27 Januari.

Waarde Dr. MacRae,

Zou dit briefje u misschien in wakenden toestand aantreffen?

Wellicht weet u niet dat ik u viermaal heb opgezocht, om u op mijn

allerliefste wijze te bedanken en troost aan te bieden voor de

opgedane breuken. Het heeft mij waarlijk ontroerd toen ik hoorde, dat

Mrs. MacGurk den heelen dag in beslag wordt genomen door het aannemen

van bloemen en gelei en soepjes en gebraden duifjes, geschonken door

de bewonderende dames van deze streek aan den brommerigen held in het

gipsverband. Ik weet dat u een stevigen Zuidwester van meer waarde

acht dan een aureool, maar ik dacht werkelijk dat u mij nog een

beetje anders beoordeelde dan de bewuste hysterische dametjes. U en

ik waren vrienden (wel eens met ruzie-tusschenpoozen) en hoewel er

een paar bijzonderheden achter ons liggen, die beter niet in ons

leven hadden moeten voorkomen, zie ik niet in, dat wij daarom den

heelen omgang met elkaar zouden moeten afbreken. Kunnen wij niet zoo

verstandig zijn om het verleden als afgedaan te beschouwen?

De brand heeft te weeg gebracht dat zooveel menschen vriendelijkheid

aan den dag legden. Ik wenschte, dat dat ook bij u het geval was.

Sandy. Ja, ik ken mijn vriend door en door. Je mag voor de heele

wereld als brommerig en hard en onmenschelijk, als een SCHOT, je

voordoen, toch kun je mij niet voor den gek houden. Mijn in den

laatsten tijd zeer geoefend psychologisch oog heeft je gedurende tien

maanden bestudeerd en ik heb tot het diepste binnenkamertje van je

hart gekeken. Je bent zacht en vriendelijk en medelijdend en

verstandig en vergevingsgezind en groot in je denken en voelen. Dus

wees alsjeblieft ook de volgende keer, dat ik je kom opzoeken, te

spreken en wij zullen dan een geduchte operatie in den tijd, die

achter ons ligt, maken en vijf maanden amputeeren.

Herinner je je nog dien Zondagmiddag toen wij samen autoden en zoo'n

pret hadden? Wel, dat is nu gisteren geworden!

Sallie McBride.

P.S. Als ik me verneder om u nog eens op te zoeken, vernedert u u dan

dermate, dat u me ontvangen wilt, want ik verzeker u, dat ik het nu

voor de laatste maal beproef. Ook kunt u gerust zijn: ik zal niet in

tranen uitbarsten of pogingen doen om uw hand te kussen, zooals ik

vernam dat een adoreerende dame deed.

John Grier Home,

Donderdag.

Waarde vijand,

Nu ziet u dat ik u zeer goed gezind ben. Als ik u met MacRae

aanspreek, houd ik niet van u en als ik u als mijn vijand betitel,

doe ik het wel.

Sadie Kate bracht mij uw briefje en het is werkelijk zeer goed

geschreven, in aanmerking genomen dat het met uw linkerhand

geschiedde. Ik dacht op het eerste gezicht, dat het van Punch was!

U kunt me morgen om vier uur verwachten, maar zorg er voor dat u

wakker bent. Ik ben blij, dat u ook vindt, dat wij vrienden zijn.

Werkelijk, ik heb het gevoel alsof ik iets zeer kostbaars, dat ik

eerst door onachtzaamheid heb verloren, heb teruggewonnen.

S. McB.

P.S. Java vatte op den nacht van de brand kou en heeft nu kiespijn.

Hij zit met zijn hand onder zijn wang als een klein, ziek kindje, en

treurt.

Donderdag 29 Januari.

