Mijn lieve Judy,
Ik kom zoo juist van een dame, die haar man met een baby wil
verrassen. Ik heb veel moeite gedaan om haar aan het verstand te
brengen, dat, waar hij voor het kind levenslang zal moeten zorgen,
zij hem zeker wel van te voren over deze daad mag raadplegen. Zij
bleef maar volhouden, dat het hem niets aanging, omdat het grootste
werk in uitkleeden, wasschen en opvoeden bestond en haar en niet haar
man te beurt zou vallen. Ik begin heusch medelijden met onze mannen
te krijgen. Sommigen van hen schijnen al heel weinig rechten te
bezitten!
Zelfs onze strijdlustige Schot schijnt mij een slachtoffer van
vrouwelijke tirannie te zijn en wel die van zijn huishoudster. Het is
schandelijk zooals Maggie McGurk dien man verwaarloost! Ik heb het
noodig geacht hem onder de hoede van een vondeling te stellen. Sadie
Kate, die met gekruiste beenen op het haardkleedje zit, is juist
bezig met een bezorgd huismoedergezichtje de knoopen aan zijn jas te
naaien, terwijl hij boven de babies inspecteert.
Je zou het nooit gelooven maar Sandy en ik gaan op droge Schotsche
manier werkelijk aan elkaar wennen. Hij heeft het nu als gewoonte
aangenomen elken middag, wanneer hij van zijn bezoeken thuis komt,
tegen vier uur bij ons aan te loopen om er zich van te overtuigen,
dat er geen cholera- of zwarte pokken-geval of wel de pest bij ons
heerscht en dan klopt hij om vijf uur bij mij aan om over
gemeenschappelijke belangen te spreken.
Denk je dat hij voor mij komt? O neen, dat is het niet! Hij komt
alleen maar om zijn kopjes thee en de toast met marmelade in
ontvangst te nemen. Die man heeft een hongerige uitdrukking in zijn
oogen. Zijn huishoudster schijnt hem niet genoeg te eten te geven.
Zoodra ik een beetje meer over hem te zeggen heb, zal ik hem opstoken
zich er tegen te verzetten.
Intusschen is hij zeer dankbaar voor al het eetbare dat ik hem reik,
maar, o Judy, hij is zoo typisch in zijn pogingen om beleefd te zijn.
De eerste maal hield hij zijn kopje in zijn eene en zijn bord met
toast in zijn andere hand, terwijl hij blijkbaar naar een derde hand
zocht om mee te eten. Nu heeft hij echter het probleem opgelost. Hij
trekt zijn teenen in en zet zijn knieën naast elkaar en dan maakt
hij van zijn servet een lange worst, waarmede hij de holte tusschen
zijn knieën opvult zoodat hij een werkelijk bruikbaren schoot
produceert. Dan blijft hij onbeweeglijk zitten totdat zijn thee op
is. Ik geloof dat ik eigenlijk voor een tafeltje moest zorgen, maar
Sandy met zijn stijve knietjes is een van de weinige amusante
oogenblikken die ik heb en ik zou ze niet graag missen.
Daar komt net de post! Zeker een brief van jou! Brieven vormen een
heerlijke afwisseling in dit eentonig leven. Als je je directrice te
vriend wilt houden moet je haar maar veel schrijven!
* * * * *
Ik heb de mail in ontvangst genomen en den inhoud genoteerd. Breng
alsjeblieft mijn hartelijken dank over aan Jervis voor die drie
krokodillen in een moeras. Hij schijnt een zeldzaam goeden smaak te
bezitten, wat wel bij het uitzoeken van zijn prentbriefkaarten
blijkt. Je geïllustreerde brief van zeven tijdjes uit Miami komt net
gelijktijdig aan. Ik zou Jervis dadelijk in dien palmboom herkent
hebben, zelfs zonder verklarend kruisje. Ik heb ook een allerliefsten
brief van zekeren jongen man in Washington gekregen, eveneens een
boek en een groot pakket kandijklontjes. De baal apenootjes voor de
kinderen heeft hij per expresse verzonden. Heb je ooit zooveel liefs
bij elkaar gezien?
Jimmie verblijdt mij met de mededeeling, dat hij mij op komt zoeken
zoodra Vader hem maar op de fabriek kan missen. De arme jongen heeft
toch zoo het land aan die fabriek! Niet omdat hij lui is, maar hij
stelt nu eenmaal geen belang in leeren broeken. Vader kan zoo'n
gebrek aan smaak niet begrijpen. Nadat hij de fabriek heeft gebouwd,
heeft hij een hartstocht opgevat voor alles wat naar leeren broeken
zweemt en dat diende zijn oudste jongen natuurlijk van hem geërfd te
hebben! Ik vind het verbazend gemakkelijk dat ik als dochter geboren
ben. Mij is nooit gevraagd of ik van broeken hield, maar ik mag net
doen wat ik wil en zelfs directrice van een vondelingengesticht
worden!
