Mevrouw Judy Abbott Pendleton.
Lieve Mevrouw,
Uwe vier brieven, twee telegrammen en drie cheques zijn in mijn bezit
gekomen. Uwe bevelen zullen zoo spoedig uitgevoerd worden als voor
zekere overwerkte directrice slechts mogelijk is.
[Illustratie]
Ik liet de eetkamer-geschiedenis aan Betsy Kindred over en stelde
haar een limiet van 100 dollar voor de opvroolijking van dat
ellendige hol. Ze nam het voorstel aan, pikte de vijf blijkbaar
handigste kinderen eruit om haar bij haar werkzaamheden de behulpzame
hand te bieden en sloot de deur. Nu eten onze kinders al drie dagen
lang aan lessenaars in de schoolkamer. Ik heb geen flauw benul wat
Betsy uitvoert, maar ze heeft een veel en veel beteren smaak dan ik,
dus het zou onzinnig zijn om er tusschen te komen. En weet je, het is
zoo'n goddelijk iets, dat je een werk uit handen kunt geven en weet,
dat het goed zal gaan. Met alle respect voor mijn staf gesproken,
vind ik toch dat ze bijster weinig idee voor nieuwerwetsche
denkbeelden hebben en liever in den ouden sleur doorleven. Volgens
hen moet het leven in het John Grier Home in denzelfden trant nog
heden voortgaan zooals het indertijd door den nobelen John Grier in
1875 werd gesticht.
Werkelijk, liefste Judy, je idee om aan de directrice een aparte
eetkamer te geven (wat ik met mijn sociale denkbeelden in het eerst
verwerpelijk vond) is mijn heil gebleken. Als ik doodop ben, eet ik
alleen, maar af en toe vraag ik een van den staf te gast en in de
beperkte intimiteit van de kleine tafel weet ik dan altijd mijn zin
door te drijven. Zoo vraag ik Miss Snaith te dineeren wanneer ik denk
dat het eindelijk tijd wordt die goede ziel voor mijn
verschelucht-plannen te winnen, en tusschen het genot van bevroren
kalfsvleesch door hapt ze zuurstof met volle lepels.
Bevroren kalfsvleesch is een idee van onze kokkin en volgens haar een
ideale schotel. De volgende maand zal ik eens voor het personeel een
behoorlijk menu opstellen, maar nu zijn er nog zoo veel belangrijker
zaken te regelen dan onze maaltijden, dat wij ons zoo lang maar met
bevroren kalfsvleesch moeten troosten.
Buiten mijn deur weerklinkt op het oogenblik een allervervaarlijkst
leven, een kleine engel heeft klaarblijkelijk een anderen kleinen
engel de trap afgesmeten, maar onverstoord schrijf ik door: als je
een paar dagen met onze kinderen doorbrengt, wen je wel aan wat
lawaai.
Heb je Leonora Fenton's kaartje gekregen? Ze schijnt met een
missionaris getrouwd te zijn en gaat in Siam wonen. Wat zeg je
daarvan? Heb je ooit aan zoo iets absurds gedacht? Denk eens aan,
Leonora de vrouw van een missionaris!
Toch is ze ten slotte niet gekker dan ik, die in een
vondelingengesticht ben verhuisd of als jij, die nu een waardige
trouwe echtgenoote bent of Marty Keene, de ster van Parijs. Geloof je
ook niet dat ze in rijkostuum naar bals van gezanten en van de haute
monde gaat? Wat ter wereld geeft zij om zulke kleinigheden! Wat
vliegt die tijd toch en wat een verschillende richtingen zijn onze
collega's uitgevlogen!
O, daar komt net de mail! Een oogenblik alsjeblieft. Ik moet een
heerlijken, dikken brief uit Washington lezen.