Lieve Judy,

Dat moeten tien vreeselijk slordige velletjes geweest zijn, die ik je

de vorige week zond. Heb je mijn bevel opgevolgd en mijn brief

verbrand? Ik zou het niet prettig vinden, die woeste uitingen

tusschen mijn correspondentie te houden. Ik weet dat mijn

gedachtengang zelfzuchtig, schandalig, ja, zelfs shocking is, maar je

kunt niet altijd voor je gevoel instaan. Meestal wordt verloofd-zijn

als een aangename emotie beschouwd, maar het haalt niet bij de

heerlijk ongedwongen vroolijkheid en vrijheid van het niet-verloofd

zijn. Ik verkeerde in de laatste maanden in een verbazend prikkelbare

stemming en nu is alles goddank in orde gekomen en niemand was ooit

gelukkiger met zijn ongehuwden staat dan ik nu.

Hoe langer hoe meer kom ik tot het inzicht, dat onze brand een goed

werk van de voorzienigheid was. Het was de juiste oplossing om een

nieuw John Grier Home op te richten. Wij hebben al stapels plannen

voor cottage-woningen. Ik houd het meest van grijs pleister, Betsy

neigt naar baksteen over en Percy houdt van huizen uit ruwe

boomstammen opgetrokken. Ik weet niet waaraan onze arme dokter de

voorkeur geeft. Olijfgroen met een pannen dak schijnt zijn

geliefkoosde woningstijl te zijn.

En wat zullen onze kinderen met tien afzonderlijke keukens prachtig

leeren koken! Ik kijk nu al naar tien lieve huismoedertjes uit, die

onze kinderen kookles kunnen geven. Eigenlijk zou ik er elf moeten

hebben, want een zal er voor Sandy moeten dienen. Hij heeft het zeker

net zoo hard als onze kinderen noodig om een beetje vertroeteld te

worden. Het lijkt me vreeselijk om elken dag weer thuis te komen in

een huis, waar een MacGurk resideert.

O, ik heb zoo het land aan die vrouw! Ze heeft me al vier keer heel

beslist verteld, dat de dokter sliep en niet gestoord wenschte te

worden. Ik heb hem nog niet te zien gekregen en ik ben er al toe

gekomen, om dat meubel heel beleefd naar den dokter te vragen. Maar

nu zal ik morgenmiddag vier uur eens afwachten.

[Illustratie]

Dan mag ik een half uur lang bij hem zijn. Hij zelf heeft dit uur met

mij afgesproken en als zij mij nu weer wil wijsmaken dat hij slaapt,

zal ik haar een vriendelijke duw geven en over haar heen stappen (ze

is erg dik en staat niet al te vast op haar beenen) en dan zet ik

mijn voet vast op haar buik, en zal ik mijn weg kalm vervolgen.

Luellen, de ex-chauffeur, kamermeisje en tuinier, is nu ook

gediplomeerd verpleegster. Ik ben erg benieuwd om te weten hoe hij er

in zijn wit schort, met het kapje op, uit zal zien.

Zoo juist is de mail gekomen, waaronder een brief van Mevrouw

Bretland, die erg blij is met de kinderen. Ze sluit hun eerste foto

in; alle drie in een alleraardigst wagentje. Clifford houdt heel

trotsch de teugels. Een Broom staat bij de poney. Hoe vindt je dat

voor drie kinderen uit het John Grier Home? Het is prachtig, als ik

aan de toekomst denk, die ze tegemoet gaan, maar toch ook een beetje

treurig, als je nagaat, dat die arme vader zich dood gewerkt heeft

voor die drie schapen en ze hem nu zoetjes aan vergeten. De Bretlands

zullen dit zooveel mogelijk in de hand werken. Ze zijn jaloersch van

elken invloed van buiten en willen niets liever dan dat de kinderen

absoluut van hen alleen zijn. Eigenlijk schijnt mij de natuurlijke

weg de beste. Iedere familie moest zijn eigen kinderen kunnen groot

brengen.

Vrijdag.

Vandaag heb ik den dokter gezien en gesproken. Hij geeft een

treurigen aanblik en lijkt wel een pakje verbandgoed in windsels.

Gelukkig wisten wij bij ons weerzien elk misverstand uit den weg te

ruimen. Is het niet wreed als je nagaat, dat twee menschelijke

wezens, beiden begaafd met een zeer goede bespraaktheid, het zoo

inrichten, dat de een zich voor den ander verstopt? Ik heb van zijn

houding absoluut niets begrepen en hij snapte mij niet. Zou die

grimmige terughoudendheid, waarin wij Noordelijke volkeren ons zoo

graag oefenen, wel de juiste zijn? Achteraf beschouwd voel ik nu meer

voor de zich in woorden luchtende gevoelens van Zuidelijke

volkstammen.

