Waarde Dr. MacRae,
Zou dit briefje u misschien in wakenden toestand aantreffen?
Wellicht weet u niet dat ik u viermaal heb opgezocht, om u op mijn
allerliefste wijze te bedanken en troost aan te bieden voor de
opgedane breuken. Het heeft mij waarlijk ontroerd toen ik hoorde, dat
Mrs. MacGurk den heelen dag in beslag wordt genomen door het aannemen
van bloemen en gelei en soepjes en gebraden duifjes, geschonken door
de bewonderende dames van deze streek aan den brommerigen held in het
gipsverband. Ik weet dat u een stevigen Zuidwester van meer waarde
acht dan een aureool, maar ik dacht werkelijk dat u mij nog een
beetje anders beoordeelde dan de bewuste hysterische dametjes. U en
ik waren vrienden (wel eens met ruzie-tusschenpoozen) en hoewel er
een paar bijzonderheden achter ons liggen, die beter niet in ons
leven hadden moeten voorkomen, zie ik niet in, dat wij daarom den
heelen omgang met elkaar zouden moeten afbreken. Kunnen wij niet zoo
verstandig zijn om het verleden als afgedaan te beschouwen?
De brand heeft te weeg gebracht dat zooveel menschen vriendelijkheid
aan den dag legden. Ik wenschte, dat dat ook bij u het geval was.
Sandy. Ja, ik ken mijn vriend door en door. Je mag voor de heele
wereld als brommerig en hard en onmenschelijk, als een SCHOT, je
voordoen, toch kun je mij niet voor den gek houden. Mijn in den
laatsten tijd zeer geoefend psychologisch oog heeft je gedurende tien
maanden bestudeerd en ik heb tot het diepste binnenkamertje van je
hart gekeken. Je bent zacht en vriendelijk en medelijdend en
verstandig en vergevingsgezind en groot in je denken en voelen. Dus
wees alsjeblieft ook de volgende keer, dat ik je kom opzoeken, te
spreken en wij zullen dan een geduchte operatie in den tijd, die
achter ons ligt, maken en vijf maanden amputeeren.
Herinner je je nog dien Zondagmiddag toen wij samen autoden en zoo'n
pret hadden? Wel, dat is nu gisteren geworden!
Sallie McBride.
P.S. Als ik me verneder om u nog eens op te zoeken, vernedert u u dan
dermate, dat u me ontvangen wilt, want ik verzeker u, dat ik het nu
voor de laatste maal beproef. Ook kunt u gerust zijn: ik zal niet in
tranen uitbarsten of pogingen doen om uw hand te kussen, zooals ik
vernam dat een adoreerende dame deed.
John Grier Home,
Donderdag.
Waarde vijand,
Nu ziet u dat ik u zeer goed gezind ben. Als ik u met MacRae
aanspreek, houd ik niet van u en als ik u als mijn vijand betitel,
doe ik het wel.
Sadie Kate bracht mij uw briefje en het is werkelijk zeer goed
geschreven, in aanmerking genomen dat het met uw linkerhand
geschiedde. Ik dacht op het eerste gezicht, dat het van Punch was!
U kunt me morgen om vier uur verwachten, maar zorg er voor dat u
wakker bent. Ik ben blij, dat u ook vindt, dat wij vrienden zijn.
Werkelijk, ik heb het gevoel alsof ik iets zeer kostbaars, dat ik
eerst door onachtzaamheid heb verloren, heb teruggewonnen.
S. McB.
P.S. Java vatte op den nacht van de brand kou en heeft nu kiespijn.
Hij zit met zijn hand onder zijn wang als een klein, ziek kindje, en
treurt.
Donderdag 29 Januari.
