24 Juli.

Lieve Mevrouw Pendleton,

Ik moet je een groot schandaal over de directrice van het J. G. H.

berichten. Zet het alsjeblieft niet in de krant, wil je. Het eenig

excuus voor haar optreden is, dat zij geen wreedheden kan zien.

Ik zat vanmorgen in het zonnetje bij het open raam een zoet boek over

Fröbel-methode bij de opvoeding van het kind te lezen: Blijf altijd

bedaard, spreek steeds vriendelijk tegen kleine kinderen. Hoewel ze

slecht lijken, zijn ze het toch niet in werkelijkheid; het komt

slechts door het feit dat zij nog niet juist voelen, of niets te doen

hebben en zich dus vervelen. Straf nooit, weet hen slechts af te

leiden.... Ik nam die raadgevingen vol aandacht in mij op, toen ik

door het geschreeuw van een paar kleine jongens onder mijn raam werd

afgeleid.

"Neen John, doe het niet!"

"Laat hem toch loopen!"

"Dood hem dan gauw!"

En tusschen hun uitroepen door hoorde ik het angstig geschreeuw van

een dier, dat pijn lijdt. Ik liet het Fröbel-boek vallen en vlug de

trap afloopend, kwam ik vóórdat zij erg erin hadden, plotseling op

hen af. Ze zagen me komen en verspreidden zich vlug naar links en

rechts terwijl zij Johnnie Cobden, die bezig was een muis te

martelen, alleen aan zijn lot overlieten. Ik zal je de griezelige

bijzonderheden besparen. Ik riep een van de jongens om dat arme

diertje vlug te verdrinken, maar Johnnie pakte ik bij zijn kraag en

sleepte hem al schreeuwend en trappend met mij mee naar de keuken.

Hij is een stoere, vierkant geschouderde jongen van dertien en hij

vocht als een kleine tijger, terwijl hij zich wanhopig aan de

deurposten vastklemde als hij er langs ging. Onder gewone

omstandigheden geloof ik niet dat ik hem had kunnen meester worden,

maar nu kreeg dat zestiende Ierschbloed-gehalte den boventoon en ik

vocht als een waanzinnige. Wij vielen de keuken binnen en ik keek

haastig rond naar een afstraffingsmiddel. De koekepan was het eerste

gereedschap, waarop mijn oog viel. Ik pakte die beet en sloeg het

kind met alle kracht, totdat de kleine tijger van vier minuten

geleden in een huilend, om genade smeekend wezentje was veranderd.

Natuurlijk moest weer niemand anders dan Dr. MacRae plotseling te

midden van die vreeselijke scène te voorschijn komen. Zijn gezicht

was een en al verbazing. Hij liep op ons toe, nam mij den koekepan

uit mijn handen en zette den jongen op zijn voeten neer. Johnnie

verschuilde zich gauw achter hem. Ik was zoo woest, dat ik niet kon

spreken; al mijn kracht had ik noodig om niet in tranen uit te

barsten.

"Kom, laten we hem mee naar uw werkkamer nemen", was al, wat de

dokter zei en daarheen marcheerden wij af, terwijl Johnnie zich zoo

ver mogelijk van mij verwijderd hield en jammerlijk jankte. Wij

lieten hem op het bureau achter, sloten de deur en gingen naar mijn

zitkamer.

"Wat heeft het kind in 's Hemelsnaam gedaan?" vroeg hij.

Tot eenig antwoord legde ik mijn hoofd op de tafel neer en begon te

huilen. Ik was zoo uitgeput, lichamelijk zoowel als geestelijk, alle

beschikbare kracht had ik noodig gehad voor de koekepanafstraffing.

Onder veel gesnik kon ik eindelijk alle bloederige details ten beste

geven en toen gaf hij mij geruststellend in overweging er niet langer

over te denken; de muis was nu eenmaal toch dood. Toen haalde hij een

glas water en liet me drinken en zei, dat ik maar stil uit moest

huilen. Dat zou me goed doen. Ik geloof heusch, dat hij daarbij zijn

hand even op mijn hoofd liet rusten. In elk geval was hij op en top

geneesheer. Ik zag hem datzelfde wel een dozijnmaal doen bij

hysterische vondelingetjes. Dit was voor het eerst sedert een week,

dat we iets anders dan "goedenmorgen" tegen elkaar zeiden.

Zoodra de toestand weer zoover hersteld was, dat ik behoorlijk kon

zitten en zelfs glimlachen, begon hij Johnnie's geval eens aan de

hand van het register ernstig te bestudeeren terwijl ik onophoudelijk

mijn oogen bette. De jongen stamt uit een ziekelijk geslacht en is

zelf ook eenigszins gedegenereerd, zegt Sandy. Wij moeten het geval

van geneeskundig standpunt behandelen, zooals ook ziektegevallen

behandeld moeten worden. Zelfs normale jongens zijn dikwijls wreed,

het zedelijk gevoel van een kind blijft onontwikkeld tot zijn

dertiende jaar.

