S. McBride?
Donderdag.
Mijn lieve Judy,
Ik heb deze drie laatste dagen gebruikt om de laatste veranderingen,
die wij in New-York hebben besproken, in te voeren: Uw woord zij wet!
De 80 speeldoozen zijn besteld. Het is een prachtig idee, dat elk
kind een eigen doos heeft waarin het zijn schatten kan bergen. Het
eigendomsrecht zal hem helpen zich tot een
verantwoordelijkheidvoelenden burger te ontwikkelen. Ik had er zelf
aan moeten denken, maar hoe het ook zij, ik heb het niet gedaan.
[Illustratie]
Arme Judy! Jij zult altijd beter weten wat voor onze kinderen noodig
is, dan ik met den besten wil van de wereld ooit zou kunnen.
Wij doen ons best om voor dit gesticht zoo min mogelijk onaangename
regelingen te maken, maar op één punt zal ik onverbiddelijk
blijven: de kinderen mogen geen muizen of padden of regenwormen in
hun doos doen.
Ik kan je niet zeggen hoeveel genoegen het mij doet, dat Betsy's
salaris verhoogd is en dat wij haar nu voor goed zullen houden. Maar
de WelEd. Gestr. misprees dezen stap. Hij heeft informaties genomen
en gehoord, dat haar familie zeer goed voor haar kan zorgen, ook al
krijgt zij heelemaal geen salaris.
"Maar U geeft toch ook geen kostelooze adviezen", zei ik tegen hem,
"waarom zou zij dan moeite doen voor niets?"
"Dit is liefdadigheidswerk".
"Dan zou alleen het werk, dat je voor je zelf doet, betaald moeten
worden, en het werk, dat je voor het algemeen welzijn doet, niet".
"Nonsens", antwoordde hij kortaf, "zij is een vrouw en haar familie
behoort haar te onderhouden".
Dit opende een ruim veld voor debatten, waarop ik echter niet met den
WelEd. Gestr. wenschte in te gaan. Dus vroeg ik, of hij het niet
aardig zou vinden om een grasveld aan te leggen op den grond, die
naar het hek voert. Hij wil graag geraadpleegd worden, en van die
wetenschap maak ik bij onbeteekenende dingen zooveel mogelijk
gebruik. Zie je, ik volg Sandy's kernachtigen raad op: "Regenten
lijken veel op vioolsnaren: je moet ze niet te sterk spannen". O,
welk een tact leert dit gesticht mij! Ik word op die wijze nog een
prachtvrouw voor een politicus!
Donderdagnacht.
Je zult het wel leuk vinden te hooren, dat ik Punch tijdelijk bij
twee allerliefste ongetrouwde dames heb geplaatst, die er altijd naar
verlangd hebben een kind bij zich te hebben! Ze kwamen hier eindelijk
verleden week aan en zeiden, dat ze er graag een voor een maand bij
zich zouden hebben om te zien hoe deze verandering op haar zou
inwerken.
Ze wilden natuurlijk een mooi kindje hebben, in wit en rose gekleed,
waarmede ze veel succes zouden hebben. Ik bracht haar aan het
verstand dat het heel makkelijk is om een mooi kindje groot te
brengen, maar dat het oneindig veel aardiger en interessanter is, den
zoon van een Italiaanschen orgeldraaier en een Iersche waschvrouw op
te voeden. En ik bood Punch aan. Als een verstandige hand het onkruid
weet te wieden, kan er uit dezen Napolitaanschen afstammeling een
prachtkind groeien.
Ik stelde het haar voor alsof het hier een wedstrijd gold, die zij
zouden kunnen winnen en ze waren er vuur en vlam voor. Wij zijn
overeengekomen, dat ze hem een maand lang bij zich zullen houden en
al hun krachten aan de taak zullen wijden, zoodat hij geschikt zal
worden om in een lieve familie als kind aangenomen te worden. Ze
hebben beiden gevoel voor humor en voor de opvoeding van een kind,
anders had ik het haar nooit durven aanraden. En ik geloof werkelijk,
dat zij er in zullen slagen onzen onstuimigen jongen te temmen. Ze
zullen hem zooveel liefde en zorg geven als hij tot nu toe nooit
heeft gekend.
Ze wonen in een allerliefst ouderwetsch huis met een Italiaanschen
tuin en met meubels, die ze bij haar reizen door de wereld hebben
saamgebracht. Het lijkt wel een heiligschennis om dit vernielzuchtige
kind bij zooveel schatten los te laten, maar hij heeft hier gedurende
de laatste maanden niets meer gebroken. Ik geloof dat zijn
Italiaansch bloed bij het zien van al dat schoons tot hem zal
spreken.
Ik waarschuwde de dames van te voren, dat ze niet moesten schrikken
als er wat ruwe woorden uit zijn mond zouden komen.
