26 April.

Lieve Jervis.

Je welsprekend en zeer duidelijk telegram was absoluut niet meer

noodig. Dr. Robin MacRae, die een zwaargebouwde stoere kerel is en

van aanpakken weet als het op vechten aankomt, heeft die zaak

prachtig geregeld. Ik was zoo dol van drift, dat ik dadelijk, nadat

ik dien bewusten brief aan je had geschreven, den dokter opbelde en

de heele geschiedenis nog eens oververtelde. Welnu, onze Sandy heeft

ondanks al zijn fouten (en die bezit hij zeer zeker) een ongewonen

voorraad van gezond verstand en hij weet hoe goed het werk in deze

tuintjes op onze kinderen zou inwerken en tevens, hoe meer dan slecht

Sterry voor zijn werk was. En dan zei hij, "dat het gezag van de

directrice hoog gehouden moet worden". (Dat is werkelijk prachtig

omdat het uit zijn mond komt). Maar in elk geval waren dat zijn

woorden en hij hing de telefoon aan den haak, haalde zijn auto te

voorschijn en verdween in razende vaart in deze richting. Hij liep

recht op Sterry toe, geheel en al beheerscht door een echt Schotsche

woede, en ontsloeg den man met zooveel kracht en duidelijke

bewoordingen, dat het raam van de schuur in splinters te loor ging.

Sinds dezen morgen 11 uur, toen Sterry's meubelwagens het hek

passeerden, heerscht er een weldadige vrede over het John Grier Home.

Een man uit het dorp helpt ons zoolang, terwijl wij intusschen den

tuinier uit onze droomen geduldig afwachten.

Ik vind het jammer, dat ik je met onze lasten moest overvallen.

Zeg Judy, dat ze me een brief schuldig is en dat ze geen woord van me

te hooren krijgt, zoolang ze haar schuld niet heeft afgedaan.

Uwe dienstwillige dienaresse

S. McB.

Lieve Judy,

In mijn brief van gisteren aan Jervis vergat ik onzen hartelijken

dank over te brengen voor de drie badkuipen. Die hemelsblauwe kuip

met de poppetjes erop is beslist een verfraaiing van de

baby-afdeeling. Ik hou erg veel van geschenken voor de babies, als ze

te groot zijn om ingeslikt te worden.

Je zult wel blij zijn te hooren, dat de afdeeling handenarbeid goede

vorderingen maakt. De timmerafdeeling werkt zoolang in het lokaal,

waar vroeger de kinderen fröbelonderwijs kregen; nu zitten de

kleintjes zoolang in den tuin te werken totdat er een vleugel is

bijgebouwd.

En ook met de naaiklasse van de meisjes gaat het uitstekend. Onder

den grooten beuk zitten de meisjes op een rij op lange banken met de

hand te naaien, terwijl de grootste onze drie naaimachines gebruiken

mogen. Zoodra ze er eenige vaardigheid in hebben gekregen, zullen wij

het heele huis in nieuwe kleeren steken. Ik weet dat je vindt dat ik

talm, maar het is heusch een heel werk om 180 nieuwe jurken te maken,

en de meisjes zullen het veel meer op prijs stellen als zij ze zelf

moeten maken.

Ik moet je ook berichten, dat onze gezondheidsmaatregelen een

geweldige vlucht hebben genomen. Dr. MacRae heeft morgen- en

avondoefening ingevoerd en een glas melk en een uur korfbal elken

dag, tusschen de schooluren door. Hij leert de kinderen nu ook het

gebruik en het nut van onze verschillende organen en heeft hen in

kleine groepjes verdeeld, die afzonderlijk bij hem aan huis komen,

waar hij een geraamte heeft staan en waar hij hun alles kan

aanwijzen. Zij kunnen nu met evenveel verstand over hun kleine

ongesteldheden spreken als over sprookjes van Moeder de Gans.

Werkelijk, ze worden te geleerd om nog dezelfde kinderen te schijnen.

