27 December.

Lieve Juddy,

Daar voor me ligt nu je brief. Ik las hem twee keer over en nog

altijd blijf ik paf van verbazing. Maar Judy! Hoe kan het ook in

godsnaam tot me doordringen! Jervis heeft jou de algeheele

verbetering van het John Grier Home als Kerstcadeau gegeven en nu wil

jij, op jou beurt, mij aan het hoofd van je modelinrichting zien!

Maar lieve deugd, Judy, moet ik, Sallie McBride, directrice worden

van een Vondelingengesticht! Beste kind, heb je je verstand tijdelijk

verloren of ben je misschien verslaafd geraakt aan het gebruik van

opium en is dit de dolle uitwerking van een koortsachtig, fantastisch

droombeeld? Ik ben even geschikt voor de leiding van een honderd

kinderen als voor de taak van oppasser in een dierentuin.

En als lokaas noem je daar een interessante Schotsche dokter?

Maar, mijn lieve Judy, -- ondanks alles mijn allerbeste lieve Judy,

-- heusch, ik doorzie je en ik weet al precies wat voor een gesprek

de twee Pendletons bij den open haard hebben gehouden.

"Is het niet zonde, dat Sallie het niet verder heeft gebracht sinds

ze van de Universiteit af is?" heeft Judy gezegd. "Ze moest een doel

voor oogen hebben inplaats van haar tijd met partijen en visites

maken te verknoeien!"

En dan zegt Jervis:

"Ja, en zij interesseert zich ook veel te veel voor dien

vervloekten jongen Hallock, die zoo aardig weet te praten en er zoo

keurig uitziet en daardoor zoo'n verbazend groot succes in de

dameswereld heeft. Ik heb staatslui nooit kunnen uitstaan! We moesten

haar wat afleiden en een groot doel voor oogen stellen, waardoor al

haar tijd in beslag wordt genomen... totdat het gevaar geweken is.

O Judy, ik heb een idee! We stellen haar aan het hoofd van het John

Grier Home!"

O, ik hoor het hem net zoo duidelijk zeggen alsof ik er zelf bij was

geweest! ja, maar vergeet niet dat je waarde echtgenoot en ik een

heel ernstig gesprek hadden, toen ik de laatste maal in de duiventil

op bezoek was. We spraken n.l.:

A. over het huwelijk.

B. over de laag-bij-de-grondsche idealen van staatslieden.

C. over het frivole, beuzelachtige leven, dat de zoogenaamde mondaine

vrouw leidt.

Zeg alsjeblieft aan je moreelen echtgenoot, dat ik grondig

doordrongen was van de waarheid van zijn woorden en wel met dit

gevolg, dat ik, sedert mijn terugkeer in Worcester, geregeld een

middag in de week de vrouwen van het gesticht tot tegengaan van

dronkenschap gedichten voorlees. Dus is mijn leventje werkelijk niet

zoo onnuttig en doelloos meer als je denkt!

Laat ik je ook even de verzekering geven, dat de bewuste staatsman

niet in mijn argeloos leventje gelijk een dreigende onweerswolk

verschijnt en dat hij in elk geval een veelbemind en goed

aangeschreven politicus is, ook al strookt zijn opvatting van

inkomende rechten, belastingen en arbeidersvereenigingen niet geheel

met de denkbeelden van Jervis.

Je wensch om mijn leven aan het algemeen welzijn te offeren is

ongetwijfeld zeer loffelijk en schoon, maar je moest het ook eens van

den kant van de arme vondelingetjes bekijken. Heb jullie dan

heelemaal geen medelijden met die arme hulpelooze bloedjes van het

John Grier Home, die absoluut aan mijn leiding overgelaten zouden

worden?!

Dan ben ik toch beter dan jullie, want ik heb wel degelijk medelijden

met de argelooze schapen en daarom wil ik ook de plaats, die je me

aanbiedt, niet aannemen.

Maar ik vind het heerlijk, dat je me uitnoodigt om je in New-York op

te zoeken, ofschoon ik je aan den anderen kant weer eerlijk moet

bekennen, dat ik niet al te enthousiast ben over het programma, dat

je hebt opgemaakt.

Streep alsjeblieft het bezoek aan de New-Yorksche weeshuizen en 't

ziekenhuis van Vondelingen door en zet er paar theaters, opera's en

een diner voor in de plaats! Ik heb twee nieuwe avondjaponnen

(dernier cri!) en een blauwen avondmantel met goud doorwerkt en

witten bontkraag.

Ik heb dollen lust om die ook in mijn koffer te pakken, dus

telegrafeer me maar dadelijk of je ernaar verlangt, Sallie McBride in

haar doen en laten te zien of dat je alleen maar de opvolgster van de

zeer geachte Mrs. Lippett wilt spreken.

Als altijd,

Je door en door frivole

en voor verbetering onvatbare

Sallie McBride.

P.S. Je invitatie kon op geen gelegener tijd komen. Een allerliefste

charmante jonge politicus, genaamd Gordon Hallock, zal de volgende

week in New-York vertoeven. En o, ik weet zeker dat je van hem zult

gaan houden als je hem beter kent.

P.S.2. Zooals Judy wel gaarne zou willen dat Sallie McBride haar

middagwandelingetje deed (zie pag. 7).

Maar Judy en Jervis, voor de laatste maal en met allen eerbied

gesproken, zijn jullie dan heelemaal gek?!

John Grier Home.

15 Februari.

Lieve Judy,

Gisteravond elf uur kwamen wij hier in een sneeuwstorm aan,

Singapore, Jane en ik. Het schijnt wel, dat directrices van

vondelingengestichten gewoonlijk geen kamermeisjes en Newfoundlanders

als gezelschap meebrengen; de nachtportier en de huishoudster, die

voor de plechtige ontvangst zorg droegen, vielen tenminste half om

van verbazing.

[Illustratie]

Zij hadden nog nooit zoo'n hond als Sing gezien, en dachten op zijn

minst dat ik een wolf in de schaapskooi binnensmokkelen wilde. Maar

ik stelde hen beiden omtrent zijn waarachtige hondenafkomst gerust,

zoodat de nachtportier zich zelfs aan een grapje waagde, nadat hij

Sings zwarte tong had bestudeerd. Hij wilde namelijk graag weten of

wij hem met boschbessenpudding voedden.

Het was erg moeilijk, voor mijn gezelschap een goede rustplaats te

vinden. Die arme Sing werd naar een loods verwezen, waar wij met

lappen op den grond zijn bed spreidden. Met Jane ging het niet veel

beter. Er was geen enkel groot bed in het gebouw, behalve een krib

uit het hospitaal, die nauwelijks 1.60 M. lang was. Je weet, dat mijn

goede Jane het tot een lengte van bijkans 1.90 M. heeft gebracht!

Maar toch wisten we haar in dat bedje te loodsen, waar ze den nacht

met opgetrokken knietjes, in den vorm van een half toegeknipt zakmes,

doorbracht. Vandaag strompelt zij met pijnlijk trekkende beenen door

het huis, openlijk tegen de laatste gril en escapade van haar

voortvarende meesteres protesteerend en vol heimwee verlangend naar

den tijd, waarop gezegd meesteresje weer in het bezit van een gezond

stel hersens zal zijn en met haar trouwe Jane naar de ouderlijke

haardstee in Worcester terug zal keeren.

