22 Januari.

Lieve Judy,

Deze brief heeft niets te te maken met het John Grier Home. Het gaat

hierbij alleen om Sallie McBride.

Herinner je je, dat wij het laatste universiteitsjaar de brieven van

Huxley hebben gelezen? In dat boek staat een zin, die sedert steeds

in mijn geheugen is gebleven: "Er is in ieders leven een Kaap Hoorn,

waarbij iemand het gevaar overwint of ondergaat". Dat is afgrijselijk

waar en het verdrietige is, dat je je Kaap Hoorn niet altijd kunt

herkennen als je haar ziet. Je moet soms in zwaren mist zeilen en

vóór je het weet, ga je onder.

Ik heb in de laatste dagen gemerkt, dat ik de Kaap Hoorn van mijn

eigen leven had ontdekt. Ik begon mijn verloving met Gordon eerlijk

en vol hoop, maar langzamerhand ben ik hoe langer hoe meer

wantrouwend geworden, wat het eind van het liedje betrof. Het meisje

waarop hij verliefd is, is niet de IK, die ik wil zijn, maar de IK,

die ik dit jaar heb trachten te verdrijven en ik weet niet zeker, of

ze ooit werkelijk heeft bestaan. Gordon verbeeldt zich dat ze

bestaat. In elk geval is ze er nu niet meer en de eenige goede en

faire oplossing voor hem en voor mij was, om onze verbintenis te

verbreken.

Er bestaat nu niet langer een band tusschen ons tweeën. Wij zijn

slechts vrienden. En nog steeds begrijpt hij mij niet. Hij meent dat

als ik slechts belang in zijn leven zou stellen, wij beiden gelukkig

konden zijn. Natuurlijk stel ik belang in hem als hij bij mij is. Ik

spreek over dingen waarover hij graag hoort spreken, en hij vermoedt

niet dat een groot deel van mijn wezen (het grootste deel van mijn

zijn) hem op geen enkel punt ontmoet. Ik speel een beetje remedie als

ik bij hem ben. Ik ben dan niet mijzelf en als ik dagelijks met hem

zou moeten omgaan, zou ik altijd moeten blijven comedie spelen. Hij

verwacht van mij dat ik zijn gezicht zal bestudeeren en zal lachen

wanneer hij lacht en mijn wenkbrauwen fronsen wanneer hij hiervoor

het sein geeft en hij begrijpt maar niet, dat ik evengoed als hij een

persoonlijkheid ben.

Ik kan mij in de wereld bewegen. Ik kleed mij goed, ik kan goed

toehooren en ook goed zelf praten, dus zou ik een ideaal huisvrouw

voor een politicus zijn. En daarom houdt hij van mij.

In elk geval zag ik plotseling met afschrikwekkende duidelijkheid,

dat ik, als ik zoo doorging, een paar jaar later in hetzelfde geval

zou verkeeren als Helen Brooks nu. Zij is voor mij een veel beter

voorbeeld van het huwelijksleven dan jij, lieve Judy. Ik geloof dat

zulke menschen als jij en Jervis gevaarlijk zijn voor de samenleving.

Jullie zien er zoo gelukkig en tevreden uit, dat je er een

onschuldige toeschouwster toe brengt om weg te rennen en den eersten

den besten man op te pikken, die zich voordoet. En dat is dan altijd

de verkeerde man.

Nu hebben Gordon en ik voor het laatst en definitief gekibbeld. Ik

zou graag in vrede van hem gescheiden zijn, maar in verband met zijn

temperament (en ik moet toegeven, het mijne ook) hadden wij een

groote vulkanische uitbarsting. Hij kwam hier gistermiddag nadat ik

hem had geschreven niet te komen en wij wandelden over Knowltop drie

en een half uur heen en weer over den winderigen moerasgrond en

legden daarbij ons wezen tot de diepst verborgen plekjes bloot.

Niemand kan ooit zeggen dat die breuk door het elkaar niet kennen

ontstond.