Je zoudt nooit denken dat je vondelingen voor je hadt, als je onze

kinderen hoorde spreken. Het lijken echte collegekinderen!

2 uur nm. O Judy, er is iets vreeselijks gebeurd! Herinner je je nog,

dat ik je een paar weken geleden erover sprak, dat ik een lief meisje

in een aardige familie had ondergebracht, met de hoop dat zij haar

zouden aannemen? Het was een lieve Christelijke familie, die in een

aardig dorpje woonde. De pleegvader was daar diaken van de kerk.

Hetty is een allerliefst gehoorzaam huishoudelijk klein wijfje en het

leek of het stelletje prachtig bij elkaar hoorde. Lieve Judy, ze werd

van morgen bij ons teruggebracht _omdat ze had gestolen!_ En

schandaal op schandaal: _Ze had een beker van het Avondmaal uit de

kerk gestolen!_

Tusschen haar gesnik en hun beschuldigingen in, duurde het wel een

half uur, eer ik de waarheid te weten kon komen. Het schijnt dat de

kerk, waartoe zij behooren, zeer modern en hygiënisch is (precies

als onze dokter) en dat zij daar persoonlijke bekers voor het

Avondmaal hebben ingevoerd. De arme kleine Hetty had in haar heele

leven nog nooit van een Avondmaal gehoord. Ze was ook nog niet zoo

erg aan de kerk gewend, want de Zondagschool was altijd voor haar

eenvoudige godsdienstige verlangens voldoende geweest. Maar in haar

nieuwe thuis ging ze èn naar de kerk èn naar de Zondagschool en

eens hebben zij daar tot haar groote vreugde wijn rondgereikt. Maar

haar sloegen ze over. Ze kwam er niet tegen in opstand, ze is eraan

gewend overgeslagen te worden. Maar toen ze naar huis gingen, zag ze

dat het zilveren bekertje bij haar plaats was blijven staan, en

denkend, dat het een souvenir was dat ze mocht meenemen, stak ze het

in haar zak. Twee dagen later kwam het pas aan het licht, daar het

zilveren bekertje het meest geliefkoosd sieraad van het poppenhuis

uitmaakte. Het schijnt, dat Hetty jaren geleden een tinnen

poppenserviesje in een speelgoedwinkel heeft zien staan en sedert

dien dag steeds heeft gedroomd er zelf een te mogen bezitten. Het

avondmaal-bekertje was niet precies hetzelfde, maar het leek er toch

wel wat op. Als nu onze Christelijke familie een beetje minder

geloovig was geweest en een beetje meer gezond verstand had bezeten,

zou zij kalm het bekertje aan de kerk terug hebben gegeven en Hetty

naar den eersten den besten speelgoedwinkel hebben meegenomen om er

een poppenserviesje voor haar te koopen. Maar niets daarvan! Ze

stopten het kind met haar hebben en houden in den eersten den besten

trein, duwden haar door onzen hoofdingang en verklaarden, dat zij een

geboren dievegge was!

Ik ben blij, dat ik je zeggen kan, dat ik dien diaken en zijn vrouw

eens flink de les heb gelezen en zij van mij meer te slikken kregen,

dan zij wel ooit van den hoogen preekstoel uit naar binnen hebben

mogen wurgen. Ik leende voor dit doel een paar krachtuitdrukkingen

uit Sandy's woordenboek en stuurde hen vernederd en kleintjes naar

huis. En wat die arme kleine Hetty betreft, die is nu weer bij ons

terug, nadat ze eerst met zulke groote verwachtingen de wijde wereld

in ging. Het heeft een heel slechten moreelen invloed op een kind om

in ongenade naar een gesticht terug gestuurd te worden, vooral als ze

zich niet bewust is, dat ze iets kwaads heeft gedaan. Het geeft haar

het gevoel alsof de wereld vol voetangels en klemmen is en dat maakt

haar angstig en onzeker. Ik moet nu mijn best doen om een ander lief

ouderhuis voor haar te vinden, met menschen die nog niet zoo oud en

netjes en goed geworden zijn, dat ze hun eigen jeugd absoluut

vergeten hebben.

