26 Maart.

Mijn lieve Judy,

Ik kom zoo juist van een dame, die haar man met een baby wil

verrassen. Ik heb veel moeite gedaan om haar aan het verstand te

brengen, dat, waar hij voor het kind levenslang zal moeten zorgen,

zij hem zeker wel van te voren over deze daad mag raadplegen. Zij

bleef maar volhouden, dat het hem niets aanging, omdat het grootste

werk in uitkleeden, wasschen en opvoeden bestond en haar en niet haar

man te beurt zou vallen. Ik begin heusch medelijden met onze mannen

te krijgen. Sommigen van hen schijnen al heel weinig rechten te

bezitten!

Zelfs onze strijdlustige Schot schijnt mij een slachtoffer van

vrouwelijke tirannie te zijn en wel die van zijn huishoudster. Het is

schandelijk zooals Maggie McGurk dien man verwaarloost! Ik heb het

noodig geacht hem onder de hoede van een vondeling te stellen. Sadie

Kate, die met gekruiste beenen op het haardkleedje zit, is juist

bezig met een bezorgd huismoedergezichtje de knoopen aan zijn jas te

naaien, terwijl hij boven de babies inspecteert.

Je zou het nooit gelooven maar Sandy en ik gaan op droge Schotsche

manier werkelijk aan elkaar wennen. Hij heeft het nu als gewoonte

aangenomen elken middag, wanneer hij van zijn bezoeken thuis komt,

tegen vier uur bij ons aan te loopen om er zich van te overtuigen,

dat er geen cholera- of zwarte pokken-geval of wel de pest bij ons

heerscht en dan klopt hij om vijf uur bij mij aan om over

gemeenschappelijke belangen te spreken.

Denk je dat hij voor mij komt? O neen, dat is het niet! Hij komt

alleen maar om zijn kopjes thee en de toast met marmelade in

ontvangst te nemen. Die man heeft een hongerige uitdrukking in zijn

oogen. Zijn huishoudster schijnt hem niet genoeg te eten te geven.

Zoodra ik een beetje meer over hem te zeggen heb, zal ik hem opstoken

zich er tegen te verzetten.

Intusschen is hij zeer dankbaar voor al het eetbare dat ik hem reik,

maar, o Judy, hij is zoo typisch in zijn pogingen om beleefd te zijn.

De eerste maal hield hij zijn kopje in zijn eene en zijn bord met

toast in zijn andere hand, terwijl hij blijkbaar naar een derde hand

zocht om mee te eten. Nu heeft hij echter het probleem opgelost. Hij

trekt zijn teenen in en zet zijn knieën naast elkaar en dan maakt

hij van zijn servet een lange worst, waarmede hij de holte tusschen

zijn knieën opvult zoodat hij een werkelijk bruikbaren schoot

produceert. Dan blijft hij onbeweeglijk zitten totdat zijn thee op

is. Ik geloof dat ik eigenlijk voor een tafeltje moest zorgen, maar

Sandy met zijn stijve knietjes is een van de weinige amusante

oogenblikken die ik heb en ik zou ze niet graag missen.

Daar komt net de post! Zeker een brief van jou! Brieven vormen een

heerlijke afwisseling in dit eentonig leven. Als je je directrice te

vriend wilt houden moet je haar maar veel schrijven!

* * * * *

Ik heb de mail in ontvangst genomen en den inhoud genoteerd. Breng

alsjeblieft mijn hartelijken dank over aan Jervis voor die drie

krokodillen in een moeras. Hij schijnt een zeldzaam goeden smaak te

bezitten, wat wel bij het uitzoeken van zijn prentbriefkaarten

blijkt. Je geïllustreerde brief van zeven tijdjes uit Miami komt net

gelijktijdig aan. Ik zou Jervis dadelijk in dien palmboom herkent

hebben, zelfs zonder verklarend kruisje. Ik heb ook een allerliefsten

brief van zekeren jongen man in Washington gekregen, eveneens een

boek en een groot pakket kandijklontjes. De baal apenootjes voor de

kinderen heeft hij per expresse verzonden. Heb je ooit zooveel liefs

bij elkaar gezien?

Jimmie verblijdt mij met de mededeeling, dat hij mij op komt zoeken

zoodra Vader hem maar op de fabriek kan missen. De arme jongen heeft

toch zoo het land aan die fabriek! Niet omdat hij lui is, maar hij

stelt nu eenmaal geen belang in leeren broeken. Vader kan zoo'n

gebrek aan smaak niet begrijpen. Nadat hij de fabriek heeft gebouwd,

heeft hij een hartstocht opgevat voor alles wat naar leeren broeken

zweemt en dat diende zijn oudste jongen natuurlijk van hem geërfd te

hebben! Ik vind het verbazend gemakkelijk dat ik als dochter geboren

ben. Mij is nooit gevraagd of ik van broeken hield, maar ik mag net

doen wat ik wil en zelfs directrice van een vondelingengesticht

worden!