Niet zoo erg heerlijk, een beetje brutaal zelfs! Gordon kan maar niet
over het idee heen, dat het alleen maar een idiote grap is, dat
Sallie McBride de leiding over 113 vondelingen heeft. Maar als hij
maar een paar dagen in mijn plaats zou zijn, zou hij wel leeren
inzien, dat het niet zoo leuk is. Hij zegt dat hij hier zal komen op
zijn eerste reisje naar het Noorden en dan de beweging eens van
dichtbij wil opnemen. Hoe zou je het vinden als ik hem dan hier met
het karweitje achterliet en fluks even naar New-York overwipte om
inkoopen te doen. Onze lakens zijn alle versleten en wij hebben niet
meer dan 211 dekens in huis.
Singapore, mijn lieve dolle hond, zendt je het eerbiedig bewijs van
zijn liefde.
So do I.
S. McB.
John Grier Home.
Vrijdag.
Mijn liefste Judy.
Je moest eens kunnen zien, wat Betsy Kindred met haar honderd dollars
van de eetkamer heeft gemaakt!
Het is een duizelingwekkende droom, waarin geel de hoofdkleur is.
Omdat het een kamer op het Noorden is, dacht zij, dat ze het er 'n de
eerste plaats vroolijk moest laten uitzien en dat is haar uitstekend
gelukt. De muur is lichtgeel geworden met een fries van kleine,
mollige konijntjes, die elkaar achterna huppelen. Al het houtwerk,
tafels en stoelen incluis, is lichtgeel geverfd. Inplaats van
tafelkleeden, wat natuurlijk onbereikbaar is, hebben we linnen
kleedjes, waarop alweer konijntjes lustig elkaar achterna jagen. En
we hebben ook gele glazen, voorloopig gevuld met rietpluimen, maar
wachtend op paardenbloemen en madeliefjes en boterbloemen. En we
hebben ook nieuwe borden, Judy, wit met boterbloemen erop. (Tenminste
dat vermoed ik, ofschoon het misschien ook wel gele rozen kunnen
zijn, ongelukkigerwijs is er geen deskundige hier in huis die
hierover uitspraak kan doen). En wat het mooist van alles is, we
hebben servetten, echte servetten! De eerste, die ze hier in huis in
hun heele leven te zien hebben gekregen! De kinderen dachten, dat het
zakdoeken waren en veegden er vol aandacht hun neuzen aan af.
Om de opening van de nieuwe zaal te vieren, hadden we roomijs en cake
en dessert. Het is zoo heerlijk om deze kinderen eens anders dan
hangerig en onverschillig-gehoorzaam te zien, dat ik haast op het
idee ben gekomen om prijzen uit te loven voor leuke brutaliteiten --
voor iedereen met uitzondering van Sadie Kate. Die lawaaide met haar
mes en vork op de tafel en zong: "Welkom in deze gouden hallen".
Je herinnert je zeker wel die prachtige tekst boven de eetkamerdeur:
"God de Heer behoedt U". We hebben die heelemaal weggeschilderd en de
plek met huppelende konijntjes bedekt. Het is heel gemakkelijk zoo'n
leer te verkondigen aan kinderen, die een vader en moeder hebben en
een eigen dak om onder te slapen, maar iemand, die altijd in alles op
zichzelf is aangewezen, moet een krachtiger spreuk tot steun
meekrijgen.
"God heeft je twee handen en hersens gegeven en een groote wereld om
ze te gebruiken -- gebruik ze goed, en het zal je goed gaan. Gebruik
ze slecht en je zult honger lijden", is ons motto.
Gedurende den tijd, dien ik hier ben, ben ik elf kinderen kwijt
geraakt. De gezegende State Charities Aid Association hielp me van
drie kinderen af, die allen in vreeselijk aardige gezinnen zijn
ondergebracht. Een zal er zelfs door die familie wettig worden
aangenomen als ze in den smaak valt. En dat zal beslist gebeuren,
daarvan ben ik vast overtuigd. Ze was het modelkind van ons gesticht,
gehoorzaam en beleefd, met krullend haar en aardige maniertjes, juist
het soort meisje dat elke familie noodig heeft.