Zondag.

Ik vergat je te zeggen, dat onze nieuwe tuinbaas hier gekomen is. Hij

heet Turnfelt en heeft een vrouw met mooi, blond haar en kuiltjes in

haar wangen. Als ze een vondeling was, zou ik haar in een wip kunnen

plaatsen. En we zullen van haar zachtheid gebruik weten te maken! Ik

heb een prachtig plan om aan hun huisje nog een vleugel bij te

bouwen, zoodat onder haar goede zorgen een soort broedhuis gesticht

wordt voor pas aangekomen, kleine kuikentjes, zoodat we zeker kunnen

zijn, dat ze alle leelijke ondeugden, als ze die bezitten mochten,

hebben afgelegd wanneer ze zich met onze andere modelkuikens

vermengen.

Wat denk je daarvan? Het is beslist noodzakelijk om bij zoo'n groot

gesticht, vol lawaai en drukte, een stil, afgezonderd plekje te

hebben, waar wij alle gevallen die speciale zorg vragen,

onderbrengen. Sommige van onze kinderen hebben geschokte zenuwen en

dan zal een rusttijd hun zeker goed doen. Kies ik mijn woorden niet

zeer goed? Ja, het dagelijksch onderhoud met Dr. Robin MacRae kan

niet zonder goede gevolgen blijven!

[Illustratie]

Je moest onze biggetjes eens zien sedert den dag, dat Turnfeld zijn

intrede heeft gehouden. Ze zijn nu zoo helder en rozig en

onnatuurlijk, dat ze elkaar haast niet meer herkennen als de een den

ander passeert.

Ook ons aardappelveld is onherkenbaar. Het is net als een dambord in

64 gelijke stukken verdeeld en elk kind heeft zijn eigen stuk al

gekregen. Nu vormen zaadcatalogi onze eenige lectuur.

Noah is juist van een uitstapje naar het dorp teruggekeerd, waar hij

het Zondagsblad heeft gehaald. Want Noah is een zeer geletterd

persoon, hij leest niet alleen zeer goed, maar hij draagt ook een

bril met hoornen randen, terwijl hij zich met die gewichtige

bezigheid occupeert.

Hij bracht ook een brief van jou mee, die je Vrijdagavond hebt

geschreven. Het spijt me geweldig dat je Gösta Berling niet mooi

vindt en Jervis evenmin. De eenige opmerking die ik wil maken, is,

dat er een shocking gebrek aan letterkundigen smaak in de Pendleton

familie heerscht.

Dr. MacRae heeft een anderen dokter op bezoek, een zeer melancholiek

heer, die aan het hoofd van een particulier zenuwziekengesticht staat

en die denkt, dat er niets in het leven mooi en goed is. Maar ik

vermoed, dat die droefgeestige inzichten het natuurlijk resultaat

zijn van den voortdurenden omgang met krankzinnigen en zenuwzieken,

met wie hij driemaal per dag aan tafel zit. Hij bereist de heele

wereld op zoek naar gevallen van degeneratie en treft die overal aan.

Nadat ik een half uur met hem had gepraat, verwachtte ik, dat hij

mijn keel zou onderzoeken om te zien of ik misschien een gespleten

verhemelte had. Sandy's keuze, wat vrienden betreft, stemt volkomen

met zijn literairen smaak overeen.

Lieve deugd, wat een brief!

Goeden nacht!

Sallie.

Donderdag, 2 Mei.

Lieve Judy,

Er is toch zooveel gebeurd! Het John Grier Home is er nog buiten adem

van. Eindelijk heb ik het vraagstuk opgelost en weet ik, wat ik met

mijn kinderen zal doen als al die timmerlieden en loodgieters en

metselaars in ons huis bezig zijn, of liever gezegd, mijn beste broer

heeft de oplossing gevonden!