Lieve Judy,
Dat moeten tien vreeselijk slordige velletjes geweest zijn, die ik je
de vorige week zond. Heb je mijn bevel opgevolgd en mijn brief
verbrand? Ik zou het niet prettig vinden, die woeste uitingen
tusschen mijn correspondentie te houden. Ik weet dat mijn
gedachtengang zelfzuchtig, schandalig, ja, zelfs shocking is, maar je
kunt niet altijd voor je gevoel instaan. Meestal wordt verloofd-zijn
als een aangename emotie beschouwd, maar het haalt niet bij de
heerlijk ongedwongen vroolijkheid en vrijheid van het niet-verloofd
zijn. Ik verkeerde in de laatste maanden in een verbazend prikkelbare
stemming en nu is alles goddank in orde gekomen en niemand was ooit
gelukkiger met zijn ongehuwden staat dan ik nu.
Hoe langer hoe meer kom ik tot het inzicht, dat onze brand een goed
werk van de voorzienigheid was. Het was de juiste oplossing om een
nieuw John Grier Home op te richten. Wij hebben al stapels plannen
voor cottage-woningen. Ik houd het meest van grijs pleister, Betsy
neigt naar baksteen over en Percy houdt van huizen uit ruwe
boomstammen opgetrokken. Ik weet niet waaraan onze arme dokter de
voorkeur geeft. Olijfgroen met een pannen dak schijnt zijn
geliefkoosde woningstijl te zijn.
En wat zullen onze kinderen met tien afzonderlijke keukens prachtig
leeren koken! Ik kijk nu al naar tien lieve huismoedertjes uit, die
onze kinderen kookles kunnen geven. Eigenlijk zou ik er elf moeten
hebben, want een zal er voor Sandy moeten dienen. Hij heeft het zeker
net zoo hard als onze kinderen noodig om een beetje vertroeteld te
worden. Het lijkt me vreeselijk om elken dag weer thuis te komen in
een huis, waar een MacGurk resideert.
O, ik heb zoo het land aan die vrouw! Ze heeft me al vier keer heel
beslist verteld, dat de dokter sliep en niet gestoord wenschte te
worden. Ik heb hem nog niet te zien gekregen en ik ben er al toe
gekomen, om dat meubel heel beleefd naar den dokter te vragen. Maar
nu zal ik morgenmiddag vier uur eens afwachten.
[Illustratie]
Dan mag ik een half uur lang bij hem zijn. Hij zelf heeft dit uur met
mij afgesproken en als zij mij nu weer wil wijsmaken dat hij slaapt,
zal ik haar een vriendelijke duw geven en over haar heen stappen (ze
is erg dik en staat niet al te vast op haar beenen) en dan zet ik
mijn voet vast op haar buik, en zal ik mijn weg kalm vervolgen.
Luellen, de ex-chauffeur, kamermeisje en tuinier, is nu ook
gediplomeerd verpleegster. Ik ben erg benieuwd om te weten hoe hij er
in zijn wit schort, met het kapje op, uit zal zien.
Zoo juist is de mail gekomen, waaronder een brief van Mevrouw
Bretland, die erg blij is met de kinderen. Ze sluit hun eerste foto
in; alle drie in een alleraardigst wagentje. Clifford houdt heel
trotsch de teugels. Een Broom staat bij de poney. Hoe vindt je dat
voor drie kinderen uit het John Grier Home? Het is prachtig, als ik
aan de toekomst denk, die ze tegemoet gaan, maar toch ook een beetje
treurig, als je nagaat, dat die arme vader zich dood gewerkt heeft
voor die drie schapen en ze hem nu zoetjes aan vergeten. De Bretlands
zullen dit zooveel mogelijk in de hand werken. Ze zijn jaloersch van
elken invloed van buiten en willen niets liever dan dat de kinderen
absoluut van hen alleen zijn. Eigenlijk schijnt mij de natuurlijke
weg de beste. Iedere familie moest zijn eigen kinderen kunnen groot
brengen.
Vrijdag.
Vandaag heb ik den dokter gezien en gesproken. Hij geeft een
treurigen aanblik en lijkt wel een pakje verbandgoed in windsels.
Gelukkig wisten wij bij ons weerzien elk misverstand uit den weg te
ruimen. Is het niet wreed als je nagaat, dat twee menschelijke
wezens, beiden begaafd met een zeer goede bespraaktheid, het zoo
inrichten, dat de een zich voor den ander verstopt? Ik heb van zijn
houding absoluut niets begrepen en hij snapte mij niet. Zou die
grimmige terughoudendheid, waarin wij Noordelijke volkeren ons zoo
graag oefenen, wel de juiste zijn? Achteraf beschouwd voel ik nu meer
voor de zich in woorden luchtende gevoelens van Zuidelijke
volkstammen.