Het eindigde met Gordons afscheid. Toen ik hem zag heengaan en achter

de heuvels verdwijnen en tot de ontdekking kwam, dat ik vrij en

alleen was, mijn eigen meesteres, o Judy toen voelde ik me ook

goddelijk verlicht en gelukkig! Ik kan je dat niet zeggen! Ik geloof

niet dat een gelukkig getrouwde vrouw ooit zal begrijpen hoe

verrukkelijk _alleen_ ik toen was. Ik wilde mijn armen uitbreiden en

de heerlijke wijde wereld omhelzen, die mij nu plotseling

toebehoorde. O, het is zoo'n heerlijke verlossing, dat dat nu

eindelijk geregeld is! Ik ontdekte de waarheid op dien nacht toen de

brand uitbrak en toen ik een nieuw John Grier huis zag verrijzen,

waarin mijn plaats niet meer zou wezen. Een vreeselijke afgunst

knaagde aan mijn hart. Ik kon het niet meester worden. En gedurende

die vreeselijke oogenblikken, toen ik dacht dat we onzen dokter

hadden verloren, zag ik wat zijn leven beteekende en hoe veel meer

waarde dat leven had dan dat van Gordon en ik wist toen, dat ik den

dokter niet alleen kon laten. Ik moest hier blijven om alle plannen

uit te voeren, die wij samen hadden opgemaakt.

Het lijkt dat ik je niets dan een woordenvloed schrijf, maar ik ben

zoo vol van overstelpend enthousiasme! Ik zou willen spreken en

spreken, alleen om mijn hart uit te kunnen storten. En ik stond daar

alleen in het schemerlicht van dien winterdag en haalde diep adem en

voelde me zoo heerlijk, zoo goddelijk vrij, en toen holde ik de

heuvels af en liep al zingend door het land. Eigenlijk is het

schandelijk, als je bedenkt dat ik met een gebroken hart naar huis

behoorde te keeren. Ik dacht geen oogenblik aan dien armen Gordon,

die diep bedroefd naar het station stapte.

Toen ik het huis binnentrad, werd ik door de vroolijke stemmetjes van

de kinderen begroet, die op hun avondeten wachtten. Dat waren mijn

kinderen en in een plotselinge ontroering trek ik de drie, die het

dichtst bij mij stonden, naar mij toe en drukte ze aan mijn hart.

Plotseling was er zoo'n nieuw leven voor mij open gegaan, alsof ik

uit de gevangenis trad en mij vrij wist. Ik had het gevoel

alsof... neen, ik zal zwijgen, ik wenschte, dat je de heele

waarheid kon weten. Laat Jervis dezen brief vooral niet lezen, maar

zeg hem op kalme wijze wat er eigenlijk in staat.

Het is nu middernacht en ik zal trachten in te slapen. Het is

heerlijk dat ik nu niet behoef te trouwen met iemand, met wien ik

niet wil trouwen. Ik ben blij dat de kinderen me noodig hebben en dat

Helen Brooks hier is en ik ben ook blij, dat die brand is

uitgebroken. O, ik ben met alles zoo blij en ook met den brand,

waardoor ik het gevaar kon inzien. In mijn familie is tot heden nog

nooit een scheiding voorgekomen en ze zouden het vreeselijk vinden

als daarop een uitzondering werd gemaakt.

Ik weet dat ik afschuwelijk egoïst ben. Ik behoorde nu aan het

verdriet van dien armen Gordon te denken, maar heusch, ik moest

comedie spelen als ik zou willen voorgeven, dat ik daarover werkelijk

treurde. Hij zal wel iemand anders vinden met net zulk eigenaardig

haar als het mijne, die net zoo'n geschikte huisvrouw voor een

staatsman zou zijn en die niet behebt is met die verdoemde moderne

nonsens-ideeën over de politiek en rechten van den mensch en

eerlijkheids-begrippen en vrouwenvrijheid en den overigen onzin,

waarover de tegenwoordige generatie van vrouwen bij voorkeur gelieft

te raaskallen. (Ik haal slechts aan, waarbij ik de uitdrukkingen van

den teleurgestelden jongen man wat verzacht).

Nacht, lieve menschen. O, wat zou ik het heerlijk vinden om nu bij je

aan de baai te staan en over de blauwe, blauwe zee te staren.

Addio!

Sallie.

Het "John Grier Home" · 第 47 / 48 题