Maar Judy, nu moet ik je toch zoo iets droevigs vertellen. Herinner

je je nog, dat hij in het voorjaar dat zenuwziekengesticht bezocht en

daar toen dagen bleef en ik daarover zulke flauwe grapjes maakte? Hoe

heb ik dat ooit kunnen doen! Hij ging daarheen om bij de begrafenis

van zijn vrouw tegenwoordig te zijn. Zij stierf daar in het gesticht.

Miss MacGurk wist dat al lang en had het best bij haar overig geklets

kunnen voegen. Maar dat vertikte zij.

Hij vertelde mij veel over haar, op een heel lieve manier. Die arme

man heeft jaren en jaren lang veel verdriet geleden en ik vermoed dat

haar dood een gezegende verlossing voor hem is. Hij bekende dat hij

bij zijn huwelijk wist, dat hij haar eigenlijk niet moest trouwen

want hij was op de hoogte van haar ziek zenuwstelsel, maar hij

hoopte, dat hij, als dokter, haar daar wel overheen zou kunnen helpen

en ze was zoo buitengewoon mooi. Hij gaf zijn stadspraktijk op en

vestigde zich voor haar gezondheid buiten. Maar na de geboorte van

het kleine meisje werd het hoe langer hoe erger met haar en "hij

moest haar wegdoen", zooals Mrs. McGurk zich liefelijk uitdrukte. Het

kind is nu zes jaar oud en een allerliefst poppetje om zoo te zien,

maar uit zijn woorden kon ik opmaken, dat zij absoluut abnormaal is.

Er is altijd een zeer bekwame verpleegster bij haar. Denk eens na

over al die beslommeringen en die groote smart, die steeds op onzen

geduldigen, armen dokter rustten, want geduldig is hij, ondanks het

feit, dat hij de meest ongeduldige man ter wereld is!

Zeg Jervis dank voor zijn brief. Hij is een lieve man en ik ben blij

dat hij vruchten oogst van zijn werk. Wat zal het heerlijk zijn als

jullie weer terugkomt op Shadywell en wij samen plannen voor een

nieuw John Grier Home maken. Ik heb het gevoel alsof het afgeloopen

jaar een leerjaar was en ik nu pas rijp ben om te beginnen. We zullen

er het aardigste gesticht van maken, dat ooit bestaan heeft. Ik ben

zoo dolblij met dat heerlijk vooruitzicht, dat ik 's morgens zingend

den dag begin en geen oogenblik mijn goed humeur verlies.

Het John Grier Home stuurt zijn hartelijke groeten aan de twee beste

vrienden, die het heeft!

Addio!

Sallie.

John Grier Home,

Zaterdagmorgen, half zeven.

Mijn liefste vijand,

"Op een goeden dag, gauw, zal iets heel aardigs gebeuren...."

Was je niet verrast toen je vanmorgen wakker werd en je je de heele

waarheid herinnerde? Ik wel! Eerst moest ik even tot bezinning komen

om te weten, waarom ik toch zoo vroolijk was.

Het is nog niet heelemaal licht maar ik ben klaar wakker en zoo blij!

En ik verlang er zoo naar om jou te schrijven, mijn lieveling! Ik zal

mijn briefje aan het eerste betrouwbare kindje, dat zich laat zien,

meegeven en je zult het dus tegelijk met je bord havermout in je

kamer zien verschijnen.

En klokslag vier uur ben ik weer bij je. Denk je dat Mrs. McGurk er

kwaad van zal spreken als ik twee heele uren blijf en geen

vondelingetje als chaperonne meebreng?

