24 April.

Waarde Heer Jervis Pendleton,

Dit is het suppelement van een telegram, dat ik juist tien minuten

geleden verzond. Daar vijftig woorden moeilijk voldoende kunnen zijn

om iemands gedachte duidelijk uiteen te zetten, voeg ik er hierbij

nog een duizend aan toe.

Zooals je bij ontvangst van dit schrijven wel zult weten, heb ik den

tuinier ontslagen, en hij weigert van hier te gaan. Daar hij nu

eenmaal twee keer zoo groot is als ik, kan ik hem moeilijk naar het

hek sleuren om hem er daar uit te smijten. Hij verlangt een officieel

schrijven van den president van de regenten in krachtige bewoordingen

met machineschrift op gezegeld papier geschreven. Dus,waarde

President van onze Regenten, zorg hiervoor zoo spoedig mogelijk

s.v.p.

Hier volgt het resumé van de zaak:

Daar ik hier midden in den winter kwam en er dan hier met tuinieren

weinig te doen is, had ik tot nu toe haast niet op Robert Sterry

gelet, in één geval uitgezonderd, n.l. toen ik zag, dat de

duiventillen noodig schoongemaakt moesten worden. Maar vandaag liet

ik hem bij mij komen om over den aanplant gedurende het komend

voorjaar te spreken.

Sterry kwam en maakte het zich op mijn werkkamer gemakkelijk, met

zijn hoed op zijn hoofd. Ik vroeg hem zoo tactvol mogelijk om dit

kleedingstuk van plaats te doen veranderen, een absoluut noodzakelijk

verzoek, daar onze kleintjes met boodschappen in en uit gaan en "pet

af" een van de eerste voorschriften in het manlijk departement is.

Sterry deed wat ik hem vroeg en vormde al van te voren het plan tegen

alles te zijn, wat ik hem ook zou voorstellen.

Ik zette hem mijn plannen uiteen door te zeggen, dat ik het dit jaar

noodig achtte, dat het J. G. H. minder aardappelen dan in vroeger

jaren zou verbouwen, na welke woorden onze tuinbaas bromde zooals de

WelEd. Gestr. weleens placht te doen, alleen was het een nog minder

aesthetisch en nog minder gentlemanlike geknor als men van dien

advocaat verneemt. Ik maakte hem hierop duidelijk, dat boonen en uien

en sla en tomaten en bieten en wortelen zeer wenschelijke

voedingsmiddelen zijn.

Sterry maakte de opmerking, dat waar aardappelen en kool voor hem

goed genoeg waren, dit zeker ook wel voor liedadigheidskinderen het

geval zou zijn.

Ik vervolgde onverbiddelijk, dat het groote aardappelveld omgespit en

bemest en in 62 kleine tuintjes verdeeld moest worden, bij welk werk

jongens hem zouden helpen.

Bij die woorden barstte Sterry los. Dat veld was juist het

vruchtbaarste en beste stuk grond van alles wat we hebben, en als ik

dat nu voor speeltuintjes van de kinderen zou inrichten om er in te

knoeien, zou ik er wel gauw door de regenten meer van hooren. Dat

veld was geschikt voor aardappelveld, er hadden altijd aardappelen op

gegroeid er zouden altijd aardappelen op blijven groeien, zoolang hij

er maar iets over te zeggen had.

"Maar je hèbt er niets over te zeggen", antwoorde ik hem heel

beminnelijk. "Ik heb gezien, dat dat veld het meest geschikt is om

voor tuintjes van de kinderen te dienen en jij en de aardappelen

zullen daarvoor moeten plaats maken".

Maar toen barstte het onweer eerst goed los en hij beweerde, dat hij

liever dood zou gaan dan langer met zulke eigenwijze onervaren

stadsratten, die van niets verstand hebben en zich met alles

bemoeien, om te gaan.

Ik legde hem uit (en dat heel kalm voor iemand, die rood haar en

Iersche voorouders heeft), dat dit gebouw absoluut voor de kinderen

bestemd was en dat de kinderen er niet voor het gebouw waren. Een

wijsgeerige opmerking, die hij echter niet snapte, ofschoon mijn

zachte stem wel een eenigszins kalmeerenden invloed had. Ik voegde er

nog aan toe, dat ik van hem verwachtte, dat hij de kinderen met veel

geduld en handigheid het bebouwen van den grond en wat ander

tuinierswerk zou leeren en dat ik wilde, dat dit met de grootste

vriendelijkheid zou geschieden, waardoor dit werk goed op deze

stadskinderen zou inwerken.

Sterry, die opgewonden door de kamer heen en weer liep, begon

plotseling op "dat idiote Zondagschoolgedoe" te schimpen -- waarvan

ik nog niet het verband met mijn woorden snap -- waarop hij van

onderwerp even plotseling weer veranderde en zich smalend over

suffragettes uitliet. Ik gis, dat hij deze beweging niet bepaald

sympathiek gestemd is, maar ik liet hem kalm uitrazen en gaf hem toen

een cheque voor het hem verschuldigde salaris met de simpele woorden,

dat hij het gebouw den volgenden Woensdag om 12 uur 's morgens moest

hebben verlaten.

Sterry zegt, dat hij verdoemd is als hij het doet (excuseer dat

groote woord: ik haal slechts aan). Hij is door den president van de

regenten aangenomen om zijn werk te verrichten en hij zal hier niet

vandaan gaan, voordat de president van de regenten hem zegt, dat hij

moet gaan. Ik geloof niet dat de arme Sterry weet, dat er sinds zijn

komst een nieuwe president aan het hoofd van de inrichting staat.

Zie hier het geheele geval. Ik dreig niet, maar: Sterry of McBride,

waarde heer, kies!

Ik heb ook al aan het hoofd van het Massachusetts Agricultural

College in Amherst geschreven met het verzoek om mij een kalme,

practische man met een vriendelijke handige vrouw aan te bevelen,

welke de zorgen over ons bescheiden grondgebied van 17 akkers kan

waarnemen en die geschikt is om onze jongens les in het tuinieren te

geven.

Ik hoop nu een geschikte man te krijgen en dan zullen er niet alleen

wortels en uien en tomaten op onze tafel verschijnen, maar onze

kinderen zullen ook volop van het werken in de buitenlucht kunnen

genieten.

Als steeds

S. McBride,

directrice van het

John Grier Home.

P.S. Ik vermoed, dat Sterry op een onheilspellenden nacht terug zal

keeren om rotsblokken door de ruiten te gooien. Zal ik ze

verzekeren?

Mijn waarde vijand,

U verdween vanmiddag zoo vlug dat ik geen gelegenheid had om u te

bedanken, maar de echo van dit luidruchtig ontslag drong zelfs tot in

de veilige diepte van mijn studeervertrek door. Wat ter wereld voerde

je toch met dien armen Sterry uit? Al kijkend naar den kloeken stap

en 't achterover geworpen hoofd van onzen Schotsen dokter, werd ik

met bange voorgevoelens vervuld. Ik wilde niet dat die man vermoord

zou worden, alleen maar, dat iemand hem het gebeurde duidelijk aan

zijn verstand zou brengen. Ik ben bang dat je een beetje hard van

stapel liep.

Toch schijnt de wijze van optreden een zeer goede uitwerking te

hebben gehad: er is tenminste, volgens het mij toegezonden rapport om

een verhuiswagen getelefoneerd en juffrouw Sterry ligt thans op haar

knieën om het karpet op te nemen.

Dank voor deze bevrijding.

Sallie McBride.

Het "John Grier Home" · 第 14 / 48 题