Toen stelde hij mij voor, mijn oogen met wat lauw water nog eens over

te betten en mijn waardigheid weer aan te nemen, wat ik deed. Daarna

liet hij Johnnie binnenkomen. Deze verkoos gedurende het verhoor te

blijven staan inplaats van te zitten. De dokter sprak met hem heel

aardig en gevoelig en menschlievend. Johnnie bracht tot zijn

verdediging te berde, dat een muis een schadelijk dier is, dat gedood

moet worden. De dokter weerlegde hierop, dat het welzijn van de

menschheid de opoffering van veel dieren te zijnen koste eischt, maar

dat deze dood met zoo min mogelijk pijn gepaard moet gaan. Hij legde

hem ook het zenuwstelsel van de muis uit en zei, dat dit diertje geen

enkel verdedigingsmiddel bezit. Hij zeide John, dat hij genoeg

verbeeldingskracht moest hebben om een zaak ook van het standpunt van

den tegenstander te bezien, ook al is die tegenpartij slechts een

muis. Toen ging hij naar de boekenkast en haalde daar een boek van

Burns te voorschijn en vertelde den jongen, welk een groot dichter

dit geweest is en hoe alle Schotten zijn herinnering nu nog

hooghouden.

"En dat schrijft hij over een muis", zei Sandy terwijl hij het "Wee,

sleekit, cow'rin, tim'rous beastie" opsloeg, hetwelk hij voorlas en

uitlegde, zooals alleen een Schot dat doen kan.

Johnnie trok zich berouwvol terug en nu wendde Sandy zich weer tot

mij. Hij zei dat ik vermoeid was en een verandering noodig had.

Waarom zou ik niet voor een week naar de Adirondacks gaan? Hij en

Betsy en Mr. Witherspoon zouden een bestuur vormen, dat de leiding

over het gesticht voor dien tijd overnam.

Je weet, dat dit juist was, wat ik zoo graag wilde. Ik heb behoefte

aan tijd om mijn gedachten te rangschikken en ook aan dennenlucht.

Mijn familie heeft het kamp net de vorige week opgeslagen en vindt

mij een monster, omdat ik niet wilde meekomen. Zij willen maar niet

begrijpen, dat, als je een werkkring als de mijne aanvaard hebt, je

die niet van tijd tot tijd aan een ander kunt overgeven. Toch kan ik

er gemakkelijk voor een paar dagen uit. Mijn gesticht loopt als mijn

acht-daagsche wekker en zal in gelijk tempo doordraven tot Maandag

vier uur n.m. wanneer mijn trein mij weer hierheen zal brengen. Dan

zal ik weer heelemaal op streek zijn als je hier komt, en je niet met

verwarde denkbeelden hinderen.

Intusschen verkeert Jongeheer Johnnie in een aangenamen staat van

kastijding, zoowel lichamelijk als geestelijk, en ik geloof heusch

dat Sandy's preek er veel beter in zal gaan, nu hij door mijn

koekepanbestraffing is voorafgegaan. Maar één ding weet ik tevens,

Suzanna Estella slaat de schrik om het hart wanneer ik maar de keuken

binnenkom. Ik nam onder het gesprek vanmorgen het aardappelmes al

spelend op, terwijl ik haar over de verzoute soep van gisteren

onderhield en dadelijk verschuilde zij zich achter de deur. Vanmorgen

om negen uur begon ik al reisvoorbereidingen te maken, nadat ik eerst

vijf telegrammen had verzonden. En heusch, Judy, je kunt je niet

voorstellen hoe zeer ik er naar snak me weer als een onbezorgd,

levenslustig jong meisje te voelen en op het meer te gaan roeien en

in het bosch te draven en uit te rusten en in het clubgebouw te

dansen! Ik verkeerde door die goddelijke vooruitzichten den heelen

nacht in een verbazenden staat van opwinding. Ik wist werkelijk niet,

dat ik zoo meer dan beu van dat gestichtsleven was.

"Wat u noodig hebt", zei Sandy, "is een korten tijd van hier weg zijn

en een beetje uitrazen".

En die diagnose is werkelijk uitstekend, want niets ter wereld zou ik

op het oogenblik liever doen dan eens echt uit te razen. Ik zou met

nieuwe wilskracht terugkomen, volkomen in staat om jou en een drukken

zomer met liefde af te wachten.

Als steeds,

je Sallie.

P.S. Jimmie en Gordon zullen er ook zijn. O, wat zou ik het eenig

vinden als je weer bij ons kon zijn! Getrouwd zijn lijkt me soms heel

lastig!

Kamp McBride. 29 Juli.

Lieve Judy,

Dit briefje schrijf ik je alleen om je de belangrijke mededeeling te

doen, dat de bergen hooger, de bosschen groener zijn en het meer

blauwer is dan ooit te voren.

De menschen schijnen dit jaar veel later naar de kampen te komen.

Het kamp van de Harriman's is het eenige, dat er buiten het onze aan

dezen kant van het meer geopend is. De danszaal is zeer schaars van

heeren voorzien, maar daar wij een zeer welwillenden jongen staatsman

te gast hebben, die dol veel van dansen houdt, lijd ik geen gebrek

door dien algemeenen nood.

De staatsbelangen en het bestuur over de vondelingen zijn op den

achtergrond getreden terwijl wij op dit heerlijk mooie meertje

spelevaren. Ik hoor mijn hart kloppen als ik met angst aan 7.56 a.s.

Maandag denk. Het nare van een vacantie is, dat op het oogenblik dat

je er juist heerlijk van begint te genieten, je met schrik eraan

denkt, dat de zaligheid gauw weer genoten is.

Ik hoor een stem onder de waranda, die vraagt of Sallie binnens- of

buitenshuis is.

Addio!

Sallie.

Het "John Grier Home" · 第 31 / 48 题