Vanmiddag ging ik over de linnenkast en kwam tot de vreeselijke

ontdekking, dat ik alleen maar sloopen genoeg had om elke twee weken

mijn kinderen een versche te geven, wat blijkbaar de gewoonte van het

huis is. En wie denk je dat daar binnenstormt terwijl ik als een

chatelaine van een middeleeuwsch kasteel, te midden van mijn

huishoudelijke beslommeringen, een bos sleutels aan mijn middel

bengelend, in gepeins was verzonken? Niemand anders dan Jimmie!

Daar ik zoozeer in mijn zorgen was verdiept, kon ik hem slechts een

vluchtigen kus op zijn neus drukken en stuurde ik hem weg om toezicht

over mijn twee oudste rakkers te houden. Ze riepen wat vrienden bij

elkaar en organiseerden een voetbalwedstrijd. Jimmie kwam hijgend

maar enthousiast terug en stemde erin toe zijn bezoek tot het eind

van de week te verlengen, hoewel hij na het avondeten, dat ik hem te

verorberen gaf, te kennen gaf, dat hij voortaan zijn maaltijden in

het hotel wenschte te nuttigen. Toen wij met ons kopje mocca voor het

vuur zaten, maakte ik hem deelgenoot van mijn onzekerheid, wat ik met

mijn kuikens moest beginnen terwijl de nieuwe broedplaats gebouwd zou

worden. Je kent Jimmie. In een seconde had hij zijn plan al

opgemaakt.

"Sla een Adirondacks-kamp op, op het kleine grasveld bij het gebouw.

Je kunt daar drie tenten opslaan, elk voor acht man en dan kun je de

24 oudste jongens gedurende den zomer eruit sturen. Het kost haast

niets!"

"Ja", argumenteerde ik, "die tenten kosten weinig, maar het is heel

duur om een man aan te nemen, die er toezicht over houdt". "O neen",

antwoordde Jimmie, "ik zal wel een collegevriend voor je vinden, die

blij is om gedurende zijn vacantie kost en inwoning en een kleine

vergoeding voor zijn toezicht te krijgen. Je zult hem alleen wat

beter eten moeten geven dan ik gisteren het genoegen had op mijn bord

te zien".

Dr. MacRae liep om negen uur bij ons aan, nadat hij eerst de

ziekenafdeeling had bezocht. Wij hebben drie gevallen van kinkhoest

maar houden de kinderen afzonderlijk, zoodat er geen enkel van de

andere aangetast kan worden. Hoe deze drie het kregen, is mij een

raadsel. Het schijnt, dat er een vogeltje bestaat, dat kinkhoest naar

de vondelingengestichten brengt.

Jimmie overviel hem dadelijk met zijn kampschema en de dokter ging er

vol geestdrift op in. Ze namen potlood en papier en maakten er een

schets van, en een paar uur later was de laatste spijker geslagen.

Niets zou die twee menschen meer voldoening hebben kunnen geven, dan

nog om tien uur aan de telefoon te hangen en een armen timmerman uit

zijn besten slaap te wekken. Die is nu met eenig timmerhout voor acht

uur in den morgen besteld.

Ik raakte hen eindelijk om half elf kwijt, terwijl ze nog druk over

palen en touw en tentdoek napraatten.

De opgewondenheid van Jimmie, gevoegd bij de sterke koffie, maakte,

dat ik nu nog opzit om je uitvoerig verslag te geven. Toch zal ik als

je het goed vindt, je de nadere bijzonderheden een volgende keer

meedeelen.

Altijd,

Je Sallie.

Zaterdag.

Waarde vijand,

Komt U vanavond om zeven uur bij ons dineeren? Het wordt een echt

diner, we krijgen zelfs roomijs!

