13 Maart.

Mevrouw Judy Abbott Pendleton.

Lieve Mevrouw,

Uwe vier brieven, twee telegrammen en drie cheques zijn in mijn bezit

gekomen. Uwe bevelen zullen zoo spoedig uitgevoerd worden als voor

zekere overwerkte directrice slechts mogelijk is.

[Illustratie]

Ik liet de eetkamer-geschiedenis aan Betsy Kindred over en stelde

haar een limiet van 100 dollar voor de opvroolijking van dat

ellendige hol. Ze nam het voorstel aan, pikte de vijf blijkbaar

handigste kinderen eruit om haar bij haar werkzaamheden de behulpzame

hand te bieden en sloot de deur. Nu eten onze kinders al drie dagen

lang aan lessenaars in de schoolkamer. Ik heb geen flauw benul wat

Betsy uitvoert, maar ze heeft een veel en veel beteren smaak dan ik,

dus het zou onzinnig zijn om er tusschen te komen. En weet je, het is

zoo'n goddelijk iets, dat je een werk uit handen kunt geven en weet,

dat het goed zal gaan. Met alle respect voor mijn staf gesproken,

vind ik toch dat ze bijster weinig idee voor nieuwerwetsche

denkbeelden hebben en liever in den ouden sleur doorleven. Volgens

hen moet het leven in het John Grier Home in denzelfden trant nog

heden voortgaan zooals het indertijd door den nobelen John Grier in

1875 werd gesticht.

Werkelijk, liefste Judy, je idee om aan de directrice een aparte

eetkamer te geven (wat ik met mijn sociale denkbeelden in het eerst

verwerpelijk vond) is mijn heil gebleken. Als ik doodop ben, eet ik

alleen, maar af en toe vraag ik een van den staf te gast en in de

beperkte intimiteit van de kleine tafel weet ik dan altijd mijn zin

door te drijven. Zoo vraag ik Miss Snaith te dineeren wanneer ik denk

dat het eindelijk tijd wordt die goede ziel voor mijn

verschelucht-plannen te winnen, en tusschen het genot van bevroren

kalfsvleesch door hapt ze zuurstof met volle lepels.

Bevroren kalfsvleesch is een idee van onze kokkin en volgens haar een

ideale schotel. De volgende maand zal ik eens voor het personeel een

behoorlijk menu opstellen, maar nu zijn er nog zoo veel belangrijker

zaken te regelen dan onze maaltijden, dat wij ons zoo lang maar met

bevroren kalfsvleesch moeten troosten.

Buiten mijn deur weerklinkt op het oogenblik een allervervaarlijkst

leven, een kleine engel heeft klaarblijkelijk een anderen kleinen

engel de trap afgesmeten, maar onverstoord schrijf ik door: als je

een paar dagen met onze kinderen doorbrengt, wen je wel aan wat

lawaai.

Heb je Leonora Fenton's kaartje gekregen? Ze schijnt met een

missionaris getrouwd te zijn en gaat in Siam wonen. Wat zeg je

daarvan? Heb je ooit aan zoo iets absurds gedacht? Denk eens aan,

Leonora de vrouw van een missionaris!

Toch is ze ten slotte niet gekker dan ik, die in een

vondelingengesticht ben verhuisd of als jij, die nu een waardige

trouwe echtgenoote bent of Marty Keene, de ster van Parijs. Geloof je

ook niet dat ze in rijkostuum naar bals van gezanten en van de haute

monde gaat? Wat ter wereld geeft zij om zulke kleinigheden! Wat

vliegt die tijd toch en wat een verschillende richtingen zijn onze

collega's uitgevlogen!

O, daar komt net de mail! Een oogenblik alsjeblieft. Ik moet een

heerlijken, dikken brief uit Washington lezen.