Hij verliet ons gisteravond, afgehaald door een allerliefste auto. Om
de waarheid te zeggen, ik vond het eigenlijk jammer dat hij van ons
wegging, dat kind heeft de helft van mijn wilskracht in beslag
genomen.
Vrijdag.
Vanmorgen kreeg ik je medaillon. Dank je hartelijk! Maar je hadt me
werkelijk geen ander hoeven te geven. Een gastvrouw kan toch niet
aansprakelijk gesteld worden voor alles, wat een slordige gast in
haar huis verliest. En het is ook veel te mooi voor mijn ketting. Ik
denk er hard over, mijn neus te doorboren en het medaillon op
Singaleesche wijze aldus te dragen, zoodat iedereen het goed zien en
bewonderen kan.
Ik wil je even vertellen dat onze Percy een heel goed idee heeft
gehad. Hij heeft de John Grier Bank gesticht en alle bijzonderheden
zeer verstandig en businesslike uitgewerkt, maar toch onbegrijpelijk
voor mijn niet wiskundig aangelegd brein. Al onze oudere kinderen
bezitten netjes gedrukte chèqueboekjes en krijgen $ 5.-- per week
uitbetaald voor het werk dat ze doen, zooals hun schoolwerk en de
bezigheden die ze binnenshuis verrichten. Ze moeten dan het gesticht
(ook met een chèque) kost en kleeren betalen, waarmee hun $ 5.--
weer heengaan. Het lijkt wel een cirkeltje maar het is toch heel
paedagogisch. Zoo zullen ze de waarde van het geld leeren kennen
voordat wij hen de handelswereld insturen. Zij, die bijzonder goed
hun lessen leeren of hun werk uitstekend verrichten, krijgen een
extra-belooning. Mijn hoofd doet pijn als ik aan al die boekingen
denk, maar Percy zegt dat het een bagatel is. Onze beste wiskundigen
zullen wij aan het werk zetten, zoodat zij prachtig geschikt zullen
worden voor een plaats aan een groote bank. Laat Jervis mij maar
schrijven als hij van een mooie vacature aan een bankinstelling
hoort. Het volgend jaar kan ik een geroutineerden directeur, een
kassier en uitstekend onderlegden klerk klaar hebben voor plaatsing
op een first class bank.
Zaterdag.
Onze dokter vindt het onaangenaam om "vijand" genoemd te worden. Het
wondt zijn gevoel of zijn waardigheid of iets dergelijks, maar sedert
ik, ondanks zijn protest, er toch mee doorga, heeft hij ook een
bijnaam voor mij bedacht. "Mis Sally Lunn" noemt hij mij en hij is er
erg trotsch op, zoo'n mooien naam voor mij te hebben gekozen.
Hij en ik hebben een ander tijdverdrijf gezocht. Hij spreekt Schotsch
en ik antwoord Iersch en op deze wijze is onze conversatie zeer
amusant.
Je denkt misschien dat dit een niet zoo groote bijzonderheid is, maar
ik verzeker je, dat dit voor Sandy een heeleboel is. Sedert ik terug
ben, is die man steeds hemelsch gehumeurd, nog geen enkel boos woord
heb ik van hem te hooren gekregen. Ik begin te gelooven dat ik hem
net zoo goed als Punch ten goede kan veranderen.
Deze brief moet nu lang genoeg zijn -- zelfs voor jou. Ik heb er bij
stukjes en beetjes drie dagen lang aan geschreven, wanneer ik maar
mijn lessenaar voorbij kwam.
Addio!
Sallie.
P.S. Ik geloof niet hard aan je veel geroemd haarmiddel of de drogist
heeft het niet goed gemengd of Jane heeft niet volgens voorschrift
gehandeld. In elk geval bleef ik van morgen aan mijn kussen
plakken.
J. G. H. Zaterdag.
Lieve Gordon,
Ik kreeg zoo net je brief van Donderdag en vind dat je niet bepaald
wijs doet met me zoo te schrijven. Natuurlijk probeer ik me niet van
je af te maken, dat is mijn manier niet. Als ik dat wilde, zou ik het
plotseling doen en met een vreeselijken plomp. Maar ik wist werkelijk
niet, dat ik je al drie weken lang niet had geschreven. Toe, neem het
mij niet kwalijk.
En daarbij, mijn lieve jongen, moet ik je nog wat zeggen. Je was
verleden week in New-York en toch kwam je nooit hier om me even op te
zoeken. Je dacht zeker dat wij het niet wisten, maar wij merkten het
toch en wij zijn erg beleedigd.
Wil je een verslag van mijn werkzaamheden van vandaag hebben?