Maar Judy, nu moet ik je toch zoo iets droevigs vertellen. Herinner
je je nog, dat hij in het voorjaar dat zenuwziekengesticht bezocht en
daar toen dagen bleef en ik daarover zulke flauwe grapjes maakte? Hoe
heb ik dat ooit kunnen doen! Hij ging daarheen om bij de begrafenis
van zijn vrouw tegenwoordig te zijn. Zij stierf daar in het gesticht.
Miss MacGurk wist dat al lang en had het best bij haar overig geklets
kunnen voegen. Maar dat vertikte zij.
Hij vertelde mij veel over haar, op een heel lieve manier. Die arme
man heeft jaren en jaren lang veel verdriet geleden en ik vermoed dat
haar dood een gezegende verlossing voor hem is. Hij bekende dat hij
bij zijn huwelijk wist, dat hij haar eigenlijk niet moest trouwen
want hij was op de hoogte van haar ziek zenuwstelsel, maar hij
hoopte, dat hij, als dokter, haar daar wel overheen zou kunnen helpen
en ze was zoo buitengewoon mooi. Hij gaf zijn stadspraktijk op en
vestigde zich voor haar gezondheid buiten. Maar na de geboorte van
het kleine meisje werd het hoe langer hoe erger met haar en "hij
moest haar wegdoen", zooals Mrs. McGurk zich liefelijk uitdrukte. Het
kind is nu zes jaar oud en een allerliefst poppetje om zoo te zien,
maar uit zijn woorden kon ik opmaken, dat zij absoluut abnormaal is.
Er is altijd een zeer bekwame verpleegster bij haar. Denk eens na
over al die beslommeringen en die groote smart, die steeds op onzen
geduldigen, armen dokter rustten, want geduldig is hij, ondanks het
feit, dat hij de meest ongeduldige man ter wereld is!
Zeg Jervis dank voor zijn brief. Hij is een lieve man en ik ben blij
dat hij vruchten oogst van zijn werk. Wat zal het heerlijk zijn als
jullie weer terugkomt op Shadywell en wij samen plannen voor een
nieuw John Grier Home maken. Ik heb het gevoel alsof het afgeloopen
jaar een leerjaar was en ik nu pas rijp ben om te beginnen. We zullen
er het aardigste gesticht van maken, dat ooit bestaan heeft. Ik ben
zoo dolblij met dat heerlijk vooruitzicht, dat ik 's morgens zingend
den dag begin en geen oogenblik mijn goed humeur verlies.
Het John Grier Home stuurt zijn hartelijke groeten aan de twee beste
vrienden, die het heeft!
Addio!
Sallie.
John Grier Home,
Zaterdagmorgen, half zeven.
Mijn liefste vijand,
"Op een goeden dag, gauw, zal iets heel aardigs gebeuren...."
Was je niet verrast toen je vanmorgen wakker werd en je je de heele
waarheid herinnerde? Ik wel! Eerst moest ik even tot bezinning komen
om te weten, waarom ik toch zoo vroolijk was.
Het is nog niet heelemaal licht maar ik ben klaar wakker en zoo blij!
En ik verlang er zoo naar om jou te schrijven, mijn lieveling! Ik zal
mijn briefje aan het eerste betrouwbare kindje, dat zich laat zien,
meegeven en je zult het dus tegelijk met je bord havermout in je
kamer zien verschijnen.
En klokslag vier uur ben ik weer bij je. Denk je dat Mrs. McGurk er
kwaad van zal spreken als ik twee heele uren blijf en geen
vondelingetje als chaperonne meebreng?