Niet zoo erg heerlijk, een beetje brutaal zelfs! Gordon kan maar niet

over het idee heen, dat het alleen maar een idiote grap is, dat

Sallie McBride de leiding over 113 vondelingen heeft. Maar als hij

maar een paar dagen in mijn plaats zou zijn, zou hij wel leeren

inzien, dat het niet zoo leuk is. Hij zegt dat hij hier zal komen op

zijn eerste reisje naar het Noorden en dan de beweging eens van

dichtbij wil opnemen. Hoe zou je het vinden als ik hem dan hier met

het karweitje achterliet en fluks even naar New-York overwipte om

inkoopen te doen. Onze lakens zijn alle versleten en wij hebben niet

meer dan 211 dekens in huis.

Singapore, mijn lieve dolle hond, zendt je het eerbiedig bewijs van

zijn liefde.

So do I.

S. McB.

John Grier Home.

Vrijdag.

Mijn liefste Judy.

Je moest eens kunnen zien, wat Betsy Kindred met haar honderd dollars

van de eetkamer heeft gemaakt!

Het is een duizelingwekkende droom, waarin geel de hoofdkleur is.

Omdat het een kamer op het Noorden is, dacht zij, dat ze het er 'n de

eerste plaats vroolijk moest laten uitzien en dat is haar uitstekend

gelukt. De muur is lichtgeel geworden met een fries van kleine,

mollige konijntjes, die elkaar achterna huppelen. Al het houtwerk,

tafels en stoelen incluis, is lichtgeel geverfd. Inplaats van

tafelkleeden, wat natuurlijk onbereikbaar is, hebben we linnen

kleedjes, waarop alweer konijntjes lustig elkaar achterna jagen. En

we hebben ook gele glazen, voorloopig gevuld met rietpluimen, maar

wachtend op paardenbloemen en madeliefjes en boterbloemen. En we

hebben ook nieuwe borden, Judy, wit met boterbloemen erop. (Tenminste

dat vermoed ik, ofschoon het misschien ook wel gele rozen kunnen

zijn, ongelukkigerwijs is er geen deskundige hier in huis die

hierover uitspraak kan doen). En wat het mooist van alles is, we

hebben servetten, echte servetten! De eerste, die ze hier in huis in

hun heele leven te zien hebben gekregen! De kinderen dachten, dat het

zakdoeken waren en veegden er vol aandacht hun neuzen aan af.

Om de opening van de nieuwe zaal te vieren, hadden we roomijs en cake

en dessert. Het is zoo heerlijk om deze kinderen eens anders dan

hangerig en onverschillig-gehoorzaam te zien, dat ik haast op het

idee ben gekomen om prijzen uit te loven voor leuke brutaliteiten --

voor iedereen met uitzondering van Sadie Kate. Die lawaaide met haar

mes en vork op de tafel en zong: "Welkom in deze gouden hallen".

Je herinnert je zeker wel die prachtige tekst boven de eetkamerdeur:

"God de Heer behoedt U". We hebben die heelemaal weggeschilderd en de

plek met huppelende konijntjes bedekt. Het is heel gemakkelijk zoo'n

leer te verkondigen aan kinderen, die een vader en moeder hebben en

een eigen dak om onder te slapen, maar iemand, die altijd in alles op

zichzelf is aangewezen, moet een krachtiger spreuk tot steun

meekrijgen.

"God heeft je twee handen en hersens gegeven en een groote wereld om

ze te gebruiken -- gebruik ze goed, en het zal je goed gaan. Gebruik

ze slecht en je zult honger lijden", is ons motto.

Gedurende den tijd, dien ik hier ben, ben ik elf kinderen kwijt

geraakt. De gezegende State Charities Aid Association hielp me van

drie kinderen af, die allen in vreeselijk aardige gezinnen zijn

ondergebracht. Een zal er zelfs door die familie wettig worden

aangenomen als ze in den smaak valt. En dat zal beslist gebeuren,

daarvan ben ik vast overtuigd. Ze was het modelkind van ons gesticht,

gehoorzaam en beleefd, met krullend haar en aardige maniertjes, juist

het soort meisje dat elke familie noodig heeft.