Ik weet dat ze al mijn kansen bederft om bij de rest van den staf

populair te worden en dat het domste, wat ik ooit had kunnen doen,

was, dat ik haar hierheen bracht. Maar je kent nu eenmaal de

McBrides. De tegenwerpingen, die mijn familie maakte, wist ik een

voor een te overwinnen maar een conditie bleef gehandhaafd: Jane, hun

laatste houvast, moest mee. Dan wisten zij thuis ten minste, dat hun

kind goed te eten zou krijgen en niet elken dag tot laat in den nacht

zou opblijven. Nu, ik gaf toe, want als ik geweigerd had om dat goede

mensch mee te nemen, dan had ik zeker wel nooit den drempel van het

John Grier Home overschreden. Zoo zijn wij dus hier met ons drieën

aangeland en ik vrees, dat geen van de drie hier met open armen

ontvangen werd.

Vanmorgen wekte mij de gong om zes uur precies. Een tijd lang bleef

ik stil liggen, luisterend naar het lawaai, dat een 25 kleine meisjes

in de waschzaal boven mijn hoofd maakten. Het schijnt, dat zij niet

geheel gewasschen worden, alleen maar het gezicht, maar toch maakten

zij net zooveel leven als vijfentwintig kinderen maar maken kunnen,

die in een grooten waterplas spartelen. Ik stond op, kleedde mij aan

en inspecteerde den boel eens. Kleine diplomaat! Het was heel

verstandig, dat je me het gesticht niet eerst liet zien voordat je er

me als directrice aanstelde.

Omdat ik toch mijn kleine plichten bij de ontbijttafel had, scheen

dit mij een prachtige gelegenheid om mij aan de kinderen voor te

stellen, dus ging ik naar de eetzaal. Maar de eene schrik volgde op

de andere! Wat een ontzetting: die kale, vaalbruine muren en met zeil

bedekte tafels, en die rijen emaille kroezen en borden en al die

houten banken zonder leuning, terwijl als eenige versiering de

afschuwelijke spreuk boven ons aller hoofd prijkte: God de Heer

behoedt U! De regent, die het gesticht hiermee verrijkte, moet wel

een zeer ontwikkeld gevoel voor humor gehad hebben!

Heusch Judy, ik wist niet dat er een plekje op onze heerlijke aarde

was, zoo afgrijselijk als het John Grier Home, en toen ik daar die

rijen en rijen bleeke zwijgende kinderen zag zitten, allemaal in hun

blauw geruit katoenen uniform, werd ik plotseling door de groote

verantwoordelijke taak, die nu op mijn schouders rustte, overweldigd.

Het leek mij een onbereikbaar doel voor een enkele vrouw om

zonneschijn op die honderd bleeke gezichtjes te tooveren, die arme

kleine schepseltjes, die elk voor zich alleen een moeder noodig

hebben om hen te koesteren en te verwennen!

Ik ging met mijn welbekende voortvarendheid te werk, toen ik zoo maar

op je plan inging, gedeeltelijk omdat je dien dag zoo welbespraakt

was, maar hoofdzakelijk (dat beken ik je eerlijk), omdat Gordon

Hallock me zoo brutaal in mijn gezicht uitlachte toen hij hoorde, dat

ik (Sallie McBride) de uitverkoren directrice van het John Grier Home

was. Alles bij elkaar heeft me gehypnotiseerd. En daarbij komt

natuurlijk nog, dat ik voor het idee vuur en vlam vatte zoodra ik die

zeventien gestichten had bezocht en over niets dan vondelingen en nog

eens vondelingen had gelezen, zoodat ik niets liever wilde dan mijn

eigen ideeën in praktijk te kunnen brengen. Maar nu verrast het me

toch, dat ik hier werkelijk ben. Het is een reuzentaak, die ik op me

heb genomen. De toekomst en het geluk van meer dan honderd

menschenlevens ligt in mijn hand, om nog niet te gewagen van hun

drie- of vierhonderd kinderen en meer dan duizend kleinkinderen en

zoo kan ik wel doorgaan. Het is gewoonweg vreeselijk! Hoe zal ik het

ooit tot een goed einde brengen! Och Judy, toe, kijk naar een andere

directrice uit!

Jane zegt dat het al etenstijd is, maar nadat ik het genoegen smaakte

twee van de gestichtsmaaltijden te nuttigen, prikkelt het

vooruitzicht op een derde mij niet bijzonder.

* * * * *

Later: De staf kreeg schapenvleesch met spinazie en tapiocapudding

toe. Wat de kinderen kregen verzwijg ik maar liever.

O, ik zei je nog niets van mijn eerste officieele speech aan de

ontbijttafel! Ik begon over alle heerlijke veranderingen uit te

wijden, die nu in het John Grier Home zouden plaats vinden, dank zij

de edelmoedigheid van den Heer Jervis Pendleton, den President der

Regenten en van Mevrouw Pendleton, de lieve Tante Judy van elken

jongen en van elk meisje in huis.

Kom alsjeblieft er niet tegen in opstand, dat ik de Pendletonfamilie

zoo breedsprakig naar het front liet treden, ik deed het simpel uit

politieke beweegredenen. Daar de heele staf van het gesticht aanwezig

was, achtte ik het een schitterende gelegenheid om hen erop te

wijzen, dat alle veranderingen en nieuwe instellingen niet uit mijn

brein voortspruiten, doch rechtstreeks door de oppermacht in het

leven worden geroepen.

De kinderen luisterden met open mond, en wijd geopende oogen staarden

me uit elk bleek gezichtje aan. De verraderlijke kleur van mijn haar

zoowel als mijn brutale wipneus blijken geheel ongewone attributen

van een vondelingengesticht-directrice te zijn. Ook mijn collega's

gaven er openlijk blijk van, dat zij mij veel en veel te jong vonden

en te onervaren om zulk een taak van gewicht te vervullen.

Ik heb Jervis' prachtexemplaar van een Schotschen dokter nog niet

mogen zien maar ik verzeker je, dat hij wel erg interessant en

buitengemeen moet zijn om tegen de rest van de lui hier op te wegen.

Vooral tegen de inspectrice van de kinderkamer, Miss Snaith! We

kwamen al dadelijk in hevige botsing over het zeer gewone onderwerp:

"Versche Lucht", maar ik ben nu eenmaal vast van plan om het heele

gebouw van dien vreeselijken gestichtsstank te bevrijden, al zou ook

elk kind in een ijsmonument veranderen.

Het was een verrukkelijk zonnige sneeuwwinternamiddag en ik had

orders gegeven, dat die duffe, bedompte speelkamer gesloten moest

worden en alle kinderen buiten mochten spelen.

"Ze jaagt ons het huis uit", hoorde ik een vondelingetje pruttelen,

terwijl hij wanhopige pogingen aanwendde om in een minstens twee jaar

te klein overjasje te kruipen.

En allen stonden ze daar voor het huis op een rij, gekleed en wel,

geduldig wachtend op het oogenblik dat ze weer bij de gratie Gods

naar binnen mochten komen. Zoo stonden ze daar op een rij en speelden

geen krijgertje, en gooiden geen sneeuwballen en wreven elkaar zelfs

niet met sneeuw in, niets van dat al, die stumperds weten zelfs niet

wat spelen is!

* * * * *

Nog later.

Ik begin al met het prettige werk om je geld uit te geven. Vanmiddag

heb ik elf kruiken gekocht (de heele voorraad van het dorp) en ook

een paar wollen dekens en gewatteerde dekens, en nu staan de ramen in

de baby-slaapkamer wijd open. Die arme hummeltjes genieten op het

oogenblik het tot nu toe voor hen ongekende genot, om tenminste 's

nachts versche lucht in te kunnen ademen.