Maandelijksch rapport van de regenten gelezen, rekeningen
gecontroleerd, den agent van de State Charities Aid Association
gesproken, het menu van de kinderen voor de volgende tien dagen
nagekeken, vijf brieven gedicteerd aan families die kinderen van ons
verzorgen, onze kleine zwakzinnige Loretta Higgins bezocht
(verontschuldig mij, dat ik ook hiervan moet gewagen, ik weet je
idiotisme en het aanverwante niet graag hoort bespreken), die bij een
lieve familie is uitbesteed, waar zij het huishouden leert doen.
Thuisgekomen heb ik getea'd en met den dokter een conversatie gehad
over het zenden van een onzer kinderen naar een sanatorium, omdat het
arme schaap tuberculeus is. Een artikel gelezen over het laten wonen
van kinderen in cottages in vergelijking met het plaatsen van door
liefdadigheid gesteunde kinderen in gestichten. (O, ik zou zoo graag
cottages willen hebben! Kun je er ons niet een paar met Kerstmis
cadeau doen?) En nu, om negen uur, begin ik half slaperig een brief
aan jou. Ken je veel jonge meisjes die haar dag zoo nuttig besteden?
O ja, ik vergat nog te vermelden, dat ik tien minuten dezen morgen,
tusschen het controleeren van mijn rekeningen door, gebruikte, om de
nieuwe keukenmeid te installeeren. Sallie Washington-Johnston, die
overheerlijk kookte, had een vreeselijk, vreeselijk humeur en zat
onzen armen goeden Noah, den stoker, zoo op zijn kop, dat ik haar wel
ontslaan moest. We kunnen Noah niet missen. Hij is veel nuttiger voor
het gesticht dan zelfs de directrice en zoo is Sallie
Washington-Johnston hier niet meer.
Toen ik de nieuwe keukenmeid naar haar naam vroeg, antwoordde zij:
"Ik heet Susanna Estella maar mijn vriendinnen noemen me "Pet"." Pet
heeft vanavond het avondeten bereid, maar ik moet erkennen, dat haar
kennis niet bij die van Sallie haalt. Ik vind het erg jammer, dat je
ons niet hebt bezocht in den tijd dat Sallie hier was. Je zou dan een
prachtigen indruk van ons huishouden hebben gekregen!
* * * * *
Op dat oogenblik kreeg de slaap de overhand op mij. Nu is het twee
dagen later.
Arme, verwaarloosde Gordon! Het schiet mij juist te binnen, dat ik je
ook nooit heb bedankt voor die modelleerklei, die twee weken geleden
hier kwam en dat was juist zoo'n heerlijk nuttig cadeau dat ik je
telegrafisch mijn dank had moeten laten weten! Toen ik de doos open
deed en al die gezellige pakjes zag, was het zoo verleidelijk, dat ik
dadelijk aan het werk ging en een beeld van Singapore modelleerde. De
kinderen zijn er dol op om er mee te spelen en het is heel goed, dat
ze ook met hun handen leeren werken.
Na een zorgvuldige studie van de Amerikaansche geschiedenis heb ik
vastgesteld, dat niets zoo waardevol is voor een a.s. President als
reeds vroegtijdige verplichte verandering van bezigheid.
Daarom heb ik de dagelijksche werkzaamheden van het gesticht in
honderd deelen afgepast en nu moeten de kinderen elke week een andere
taak verrichten. Natuurlijk doen ze alles averechts verkeerd, want
als ze juist weten, hoe ze het doen moeten, beginnen ze weer aan iets
anders. Het zou voor ons oneindig gemakkelijker zijn als wij aan Mrs.
Lippett's geliefkoosd systeem vasthielden, die elk kind aan een
bepaalde taak bond en die zijn leven lang liet verrichten. Maar als
de verleiding me te groot wordt, moe van alle moeite die het kost om
de kinderen telkens en telkens weer nieuwe werkzaamheden aan te
leeren, komt het beeld van de arme Florence Henty mij voor den geest,
die hier zeven jaar lang de koperen deurknoppen en niets dan koperen
deurknoppen te poetsen kreeg en dan maan ik mijn kinderen aan hun
werk zoo goed mogelijk te doen.
Elke keer als ik aan Mrs. Lippett denk, maak ik me nijdig. Ze heeft
dezelfde levensopvattingen als een zekere Tammany politicus die niet
het minste verlangen had om den staat te dienen -- zoo was ook het
eenig belang, dat Mrs. Lippett in John Grier Home stelde, dat zij er
haar brood mee kon verdienen.
Woensdag.
Welk nieuw onderwijs denk je dat ik nu in het John Grier Home invoer?
Niets minder dan dat in tafelmanieren.
Ik had nooit het minste idee dat het zoo moeilijk is kinderen eten en
drinken te leeren. Hun geliefkoosde houding is om hun mond bij hun
beker te brengen en zoo de melk, als kleine katjes, op te slurpen.