Wanneer een paar ouders een pleegkind uitzoeken, sta ik erbij met een

popelend hart en 't gevoel alsof ik het levenslot van het arme schaap

in mijn handen houd. Een kleinigheid maar kan dan zulke groote

gevolgen hebben; het kind glimlacht en een liefhebbend ouderhuis zal

voor haar worden opengesteld -- ze niest en de kans is verkeken!

Drie van onze oudere jongens zijn op farms geplaatst, een zelfs in

het Westen op een _Ranch_! En nu loopt het verhaal dat hij een cowboy

is geworden en tegen de Indianen en grijze beren te velde trekt,

hoewel ik eigenlijk geloof dat hij in werkelijkheid voor het

vredelievend werk van den boekweitoogst is aangenomen. Hij verdween

als een romanheld, nagekeken door de verlangende oogen van 25

avontuurlijke boys, die allen met een zwaar hart naar het

eentonig-veilige John Grier Home terugkeerden.

Vijf andere kinderen zijn naar de gestichten gestuurd, waar ze thuis

hooren. Een van hen is doof, een ander epileptisch en de drie

overigen waren idioot. Geen van die vijf had hier ooit aangenomen

mogen worden. Dit is een gesticht, waar de kinderen opgevoed worden,

meer niet, en wij kunnen onze krachten niet verspillen met de zorg

voor halfzieke en abnormale schepseltjes.

Vondelingengestichten zijn iets uit de oude doos: wat ik wil

oprichten is een kostschool voor den physieken, moreelen en

geestelijken groei van kinderen, wier ouders niet in staat waren voor

hen te zorgen. "Vondeling" is ook meer de algemeens benaming voor

onze kinderen, een heeleboel zijn absoluut geen vondelingen. Die

hebben een lastigen en allervervelendsten vader of moeder, die geen

afstand van het kind wil doen, waardoor ze ook nergens als pleegkind

kunnen worden opgenomen. Maar die, bij wie het wel mogelijk is,

zouden veel meer op hun plaats zijn in een gezellig huis, wat veel en

veel beter voor hen is dan de prachtigste modelinrichting, die er op

aarde bestaat. Dus zoek ik zooveel mogelijk naar dat soort huizen.

Je moest maar eens wat aardige families gaan bezoeken op de verre

reizen, die je maakt. Kun je er niet ettelijke aanporren om kinderen

aan te nemen, bij voorkeur jongens, want daar hebben we een overvloed

van en juist die wil niemand hebben. Laten ze nu nog eens vertellen,

dat wij, vrouwen niet begeerd worden! Niets dan anti-manlijke

gevoelens maken zich van de ouders meester, bij het uitzoeken van een

pleegkind!

Ik zou wel een duizend kleine meiskes met blonde haren kunnen

plaatsen, maar een stevige, levenslustige boy van 9 tot 13 is een

artikel, waarvoor de markt zeer flauw gestemd is.

[Illustratie]

Er schijnt onder de lieve luidjes het algemeen idee te heerschen,

dat deze jongelui zich eeuwig in den modder wentelen en mooie

mahoniehouten meubels bederven.

Zou 't niet goed zijn als heerenclubs jongens konden aannemen, alleen

maar om de jongelui tot vader op te voeden? De kinderen zouden dan in

een lieve, fatsoenlijke familie uitbesteed worden en door de

verschillende leden van het gezin Zaterdagmiddags mee uit genomen

worden. Ze zouden hen van voetbalwedstrijden en van het circus laten

genieten en hen dan weer naar huis laten gaan als ze zich genoeg met

hen geamuseerd hadden, net als wij doen met een boek uit de

leesbibliotheek. En dat zou voor jonggezellen werkelijk heel goed

zijn, want de menschen spreken er altijd over, dat in een jong meisje

vroeg het moeder-idee gewekt moet worden, maar waar wordt tegenover

de jongens gesproken, dat ze waardig moeten zijn om vader te kunnen

worden? Waarom zouden we onze jongens dan niet tot vader opleiden en

door de first class clubs van den staat eerst propaganda voor het

idee laten maken? Laat Jervis alsjeblieft hierover eens in zijn

diverse clubs spreken, dan zal ik er Gordon in Washington op af

sturen. Die twee heeren zijn leden van zooveel clubs, dat ze op het

minst over een twaalftal jongens kunnen beschikken.