[Illustratie]

Het was geheel te goeder trouw, mijn Sandy, dat ik je beloofde je

hand niet te kussen en evenmin in tranen op je peluw uit te barsten,

als ik je te zien kreeg. Ik ben bang dat ik het allebei deed,

misschien nog wel erger. In elk geval wist ik niet hoeveel ik wel van

je hield, totdat ik daar in je kamer kwam en je in je verband, met

verschroeid haar tegen die hoop kussens geleund zag zitten. O, ik

houd zoo van je. En denk eens aan, wat zal ik niet van je gaan houden

als je weer heelemaal jezelf bent -- nu een derde van jou uit

pleisters en windsels bestaat, ben ik al zoo dol op je!

Maar, mijn liefste eigen Robin, wat ben je toch een gekke man! Hoe

kon ik al die maanden op de gedachte zijn gekomen dat je van me

hield, als je zoo allerverschrikkelijkst SCHOTSCH tegen me deed.

Heusch, je houding wees niet bepaald op verliefdheid! O, ik wou dat

ik maar een glimpje van de waarheid te weten was gekomen! Het zou ons

beiden heel wat hartepijn hebben bespaard.

Maar we moeten niet achter ons kijken. Wat hebben we niet een

prachtige toekomst voor ons! De twee mooiste dingen in het leven

vallen ons ten deel: een huwelijk uit liefde en een werkkring, waarin

we met hart en ziel opgaan.

Toen ik je gisteren verliet, wandelde ik in een half droomenden

toestand naar het gesticht terug. Ik wenschte tot mezelf te komen en

te kunnen nadenken, maar inplaats daarvan moest ik met Betsy en Percy

en Mrs. Livermore (die ik van te voren voor het diner had

uitgenoodigd) eten en vriendelijk, kalm, bedaard met de kinderen

praten. Vrijdagavond is de gezelschapsavond van het gesticht. We

hadden nieuwe rollen voor den fonograaf, die Mrs. Livermore ons heeft

geschonken, en ik moest kalm blijven zitten en beleefd toeluisteren.

En liefste, vind je dat niet toevallig: het laatste stukje was "John

Anderson, my joe John". Plotseling merkte ik dat de tranen langs mijn

wangen biggelden. Ik moest het vondelingetje dat het dichtst bij mij

stond, oppakken en knuffelen met mijn hoofd tegen haar schouder aan,

om die domme tranen te verbergen.

John Anderson, my joe John,

We clamb the hill thegither.

And monie a canty day, John,

We've had wi' ane anither;

New we maun totter down, John,

But hand in hand we'll go,

And sleep thegither at the foot,

John Anderson, my joe.

Zullen wij ook, als wij oud en gebogen en zwak zijn, zonder eenig

verwijt op de vele dagen, die achter ons liggen en waarin wij samen

door het leven zijn gegaan, terugkijken? Het is zoo heerlijk om aan

onze toekomst te denken, nietwaar, mijn man? Wij zullen een rijk

leven vol inhoud hebben, veel werk en veel vreugde en vol van die

kleine onbeteekenende en toch lieve dagelijksche avontuurtjes, als

wij samen voortgaan.

Weet je waarom ik zooveel van de kinderen ging houden? Ze hadden me

zoo hard noodig. En dat is de reden -- tenminste een van de redenen

-- waarom ik jou heb lief gekregen. Je bent een aandoenlijke figuur,

mijn liefde, en nu je het jezelf in het leven niet makkelijk en

gezellig wilt maken, zal iemand anders daarvoor moeten zorgen.

We zullen op den heuvel, juist achter het gesticht, een huis bouwen.

Wat denk je van een gele Italiaansche villa? Of hoe je meer van rose?

Maar in geen geval zal het een groen huis worden en ook krijgt het

geen pannendak! En we zullen een dol gezellige huiskamer hebben met

een groote open haard en een schouw en gemakkelijke stoelen en veel

ramen! EN GEEN MCGURK! Ja, die arme, oude ziel! Zal ze niet

vreeselijk nijdig zijn en je een allerafschuwelijksten maaltijd

bereiden als ze het groote nieuws hoort?

Maar we zullen het haar nog lang niet vertellen, hè, mijn jongen? En

ook niemand, niemand, niemand anders! Het zou te schandalig vlug op

mijn verbroken verloving volgen. Ik schreef Judy gisteravond en met

groote zelfbeheersching heb ik er zelfs in het minst niet op geduid.