Er zijn wel een honderdduizend dingen, waarover ik te keer zou willen

gaan, maar het is al half elf en Jane bromt dat ik nu _eindelijk_

naar bed moet.

Je gehoorzame

Sallie McBride.

P.S. Voor ik eronder kroop, trippelde ik nog even de gang door om me

ervan te overtuigen, dat alles in orde was en wat denk je wel, dat ik

daar moest ontdekken? Miss Snaith, die stiekem probeerde de ramen van

de baby-kamer te sluiten. Zoodra ik voor haar een mooie plaats in een

dameshofje weet, stuur ik haar daarheen.

Jane neemt me de pen uit mijn hand. Ik gehoorzaam wijselijk.

Slaap wel!

John Grier Home,

20 Februari.

Lieve Judy,

Dr. Robin MacRae liep van middag hier aan om met de nieuwe directrice

kennis te maken. Toe Judy, vraag hem bij zijn eerste bezoek in

New-York ten eten, dan kun je zelf zien, wat je echtgenoot heeft

gedaan! Jervis heeft het heel en al mis wanneer hij werkelijk denkt,

dat een van de voornaamste voordeelen, aan mijn positie hier

verbonden, het dagelijksch discours met een man van Dr. MacRae's

beschaving en karakter en geleerdheid en charme is.

Hij is lang en mager, met zandkleurig haar en koude, grijze oogen.

Gedurende het uur, dat hij in mijn gezelschap doorbracht (ik was

werkelijk heel levendig), kwam er geen schaduw van een glimlach over

de rechte lijn van zijn vastbesloten mond. Kan er licht uitgaan van

zulk een sombere natuur? Ik geloof het niet, maar in elk geval zou ik

graag weten, wat er toch met dien man gebeurd is. Heeft hij de een of

andere afgrijselijke misdaad achter den rug of is zijn natuur slechts

zoo door zijn Schotsche afkomst? Hij is even gezellig en onderhoudend

als een granieten grafsteen!

Klaarblijkelijk houdt onze dokter niet meer van mij dan ik van hem.

Hij denkt dat ik frivool en inconsequent ben en absoluut ongeschikt

voor de vertrouwenspositie, die ik hier inneem. Ik durf er op te

wedden, dat Jervis nu al een brief van hem heeft met het verzoek om

mij van hier weg te sturen.

Wat de conversatie betrof, hier waren wij het roerend eens. Hij

besprak lang en breed de verantwoordelijkheid die op de schouders van

de directrice rust, betreffende het physieke en moreele welzijn van

de haar toevertrouwde kinderen, terwijl ik mijn ontevredenheid uitte

over de afschuwelijke wijze, waarop onze kinderen hun haar dragen.

Om dit te bewijzen, riep ik Sadie Kate naar binnen, mijn speciaal

boodschappenvondelingetje. Haar haar is stijf naar achteren getrokken

en eindigt in twee vastgevlochten staartjes. Maar Dr. MacRae schijnt

hier weinig om te geven. Zijn grootste zorg is de toestand van de

magen van onze kinderen. Wij hebben ook het onderwerp van roode

onderrokken uitvoerig besproken. Ik vind, dat geen meisje eenig

zelfrespect kan hebben, wanneer haar roode onderrok ruim 3 c.M. onder

haar blauw geruit katoenen jurk uitkomt, maar hij meent, dat roode

vondelingen-onderrokken heel lekker warm en tevens hygiënisch zijn.

Ik voorzie een strijd op leven en dood voor de nieuwe directrice.

Maar toch is er met het oog op den dokter één ding, waarvoor ik hem

dankbaar moet zijn. Hij is haast even kort hier als ik en kent dus de

tradities van het gesticht evenmin als ik. Ik geloof, dat ik met den

vroegeren dokter in het geheel niet had kunnen opschieten, want te

oordeelen naar de sporen van zijn wetenschap, die hij hier heeft

achtergelaten, wist hij net zooveel van babies af als de een of

andere veearts!

Den staf heb ik nog eens flink onder handen genomen, maar niettemin

vertelde de kokkin mij vanmorgen, dat het John Grier Home

Woensdagavond maïzenapap moet slikken.

Zoek je al hard naar mijn opvolgster? Ik blijf hier tot ze komt, maar

maak alsjeblieft wat voort!

Je vastbesloten

Sallie McBride.

Directrice-kamer,

John Grier Home,

21 Februari.

Beste Gordon,

Voel je je nog altijd beleedigd omdat ik je raad niet heb opgevolgd?

Weet je dan niet, dat een roodharig persoontje met Iersche

voorvaderen en een groot Schotsch gehalte in haar bloed, zich niets

laat voorschrijven, maar alleen kalmpjes aan geleid kan worden? Als

je niet op zoo'n overheerschers-toon had gesproken, zou ik beslist

lief hebben geluisterd en waarschijnlijk behouden zijn gebleven,

terwijl het nu zoo heel anders is geloopen. Eerlijk moet ik je

bekennen, dat ik al vijf lange dagen ons kibbelpartijtje betreur. Jij

hadt gelijk en ik niet en zooals je ziet, kom ik daarvoor nu openlijk

uit. Indien ik hier ooit weer heelhuids vandaan kom, zal ik steeds

(tenminste bijna steeds) me aan je wijs oordeel onderwerpen. Kan een

vrouw een ootmoediger houding aannemen dan ik?

De romantische glans, die Judy over dit vondelingenasyl uitbreidde,

bestaat alleen in haar dichterlijke verbeelding. Het is hier

verschrikkelijk! Woorden kunnen niet beschrijven hoe treurig en

leelijk en benauwend dit huis is: lange gangen en kale muren, blauwe

katoenen uniform, stompzinnige stumperdjes, die in geen enkel opzicht

op gewone kindertjes lijken, daar heb je het John Grier Home! En dan

die vreeselijke gestichtslucht! Het is een mengsel van natte,

geschrobde vloeren, opgeluchte zalen en de etenslucht van voedsel

voor een honderd wezens, dat altijd op de kachels stoomt.

Het huis moet niet alleen veranderd en nieuw opgetrokken worden, elk

kind moest ook een goede beurt krijgen en dat is een

onverantwoordelijke Hercules-taak voor zulk een zelfzuchtig luxueus

lui wezentje als Sallie McBride is. Ik leg mijn taak gewillig neer

zoodra Judy een goede opvolgster voor mij heeft, maar ik ben erg bang

dat dat niet al te spoedig gebeuren zal! Zij is nu naar het Zuiden

vertrokken en laat mij, arme schipbreukeling, hier achter. En nadat

ik mijn woord heb gegeven, kan ik natuurlijk haar en het gesticht

niet in den steek laten, maar ik wil je wel bekennen, dat ik al

aardig heimwee heb.

Schrijf mij maar eens een lieven opgewekten brief en stuur me wat

bloemen om mijn zitkamer wat op te fleuren. Ik erfde het meubilair en

al van Miss Lippett. De muur is met een roodbruin behangselpapiertje

bekleed, de stoelen met schelblauw pluche versierd en dan prijkt er

ook nog een verguld tafeltje. De domineerende kleur in het tapijt is

groen en als je dan nog aan een paar rozeknopjes denkt, heb je mijn

regenboog goed geraden.

Ik was op dien laatsten avond werkelijk mal, maar je wraakzucht op de

arme Sallie zal nu wel bekoeld zijn.

In zak en asch,

Sallie McBride.

P.S. je hadt niet zoo over dien Schotschen dokter behoeven uit te

varen. De man is zoo norsch en stug als alleen een "Scotch" zijn kan.