Mijn broer heeft een welwillend jongmensch ontdekt, die het toezicht

over onze jongens kan houden. Misschien kent U hem wel. Hij heet Mr.

Witherspoon. Ik wil hem langzaam aan in gestichtskringen

introduceeren, dus spreek alsjeblieft niet over krankzinnigheid of

epileptische gevallen of alcoholisme of over een van Uw andere

stokpaardjes.

Het is een vroolijke levenslustige jongen, die aan heel goede diners

gewend is. Denkt U, dat hij zich ooit in het J. G. H. op zijn gemak

zal voelen?

In de grootst mogelijke

haast, Sallie McBride.

Zondag.

Lieve Judy.

Jimmie kwam hier Vrijdagmorgen om acht uur aanloopen en de dokter een

kwartier later. En sinds dien tijd hebben ze met de timmerlieden en

onzen nieuwen tuinbaas en Noah en onze twee paarden en onze acht

sterke boys flink doorgewerkt. Nog nooit zijn bouwplannen met meer

animo en grooter spoed tot stand gekomen. Ik wou dat ik een dozijn

Jimmies hier kon krijgen, alhoewel ik moet bekennen dat mijn broer in

zijn eerste vlaag van werkwoede beter werkt dan eenigen tijd later.

Voor het beeldhouwwerk van een middeleeuwsche kathedraal zou hij b.v.

niet bijster geschikt zijn.

Hij kwam Zaterdagmorgen met een nieuw denkbeeld aandragen: hij had

den vorigen nacht in het hotel een vriend ontmoet, die tot zijn

jachtclub in Canada behoort en kassier van onze Eerste (en eenige)

Nationale Bank is. "Het is een beste jongen", zei Jimmie, "en juist

dat soort, dat wij noodig hebben om de kinderen schik in het

kampleven te doen krijgen. Hij zal wel bereid zijn om hier te komen

tegen vrije kost en inwoning en een vergoeding van $ 30.-- in de

maand, want hij is met een meisje in Detroit verloofd en wil sparen.

Ik zei hem al, dat het eten hier niets waard is, maar als hij genoeg

opspeelt, zul je wel een nieuwe keukenmeid aannemen".

"Hoe heet hij?" vroeg ik vol belangstelling.

"O, hij heeft een verrukkelijker naam! Hij heet Percy de Forest

Witherspoon".

Ik viel bijna flauw! Stel je voor, een Percy de Forest Witherspoon,

die voor 24 van die kleine, onbeschaafde wilden moet zorgen!

Maar je kent Jimmie als hij zijn zinnen op iets heeft gezet. Hij had

Mr. Witherspoon al uitgenoodigd om dien avond bij ons te komen eten

en had oesters en duifjes en roomijs in het dorp besteld om me met

mijn kalfsvleesch te hulp te komen. Het eindigde daarmede, dat ik een

volmaakt diner gaf met Miss Matthews en Betsy en den dokter incluis.

Ik vroeg er haast ook den WelEd. Gestr. en Miss Snaith bij. Sedert ik

die twee ken, voel ik dat er een roman tusschen hen moet bestaan.

Nooit ontmoette ik twee menschen die zoo prachtig bij elkaar passen!

Hij is een weduwnaar met vijf kinderen. Denk je niet, dat we dat

zaakje zouden kunnen opknappen? Als hij een vrouw heeft, die goed

voor hem zorgt, zou hij niet meer zooveel tijd voor het J. G. H. over

kunnen hebben. Ik zou het heerlijk vinden om met één slag van

beiden ontslagen te zijn. Je moet het heusch bij de aanteekeningen

voor toekomstige verbeteringen voegen.