Als altijd,

je eeuwig zorgende Moeder

van 113 spruiten

je S. McB.

John Grier Home,

18 Maart.

Lieve Judy,

Ik gevoel aardig berouw over mijn 113-voudig moederschap.

Wie denk je, dat er gisteren bij ons binnenstapte? Niemand anders dan

Gordon Hallock, die op zijn terugreis naar Washington ons vredig

dorpje aandeed. Hij zei wel dat het net op zijn weg lag, maar de

landkaart in de schoolkamer leerde mij wel anders.

O kind, je weet niet hoe blij ik was hem weer te zien! Vergeet niet

dat het de eerste glimp van de buitenwereld was, die tot mij

doordrong sedert ik mij hier heb ingekerkerd. En hij had zooveel

interessante dingen te bespreken! Hij kent het neusje van den zalm

van alle nieuwtjes, waarvan we in de kranten maar den buitenkant

vernemen en voor zoover ik een oordeel kan vellen over die soort

dingen, geloof ik dat hij het sociale middelpunt is van alles wat er

in Washington omgaat. Ik wist altijd wel dat hij als staatsman

carrière zou maken, dat ligt nu eenmaal op zijn weg. Geen twijfel

aan.

Je kunt je niet voorstellen hoe heerlijk opgeruimd ik me gevoelde,

net alsof ik na lange zwerftochten mijn eigen huis weer had bereikt.

Ik moet je eerlijk bekennen, dat ik vreeselijk naar iemand verlangde

die weer eens echte nonsenspraatjes met me zou houden. Betsy gaat aan

het einde van elke week naar huis toe en de dokter heeft conversatie

genoeg -- maar lieve deugd, alles is bij hem zoo afschuwelijk

logisch! Maar Gordon behoort tot de zelfde wereld als ik -- de wereld

van leuke clubs en auto's en bals en sport en levendigheid. Misschien

is het wel een heel armzalig, leeg leventje maar het is nu eenmaal

mijn leven. En dat leven heb ik vreeselijk gemist. Je krachten ten

dienste van het sociale leven stellen is theoretisch heel

bewonderenswaardig en zeer interessant, maar Judy, wat is het

doodelijk vervelend in al zijn kleine bijzonderheden! Ik ben bang dat

ik niet geboren ben om recht te maken wat krom is!

Ik probeerde Gordon ook wat belang in mijn werk in te boezemen en

liet hem van alles zien, maar hij wou mijn kinderen met geen oog

verwaardigen. Hij denkt dat ik alleen maar hier kwam om hem dwars te

zitten, wat ook werkelijk niet ver van de waarheid is. Jouw sirene

zou me nooit van het pad der frivoliteit gelokt hebben, als Gordon

het niet zoo allerverschrikkelijkst vermakelijk had gevonden, dat ik

aan het hoofd van een vondelingengesticht zou staan. Ik kwam hier om

hem te laten zien dat ik er inderdaad toe in staat ben, en nu ik in

de gelegenheid ben om hem het bewijs te leveren, weigert die naarling

om er zich van te overtuigen.

Ik vroeg hem ten eten maar waarschuwde hem van te voren voor het

bevroren kalfsvleesch. Hij bedankte omdat hij vond, dat ik een

verandering noodig had. Dus gingen we maar naar Brantwood Inn en aten

kreeft. Ik was totaal vergeten, dat er nog zulke schotels bestonden!