Ik had al dadelijk een afschuw van hem en hij even sterk van mij. O,

Gordon, wat zullen die Iersche en die Schot lief samenwerken!

John Grier Home.

22 Februari.

Mijn lieve Gordon,

Je uitvoerig schrijven ligt hier voor me. Ik weet, beste jongen, dat

je over groote buidels geld beschikken kunt, maar dat is nog geen

reden om er zoo schandalig mee te smijten. Wanneer je er zoo vurig

naar verlangt om je te kunnen uitspreken, zoodat alleen een

honderd-woorden-telegram de uitbarsting kan verhoeden, stuur me dan

in elk geval een uitgesteld telegram, dat kost maar de helft en mijn

kinders kunnen dat geld best gebruiken als je er geen raad mee weet.

En dan, mijn lieve jongen, gebruik een klein deeltje van je gezond

verstand! Natuurlijk kan ik het gesticht niet op die manier verlaten,

zooals je me dat voorstelt, dat zou toch allesbehalve fair tegenover

Jervis en Judy zijn. Neem het niet als een hatelijkheid op maar

bedenk, dat ik al jaren lang, al heel lang voordat ik jou kende, goed

bevriend met hen was en ik heb geen lust om ze nu te laten stikken.

Ik kwam hier in een, laten we zeggen, avontuurlijke bui, en nu moet

ik maar zien hoe ik mij er doorheen sla. Je zoudt het niet aardig

vinden als ik zulke dingen als een soort van sport beschouwde, maar

mijn lieve beste Gordon, daarom behoef ik toch aan den anderen kant

niet mijn heele leven lang in dit gesticht te slijten? Ik ga hier

dadelijk vandaan zoodra ik mijn post met eer en goed fatsoen kan

verlaten en werkelijk, ik behoorde dankbaar te zijn dat de Pedletons

mij waardig achten zulk een post van vertrouwen te bekleeden.

Ofschoon jij, mijn beste vriend, er niets van vermoedt, bezit ik toch

een goede dosis handigheid, en meer gezond verstand dan de

oppervlakkige wereld op het eerste gezicht zou denken. En als ik me

met hart en ziel aan deze taak wijd, zal ik de beste directrice zijn,

die 111 vondelingetjes zouden kunnen wenschen!

Ik vermoed dat je dit grappige onzin vindt. Het is toch heusch waar

en Judy en Jervis wisten dit wel en vroegen me juist daarom hier te

komen. Dus, zie je, als zij nu toonen dat ze zooveel vertrouwen in

mij stellen, kan ik mij er niet op de brute manier, als jij mij

voorstelt, van afmaken. En zoolang ik hier ben, zal ik zoo hard,

werken als iemand met den besten wil slechts werken kan. Wanneer dan

mijn opvolgster komt, zal ze alles in de goede richting veranderd

vinden.

Maar toch moet je niet gelooven dat ik bij al die drukte niet erg

heimwee heb. O, als je wist! Elken morgen, wanneer ik wakker word,

staar ik als in een droom naar Miss Lippett's behangseltje en krijg

ik een koude rilling als ik weer tot de werkelijkheid terugkom.

[Illustratie]

Lieve deugd, hoe kwam ik zoo stom, om mijn lief gezellig thuis en

mijn heerlijk leventje, dat mij van rechtswege toekomt, den rug toe

te keeren?! Ik ben het geheel met je eens, dat ik een tijdelijken

aanval van idiotisme had.

Maar waarom, vraag ik me af, maak jij toch zoo'n herrie? In elk geval

zul je me nu toch niet kunnen zien, want Worcester ligt even ver van

Washington af als het John Grier Home en dan wil ik daar nog wel aan

toevoegen, dat er hier in de heele buurt geen enkel manlijk wezen is

dat rood haar bewondert, terwijl je er in Worcester wel een paar van

dat soort vindt! Dus, allerverschrikkelijkste man, bedwing je woede

en wees weer goed. Ik deed het niet alleen om me tegen jou te

verzetten, ik wilde ook een avontuurtje in mijn leven hebben, lieve

deugd... lieve deugd... ik heb er een....

Toe, schrijf me nu als een goede boy en vroolijk me wat op.

Je steeds deemoedige

Sallie.

John Grier Home.

22 Februari.

Lieve Judy,

Vertel eens aan Jervis, dat ik niet overijld ben in het vormen van

mijn oordeel. Ik heb een lieve zonnige onbevooroordeelde natuur en ik

hou van iedereen, tenminste van bijna iedereen, maar met den besten

wil van de wereld zou niemand van dien Schotsen dokter kunnen houden.

HIJ LACHT NOOIT -- NOOIT!

Vanmorgen bezocht hij me weer. Ik noodigde hem uit om het zich in een

van Miss Lippett's stoelen gemakkelijk te maken en nam tegenover hem

plaats, om een harmonisch geheel te vormen. Hij was in een

mosterdkleurig pak gestoken met een groene das, die nog een glimp van

geel in haar weefsel vereenigde -- juist de kleur, die een beetje

leven aan een Schotsch moeras moet geven. Purperen sokken en een

roode das met een amethysten dasspeld voltooiden het schilderij.

Klaarblijkelijk voelt je exemplaar van een interessanten dokter niet

de moreele plicht op zich rusten, om het schoonheidsgevoel van de

vondelingen te veredelen.

Gedurende het kwartier, dat hij bij mij doorbracht, beschreef hij

kort en bondig alle veranderingen, die _hij_ in het gesticht wenschte

aan te brengen. Ja, dat is zeker _zijn_ werk! En wat zijn dan, als ik

vragen mag, de rechten en plichten van de directrice? Is zij alleen

een stroopop, die slechts de orders van den toezicht houdenden

geneesheer heeft aan te nemen?

Ik geloof, dat MacBride en MacRae spoedig op voet van oorlog zullen

staan!

Je uiterst verontwaardigde

Sallie.

John Grier Home.

Maandag.

Geachte Dr. MacRae,

Ik zend u dit briefje door Sadie Kate, daar het absoluut onmogelijk

blijkt, u telefonisch te bereiken. Is het vrouwspersoon, dat zich

Mrs. McGur-rk noemt en midden in een zin de telefoon liefelijk aan

den haak hangt, uw huishoudster? Als zij dikwijls aan de telefoon

komt, begrijp ik niet hoe uw patienten nog het geduld bezitten, om u

op te bellen.

Daar u vanmorgen niet verscheen en de schilder wel, was ik gedwongen

op eigen houtje een mooie korengele kleur uit te zoeken voor de muren

van het nieuwe laboratorium en ik vertrouw dat deze kleur niet

onhygiënisch zal zijn.

Wanneer u vanmiddag misschien een oogenblikje kunt missen, wilt u

zeker wel even naar Dr. Brice in Water-Street tuffen om naar een

tandarts-stoel en toebehooren te kijken, die daar voor den halven

prijs worden aangeboden. Mij dunkt, dat als zijn heele uitrusting in

een hoekje van ons laboratorium prijkt, Dr. Brice zijn 111 nieuwe

patientjes met veel meer spoed zal kunnen behandelen, dan wanneer wij

ze één voor één naar Water-Street transporteeren. Vindt u dat

geen practisch idee? Midden in den nacht schoot het mij ineens te

binnen, maar daar ik nog nooit een tandarts-stoel heb gekocht, zou ik

uw advies op hoogen prijs stellen.

Hoogachtend,

S. McBride.

John Grier Home.

1 Maart.

Liefste Judy,

Zet dien telegram-stroom stop!