In elk geval hadden wij ons diner. En gedurende den maaltijd groeide

mijn angst gedurig, niet over het feit, wat Percy voor ons zou doen,

maar wel, wat wij voor Percy zouden kunnen doen. Als ik de heele

wereld afreisde, zou ik toch nergens een geschikter man kunnen

vinden, waarmede onze jongens nog meer zouden boffen. Je kunt hem

aanzien dat hij alles goed doet en flink is; zijn letterkundige en

artistieke bekwaamheden trek ik een weinig in twijfel, maar hij rijdt

en schiet en speelt golf en voetbalt en zeilt. Hij houdt er van in de

open lucht te slapen en hij houdt van jongens. Hij heeft er altijd

naar verlangd om eens een paar vondelingen te leeren kennen, want hij

beweerde, dat hij er dikwijls over gelezen heeft, maar nog nooit met,

hen heeft gesproken. Percy schijnt te goed om werkelijk te zijn. Het

lijkt een droom!

Voordat zij afscheid namen, zochten Jimmie en de dokter een lantaarn

op en geleidden zij Mr. Witherspoon in avondcostuum naar de plaats

waar zijn toekomstig kamp gebouwd moet worden.

En wat hadden wij niet een verrukkelijker Zondag! Ik moest hun

absoluut verbieden om met timmeren door te gaan, want die mannen

dachten aan niets anders, zelfs niet aan het moreele kwaad dat ze

daardoor bij 104 zieltjes zouden kunnen aanrichten! Ze stonden daar

en hamerden erop los en dachten erover, dat ze morgen vroeg weer aan

het werk konden gaan! Hoe langer ik mannen bestudeer, des te meer kom

ik tot de overtuiging dat zij niets anders zijn dan groote jongens,

die hun ware natuur een beetje voor de buitenwereld verbergen.

Ik verkeer in gestadig gepeins hoe ik in Godsnaam den Heer

Witherspoon zal kunnen voeden. Hij ziet eruit alsof hij een

schrikwekkenden eetlust heeft en ook alsof hij zijn diner niet kan

verorberen als hij geen avondcostuum aan heeft. Ik heb Betsy er op

uitgezonden met de boodschap, dat we een koffer vol avondjaponnen

moeten hebben om onze sociale standing op te houden. Een ding is zeer

goed: hij gebruikt zijn lunch in het hotel en ik heb gehoord dat die

daar zeer voedzaam en rijkelijk is.

Zeg Jervis, dat het me spijt, die hij niet hier is en dus niet mee

kan timmeren aan ons kamp. Daar komt de WelEd. Gestr. in de verte

aan. De goede God behoede mij!

Je ongelukkige

S. McB.

J. G. H. 8 Mei.

Lieve Judy,

Ons kamp is klaar! Mijn energieke broer is er weer van door en onze

24 boys hebben twee heerlijke nachten in de open lucht doorgebracht.

Onze drie tenten verhoogen het artistieke schoon van ons terrein. Zij

zijn ongeveer gelijk aan die, welke wij in Adirondacks hadden,

gesloten aan drie kanten en van voren open en één grooter dan de

twee andere, omdat die de kamer van den Heer Percy Witherspoon bevat.

