HOOFDSTUK IX

Met welken buitengewonen man hij dien avond soupeerde en wat er

tusschen hen voorviel.

In de zaal bemerkte ik een soort van ouden monnik, die alleen in

een hoek soupeerde. Uit nieuwsgierigheid ging ik tegenover hem

zitten, ik groette hem zeer beleefd en hij beantwoordde mijn groet

op dezelfde wijze. Men bracht mij mijn eten, waaraan ik met veel

eetlust begon. Intusschen bemerkte ik, dat de oogen van den ouden man

voortdurend op mij gericht waren. Daar mij dat begon te vervelen,

zei ik: "Vader, kunnen wij elkaar misschien elders reeds hebben

ontmoet? U ziet mij aan, als een man, dien u niet geheel onbekend is."

Hij antwoordde mij ernstig: "Indien ik mijn blikken op u laat rusten,

dan is het om de groote verscheidenheid van avonturen te bewonderen,

die aangegeven zijn in de trekken van uw gezicht." "Daaruit maak ik

op, dat ge aan gelaatkunde doet," zei ik lachend.

"Ik kan zeggen, dat ik die kennis bezit," zei de monnik, "en daaruit

voorspellingen te hebben gedaan, die in de toekomst bewaarheid zijn

geworden. Ook kan ik voorspellen uit de hand en ik durf zeggen, dat

mijn uitspraken onfeilbaar zijn, wanneer ik de inspectie van de hand

vergeleken heb met die van het gezicht."

Hoewel de grijsaard er allen schijn van had, een verstandig man

te zijn, vond ik hem zóó gek, dat ik niet kon nalaten hem in zijn

gezicht uit te lachen. Inplaats van zich beleedigd te gevoelen door

mijn onbeleefdheid, glimlachte hij en zei, na de zaal te hebben

rondgekeken om zich te overtuigen dat niemand ons beluisterde: "Ik

verwonder mij er niet over u zoo vooringenomen te zien tegen twee

wetenschappen, die heden ten dage voor dwaasheid doorgaan; de lange

en moeilijke studie, welke ze eischen, ontmoedigen alle geleerden,

die er dan van afzien en ze veroordeelen, omdat zij ze niet onder de

knie hebben kunnen krijgen. Wat mij betreft, ik heb mij niet laten

afschrikken door al die moeilijkheden. Ook heb ik lang de scheikunde

bestudeerd en de kunst om van andere metalen goud te maken. Maar ik

onderstel, dat ik spreek tot een jongeman, wien dat alles slechts

droombeelden toeschijnen. Een bewijs van mijn kennis zal uw oordeel

gunstiger daarover stemmen." Bij die woorden haalde hij een flesch

uit zijn zak, gevuld met een roode vloeistof. "Hier is een elixer,

dat ik bereid heb uit verschillende planten. Ge zult er de kracht van

bespeuren. De wijn, dien wij bij ons eten drinken, is zeer slecht, ik

zal dien uitstekend maken." Hij goot een paar druppels in mijn flesch

en die maakte werkelijk mijn wijn beter dan de heerlijkste, dien men

in Spanje drinkt. Een wonder werkt altijd op de verbeelding en als

die eenmaal gewonnen is, gebruikt men zijn gezond verstand niet meer.

Vol bewondering riep ik uit: "O vader, vergeef mij, dat ik u in

het begin voor een ouden gek heb gehouden. Ik laat u nu alle recht

wedervaren en behoef het niet eerst te zien om ervan overtuigd

te zijn, dat ge, zoo ge wilt, een stuk ijzer in een stuk baar

goud kunt veranderen! Wat zou ik gelukkig zijn, indien ik die zoo

bewonderenswaardige wetenschap bezat!"

De grijsaard slaakte een zucht en zei: "Dat de hemel u ervoor beware,

mijn zoon. Ge weet niet, wat ge wenscht. Inplaats van mij te benijden,

moet ge mij beklagen, dat ik mij zooveel moeite heb gegeven, om mijzelf

ongelukkig te maken. Altijd ben ik in onrust, ik vrees ontdekt te

worden en dat een eeuwigdurende gevangenschap het loon zal zijn voor al

mijn werken. Daarom leid ik een zwervend leven, nu eens verkleed als

priester of monnik, dan weer als edelman of boer. Is het een voordeel

tot dien prijs goud te kunnen maken en zijn rijkdommen niet een ware

marteling voor personen, die er niet rustig van kunnen genieten?"

Ik antwoordde den ouden wijsgeer, dat ik zeer verstandig vond wat hij

zei, maar dat ik toch gaarne mijn toekomstig lot van hem zou vernemen.

"Met genoegen, mijn zoon, uw gelaatstrekken heb ik reeds bestudeerd,

laat mij nu ook uw hand zien!" Ik bood hem die aan met een vertrouwen,

dat mij zeker zal doen dalen in de achting van sommige lezers,

hoewel ze in mijn plaats het misschien eveneens zouden hebben

gedaan. Met zorgvuldigheid bekeek hij mijn hand en zei vervolgens:

"Welk een overgangen van smart in vreugd en van vreugde in smart! Wat

een grillige opeenvolging van tegenspoed en geluk! Maar ge hebt reeds

een groot gedeelte van die veranderingen der fortuin ondervonden. Er

blijft u nog maar weinig tegenspoed om te bestrijden en door een groot

heer zult ge een aangenaam lot krijgen, dat niet meer aan verandering

onderhevig is!"

Na me verzekerd te hebben, dat ik op die voorspelling kon rekenen,

verliet hij de zaal, mij achterlatende in gepeins over hetgeen ik

had gehoord. Ik twijfelde er niet aan, of markies de Marialva was

die bedoelde heer en bijgevolg scheen mij niets meer mogelijk dan de

vervulling van zijn uitspraak. Maar zelfs al had ik niet de minste

waarschijnlijkheid kunnen ontdekken, zou ik toch den monnik volkomen

geloofd hebben, zóó'n grooten indruk had hij met zijn elixer op mij

gemaakt. Om van mijn kant dat geluk te bevorderen, besloot ik mij aan

den markies meer te hechten dan aan een van mijn vorige meesters. Na

dit besluit te hebben genomen, ging ik vroolijk naar huis terug. Nooit

heeft een vrouw zoo tevreden een waarzegster verlaten.

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 2 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 19 / 98 题