Maar om op mijn mail terug te komen: daarbij is ook een brief van een
grossier in koloniale waren, die beweert, dat hij buitengewoon
goedkoop allerlei soorten van havermout, rijst, meel gedroogde
pruimen en appelen kan leveren en dat hij groote leveranties krijgt
voor de gevangenissen en veel liefdadigheidsinrichtingen! Dat klinkt
niet veelbelovend, vind je wel?
Ik heb ook een paar brieven van boeren, die allen een stevigen jongen
van een jaar of veertien willen hebben, die niet bang is om zijn
handen uit de mouwen te steken. Hun bedoeling is die kinderen een
goed tehuis te geven. Deze goede tehuizen schieten als paddestoelen
uit den grond. Toen we laatst naar een van hen een onderzoek
instelden, antwoordde de dorpsdominee op mijn steeds weer gestelde
vraag: "Heeft hij eenig geldelijk bezit?" op zeer voorzichtige wijze:
"Ik geloof dat hij een kurkentrekker heeft".
Je kunt de meeste van die tehuizen niet vertrouwen. Laatst vonden we
een zeer welgestelde boerenfamilie, waarvan de leden allemaal te
zamen in drie kamertjes hokten om de rest van hun huis netjes te
houden. Het meisje van veertien, dat ze als kind wilden aannemen om
er een goedkoop dienstmeisje aan te hebben, zou in hetzelfde bedompte
kamertje als de drie kinderen moeten slapen. Hun keuken, eetkamer en
salon waren slordiger en vervuilder dan eenig kot, dat ik ooit heb
gezien en de atmosfeer was op zijn minst 84 graden! Je kunt moeilijk
zeggen dat die familie daar leefde: ze kookte er gewoon! Je begrijpt
dat ze het meisje niet te zien kregen.
Ik heb een vast principe waarop al de andere afstuiten: geen kind
gaat er bij mij de deur uit als de familie in kwestie hun niet een
beter leven, dan dat zij hier hebben, kan aanbieden. Ik meen
natuurlijk het leventje, dat onze kinderen over een paar maanden bij
ons zullen hebben als wij hier een modelinrichting van hebben
gemaakt. Ik moet je eerlijk bekennen, dat het hier op het oogenblik
nog lang niet volmaakt is.
Maar ik elk geval ben ik erg kieskeurig met de keuze van de tehuizen
van onze kinderen en ik verwerp drie kwart van wat er wordt
aangeboden.
* * * * *
Later:
Gordon heeft mijn kinderen een prachtig geschenk gezonden. Zijn baal
apenootjes is aangekomen, geen kleine, drie voet hoog!
Herinner je je nog het dessert van apenootjes met bruine suiker, dat
ze ons op de Universiteit gaven? Wij trokken er onze aristocratische
neuzen voor op maar aten door. Ik heb dat nu ook hier ingesteld en ik
kan je verzekeren, dat wij hier onze neuzen niet hebben opgetrokken.
Het is heerlijk om kinderen, die een tijdlang onder het regime van
Mrs. Lippett hebben gestaan, goed te voeden! Ze zijn zoo dankbaar
voor elke kleinigheid die je voor hen doet.
Je kunt je er nu toch zeker niet over beklagen, dat mijn brief niet
lang genoeg is!
Je schrijfkramp hebbende
S. McB.
[Illustratie]
John Grier Home,
Vrijdag.
Lieve Judy.
Het zal je interesseeren te vernemen dat ik alweer een vijand ben
tegengekomen. Ditmaal is het de huishoudster van onzen Schot! Ik had
al een paar maal door de telefoon met dat wezen gesproken en daarbij
opgemerkt, dat haar stem nu juist niet bepaald melodisch was, maar nu
heb ik haar tevens te zien gekregen!
Dezen morgen maakte ik op den terugweg van het dorp een kleinen omweg
en passeerde daarbij het huis van onzen dokter. Sandy is
klaarblijkelijk het resultaat van zijn omgeving -- alles olijfgroen
met een laag dak en voor alle vensters gesloten luiken. Je zou
zeggen, dat daar binnen iemand zoo juist gestorven was! Ik ben er
niet langer over verbaasd, dat de aangenaamheden van het leven dezen
armen man ontglipt zijn! Nadat ik eerst den buitenkant van zijn huis
had bestudeerd, was ik nieuwsgierig te weten of het er van binnen net
zoo uitzag.
En zie je, ik had dien morgen aan het ontbijt heusch wel vijf maal
geniesd en ik maakte daaruit op, dat ik zwaar verkouden was en
beslist medische hulp behoefde. Dus liep ik manmoedig op het huis aan
en schelde.
