Lieve Judy,
Helen Brooks heeft op een onberispelijke wijze de leiding over onze
andere meisjes op zich genomen. Het is het moeilijkste werk dat ik
haar had kunnen geven, maar zij doet het graag. Ik geloof dat zij een
waardevolle aanvulling van onzen staf zal zijn.
En ik vergat je ook nog over Punch te schrijven. Toen de brand hier
was uitgebroken, stonden die twee aardige dames, die hem den zomer
bij zich hebben gehad, juist op het punt om den trein naar
Californië te pakken. Zij namen hem eenvoudig onder haar arm met
haar bagage mee en reden met hem weg; en dus zal Punch den winter in
Pasadena doorbrengen. Ik vermoed dat ze hem wel voor goed zullen
houden. Begrijp je hoe blij ik met al deze voorvalletjes ben?
Later. -- Die arme eenzame Percy heeft juist den avond met mij samen
doorgebracht, omdat hij veronderstelt dat ik zijn smart begrijp.
Waarom moet ik in staat zijn om een ieders verdriet te begrijpen? Het
is erg moeilijk om medegevoel uit een leeg hart te pompen. De arme
jongen is op het oogenblik erg terneergeslagen, maar ik geloof dat ik
hem, met Betsy's hulp, er wel doorheen zal helpen. Hij is op het punt
op Betsy verliefd te raken, maar hij weet dat zelf nog niet. Nu is
hij in het stadium aangeland, dat hij in eigen verdriet zwelgt; hij
voelt zichzelf als een held in een treurspel, als een man, die door
het leven zwaar is beproefd. Maar ik heb opgemerkt dat hij altijd
vriendelijk zijn diensten aanbiedt zoodra Betsy maar in de buurt is,
onverschillig wat zij te doen heeft.
Gordon seinde mij vandaag, dat hij morgen komt. Ik ben doodsbang voor
dat onderhoud en ik weet zeker dat er een uitbarsting zal komen. Hij
schreef mij den dag na den brand en vroeg mij "dat gesticht te laten
stikken" en dadelijk met hem te trouwen, en nu komt hij hier om dat
nader te bespreken. Ik kan hem niet aan het verstand brengen, dat ik
er niet toe wil overgaan met allerliefste onnoozelheid de leiding van
107 kinderen in den steek te laten, juist op het oogenblik dat ik het
hardst noodig ben. Ik deed mijn best om hem van hier weg te houden,
maar helaas, als ieder ander van zijn sexe is hij koppig als een
muilezel. O, Judy, ik weet niet wat er nu weer gebeuren moet. Ik wou
dat ik, een oogenblikje maar, in de toekomst kon zien.
De dokter ligt nog altijd in het gips en ik hoor dat het hem goed
gaat, hoewel hij erg brommerig is. Hij mag nu elken dag wat opzitten
en een zorgvuldig uitgezochte schare van bezoekers ontvangen. Mrs.
MacGurk sorteert die luidjes aan de deur en stuurt die, welke zij
niet genegen is, naar huis terug.
Dag Judy. Ik zal je gauw meer schrijven maar ik ben nu zoo slaperig
dat mijn oogen haast dicht vallen. Ik moet nu beslist naar bed om
bestand te zijn tegen de 107 moeilijkheden van morgen.
Hartelijke groeten aan alle Pendletons, S. McB.