Een aangrenzende hut, die wat minder aan weer en wind is

blootgesteld, dient als badinrichting en bevat een kraan, aan den

wand bevestigd, en drie groote waterkitten. Elk kamp heeft een

badmeester, die, op een stoel staande, de overige jongens, huiverend

naast den stoel staande, een voor een flink met water begiet. Sinds

onze regenten ons niet genoeg badkuipen wenschen te geven, moeten wij

onze scherpzinnigheid te hulp roepen. Het kamp is in drie

Indianengroepen verdeeld, elk met een hoofdman, die voor het gedrag

van de groep aansprakelijk is. Mijnheer Witherspoon is de hoofdman

van de heele Indianenbende en Dr. MacRae is de medicijnman. Zij

betrokken hun tenten Dinsdagavond met de bekende plechtigheden, en

hoewel zij mij officiëel uitnoodigden de feestelijkheden bij te

wonen, maakte ik voor mijzelf uit dat dit een zuiver manlijke

bijeenkomst was. Ik weigerde dus te komen doch zond hun

ververschingen, wat in zeer goede aarde viel. Betsy en ik liepen dien

avond tot het slagbalveld en kregen een glimp van hun orgieën te

zien. De dapperen waren in een wijden kring om het vuur gezeten,

ieder versierd met een deken van zijn bed en een rij veeren in zijn

haar. (Onze kuikens schijnen er zeer schrale staarten op na te

houden, maar ik heb geen onpleizierige vragen gesteld). De dokter

voerde een krijgsdans uit, een bonten deken artistiek om zijn

schouders geslagen, terwijl Jimmie en de Heer Witherspoon hem met

krijgsmuziek begeleidden. (Twee koperen ketels die wij nu wel nooit

meer terug zullen zien!) Had je dat ooit van Sandy gedacht? Het is

het eerste glimpje leven, dat ik van dien man te zien kreeg.

Na tien uur, toen de dapperen veilig en wel onder de wol lagen,

kwamen de drie mannen bij ons binnen vallen en lieten zich lui in de

gemakkelijke stoelen van de bibliotheek neer met het air van

martelaars, die zich voor het welzijn van anderen hebben opgeofferd.

Maar zij konden mij niet misleiden: bij alle gekheid, die zij hadden

uitgevoerd, hadden zijzelven even hard meegenoten als onze jongens.

Tot dusverre lijkt Percy Witherspoon het hier zeer behagelijk te

vinden. Hij zit aan het hoofd van een onzer tafels onder de speciale

bescherming van Betsy, en naar ik hoor weet hij daar in het stille

hoekje veel vroolijkheid te weeg te brengen. Ik ben er in geslaagd

het menu een kleinigheid te verbeteren en met een goeden eetlust

accepteert hij alles, wat wij hem voorzetten, onbekommerd over de

afwezigheid van de gewende kleinigheden als oesters en tong en hors

d'oeuvre.

Ik kon dezen jongen man geen eigen zitkamer aanwijzen, maar hij heeft

die moeilijkheid opgelost door voor te stellen het nieuwe

laboratorium daarvoor te gebruiken. Dus brengt hij de avonden met een

boek en een pijp vredig door, terwijl hij zich behagelijk in den

tandartsstoel uitstrekt. Er zijn niet veel menschen van de wereld,

die hun avonden op zulk een onschuldige manier zouden willen

doorbrengen. Dat meisje in Detroit is een gelukkig, jong ding!

O jé! Daar komt een auto met menschen aan, met het verzoek het

gesticht te mogen bezien en Betsy, die gewoonlijk de honneurs

waarneemt, is er niet. Ik vlieg!

Addio!

Sallie.

[Illustratie]

Mijn lieve Gordon.

Dit is geen brief, dien ben ik je niet schuldig. Het is alleen maar

het ontvangstbewijs van 65 paar rolschaatsen.

Veel dank!

S. McB.

Vrijdag.

Waarde vijand,

Ik hoorde dat ik vandaag Uw bezoek miste, maar Jane bracht me Uw

boodschap over tegelijk met de "Philosophische beschouwingen over den

oorsprong van het geslacht in verband met de opvoeding". Ze zegt dat

U in een paar dagen mijn meening over dit boek wilt kennen. Zal het

examen schriftelijk of mondeling plaats vinden?

En dringt het nooit tot U door, dat deze beschouwingen betrekkelijk

eenzijdig zijn? Ik overdenk dikwijls, dat het voor Dr. Robin MacRae's

geest beter zou zijn, als hij af en toe een kleine verfrissching

kreeg. Ik beloof U het boek te lezen als U dan in ruil een van de

mijne leest. Ik stuur U hierbij "Dolly Dialogues" en zal binnen een

paar dagen Uw meening hierover vragen.

Het is een reuzenwerk om een Schotschen Presbyteriaan frivool te

maken, maar volharding brengt dikwijls wonderen tot stand!

S. McB.

Het "John Grier Home" · 第 15 / 48 题