Ik weet natuurlijk dat je van alles, wat er gebeurt, op de hoogte

wilt blijven en ik zou graag elken dag een bulletin willen zenden,

maar werkelijk, ik ben geen oogenblik vrij. 's Avonds, wanneer ik in

mijn bedje kruip, ben ik zoo doodmoe dat ik er liefst met kleeren en

al in zou willen gaan, als Jane's strenge discipline tegen zulke

buitensporigheden niet in opstand kwam.

Als ik later wat meer routine onder de luidjes breng en alles als een

draaiorgel afloopt, zal ik de uitvoerigste en beste verslaggeefster

worden, die je je wenschen kunt.

Het laatst schreef ik je vijf dagen geleden, is het niet? Nu, in die

vijf dagen is er heel wat gebeurd. Dr. MacRae en ik hebben een soort

veldtochtsplan opgemaakt en brengen hier nu alles in oproer. Ik mag,

hem hoe langer hoe minder lijden, maar wij hebben een soort

bondgenootschap gesloten en als werker is die man een prachtige hulp.

Ik heb altijd gedacht, dat ik zelf genoeg wilskracht bezat, maar als

er nu een verbetering aangebracht moet worden, volg ik al zwoegende

zijn spoor, terwijl hij baan breekt. Hij is zoo halsstarrig en koppig

en buldoghonderig als een Schot maar zijn kan, maar aan den anderen

kant bezit hij een groot verstand en heeft hij veel kennis van

babies, d.w.z. hij is volkomen op de hoogte van hun physieken

toestand, want voor die kleintjes heeft hij net zooveel gevoel als

voor een troep kikkers, die hij voor de vivisectie noodig heeft.

Herinner je je nog wel, dat Jervis ons op een avond meer dan een uur

op een betoog over de prachtige menschlievende denkbeelden van den

dokter heeft vergast? C'est à rire! De man beschouwt het John Grier

Home alleen als zijn eigen laboratorium, waar hij naar hartelust

wetenschappelijke proeven kan nemen zonder lastige liefhebbende

ouders als tegenstanders. Ik zou heelemaal niet verwonderd staan te

kijken als ik hem op een goeden dag verraste, terwijl hij

roodvonk-bacillen in de havermout van de babies mengde om met een

nieuw uitgevonden serum proeven te nemen.

Van den heelen staf vind ik de twee eenige, die werkelijk voor hun

taak berekend zijn: de onderwijzeres van de kleintjes en den stoker.

Je moest eens zien hoe onze kinderen op Miss Mathews aanstormen en

haar van alle kanten bespringen en naar haar opkijken, met

gezichtjes, bedelend om een liefkoozing, terwijl ze pijnlijk beleefd

tegenover de andere onderwijzeressen blijven! Kinderen voelen zoo

gauw wie ze voor zich hebben! Ik zou het vreeselijk vinden als ze zoo

erg beleefd tegen mij waren. Nu ik zoo'n beetje op de hoogte van het

leven hier raak en precies weet, wat en wie ik noodig heb, zou ik wel

een algeheele opruiming willen houden. Het liefst zou ik met Miss

Snaith beginnen, maar ik heb de treurige ontdekking gedaan, dat zij

de bloedeigen nicht van een van onze regenten is en dus absoluut niet

geschikt voor uitverkoop. Het is een onbeduidend willoos schepseltje

zonder kin (je weet, dat bij wilskrachtige menschen dit lichaamsdeel

zeer ontwikkeld is), met fletse oogen, en die daarbij, tot overmaat

van ramp, nog altijd door haar neus spreekt en door haar mond

ademhaalt. Zij kan nooit eens zeggen, waarop het staat en dan haar

mond houden. Al haar zinnen eindigen in een onbepaald en

onverstaanbaar gemompel. Telkens, wanneer ik die vrouw zie, voel ik

mijn vingers jeuken, om 'r bij de schouders beet te pakken en haar

een wil in te gieten. En die Miss Snaith had het toezicht over 17

kleine dreumesjes van twee tot vijf jaar! In elk geval heb ik haar,

zonder dat zij er iets van heeft begrepen, naar een ondergeschikte

positie verplaatst, het beste wat ik doen kon, nu zij eenmaal niet

weggestuurd kan worden, dank zij haar hooggeplaatste familie!

De dokter heeft voor mij een allerliefst meisje gevonden, dat hier

twee mijlen vandaan woont en elken dag komt om op onze kleintjes te

passen. Zij heeft lieve, groote bruine oogen (met een zachten glans

erover, net als bij een koe) en echt moederlijke bewegingen. (Ze is

haast negentien jaar). En de kinderen zijn dol op haar! Aan het hoofd

van de kinderkamer heb ik een lieve goedaardige vrouw van middelbaren

leeftijd geplaatst, die zelf vijf kinderen heeft en wier handen naar

het werk staan. Onze dokter heeft ook haar hierheen gebracht. Je ziet

dus dat hij nuttig kan zijn! Voor den vorm staat ze onder Miss

Snaith, maar in werkelijkheid moet die alles doen wat zij aangeeft.

Ik kan nu tenminste rustig gaan slapen zonder het beklemmend gevoel,

dat de babies ongemerkt langzaam vermoord worden!

Je ziet dus, dat de verbeteringen al in vollen gang zijn en hoewel ik

mij met bewonderenswaardig geduld aan de goede verstandige wenken van

den dokter onderwerp, laat dat alles mij toch dikwijls vrij koud.

Weet je, Judy, het groote vraagstuk, dat mij maar niet met rust laat,

blijft steeds: hoe kan ik genoeg warmte en liefde en zonneschijn over

al die arme, verlaten menschenzieltjes uitstorten, Ik weet zeker dat

de dokter, met al zijn geleerdheid, me hierin niet kan helpen.

Een van de meest dringende zaken, wat de verstandelijke leiding van

ons huis aangaat, is wel het juiste bijhouden der boeken, want die

zijn schandelijk verwaarloosd. Mrs. Lippett had een groot, zwart

boek, waarin zij af en toe aanteekeningen maakte over de familie van

de kinderen, hun gedrag en gezondheid, maar weken lang hield ze het

boek soms niet bij en als een familie een kind wil aannemen kunnen

wij in de meeste gevallen nog niet eens zeggen, hoe het schaap bij

ons belandde.

Where did you come from, baby dear?

The blue sky opened, and I am here,

is de beste beschrijving van hun aankomst.

Wij moeten een goede kracht hebben, die de streek bereist en alle

mogelijke gegevens over onze kinderen verzamelt. Het zal heusch niet

zoo moeilijk zijn, want de meeste van mijn pleegkinderen hebben nog

familieleden. Zou je Janet Ware daarvoor niet geschikt vinden? Je

weet hoe prachtig zij kon uitzuinigen en ze leefde gewoonweg van

tabellen en inspectiereizen.

Ik moet je ook nog meedeelen, dat het John Grier Home een zeer

nauwkeurig geneeskundig onderzoek doorstaat met het treurig

resultaat, dat tot dusverre van de 28 arme stumperds er maar vijf mee

door konden en die vijf waren hier nog niet lang.

Herinner je je die leelijke, groene ontvangkamer op de eerste

verdieping? Ik heb zooveel mogelijk van zijn groenheid weggedaan en

hem voor laboratorium voor onzen dokter ingericht. Er staan nu

weegtoestellen en medicijnflesschen en dan, wat er nog de meest

geneeskundige tint aan geeft, een tandarts-stoel en een van die

heerlijke plombeermachines (tweedehands van Dr. Brice in het dorp

gekocht, die tot belooning van zijn patientjes, wit email en nikkelen

plaatjes er mede inzet.) Die plombeermachine ziet er als een

afschrikwekkend monster uit en ik krijg een heel slechten naam, omdat

ik ze hierheen heb gebracht, maar elk klein slachtoffer, dat er

gevuld vandaan komt, mag eene week lang elken morgen in mijn kamer

komen om er twee flikjes in ontvangst te nemen.