Wanneer een paar ouders een pleegkind uitzoeken, sta ik erbij met een
popelend hart en 't gevoel alsof ik het levenslot van het arme schaap
in mijn handen houd. Een kleinigheid maar kan dan zulke groote
gevolgen hebben; het kind glimlacht en een liefhebbend ouderhuis zal
voor haar worden opengesteld -- ze niest en de kans is verkeken!
Drie van onze oudere jongens zijn op farms geplaatst, een zelfs in
het Westen op een _Ranch_! En nu loopt het verhaal dat hij een cowboy
is geworden en tegen de Indianen en grijze beren te velde trekt,
hoewel ik eigenlijk geloof dat hij in werkelijkheid voor het
vredelievend werk van den boekweitoogst is aangenomen. Hij verdween
als een romanheld, nagekeken door de verlangende oogen van 25
avontuurlijke boys, die allen met een zwaar hart naar het
eentonig-veilige John Grier Home terugkeerden.
Vijf andere kinderen zijn naar de gestichten gestuurd, waar ze thuis
hooren. Een van hen is doof, een ander epileptisch en de drie
overigen waren idioot. Geen van die vijf had hier ooit aangenomen
mogen worden. Dit is een gesticht, waar de kinderen opgevoed worden,
meer niet, en wij kunnen onze krachten niet verspillen met de zorg
voor halfzieke en abnormale schepseltjes.
Vondelingengestichten zijn iets uit de oude doos: wat ik wil
oprichten is een kostschool voor den physieken, moreelen en
geestelijken groei van kinderen, wier ouders niet in staat waren voor
hen te zorgen. "Vondeling" is ook meer de algemeens benaming voor
onze kinderen, een heeleboel zijn absoluut geen vondelingen. Die
hebben een lastigen en allervervelendsten vader of moeder, die geen
afstand van het kind wil doen, waardoor ze ook nergens als pleegkind
kunnen worden opgenomen. Maar die, bij wie het wel mogelijk is,
zouden veel meer op hun plaats zijn in een gezellig huis, wat veel en
veel beter voor hen is dan de prachtigste modelinrichting, die er op
aarde bestaat. Dus zoek ik zooveel mogelijk naar dat soort huizen.
Je moest maar eens wat aardige families gaan bezoeken op de verre
reizen, die je maakt. Kun je er niet ettelijke aanporren om kinderen
aan te nemen, bij voorkeur jongens, want daar hebben we een overvloed
van en juist die wil niemand hebben. Laten ze nu nog eens vertellen,
dat wij, vrouwen niet begeerd worden! Niets dan anti-manlijke
gevoelens maken zich van de ouders meester, bij het uitzoeken van een
pleegkind!
Ik zou wel een duizend kleine meiskes met blonde haren kunnen
plaatsen, maar een stevige, levenslustige boy van 9 tot 13 is een
artikel, waarvoor de markt zeer flauw gestemd is.
[Illustratie]
Er schijnt onder de lieve luidjes het algemeen idee te heerschen,
dat deze jongelui zich eeuwig in den modder wentelen en mooie
mahoniehouten meubels bederven.
Zou 't niet goed zijn als heerenclubs jongens konden aannemen, alleen
maar om de jongelui tot vader op te voeden? De kinderen zouden dan in
een lieve, fatsoenlijke familie uitbesteed worden en door de
verschillende leden van het gezin Zaterdagmiddags mee uit genomen
worden. Ze zouden hen van voetbalwedstrijden en van het circus laten
genieten en hen dan weer naar huis laten gaan als ze zich genoeg met
hen geamuseerd hadden, net als wij doen met een boek uit de
leesbibliotheek. En dat zou voor jonggezellen werkelijk heel goed
zijn, want de menschen spreken er altijd over, dat in een jong meisje
vroeg het moeder-idee gewekt moet worden, maar waar wordt tegenover
de jongens gesproken, dat ze waardig moeten zijn om vader te kunnen
worden? Waarom zouden we onze jongens dan niet tot vader opleiden en
door de first class clubs van den staat eerst propaganda voor het
idee laten maken? Laat Jervis alsjeblieft hierover eens in zijn
diverse clubs spreken, dan zal ik er Gordon in Washington op af
sturen. Die twee heeren zijn leden van zooveel clubs, dat ze op het
minst over een twaalftal jongens kunnen beschikken.