[Illustratie]
Het was geheel te goeder trouw, mijn Sandy, dat ik je beloofde je
hand niet te kussen en evenmin in tranen op je peluw uit te barsten,
als ik je te zien kreeg. Ik ben bang dat ik het allebei deed,
misschien nog wel erger. In elk geval wist ik niet hoeveel ik wel van
je hield, totdat ik daar in je kamer kwam en je in je verband, met
verschroeid haar tegen die hoop kussens geleund zag zitten. O, ik
houd zoo van je. En denk eens aan, wat zal ik niet van je gaan houden
als je weer heelemaal jezelf bent -- nu een derde van jou uit
pleisters en windsels bestaat, ben ik al zoo dol op je!
Maar, mijn liefste eigen Robin, wat ben je toch een gekke man! Hoe
kon ik al die maanden op de gedachte zijn gekomen dat je van me
hield, als je zoo allerverschrikkelijkst SCHOTSCH tegen me deed.
Heusch, je houding wees niet bepaald op verliefdheid! O, ik wou dat
ik maar een glimpje van de waarheid te weten was gekomen! Het zou ons
beiden heel wat hartepijn hebben bespaard.
Maar we moeten niet achter ons kijken. Wat hebben we niet een
prachtige toekomst voor ons! De twee mooiste dingen in het leven
vallen ons ten deel: een huwelijk uit liefde en een werkkring, waarin
we met hart en ziel opgaan.
Toen ik je gisteren verliet, wandelde ik in een half droomenden
toestand naar het gesticht terug. Ik wenschte tot mezelf te komen en
te kunnen nadenken, maar inplaats daarvan moest ik met Betsy en Percy
en Mrs. Livermore (die ik van te voren voor het diner had
uitgenoodigd) eten en vriendelijk, kalm, bedaard met de kinderen
praten. Vrijdagavond is de gezelschapsavond van het gesticht. We
hadden nieuwe rollen voor den fonograaf, die Mrs. Livermore ons heeft
geschonken, en ik moest kalm blijven zitten en beleefd toeluisteren.
En liefste, vind je dat niet toevallig: het laatste stukje was "John
Anderson, my joe John". Plotseling merkte ik dat de tranen langs mijn
wangen biggelden. Ik moest het vondelingetje dat het dichtst bij mij
stond, oppakken en knuffelen met mijn hoofd tegen haar schouder aan,
om die domme tranen te verbergen.
John Anderson, my joe John,
We clamb the hill thegither.
And monie a canty day, John,
We've had wi' ane anither;
New we maun totter down, John,
But hand in hand we'll go,
And sleep thegither at the foot,
John Anderson, my joe.
Zullen wij ook, als wij oud en gebogen en zwak zijn, zonder eenig
verwijt op de vele dagen, die achter ons liggen en waarin wij samen
door het leven zijn gegaan, terugkijken? Het is zoo heerlijk om aan
onze toekomst te denken, nietwaar, mijn man? Wij zullen een rijk
leven vol inhoud hebben, veel werk en veel vreugde en vol van die
kleine onbeteekenende en toch lieve dagelijksche avontuurtjes, als
wij samen voortgaan.
Weet je waarom ik zooveel van de kinderen ging houden? Ze hadden me
zoo hard noodig. En dat is de reden -- tenminste een van de redenen
-- waarom ik jou heb lief gekregen. Je bent een aandoenlijke figuur,
mijn liefde, en nu je het jezelf in het leven niet makkelijk en
gezellig wilt maken, zal iemand anders daarvoor moeten zorgen.
We zullen op den heuvel, juist achter het gesticht, een huis bouwen.
Wat denk je van een gele Italiaansche villa? Of hoe je meer van rose?
Maar in geen geval zal het een groen huis worden en ook krijgt het
geen pannendak! En we zullen een dol gezellige huiskamer hebben met
een groote open haard en een schouw en gemakkelijke stoelen en veel
ramen! EN GEEN MCGURK! Ja, die arme, oude ziel! Zal ze niet
vreeselijk nijdig zijn en je een allerafschuwelijksten maaltijd
bereiden als ze het groote nieuws hoort?