Hoewel onze kinderen niet altijd dapper zijn, blijken het toch echte

vechtersbazen te wezen. Zoo heeft de kleine Thomas Kehoe den duim van

den tandarts bijna in tweeën gebeten, nadat hij een heele tafel met

instrumenten omver had gegooid en zoo zie je, dat er zoowel

lichamelijke kracht als moed vereischt wordt om de tandheelkundige

dienst in het John Grier Home te vervullen.

Ik werd daar juist in mijn brief onderbroken door een welwillende

dame, die het gesticht wenschte te zien. Zij stelde een vijftigtal

hoogst onbeduidende vragen, nam een uur van mijn kostbaren tijd in

beslag, veegde eindelijk een traan van haar dorre, maagdelijke wangen

en liet een dollar achter voor "die arme, kleine schapen".

[Illustratie]

Tot dusver zijn mijn arme, kleine schapen niet al te enthousiast over

de aangebrachte veranderingen. Ze voelen heel weinig voor den

plotselingen stroom van versche lucht en den watervloed, die over hen

wordt uitgestort. Ik heb twee baden per week ingesteld en zoodra wij

genoeg kuipen hebben en een paar extra douches, krijgen ze er elken

dag een.

Maar ten slotte heb ik toch een bij allen hoogst welkome verandering

ingesteld: onze dagelijksche rekening voor eten heb ik vergroot, een

wijziging, die door onze kokkin als een zeer groote last en door den

verderen staf als een overbodige geldverspilling wordt beschouwd.

ZUINIGHEID, in reuzenletters geschreven, heeft zoo vaak als

hoofdregel van het gesticht gegolden, dat het een deel van zijn

godsdienst begon uit te maken. Ik verzeker mijn schuchtere

medewerkers wel twintig maal per dag, dat de middelen, dank zij de

edelmoedigheid van onzen president, verdubbeld zijn, terwijl ik van

Mevrouw Pendleton nog een vaste toelage heb gekregen voor nuttige

uitgaven, zooals roomijs, maar toch kunnen zij er niet over heen, dat

het beslist geldverspilling is om deze kinderen op die wijze te

voeden.

De dokter en ik hebben met zorg het menu van den laatsten tijd

bestudeerd en zijn beiden al evenzeer verbaasd over de werking van de

hersens, die zoo iets hebben kunnen samenstellen. Hier heb je een van

de meest voorkomende avondmaaltijden:

Gekookte Aardappelen,

Gekookte Rijst,

Maizenapudding.

Het verwondert me nog, dat de kinderen iets meer dan 111 propjes meel

geworden zijn.

Als je het instituut rondkijkt, zou je geneigd zijn Robert Browning

als volgt te citeeren:

"There can be heaven; -- there must be hell;

Meantime, there is the John Grier -- well!"

S. McB.

John Grier Home.

Zaterdag.

Lieve Judy,

Dr. Robin MacRae en ik vochten gisteren weer over het een of ander

bagatel (ik had gelijk) en sedert dien tijd heb ik onzen dokter een

specialen lievelingsnaam geschonken. "Goeden morgen, waarde vijand",

luidde vandaag mijn ochtendgroet, die hem ten zeerste ontstelde. Hij

beweerde, dat hij niet als een vijand beschouwd wil worden en hij is

ook niet in het minst strijdlustig -- zoo lang ik mij liefelijk naar

zijne wenschen richt!

Wij hebben twee nieuwe kinderen, Isidor Gutschneider en Max Yog, die

ons door de Baptist Ladies' Aid Society op ons dak zijn gestuurd.

Waar ter wereld zouden die kinderen zoo'n godsdienst opgepikt hebben?

Ik wou ze eerst niet nemen, maar die arme dames waren zeer

welbespraakt en ze betalen de vorstelijke som van $ 4.50 per kind,

dus hebben we er nu 113. Het is dus overvol, zooals je wel begrijpt!

Ik heb een half dozijn babies weg te geven. Vind jij nu eens een paar

lieve families voor mij uit, die ze willen aannemen!

Je weet, dat het heel lastig is om niet precies te weten hoe groot je

familie is, maar de mijne schijnt van dag tot dag te varieeren,

evenals de koers van de markt. Ik zou het wel graag op pari willen

houden. Wanneer een vrouw meer dan honderd kinderen heeft, kan ze

niet allen die zorg en toewijding geven, waarop ze aanspraak

hebben.

Maandag.

Deze brief heeft twee dagen op mijn lessenaar gelegen zonder dat ik

den tijd kon vinden om er een postzegel op te plakken, maar nu heb ik

een heelen vrijen avond en zal ik er nog een paar zijdjes aan

toevoegen voordat ik hem de zonnige reis naar Florida laat maken.

Ik begin zoo langzamerhand eenig verschil in de gezichten van mijn

kinderen op te merken. Eerst scheen het, of ik ze nooit uit elkaar

zou kunnen houden, ze leken met die afschuwelijke uniform aan zoo

allerverschrikkelijkst naar één model geknipt.

[Illustratie]

Schrijf nu alsjeblieft niet dadelijk terug, dat je alle kinderen in

nieuwe kleeren gestoken wilt hebben. Ik weet, dat je dat wilt, je

hebt het me al minstens vijf keer gezegd. Over een maand ongeveer zal

ik zoover zijn, om ook dit vraagstuk te overdenken, maar tot dien

tijd zijn er belangrijker zaken, die geregeld moeten worden, dan de

buitenkantjes van mijn kinders!

Ik kan er niet langer in dubio over zijn -- zoo'n heele menigte

weesjes spreken niet tot mijn hart, en ik ben bang, dat het

veelbesproken en bezongen moederinstinct in mijn boezem geen plaatsje

heeft gevonden. Neutraal bekeken, zijn kinderen kleine vuile

wezentjes met neusjes, die steeds vragen gesnoten te worden. Hier en

daar pik ik er een kleine rakker uit, die wel een glimp meer

belangstelling opwekt, maar voor de rest is het een groote massa van

witte gezichten en blauwgeruit katoen.

Toch nog met één uitzondering: Sadie Kate Kilcoyne maakte zich, al

van den eersten dag af aan, uit de groote massa kenbaar en eigent

zich het recht toe, dit te mogen blijven doen. Ze is mijn speciaal

boodschappenmeisje en zorgt ervoor, dat het mij geen dag aan een

vermakelijke scène ontbreekt. Geen kattekwaad is er in de laatste

acht jaar in het gesticht uitgevoerd, of het plan ontsproot aan het

avontuurlijk, abnormaal ondeugend brein van deze jonge dame. Zij

heeft, in mijn oogen althans, een zeer merkwaardige geschiedenis

achter den rug, ofschoon ik wel begrijp, dat het in

vondelingenkringen een zeer alledaagsche is. Elf jaar geleden werd

zij op de stoep van een Thirty-ninth Street huis gevonden, slapende

in een kartonnen doos, welke geëtiketteerd was "Altman & Co." "Sadie

Kate Kilcoyne, vijf weken oud. Weest goed voor haar", stond met

drukletters op een van de zijkanten te lezen.