Ik word even als jij een echte Schot!

Ik heb je eigenlijk niet de heele waarheid bekend, Sandy, toen ik

zei, dat ik niet had geweten dat ik zooveel van je hield. Ik geloof

dat het al tot me doordrong toen de brand uitbrak. Toen jij daar

onder dat brandende dak was en wij een half uur lang niet wisten of

we je ooit levend weer zouden zien, voelde ik het duidelijk, en, o

man, ik kan je niet zeggen, wat een vreeselijk half uur dat was! Het

leek me toe, dat ik er mijn heele leven niet overheen had kunnen

komen als je hadt moeten sterven en de beste vriend, die ik had

ontmoet, met zoo'n afschuwelijke aaneenschakeling van misverstanden

van me heen zou moeten gaan. O, het was een marteling! Ik kon het

oogenblik niet afwachten, dat ik je weer mocht zien en alles

uitspreken, wat ik vijf maanden lang in me had weggesloten. En dan

weet je ook, dat je strikte order had gegeven om mij niet toe te

laten, en dat wondde mij zoo vreeselijk! Hoe kon ik weten, dat je

juist ook zoo vreeselijk naar mij verlangde en dat alleen die

afschuwelijke Schotsche moraal je zoo liet handelen! Je bent een

uitmuntend acteur, Sandy, maar beloof me dat je voortaan, zelfs bij

het minste wolkje van een misverstand, niets in je zult wegsluiten,

maar het vrij uit met me zult bespreken.

Toen ze gisteravond gelukkig vroeg weggingen (de kinderen moeten wat

eerder heengaan omdat ze hier niet meer slapen) ging ik naar boven en

schreef mijn brief aan Judy af en toen keek ik begeerig naar de

telefoon en worstelde met mijn verlangen: ik had zoo graag 505

gevraagd en je goedennacht gewenscht! Maar ik durfde niet: ik ben nog

altijd zoo bleu! En omdat ik toch dicht bij je wilde zijn, nam ik

Burns op en las ik een uur lang. En met al die Schotsche

liefdesliederen zingend in mijn hoofd, sliep ik in, en dadelijk bij

mijn ontwaken, kom ik weer bij je.

Dag Robin, mijn Alles! Ik hou zoo veel van je!

Sallie.

[Transcriber's Notes:

Dit boek bevat zetfouten. Deze zijn niet gecorrigeerd.

Hieronder staat een lijst van de zetfouten:

[en zet er paar theaters,] -> [en zet er een paar theaters,];

[de Pedletons] -> [de Pendletons];

[uw patienten nog] -> [uw patiënten nog];

[patientjes] -> [patiëntjes];

[met kleeren en al ik zou willen gaan];

-> [met kleeren en al in zou willen gaan];

[heerlijke verassingen] -> [heerlijke verrassingen];

[ben ik ontvreden] -> [ben ik ontevreden];

[naief] -> [naïef];

[het familieleveven] -> [het familieleven];

[za ik me nu] -> [zal ik me nu];

[terruggekeerd] -> [teruggekeerd];

[suppelement] -> [supplement];

[antwoorde] -> [antwoordde];

[want ik ben van plant] -> [want ik ben van plan];

[En luister nos eens hiernaar.] -> [En luister nou eens hiernaar.];

[Mis Sally Lunn] -> [Miss Sally Lunn];

[ik weet je idiotisme en] -> [ik weet dat je idiotisme en];

[6 miniuten] -> [6 minuten];

[om et hem] -> [om met hem];

[Ik trommelde aan de duer] -> [[Ik trommelde aan de deur];

[Of hoe je meer van rose?] -> [Of hou je meer van rose?];

[Judy] is correct. Een enkele keer komt [Juddy] of [Judie] voor;

[McGurk] wordt niet consequent zo geschreven. Komt ook voor als [MacGurk];

[Turnfeld] komt enkele keren voor, dit moet [Turnfelt] zijn.

]

Het "John Grier Home" · 第 48 / 48 题