Als altijd,
je eeuwig zorgende Moeder
van 113 spruiten
je S. McB.
John Grier Home,
18 Maart.
Lieve Judy,
Ik gevoel aardig berouw over mijn 113-voudig moederschap.
Wie denk je, dat er gisteren bij ons binnenstapte? Niemand anders dan
Gordon Hallock, die op zijn terugreis naar Washington ons vredig
dorpje aandeed. Hij zei wel dat het net op zijn weg lag, maar de
landkaart in de schoolkamer leerde mij wel anders.
O kind, je weet niet hoe blij ik was hem weer te zien! Vergeet niet
dat het de eerste glimp van de buitenwereld was, die tot mij
doordrong sedert ik mij hier heb ingekerkerd. En hij had zooveel
interessante dingen te bespreken! Hij kent het neusje van den zalm
van alle nieuwtjes, waarvan we in de kranten maar den buitenkant
vernemen en voor zoover ik een oordeel kan vellen over die soort
dingen, geloof ik dat hij het sociale middelpunt is van alles wat er
in Washington omgaat. Ik wist altijd wel dat hij als staatsman
carrière zou maken, dat ligt nu eenmaal op zijn weg. Geen twijfel
aan.
Je kunt je niet voorstellen hoe heerlijk opgeruimd ik me gevoelde,
net alsof ik na lange zwerftochten mijn eigen huis weer had bereikt.
Ik moet je eerlijk bekennen, dat ik vreeselijk naar iemand verlangde
die weer eens echte nonsenspraatjes met me zou houden. Betsy gaat aan
het einde van elke week naar huis toe en de dokter heeft conversatie
genoeg -- maar lieve deugd, alles is bij hem zoo afschuwelijk
logisch! Maar Gordon behoort tot de zelfde wereld als ik -- de wereld
van leuke clubs en auto's en bals en sport en levendigheid. Misschien
is het wel een heel armzalig, leeg leventje maar het is nu eenmaal
mijn leven. En dat leven heb ik vreeselijk gemist. Je krachten ten
dienste van het sociale leven stellen is theoretisch heel
bewonderenswaardig en zeer interessant, maar Judy, wat is het
doodelijk vervelend in al zijn kleine bijzonderheden! Ik ben bang dat
ik niet geboren ben om recht te maken wat krom is!
Ik probeerde Gordon ook wat belang in mijn werk in te boezemen en
liet hem van alles zien, maar hij wou mijn kinderen met geen oog
verwaardigen. Hij denkt dat ik alleen maar hier kwam om hem dwars te
zitten, wat ook werkelijk niet ver van de waarheid is. Jouw sirene
zou me nooit van het pad der frivoliteit gelokt hebben, als Gordon
het niet zoo allerverschrikkelijkst vermakelijk had gevonden, dat ik
aan het hoofd van een vondelingengesticht zou staan. Ik kwam hier om
hem te laten zien dat ik er inderdaad toe in staat ben, en nu ik in
de gelegenheid ben om hem het bewijs te leveren, weigert die naarling
om er zich van te overtuigen.
Ik vroeg hem ten eten maar waarschuwde hem van te voren voor het
bevroren kalfsvleesch. Hij bedankte omdat hij vond, dat ik een
verandering noodig had. Dus gingen we maar naar Brantwood Inn en aten
kreeft. Ik was totaal vergeten, dat er nog zulke schotels bestonden!