De politieagent, die haar opnam, bracht haar naar Bellevue, waar de

vondelingen, al naar gelang van hun aankomst, om de beurt Katholiek

en Protestant worden gedoopt en ingeschreven met volstrekte

onpartijdigheid, en onze Sadie Kate werd, ondanks haar naam en

blauwe, Iersche oogen, tot Protestante gemaakt. Hier wordt ze nu met

den dag al Ierscher en Ierscher, maar, overeenkomstig haar doop,

protesteert ze al luider en luider tegen elke kleinigheid in het

leven.

Haar twee kleine zwarte vlechtjes steken altijd in tegenovergestelde

richting aan weerskanten van haar hoofd uit, haar klein apensnoetje

straalt van ondeugendheid. Ze is handig en vlug als een heuschig

apenkindje en je moet haar den heelen dag bezig houden. De

aanteekeningen van haar zouden bladzijden in het register beslaan!

Het laatste verhaal luidt als volgt:

"Maggie Geer overgehaald een deurknop in haar mond te stoppen.

Bestraffing: om 1 uur 's middags naar bed en droog brood voor

avondeten".

Het schijnt, dat Maggie Geer begiftigd is met een mond van

buitengewone elasticiteit en wel den deurknop in haar mond kon

krijgen, maar er niet meer uit kon halen. De dokter kwam erbij te pas

en loste het probleem vernuftig met een beboterde laarzentrekker op.

Sedert heeft hij het arme schaap de "beboterde Maggie" gedoopt.

Je kunt je voorstellen hoe zeer mijn brein erop bedacht is, elk vrij

oogenblik van Sadie Kate's bestaan te benutten!

Er zijn wel honderdduizend dingen, die ik met onzen President zou

willen bespreken. Ik vind het ook lang niet aardig van jou en hem, om

mij met je Vondelingengesticht op te schepen en zelf voor je pleizier

naar het Zuiden te reizen. Het zou een goede straf voor je zijn als

ik alles averechts verkeerd deed! Denk aan mij, arme, terwijl je in

je eigen auto langs prachtige lanen tuft en bij dichterlijk maanlicht

onder de palmboomen wandelt, aan mij, die van een New-Yorksche

Maartregenbui geniet en voor 113 babies zorgt, waarvoor jullie

feitelijk de lasten moesten dragen... en weest dankbaar!

Ik blijf (voor een beperkten tijd)

S. McBride.

John Grier Home.

Waarde vijand,

Ik zend u hierbij, onder separaat couvert, Sammy Speir, die niet bij

uw morgenbezoek aanwezig was. Miss Snaith kwam als mosterd na den

maaltijd met hem aan, toen u al lang weg was. Wilt u alsjeblieft zijn

duim eens onderzoeken? Ik heb nog nooit geweten, wat fijt was, maar

ik geloof zeker, dat wij daarvan hier een geval hebben.

Hoogachtend,

S. McBride.

[Illustratie]

John Grier Home.

6 Maart.

Lieve Judy,

Ik weet nog niet of de kinderen van mij gaan houden, ja of neen, maar

een feit is het dat ze van mijn hond houden. Tot op heden is er nog

geen levend wezen door de poort gegaan, dat zoo populair was als mijn

Singapore. Elken middag mogen drie jongens, die zich dien dag

absoluut onberispelijk gedragen hebben, hem borstelen en kammen,

terwijl drie andere brave jongens hem zijn eten en drinken mogen

geven. Maar elken Zaterdagmiddag stijgt de vreugde ten top, want dan

mogen drie modeljongens hem een heerlijk reinigingsbad geven met warm

water en vlooienzeep, en het privilege, Sing's dienaar te mogen

wezen, begint langzamerhand de eenige prikkel te worden, waarvan ik

gebruik wil maken om de discipline onder hen te houden.

Maar is het ook niet vreeselijk onnatuurlijk voor die arme kinderen,

dat ze zoo buiten leven en nooit iets mogen liefkoozen, vooral als ze

nog meer dan andere kinderen zoo verlangen iets of iemand lief te

hebben. Ik zal zorgen, dat ze iets hebben om te vertroetelen en aan

te halen, al moest ik ook al mijn geld voor een menagerie uitgeven.

Zou je me niet een paar baby-krokodillen en een pelikaantje kunnen

meebrengen? Alles wat maar leeft, zal ik met open armen ontvangen en

mijn kinders eveneens!

Dit zou eigenlijk de eerste "Regentendag" geweest zijn. Ik vind het

heerlijk, dat Jervis een simpele, zakelijke bijeenkomst in New-York

heeft gearrangeerd, want hier zijn wij nog niet op een parademiddag

voorbereid, maar we willen hopen dat ik den eersten Woensdag in April

iets goeds heb te toonen. Als maar alle denkbeelden van den dokter en

een paar van de mijne verwezenlijkt mogen worden, zullen onze

Regenten groote oogen opzetten als zij de ronde door het gebouw doen.

Ik heb juist een menu voor de volgende week opgemaakt en het in de

keuken opgehangen, zoodat onze vertoornde kokkin er volop van

genieten kan. Verandering is een woord, dat tot nu toe nog niet in

het John Grier Home bekend is geweest. Jij zoudt nooit hebben kunnen

vermoeden, welke heerlijke verassingen ons nog wachten: Bruinbrood en

wittebrood en Graham broodjes, maïzena, rijstpudding met een macht

kranten erin, dikke groentensoep, Macaroni op zijn Italiaansch

bereid, polenta-cake met stroop, appelmoes, appelbeignets,

gemberbrood, en o, nog zooveel meer! Nadat onze grootste meisjes ons

geholpen zullen hebben in het bereiden van al die heerlijke kostjes,

zullen zij wel in staat zijn op goeden voet met hun toekomstige

heeren gemaal te blijven!

O, lieve deugd! Ik verknoei mijn tijd met al die beuzelpraatjes,

terwijl ik je toch werkelijk, werkelijk nieuws kan berichten! Wij

hebben een nieuwe werkkracht, een prima nieuwe werkkracht!!

Herinner je je Betsy Kindred, 1910? Ze stond aan het hoofd van het

koor en was presidente van de tooneelclub. Ik herinnerde me haar nog

heel goed, ze droeg altijd zulke mooie japonnen. En stel je eens

voor, ze woont maar twintig mijlen hier vandaan! Heel toevallig

botste ik gisterochtend tegen haar aan, toen zij door het dorp

autode, of liever gezegd, zij ontweek handig het gevaar om mij aan te

rijden.

Ik had nog nooit een woord tegen haar gesproken, maar wij groetten

elkaar alsof wij oude vriendinnen waren. Het is toch gemakkelijk om

opvallend haar te bezitten, ze herkende me dadelijk! Ik sprong in

haar car en zeide:

"Betsy Kindred, 1910, je moet met me meegaan naar mijn

vondelingengesticht en me helpen mijn kinderen te catalogiseeren!"

En ik overviel haar zoodanig, dat ze werkelijk meekwam! Ze komt hier

nu elke vier of vijf dagen als voorloopige secretaresse en ik zal het

er wel op toeleggen om haar op den langen duur altijd hier te houden.

Ze is het meest nuttige persoontje, dat ik ooit zag en ik hoop, dat

ze zóó aan de vondelingen zal wennen, dat ze ze niet meer missen

kan. Ik denk wel, dat ze blijft, als we het salaris hoog genoeg

stellen. Ze houdt ervan, onafhankelijk van haar familie te zijn,

zooals trouwens wij allen in deze gedegenereerde tijden!

In mijn groeienden ijver om mijn heele volkje in een catalogus onder

te brengen, zou ik ook graag een plaatsje voor onzen dokter willen

weten. Als Jervis de een of andere curiositeit van hem weet, schrijf

die mij dan alsjeblieft. Hoe erger het is, hoe beter.