O Judy, wat een geluid doorgalmt het huis! Zoo waar als ik leef, dat
is de stem van de WelEd. Gestr. en zijn voetstap weerklinkt op de
trap! Ik móét een paar brieven schrijven en ik heb meer dan genoeg
van zijn gezanik, dus stuur ik Jane naar hem toe met het bevel hem
scherp in de oogen te kijken en hem te zeggen, dat ik niet thuis ben.
* * * * *
O, wat heerlijk! Wacht even, ik moet even dansen! Hij is afgedropen!
Maar deze acht puntjes stellen acht angstwekkende minuten voor, die
ik in het donkerste hoekje van mijn werkkamer doorbracht. De WelEd.
Gestr. beantwoordde de boodschap van Jane met een vreeselijk gezegde:
dat hij plaats zou nemen en op mij zou wachten. En hij kwam naar
binnen en wachtte!! Maar hoe kon Jane mij nu zoo lang opgesloten
houden! Ze wist wel beter en nam hem mee naar de kinderkamer om het
verschrikkelijke te laten zien, wat Sadie Kate daar weer had
uitgehaald. De WelEd. Gestr. heer vindt het heerlijk om vreeselijke
dingen te ontdekken, vooral wanneer ze door Sadie Kate zijn bedreven!
Ik heb er geen idee van, welk schandaal Jane bloot heeft gegeven,
maar dat komt er niets op aan: hij is weg!
Waar was ik ook alweer gebleven? O ja, ik schelde bij den dokter aan.
De deur werd geopend door een lang, tanig vrouwspersoon met
opgestroopte mouwen. Ze leek zeer zakelijk, had een haviksneus en
koude grijze oogen.
"Wat is er?" voegde ze mij toe op een toon alsof ik een landlooper
was.
"Goedenmorgen", ik lachte even beminnelijk en stapte in het huis.
"Spreek ik met Miss McGurk?"
"Ja", antwoordde ze botweg. "En u bent zeker die jonge vrouw uit het
gesticht".
"Zeker", antwoordde ik, nog steeds beminnelijk. "Is de dokter thuis?"
"Neen", zei ze.
"Maar dit is toch zijn spreekuur".
"Daaraan stoort hij zich niet".
"Maar dat behóórt hij te doen", weerlegde ik ernstig.
"Wilt u zoo goed zijn en hem zeggen, dat juffrouw McBride hier is
geweest om hem te consulteeren en dat ik hem verzoek vanmiddag even
bij het John Grier Home aan te loopen".
"Hm", bromde Miss McGurk en sloot de deur zoo schielijk achter mij
dicht, dat een slip van mijn rok bleef klemmen.
Toen ik den dokter hierover vanmiddag rapport uitbracht, haalde hij
zijn schouders op en beweerde, dat dit nu eenmaal de gewone
omgangsmanier van zijn liefelijke hospita was.
"En waarom houdt u haar dan?" vroeg ik natuurlijk.
"Waar zou ik een betere vinden?" zeide hij. "Het werk te verrichten
voor een man, die zoo ongeregeld thuis komt als mijn 24 uur het maar
veroorloven en toch nog altijd voor eten te moeten zorgen, is geen
sinecure. Ze is niet bepaald aangenaam in den omgang maar ze ziet
kans, om zelfs als ik 's avonds om negen uur thuis kom, nog voor een
warmen maaltijd te zorgen".
[Illustratie]
Niettemin waagde ik de stille opmerking, dat haar warme maaltijden
noch smakelijk noch goed zullen zijn. Het is een onkundig oud lui
creatuur en ik weet drommels goed waarom zij aan mij het land heeft.
Ze is bang dat ik den dokter zal stelen en haar uit haar gemakkelijke
betrekking zal wegjagen. Stel je voor!
Maar ik zal dat schepsel toch niet uit den waan halen. Het is goed
voor haar als ze eens wat geplaagd wordt. Ze zal dan misschien wat
beter voor hem koken zoodat hij een beetje dikker wordt. Dikke mannen
zijn meestal goed gehumeurd; daarom zou het ook voor ons niet kwaad
zijn!
* * * * *
10 uur: Ik weet niet, wat ik allemaal voor nonsens heb
neergeschreven, tusschen alle onderbrekingen door. Het is tenslotte
laat in den avond geworden en ik ben te moe om iets anders te doen
dan rustig te blijven zitten. Het is werkelijk waar, dat er geen
vreugde in het leven bestaat buiten den heerlijken, weldoenden slaap.
Goeden nacht, Judy!
Sallie McBride.
Oooooh!!! Een lange geeuw. Getrouw breng ik hem over.