Maar om op mijn mail terug te komen: daarbij is ook een brief van een

grossier in koloniale waren, die beweert, dat hij buitengewoon

goedkoop allerlei soorten van havermout, rijst, meel gedroogde

pruimen en appelen kan leveren en dat hij groote leveranties krijgt

voor de gevangenissen en veel liefdadigheidsinrichtingen! Dat klinkt

niet veelbelovend, vind je wel?

Ik heb ook een paar brieven van boeren, die allen een stevigen jongen

van een jaar of veertien willen hebben, die niet bang is om zijn

handen uit de mouwen te steken. Hun bedoeling is die kinderen een

goed tehuis te geven. Deze goede tehuizen schieten als paddestoelen

uit den grond. Toen we laatst naar een van hen een onderzoek

instelden, antwoordde de dorpsdominee op mijn steeds weer gestelde

vraag: "Heeft hij eenig geldelijk bezit?" op zeer voorzichtige wijze:

"Ik geloof dat hij een kurkentrekker heeft".

Je kunt de meeste van die tehuizen niet vertrouwen. Laatst vonden we

een zeer welgestelde boerenfamilie, waarvan de leden allemaal te

zamen in drie kamertjes hokten om de rest van hun huis netjes te

houden. Het meisje van veertien, dat ze als kind wilden aannemen om

er een goedkoop dienstmeisje aan te hebben, zou in hetzelfde bedompte

kamertje als de drie kinderen moeten slapen. Hun keuken, eetkamer en

salon waren slordiger en vervuilder dan eenig kot, dat ik ooit heb

gezien en de atmosfeer was op zijn minst 84 graden! Je kunt moeilijk

zeggen dat die familie daar leefde: ze kookte er gewoon! Je begrijpt

dat ze het meisje niet te zien kregen.

Ik heb een vast principe waarop al de andere afstuiten: geen kind

gaat er bij mij de deur uit als de familie in kwestie hun niet een

beter leven, dan dat zij hier hebben, kan aanbieden. Ik meen

natuurlijk het leventje, dat onze kinderen over een paar maanden bij

ons zullen hebben als wij hier een modelinrichting van hebben

gemaakt. Ik moet je eerlijk bekennen, dat het hier op het oogenblik

nog lang niet volmaakt is.

Maar ik elk geval ben ik erg kieskeurig met de keuze van de tehuizen

van onze kinderen en ik verwerp drie kwart van wat er wordt

aangeboden.

* * * * *

Later:

Gordon heeft mijn kinderen een prachtig geschenk gezonden. Zijn baal

apenootjes is aangekomen, geen kleine, drie voet hoog!

Herinner je je nog het dessert van apenootjes met bruine suiker, dat

ze ons op de Universiteit gaven? Wij trokken er onze aristocratische

neuzen voor op maar aten door. Ik heb dat nu ook hier ingesteld en ik

kan je verzekeren, dat wij hier onze neuzen niet hebben opgetrokken.

Het is heerlijk om kinderen, die een tijdlang onder het regime van

Mrs. Lippett hebben gestaan, goed te voeden! Ze zijn zoo dankbaar

voor elke kleinigheid die je voor hen doet.

Je kunt je er nu toch zeker niet over beklagen, dat mijn brief niet

lang genoeg is!

Je schrijfkramp hebbende

S. McB.

[Illustratie]

John Grier Home,

Vrijdag.

Lieve Judy.

Het zal je interesseeren te vernemen dat ik alweer een vijand ben

tegengekomen. Ditmaal is het de huishoudster van onzen Schot! Ik had

al een paar maal door de telefoon met dat wezen gesproken en daarbij

opgemerkt, dat haar stem nu juist niet bepaald melodisch was, maar nu

heb ik haar tevens te zien gekregen!

Dezen morgen maakte ik op den terugweg van het dorp een kleinen omweg

en passeerde daarbij het huis van onzen dokter. Sandy is

klaarblijkelijk het resultaat van zijn omgeving -- alles olijfgroen

met een laag dak en voor alle vensters gesloten luiken. Je zou

zeggen, dat daar binnen iemand zoo juist gestorven was! Ik ben er

niet langer over verbaasd, dat de aangenaamheden van het leven dezen

armen man ontglipt zijn! Nadat ik eerst den buitenkant van zijn huis

had bestudeerd, was ik nieuwsgierig te weten of het er van binnen net

zoo uitzag.

En zie je, ik had dien morgen aan het ontbijt heusch wel vijf maal

geniesd en ik maakte daaruit op, dat ik zwaar verkouden was en

beslist medische hulp behoefde. Dus liep ik manmoedig op het huis aan

en schelde.

