Waarde Heer Jervis Pendleton,
Dit is het suppelement van een telegram, dat ik juist tien minuten
geleden verzond. Daar vijftig woorden moeilijk voldoende kunnen zijn
om iemands gedachte duidelijk uiteen te zetten, voeg ik er hierbij
nog een duizend aan toe.
Zooals je bij ontvangst van dit schrijven wel zult weten, heb ik den
tuinier ontslagen, en hij weigert van hier te gaan. Daar hij nu
eenmaal twee keer zoo groot is als ik, kan ik hem moeilijk naar het
hek sleuren om hem er daar uit te smijten. Hij verlangt een officieel
schrijven van den president van de regenten in krachtige bewoordingen
met machineschrift op gezegeld papier geschreven. Dus,waarde
President van onze Regenten, zorg hiervoor zoo spoedig mogelijk
s.v.p.
Hier volgt het resumé van de zaak:
Daar ik hier midden in den winter kwam en er dan hier met tuinieren
weinig te doen is, had ik tot nu toe haast niet op Robert Sterry
gelet, in één geval uitgezonderd, n.l. toen ik zag, dat de
duiventillen noodig schoongemaakt moesten worden. Maar vandaag liet
ik hem bij mij komen om over den aanplant gedurende het komend
voorjaar te spreken.
Sterry kwam en maakte het zich op mijn werkkamer gemakkelijk, met
zijn hoed op zijn hoofd. Ik vroeg hem zoo tactvol mogelijk om dit
kleedingstuk van plaats te doen veranderen, een absoluut noodzakelijk
verzoek, daar onze kleintjes met boodschappen in en uit gaan en "pet
af" een van de eerste voorschriften in het manlijk departement is.
Sterry deed wat ik hem vroeg en vormde al van te voren het plan tegen
alles te zijn, wat ik hem ook zou voorstellen.
Ik zette hem mijn plannen uiteen door te zeggen, dat ik het dit jaar
noodig achtte, dat het J. G. H. minder aardappelen dan in vroeger
jaren zou verbouwen, na welke woorden onze tuinbaas bromde zooals de
WelEd. Gestr. weleens placht te doen, alleen was het een nog minder
aesthetisch en nog minder gentlemanlike geknor als men van dien
advocaat verneemt. Ik maakte hem hierop duidelijk, dat boonen en uien
en sla en tomaten en bieten en wortelen zeer wenschelijke
voedingsmiddelen zijn.
Sterry maakte de opmerking, dat waar aardappelen en kool voor hem
goed genoeg waren, dit zeker ook wel voor liedadigheidskinderen het
geval zou zijn.
Ik vervolgde onverbiddelijk, dat het groote aardappelveld omgespit en
bemest en in 62 kleine tuintjes verdeeld moest worden, bij welk werk
jongens hem zouden helpen.
Bij die woorden barstte Sterry los. Dat veld was juist het
vruchtbaarste en beste stuk grond van alles wat we hebben, en als ik
dat nu voor speeltuintjes van de kinderen zou inrichten om er in te
knoeien, zou ik er wel gauw door de regenten meer van hooren. Dat
veld was geschikt voor aardappelveld, er hadden altijd aardappelen op
gegroeid er zouden altijd aardappelen op blijven groeien, zoolang hij
er maar iets over te zeggen had.
"Maar je hèbt er niets over te zeggen", antwoorde ik hem heel
beminnelijk. "Ik heb gezien, dat dat veld het meest geschikt is om
voor tuintjes van de kinderen te dienen en jij en de aardappelen
zullen daarvoor moeten plaats maken".
Maar toen barstte het onweer eerst goed los en hij beweerde, dat hij
liever dood zou gaan dan langer met zulke eigenwijze onervaren
stadsratten, die van niets verstand hebben en zich met alles
bemoeien, om te gaan.
Ik legde hem uit (en dat heel kalm voor iemand, die rood haar en
Iersche voorouders heeft), dat dit gebouw absoluut voor de kinderen
bestemd was en dat de kinderen er niet voor het gebouw waren. Een
wijsgeerige opmerking, die hij echter niet snapte, ofschoon mijn
zachte stem wel een eenigszins kalmeerenden invloed had. Ik voegde er
nog aan toe, dat ik van hem verwachtte, dat hij de kinderen met veel
geduld en handigheid het bebouwen van den grond en wat ander
tuinierswerk zou leeren en dat ik wilde, dat dit met de grootste
vriendelijkheid zou geschieden, waardoor dit werk goed op deze
stadskinderen zou inwerken.
Sterry, die opgewonden door de kamer heen en weer liep, begon
plotseling op "dat idiote Zondagschoolgedoe" te schimpen -- waarvan
ik nog niet het verband met mijn woorden snap -- waarop hij van
onderwerp even plotseling weer veranderde en zich smalend over
suffragettes uitliet. Ik gis, dat hij deze beweging niet bepaald
sympathiek gestemd is, maar ik liet hem kalm uitrazen en gaf hem toen
een cheque voor het hem verschuldigde salaris met de simpele woorden,
dat hij het gebouw den volgenden Woensdag om 12 uur 's morgens moest
hebben verlaten.
Sterry zegt, dat hij verdoemd is als hij het doet (excuseer dat
groote woord: ik haal slechts aan). Hij is door den president van de
regenten aangenomen om zijn werk te verrichten en hij zal hier niet
vandaan gaan, voordat de president van de regenten hem zegt, dat hij
moet gaan. Ik geloof niet dat de arme Sterry weet, dat er sinds zijn
komst een nieuwe president aan het hoofd van de inrichting staat.
Zie hier het geheele geval. Ik dreig niet, maar: Sterry of McBride,
waarde heer, kies!
Ik heb ook al aan het hoofd van het Massachusetts Agricultural
College in Amherst geschreven met het verzoek om mij een kalme,
practische man met een vriendelijke handige vrouw aan te bevelen,
welke de zorgen over ons bescheiden grondgebied van 17 akkers kan
waarnemen en die geschikt is om onze jongens les in het tuinieren te
geven.
Ik hoop nu een geschikte man te krijgen en dan zullen er niet alleen
wortels en uien en tomaten op onze tafel verschijnen, maar onze
kinderen zullen ook volop van het werken in de buitenlucht kunnen
genieten.
Als steeds
S. McBride,
directrice van het
John Grier Home.
P.S. Ik vermoed, dat Sterry op een onheilspellenden nacht terug zal
keeren om rotsblokken door de ruiten te gooien. Zal ik ze
verzekeren?
Mijn waarde vijand,
U verdween vanmiddag zoo vlug dat ik geen gelegenheid had om u te
bedanken, maar de echo van dit luidruchtig ontslag drong zelfs tot in
de veilige diepte van mijn studeervertrek door. Wat ter wereld voerde
je toch met dien armen Sterry uit? Al kijkend naar den kloeken stap
en 't achterover geworpen hoofd van onzen Schotsen dokter, werd ik
met bange voorgevoelens vervuld. Ik wilde niet dat die man vermoord
zou worden, alleen maar, dat iemand hem het gebeurde duidelijk aan
zijn verstand zou brengen. Ik ben bang dat je een beetje hard van
stapel liep.
Toch schijnt de wijze van optreden een zeer goede uitwerking te
hebben gehad: er is tenminste, volgens het mij toegezonden rapport om
een verhuiswagen getelefoneerd en juffrouw Sterry ligt thans op haar
knieën om het karpet op te nemen.
Dank voor deze bevrijding.
Sallie McBride.