Goede manieren zijn niet alleen een vernisje, zooals Mrs. Lippett
scheen te denken, ze beteekenen ook discipline en beleefdheid
tegenover anderen en mijn kinderen zullen zich goede manieren moeten
eigen maken.
Die vrouw heeft hun ook altijd verboden om onder het eten te spreken
en nu doe ik alle moeite om er meer dan een angstig gefluister uit te
krijgen. Dus heb ingesteld dat de heele staf, ik incluis, aan tafel
mee aanzitten moet en het gesprek op een aardige manier moet weten op
te houden. Ook heb ik een stuk van de tafel gereserveerd, waar de
kinderen om beurten geplaatst worden, om zoo goed mogelijk toezicht
op hun manieren en gesprek-toon te houden. Ons hoogstaand
tafelgesprek luidt als volgt:
"Ja Tom, Napoleon Bonaparte was een heel groot man -- ellebogen van
de tafel -- hij bezat een ontzagwekkende macht om zijn geest te
kunnen concentreeren waar hij dat slechts op wilde, en dat is de
eenige wijze, waarop iets tot stand kan komen.... Hang niet zoo
over de tafel om bij het brood te komen, Suze. Vraag er beleefd om en
dan zal Corry het je aanreiken.... Maar hij is er ons ook een
voorbeeld van, dat wie zelfzuchtige gedachten en wenschen koestert,
uitsluitend op eigen welzijn en eerzucht gericht, zonder hierbij het
leven van anderen in aanmerking te nemen, tot den val komt en -- Tom,
hou je mond dicht als je kauwt -- na den slag van Waterloo -- blijf
van Sadie's koekje af -- was zijn val des te grooter -- Sadie Kate,
je kunt van tafel gaan, het komt er niet op aan wat hij deed; in geen
geval geeft een dame een heer een klap".
Nu is het weer twee dagen later. Op die treuzelige wijze ben ik
gedwongen al mijn brieven te schrijven.
Maar je kunt je nu toch niet beklagen, mijn beste jongen, dat ik deze
week niet aan je heb gedacht. Ik weet dat je het vervelend vindt als
ik je over het gesticht schrijf, maar heusch, ik kan het niet helpen,
ik moet het doen, want dat is het eenige nieuws, dat ik heb. Ik heb
zelfs geen vijf minuten overdag vrij om de krant even in te kijken,
de groote wereld gaat aan mij voorbij zonder dat ik er iets van
afweet. Al mijn kracht is nu geconcentreerd op dit kleine steenen
gebouw.
Je vriendin S. McBride,
Directrice van het
John Grier Home.
Donderdag.
Waarde vijand,
"Tijd is slechts de stroom waarin ik ga visschen". Klinkt dat niet
zeer philosopisch-eigenaardig, met dien "Heer van het Heelal!" toon?
Thoreau heeft het gezegd. Ik lees hem op het oogenblik met zeer veel
aandacht. Ziet U, ik kwam tegen Uw letterkundigen smaak in opstand en
nam weer de toevlucht tot mijn boeken. De laatste twee avonden heb ik
aan "Walden" gewijd, welk boek zooveel mogelijk verwijderd staat van
het probleem van het door liefdadigheid verzorgde kind.
Hebt U ooit den ouden Henry David Thoreau gelezen? U moet het toch
eens doen. Ik geloof beslist dat U in hem een verwanten geest zoudt
vinden. Luister maar eens hiernaar:
"Gezelschap is gewoonlijk waardeloos. Wij ontmoeten elkaar te spoedig
na elkaar en hebben dus geen tijd genoeg om telkens weer nieuwe
waarde voor elkaar te winnen. Het zou beter zijn als er op elke mijl
slechts één mensch woonde".
Wat zal hij een gezellige buurman geweest zijn. Werkelijk, hij lijkt
in vele opzichten op Sandy!
Ik schrijf U om U te berichten, dat een van onze
uitbestedingsagentessen ons heeft bezocht. Ze heeft over vier
kuikentjes beschikt. Een ervan is Thomas Kehoe. Wat denkt U ervan?
zouden wij het wagen? De plaats, die zij voor hem bestemd heeft, is
een boerderij in Connecticut, waar hij hard voor zijn brood zal
moeten werken en bij den boer in zal wonen. Het lijkt mij heel
geschikt en wij kunnen hem hier niet eeuwig houden. Op een goeden dag
zal hij de wereld-vol-whisky in moeten gaan.
Het spijt mij, dat ik U van dat interessante werk over "Vroegtijdig
idiotisme" moet afroepen, maar toch zoudt U mij verplichten als U
hier tegen acht uur aankwam om met mij en de agentes over deze
kwestie te confereeren.
Als steeds,
Hoogachtend,
S. McBride.