Vanmorgen om zeven uur werd ik door een aanhoudend verwoed

telefoongeschal gewekt. Het was mijn lieve Gordon, die al aan het

station was om zijn reis naar Washington te hervatten. Hij verkeerde

in een heel andere stemming dan gisteren, en maakte veel

verontschuldigingen omdat hij geweigerd had naar mijn kinderen te

kijken. Hij had dat niet nagelaten omdat hij niet van kinderen houdt,

zeide hij, maar alleen omdat hij ze niet naast mij kon zien, en om

een bewijs van zijn goede bedoelingen te geven, zou hij hun een zak

apenootjes sturen.

Ik voel me nu zoo frisch en opgevroolijkt na dat korte bezoek, alsof

ik wel een maand vacantie had gehad. Zonder twijfel is voor mij een

uurtje babbelen gezonder dan een liter staal en een duizendtal van

die beroemde staalpillen.

Je bent me twee brieven schuldig, lieve dame! Doe die schuld maar

tour de suite af of je hoort nooit meer iets van me.

Als altijd,

je S. McB.

Dinsdag 5 n.m.

Mijn waarde vijand,

Ik verneem, dat u gedurende mijn afwezigheid een bezoek hebt afgelegd

en een groote herrie te weeg hebt gebracht. U zeide, dat Miss Snaith

de kinderen niet de portie levertraan heeft toegediend, die hun

rechtens toekomt.

Het spijt mij zeer wanneer uw geneeskundige orders niet stipt zijn

uitgevoerd, maar u moest, dunk mij, toch weten dat het zeer moeilijk

is deze onaangenaam riekende vloeistof in de magen van jankende

kinderen te doen verdwijnen en die arme Miss Snaith is een zeer

overwerkt persoontje. Zij heeft tien kinderen meer dan eenige vrouw

ter wereld ooit geschonken moesten worden en zoolang wij geen nieuwe

assistente voor haar gevonden hebben, kan zij niet elk uwer orders

zoo stipt uitvoeren als zij wel zou wenschen te doen.

Bovendien, mijn waarde vijand, is deze dame zeer gevoelig van aanleg

en zou ik liever hebben dat u uwe strijdlustigheid op mij koelt,

indien u weder eens een dergelijke stemming bekruipt. Begaafd, als ik

ben, met een harde olieachtige huid zou ik er niets om geven, maar

deze arme dame heeft zich in een soort hysterische bui in haar kamer

teruggetrokken, negen lammerende babies alleen achterlatend en

vertrouwend, dat de een of andere goede ziel die schapen wel in bed

zou stoppen.

Indien u misschien een poeder hebt dat kalmeerend op haar door u

geschokte zenuwen inwerkt, stuurt u het mij dan alstublieft met Sadie

Kate.

Hoogachtend,

S. McBride.

Woensdag morgen.

Geachte Dr. MacRae,

Ik wil absoluut geen dom figuur slaan. Ik vraag u alleen maar dat u

met al uw klachten bij mij komt en mijn staf niet in een dergelijke

stemming achterlaat, zoo als gisteren het geval was.

Ik zal er voor zorgen dat al uwe orders stipt uitgevoerd worden (ten

minste die orders, welke een medisch karakter dragen). Werkelijk

blijkt het een feit te zijn, dat wij hier met een nalatigheid te doen

hebben. Ik weet niet wat er met die veertien flesschen levertraan,

waarover u zoo'n herrie hebt gemaakt, gebeurd is; ik zal er een

ernstig onderzoek naar instellen.

Maar ik kan werkelijk, om verschillende redenen, die arme Miss Snaith

niet op de bondige wijze, waarop u dat verlangt, de deur uitzetten.

Een feit is het dat zij in zekere opzichten te kort schiet, maar ze

is vriendelijk voor de kleintjes en als wij er een oogje op houden,

zal het voorloopig wel gaan.

Met beleefde groeten,

Hoogachtend,

S. McBride.

Donderdag.

Waarde vijand,

Soyez tranquille. Ik heb mijn orders gegeven en in het vervolg zullen

de kinderen alle levertraan krijgen, die hun door u wordt

voorgeschreven. Zoo ziet u, dat een flinke man toch altijd zijn zin

krijgt!

S. McB.

Het "John Grier Home" · 第 8 / 48 题