O Judy, wat een geluid doorgalmt het huis! Zoo waar als ik leef, dat

is de stem van de WelEd. Gestr. en zijn voetstap weerklinkt op de

trap! Ik móét een paar brieven schrijven en ik heb meer dan genoeg

van zijn gezanik, dus stuur ik Jane naar hem toe met het bevel hem

scherp in de oogen te kijken en hem te zeggen, dat ik niet thuis ben.

* * * * *

O, wat heerlijk! Wacht even, ik moet even dansen! Hij is afgedropen!

Maar deze acht puntjes stellen acht angstwekkende minuten voor, die

ik in het donkerste hoekje van mijn werkkamer doorbracht. De WelEd.

Gestr. beantwoordde de boodschap van Jane met een vreeselijk gezegde:

dat hij plaats zou nemen en op mij zou wachten. En hij kwam naar

binnen en wachtte!! Maar hoe kon Jane mij nu zoo lang opgesloten

houden! Ze wist wel beter en nam hem mee naar de kinderkamer om het

verschrikkelijke te laten zien, wat Sadie Kate daar weer had

uitgehaald. De WelEd. Gestr. heer vindt het heerlijk om vreeselijke

dingen te ontdekken, vooral wanneer ze door Sadie Kate zijn bedreven!

Ik heb er geen idee van, welk schandaal Jane bloot heeft gegeven,

maar dat komt er niets op aan: hij is weg!

Waar was ik ook alweer gebleven? O ja, ik schelde bij den dokter aan.

De deur werd geopend door een lang, tanig vrouwspersoon met

opgestroopte mouwen. Ze leek zeer zakelijk, had een haviksneus en

koude grijze oogen.

"Wat is er?" voegde ze mij toe op een toon alsof ik een landlooper

was.

"Goedenmorgen", ik lachte even beminnelijk en stapte in het huis.

"Spreek ik met Miss McGurk?"

"Ja", antwoordde ze botweg. "En u bent zeker die jonge vrouw uit het

gesticht".

"Zeker", antwoordde ik, nog steeds beminnelijk. "Is de dokter thuis?"

"Neen", zei ze.

"Maar dit is toch zijn spreekuur".

"Daaraan stoort hij zich niet".

"Maar dat behóórt hij te doen", weerlegde ik ernstig.

"Wilt u zoo goed zijn en hem zeggen, dat juffrouw McBride hier is

geweest om hem te consulteeren en dat ik hem verzoek vanmiddag even

bij het John Grier Home aan te loopen".

"Hm", bromde Miss McGurk en sloot de deur zoo schielijk achter mij

dicht, dat een slip van mijn rok bleef klemmen.

Toen ik den dokter hierover vanmiddag rapport uitbracht, haalde hij

zijn schouders op en beweerde, dat dit nu eenmaal de gewone

omgangsmanier van zijn liefelijke hospita was.

"En waarom houdt u haar dan?" vroeg ik natuurlijk.

"Waar zou ik een betere vinden?" zeide hij. "Het werk te verrichten

voor een man, die zoo ongeregeld thuis komt als mijn 24 uur het maar

veroorloven en toch nog altijd voor eten te moeten zorgen, is geen

sinecure. Ze is niet bepaald aangenaam in den omgang maar ze ziet

kans, om zelfs als ik 's avonds om negen uur thuis kom, nog voor een

warmen maaltijd te zorgen".

[Illustratie]

Niettemin waagde ik de stille opmerking, dat haar warme maaltijden

noch smakelijk noch goed zullen zijn. Het is een onkundig oud lui

creatuur en ik weet drommels goed waarom zij aan mij het land heeft.

Ze is bang dat ik den dokter zal stelen en haar uit haar gemakkelijke

betrekking zal wegjagen. Stel je voor!

Maar ik zal dat schepsel toch niet uit den waan halen. Het is goed

voor haar als ze eens wat geplaagd wordt. Ze zal dan misschien wat

beter voor hem koken zoodat hij een beetje dikker wordt. Dikke mannen

zijn meestal goed gehumeurd; daarom zou het ook voor ons niet kwaad

zijn!

* * * * *

10 uur: Ik weet niet, wat ik allemaal voor nonsens heb

neergeschreven, tusschen alle onderbrekingen door. Het is tenslotte

laat in den avond geworden en ik ben te moe om iets anders te doen

dan rustig te blijven zitten. Het is werkelijk waar, dat er geen

vreugde in het leven bestaat buiten den heerlijken, weldoenden slaap.

Goeden nacht, Judy!

Sallie McBride.

Oooooh!!! Een lange geeuw. Getrouw breng ik hem over.

Het "John Grier Home" · 第 10 / 48 题