Vanmorgen om zeven uur werd ik door een aanhoudend verwoed
telefoongeschal gewekt. Het was mijn lieve Gordon, die al aan het
station was om zijn reis naar Washington te hervatten. Hij verkeerde
in een heel andere stemming dan gisteren, en maakte veel
verontschuldigingen omdat hij geweigerd had naar mijn kinderen te
kijken. Hij had dat niet nagelaten omdat hij niet van kinderen houdt,
zeide hij, maar alleen omdat hij ze niet naast mij kon zien, en om
een bewijs van zijn goede bedoelingen te geven, zou hij hun een zak
apenootjes sturen.
Ik voel me nu zoo frisch en opgevroolijkt na dat korte bezoek, alsof
ik wel een maand vacantie had gehad. Zonder twijfel is voor mij een
uurtje babbelen gezonder dan een liter staal en een duizendtal van
die beroemde staalpillen.
Je bent me twee brieven schuldig, lieve dame! Doe die schuld maar
tour de suite af of je hoort nooit meer iets van me.
Als altijd,
je S. McB.
Dinsdag 5 n.m.
Mijn waarde vijand,
Ik verneem, dat u gedurende mijn afwezigheid een bezoek hebt afgelegd
en een groote herrie te weeg hebt gebracht. U zeide, dat Miss Snaith
de kinderen niet de portie levertraan heeft toegediend, die hun
rechtens toekomt.
Het spijt mij zeer wanneer uw geneeskundige orders niet stipt zijn
uitgevoerd, maar u moest, dunk mij, toch weten dat het zeer moeilijk
is deze onaangenaam riekende vloeistof in de magen van jankende
kinderen te doen verdwijnen en die arme Miss Snaith is een zeer
overwerkt persoontje. Zij heeft tien kinderen meer dan eenige vrouw
ter wereld ooit geschonken moesten worden en zoolang wij geen nieuwe
assistente voor haar gevonden hebben, kan zij niet elk uwer orders
zoo stipt uitvoeren als zij wel zou wenschen te doen.
Bovendien, mijn waarde vijand, is deze dame zeer gevoelig van aanleg
en zou ik liever hebben dat u uwe strijdlustigheid op mij koelt,
indien u weder eens een dergelijke stemming bekruipt. Begaafd, als ik
ben, met een harde olieachtige huid zou ik er niets om geven, maar
deze arme dame heeft zich in een soort hysterische bui in haar kamer
teruggetrokken, negen lammerende babies alleen achterlatend en
vertrouwend, dat de een of andere goede ziel die schapen wel in bed
zou stoppen.
Indien u misschien een poeder hebt dat kalmeerend op haar door u
geschokte zenuwen inwerkt, stuurt u het mij dan alstublieft met Sadie
Kate.
Hoogachtend,
S. McBride.
Woensdag morgen.
Geachte Dr. MacRae,
Ik wil absoluut geen dom figuur slaan. Ik vraag u alleen maar dat u
met al uw klachten bij mij komt en mijn staf niet in een dergelijke
stemming achterlaat, zoo als gisteren het geval was.
Ik zal er voor zorgen dat al uwe orders stipt uitgevoerd worden (ten
minste die orders, welke een medisch karakter dragen). Werkelijk
blijkt het een feit te zijn, dat wij hier met een nalatigheid te doen
hebben. Ik weet niet wat er met die veertien flesschen levertraan,
waarover u zoo'n herrie hebt gemaakt, gebeurd is; ik zal er een
ernstig onderzoek naar instellen.
Maar ik kan werkelijk, om verschillende redenen, die arme Miss Snaith
niet op de bondige wijze, waarop u dat verlangt, de deur uitzetten.
Een feit is het dat zij in zekere opzichten te kort schiet, maar ze
is vriendelijk voor de kleintjes en als wij er een oogje op houden,
zal het voorloopig wel gaan.
Met beleefde groeten,
Hoogachtend,
S. McBride.
Donderdag.
Waarde vijand,
Soyez tranquille. Ik heb mijn orders gegeven en in het vervolg zullen
de kinderen alle levertraan krijgen, die hun door u wordt
voorgeschreven. Zoo ziet u, dat een flinke man toch altijd zijn zin
krijgt!
S. McB.