Maar we zullen het haar nog lang niet vertellen, hè, mijn jongen? En
ook niemand, niemand, niemand anders! Het zou te schandalig vlug op
mijn verbroken verloving volgen. Ik schreef Judy gisteravond en met
groote zelfbeheersching heb ik er zelfs in het minst niet op geduid.
Ik word even als jij een echte Schot!
Ik heb je eigenlijk niet de heele waarheid bekend, Sandy, toen ik
zei, dat ik niet had geweten dat ik zooveel van je hield. Ik geloof
dat het al tot me doordrong toen de brand uitbrak. Toen jij daar
onder dat brandende dak was en wij een half uur lang niet wisten of
we je ooit levend weer zouden zien, voelde ik het duidelijk, en, o
man, ik kan je niet zeggen, wat een vreeselijk half uur dat was! Het
leek me toe, dat ik er mijn heele leven niet overheen had kunnen
komen als je hadt moeten sterven en de beste vriend, die ik had
ontmoet, met zoo'n afschuwelijke aaneenschakeling van misverstanden
van me heen zou moeten gaan. O, het was een marteling! Ik kon het
oogenblik niet afwachten, dat ik je weer mocht zien en alles
uitspreken, wat ik vijf maanden lang in me had weggesloten. En dan
weet je ook, dat je strikte order had gegeven om mij niet toe te
laten, en dat wondde mij zoo vreeselijk! Hoe kon ik weten, dat je
juist ook zoo vreeselijk naar mij verlangde en dat alleen die
afschuwelijke Schotsche moraal je zoo liet handelen! Je bent een
uitmuntend acteur, Sandy, maar beloof me dat je voortaan, zelfs bij
het minste wolkje van een misverstand, niets in je zult wegsluiten,
maar het vrij uit met me zult bespreken.
Toen ze gisteravond gelukkig vroeg weggingen (de kinderen moeten wat
eerder heengaan omdat ze hier niet meer slapen) ging ik naar boven en
schreef mijn brief aan Judy af en toen keek ik begeerig naar de
telefoon en worstelde met mijn verlangen: ik had zoo graag 505
gevraagd en je goedennacht gewenscht! Maar ik durfde niet: ik ben nog
altijd zoo bleu! En omdat ik toch dicht bij je wilde zijn, nam ik
Burns op en las ik een uur lang. En met al die Schotsche
liefdesliederen zingend in mijn hoofd, sliep ik in, en dadelijk bij
mijn ontwaken, kom ik weer bij je.
Dag Robin, mijn Alles! Ik hou zoo veel van je!
Sallie.
[Transcriber's Notes:
Dit boek bevat zetfouten. Deze zijn niet gecorrigeerd.
Hieronder staat een lijst van de zetfouten:
[en zet er paar theaters,] -> [en zet er een paar theaters,];
[de Pedletons] -> [de Pendletons];
[uw patienten nog] -> [uw patiënten nog];
[patientjes] -> [patiëntjes];
[met kleeren en al ik zou willen gaan];
-> [met kleeren en al in zou willen gaan];
[heerlijke verassingen] -> [heerlijke verrassingen];
[ben ik ontvreden] -> [ben ik ontevreden];
[naief] -> [naïef];
[het familieleveven] -> [het familieleven];
[za ik me nu] -> [zal ik me nu];
[terruggekeerd] -> [teruggekeerd];
[suppelement] -> [supplement];
[antwoorde] -> [antwoordde];
[want ik ben van plant] -> [want ik ben van plan];
[En luister nos eens hiernaar.] -> [En luister nou eens hiernaar.];
[Mis Sally Lunn] -> [Miss Sally Lunn];
[ik weet je idiotisme en] -> [ik weet dat je idiotisme en];
[6 miniuten] -> [6 minuten];
[om et hem] -> [om met hem];
[Ik trommelde aan de duer] -> [[Ik trommelde aan de deur];
[Of hoe je meer van rose?] -> [Of hou je meer van rose?];
[Judy] is correct. Een enkele keer komt [Juddy] of [Judie] voor;
[McGurk] wordt niet consequent zo geschreven. Komt ook voor als [MacGurk];
[Turnfeld] komt enkele keren voor, dit moet [Turnfelt] zijn.
]