Lieve Judy,
Betsy heeft een zeer gewetenlooze truc tegenover een paar pleegouders
uitgehaald. Deze pleegouders zijn in hun reisauto van Ohio gekomen
met het interessante doel om het land te bezien en een dochtertje op
te pikken. Het schijnt dat zij de eerste ingezetenen van hun stad
zijn, waarvan ik mij op het oogenblik den naam niet kan herinneren,
maar in elk geval is het een zeer belangrijke stad. Er is daar
electrisch licht en gas en Mijnheer Eerste van de Stad is bij de
installatie geïnteresseerd en met een beweging van zijn hand zou de
heele stad in duister gehuld kunnen worden. Maar gelukkig is hij een
vriendelijke man en zal niet zooiets doen, zelfs niet als men daar
verzuimen zou hem tot burgemeester te benoemen. Hij woont in een
groot steenen huis met een leien dak en met twee torentjes, en houdt
er een wildpark op na en een fontein en een groote verzameling van
zeer fraaie boomen voor het huis (Hij had een foto in zijn zak)! Ze
zijn goedgehumeurd en edelmoedig, vriendelijk glimlachende menschen
en een beetje dik. Je ziet dus wat een begeerenswaardige pleegouders
het zijn.
En nu hadden wij precies het dochtertje, dat zij noodig hebben,
alleen was die juist op het oogenblik, dat zij hier kwamen, in een
flanellen japonnetje gehuld, en had ze haar gezichtje heelemaal vuil
gemaakt. Ze keken dus niet naar Caroline om, maar dankten ons heel
beleefd en zeiden dat ze er over zouden denken. Voordat zij wilden
beslissen, wenschten zij eerst nog het New-Yorksch
vondelingengesticht te bezoeken. Wij wisten zeer goed, dat onze
kleine Caroline niet de minste chance meer zou hebben als zij deze
superieure kinderen hadden bewonderd.
Toen had Betsy een pracht-idee! Ze bood hun lieftallig aan om hen
naar huis te rijden en daar dien middag te teaen.
Mr. en Mrs. Eersten van de Stad kennen hier niet veel menschen en
hebben dus niet de talrijke uitnoodigingen gekregen, die hun rechtens
toekomen, Dus waren zij naïef blij met de invitatie en het
vooruitzicht op een kleine afwisseling. Zoodra zij naar het hotel
teruggekeerd waren voor de lunch, liet Betsy haar auto voorkomen, en
verdween in vlug tempo met baby Caroline naar huis. Ze kleedde de
baby in het mooiste wit en rose geborduurde jurkje van haar nichtje,
leende een hoed van Iersche kant, een paar rose sokjes en witte
schoentjes en zette haar toen schilderachtig op het grasveld onder
een grooten eik met een paar gekleurde ballen neer, terwijl een
keurige wit geschorte nurse (eveneens van haar nichtje geleend) het
kind met brood en melk voedde. Toen nu de pleegouders in spe kwamen,
was Caroline zoo goed doorvoed en zoo blij, dat zij de twee luidjes
met welkomstgekraai en verrukte uitroepinkjes begroette. En van het
oogenblik af aan, dat die menschen het kind hadden gezien, waren ze
verrukt en dol verlangend. Geen tel dachten die twee goede zielen er
aan, dat zij hier hetzelfde kind van dien morgen voor zich hadden en
nadat dus een paar formaliteiten vervuld waren, leek het werkelijk
alsof baby Caroline in de belangrijke stad zou opgroeien tot een van
de eerste burgeressen.
Nu moet ik werkelijk aan het werk om nieuwe kleeren voor onze
kinderen te koopen.
Met de meeste hoogachting verblijf ik, waarde dame,
Uwe dienstwillige dienaresse
Sal. McBride.