik in het vervolg 's avonds niet op hem behoefde

te wachten, hetgeen mij genoegen deed.

Daarna ging ik naar bed. Maar ik kon niet slapen en herinnerde mij

daarom den raad, welken Pythagoras geeft, om 's avonds alles te

herinneren wat wij gedurende dien dag hebben gedaan, onszelf te

prijzen om de goede en te laken om de slechte daden.

Ik voelde mijn geweten niet zuiver genoeg, om over mijzelf tevreden

te zijn, want ik verweet mij, wat er bij Laura was gebeurd. Wel kon

ik zeggen, dat ik toch moeilijk een meisje kon logenstraffen, dat

alleen zoo gehandeld had, om mij genoegen te doen en dat ik dus in

de noodzakelijkheid verkeerde om haar medeplichtige te worden, maar

die verontschuldiging stelde mij niet gerust. Het vertrouwen van mijn

nieuwen meester vergold ik op die wijze al heel slecht en ik was het

met mijzelf eens, dat, zoo ik al geen schelm was, het toch heel weinig

scheelde. De gevolgen daarvan overwegende, meende ik een gevaarlijk

spel te spelen. Dat joeg mij schrik aan. Maar andere gedachten kwamen

dien schrik weer verdrijven. Bovendien kon de voorspelling van den

man met het elixer voldoende zijn om mij gerust te stellen. Allerlei

aangename beelden vertoonden zich aan mij. Ik rekende uit hoeveel

ik na zes jaren dienst aan salaris zou hebben overgehouden, voegde

daarbij de gratificaties, waarmee mijn meester wel mild zou zijn en

kwam zoo tot een heel fortuin. Onder het bouwen van die luchtkasteelen

viel ik in slaap.

Ik stond den volgenden morgen om acht uur op en wilde de orders van

mijn meester gaan ontvangen; maar toen ik mijn deur opende zag ik

hem tot mijn verwondering voor mij staan. Hij zei: "Gil Blas, toen ik

gisteravond uw zuster verliet, beloofde ik haar vanmorgen bij haar te

komen, maar er is iets tusschenbeide gekomen, waardoor ik mijn woord

niet kan houden. Ga haar dus zeggen, dat ik tot mijn spijt verhinderd

ben, maar dat ik vanavond bij haar kom soupeeren. Dat is niet alles,"

bij die laatste woorden gaf hij mij een leeren doosje, bezet met

diamanten en een beurs, "breng haar mijn portret; en die beurs, waarin

vijftig pistolen zijn, is voor u als een bewijs van vriendschap."

Zeer verheugd ging ik naar Laura en zei tot mijzelf: "De goede

voorspelling komt uit. Wat een geluk, de broer te zijn van zulk een

schoon en bekoorlijk meisje! 't Is jammer, dat er niet evenveel eer

aan verbonden is als voordeel."

Laura had, in tegenstelling met andere personen van haar beroep,

de gewoonte om 's morgens vroeg op te staan. Ik verraste haar

bij haar toilet, waarbij ze in afwachting van haren Portugees,

bij hare natuurlijke bekoorlijkheden, ook nog die van de kunst

voegde. "Beminnelijke Estelle, mijn meester zal niet het genoegen

hebben u dezen morgen te zien, zooals hij met u had afgesproken. Hij

is verhinderd, maar komt vanavond bij u soupeeren. Hij zendt u zijn

portret, met iets dat u nog wel meer zal troosten."

Ik gaf haar het doosje, en de diamanten, waarmee het versierd

was, bevielen haar buitengewoon. Glimlachend zei ze: "Dat zijn nu

contrefeitsels waarvan de dames van het tooneel meer houden, dan van

het origineel."

Vervolgens zei ik haar, dat ik een beurs had gekregen met vijftig

pistolen. "Ik maak je er mijn compliment over," zei ze, "die man

begint met iets, waarmee de anderen nog maar zelden eindigen!"

"'t Is aan mijn aanbiddelijke zuster, dat ik dit cadeau te danken heb;

de markies heeft het mij alleen om de familierelatie gegeven."

"Ik zou wel willen," hernam ze, "dat hij iederen dag zoo iets deed. Ik

kan je niet zeggen, hoe dierbaar je me bent. Van het eerste oogenblik

af, dat ik je gezien heb, hechtte ik mij zoo sterk aan je. Toen je

mij te Madrid verliet, wanhoopte ik er niet aan, je terug te zien

en toen ik je gisteren terugzag, heb ik je ontvangen als een man,

dien de Hemel naar mij toezond. In één woord, mijn vriend, wij zijn

voor elkaar bestemd. Ge zult mijn man zijn, maar eerst moeten wij

rijk wezen. De voorzichtigheid gebiedt, dat wij daarmee beginnen. Ik

wil nog drie of vier galante avonturen hebben, om je een gemakkelijk

leven te bezorgen."

Vriendelijk dankte ik haar voor de moeite, die zij zich voor mij

wilde geven en wij bleven tot den middag bij elkaar. Toen ging ik

heen, om mijn meester mee te deelen op welke wijze zij het cadeau had

ontvangen. Hoewel Laura mij niets daaromtrent had gezegd, stelde ik

onderweg een schoon compliment op, dat ik mij voornam namens haar te

zeggen. Maar het was verloren moeite, want toen ik thuis kwam, zei

men mij, dat de markies was uitgegaan. Het was besloten, dat ik hem

niet weer zou zien, zooals men uit het volgende hoofdstuk zal vernemen.

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 2 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 20 / 98 题