Hij kwam hier gisteren om de fijt in Sammy Speir's duim door te

steken en daalde toen af tot mijn helblauwe zitkamer, om mij les te

geven in het verbinden van den bewusten duim, want, zooals je wel

begrijpen zult, zijn de plichten van de directrice menigvuldig.

Het was juist het theeuurtje, dus vroeg ik hem nog wat te blijven, en

werkelijk, hij deed het! Natuurlijk niet om het plezier van mijn

gezelschap te mogen genieten, maar omdat Jane juist met een schotel

toast verscheen. Het bleek, dat hij om twaalf uur absoluut niets had

gebruikt, en het duurde nog een heelen tijd voor er aan avondeten

gedacht kon worden. Onder het eten van toast (hij at er een heele

schaal van op), zag hij nog kans mij over mijn geschiktheid tot het

vervullen van mijn taak te ondervragen. Had ik op de Universiteit ook

colleges over sociologie geloopen? Wat wist ik van biologie af? Had

ik de modelinrichting in Hastings gezien?

En op dat alles antwoordde ik frank en vrij. En toen veroorloofde ik

mij de vrijheid hem ook een paar vragen te stellen. Welke training is

er voor noodig om zulk een model van logica, accuratesse, waardigheid

en gezond verstand te produceeren, gelijk aan het product, dat daar

voor mij stond? Door taaie volharding gelukte het mij toch eindelijk

een paar feiten te hooren noemen, maar och heden, ze zijn zoo

burgerlijk respectabel als het maar kan. Naar hem te oordeelen zou je

zeggen, dat er een vreeselijk mysterie in de familie moet schuilen,

maar MacRae père is geboren in Schotland en kwam naar Amerika, om

een professorszetel in Johns Hopkins te bekleeden en Robin fils werd

weer voor zijn educatie naar Auld Reekie vervoerd. Zijn grootmoeder

was een M'Lachlan van Strathlachan (als dat niet goed klinkt, weet ik

het niet) en hij bracht zijn vacanties in de Highlands door, waar hij

jaagde.

Dat was alles, wat ik uit hem kon krijgen -- niets meer. Vertel me

alsjeblieft eens wat aardigs over mijn vijand, de een of andere

anecdote, al is die nog zoo flauw -- maar liefst toch iets dat een

beetje schandalig is.

Als hij nu toch zoo'n verbazend knappe man is, waarom begraaft hij

zich dan in Godsnaam in zoo'n vreeslijke negorij? Je zou denken, dat

zoo'n up to date geleerde in de eene hand een hospitaal en in de

andere hand een morgue zou wenschen. Ben je wel zeker, dat hij niet

de een of andere schandaalwekkende misdaad heeft gepleegd en zich nu

voor de justitie schuil houdt?

Ik schijn een flink aantal tijdjes beschreven te hebben zonder je

iets bijzonders te vertellen. Vive la bagatelle!

Als steeds,

Je Sallie.

P.S. Op één punt ben ik tenminste gerustgesteld. Dr. MacRae zoekt

zijn eigen kleeren niet uit, zulke kleinigheden laat hij aan zijn

huishoudster over, de beminnelijke Juffrouw Maggie McGur-rk!

Adieu, mijn lieve, beste

Judy!

John Grier Home.

Woensdag.

Beste Gordon,

Je rozen en je brief hielden me den heelen morgen in een

allerzonnigste bui en dat is voor het eerst sinds den 14den Februari,

toen ik Worcester goedendag zei.

Ik kan het je onmogelijk duidelijk maken, hoe beklemmend het

eentonige van het steeds terugkeerend gestichtsleven op mij inwerkt.

Het eenige lichtje in deze duisternis is wel het feit, dat Betsy

Kindred elke week vier dagen bij mij doorbrengt. Betsy en ik hebben

samen college geloopen en af en toe diepen we samen iets leuks op,

waarover wij eens hartelijk kunnen lachen.

[Illustratie]

Gisteren, toen wij in mijn allerafschuwelijkste zitkamer thee

dronken, kwamen wij beiden in opstand tegen de opeenhooping van

zooveel smakeloosheid. Wij riepen zes flinke en vernielingslievende

vondelingetjes, lieten een hooge trap en een tobbe met kokend water

brengen en gingen ijverig aan het werk, zoodat er in twee uur geen

snipper van het afgrijselijk behangselpapier meer aan den wand

plakte. Je kunt je niet voorstellen, hoe leuk het kan zijn om

behangselpapier van den muur te scheuren!

Twee behangers zijn nu bezig het beste en mooiste, wat het dorp aan

behangselpapier oplevert, op den wand te plakken, terwijl een

Duitsche stoffeerder, op zijn knieën gelegen, de maat van mijn

stoelen neemt om met een artistiek sits elke centimeter schelblauw

pluche te bedekken.

Word alsjeblieft niet zenuwachtig! Dit beteekent heusch niet dat ik,

nu alles zoo mooi wordt, van plan ben mijn leven in het gesticht te

eindigen. Ik wil het alleen maar voor mijn opvolgster dragelijk

maken. Ik durf Judy niet te bekennen hoe vreeselijk ellendig ik het

hier vind, want ik wil naar het zonnige Florida geen onweerswolken

zenden, maar als ze naar New-York terugkeert, zal mijn officiëele

ontslagaanvrage in de brievenbus haar opwachten!

Ik wilde je een langen brief schrijven als blijk van mijn overgroote

dankbaarheid voor de heerlijke bloemenzending en voor de ontvangen

zeven bladzijden, maar twee van mijn pleegkinderen houden onder mijn

raam een verwoed gevecht. Ik zal trachten hen te scheiden.

Als steeds,

S. McB.

John Grier Home.

8 Maart.

Lieve Judy,

Ik heb het John Grier Home een klein geschenk aangeboden: de

vernieuwing en verfraaiïng van de zitkamer van het John Grier Home.

Ik zag n.l. bij mijn aankomst bij den eersten oogopslag, dat noch ik

noch eenige mijner opvolgsters in het schelblauw van Miss Lippett's

pluche zich op haar gemak zouden voelen. Je weet dat ik het erop

toeleg, om mijn opvolgster tevreden te stellen en haar tot blijven te

inspireeren.

Betsy Kindred hielp mij bij de verandering van Mrs. Lippett's

collectie van afgrijselijkheden en wij brachten een symphonie van

flets blauw en goud tot stand. Het is nu de aardigste kamer, die je

ooit betreden hebt en ze zal zeker zeer gunstig op 't

schoonheidsgevoel van onze kinderen inwerken.

Wij hebben nieuw behang aan de muren en een nieuw kleed op den grond,

mijn eigen Perzisch kleed, dat mijn lieve familie mij uit Worcester

nazond. En wij hebben ook smaakvolle gordijnen voor de drie ramen

hangen, die het prachtige uitzicht, tot nu toe door grove kanten

overgordijnen verborgen gehouden, vrij laten uitkomen. Dan staan er

nog een nieuwe gezellige tafel, een paar lampen, boeken en

schilderijen en etsen en o ja, een open haard! Miss Lippett had de

schouw laten sluiten, omdat zij beweerde, dat het er door tochtte.

Ik heb nog nooit zoo sterk ondervonden hoe gunstig een smaakvolle

omgeving op je zielerust inwerkt. Ik zat gisteravond zoo tevreden in

mijn kamer en genoot van mijn vuur, dat prachtige lichtplekken op

zijn mooi artistiek vuurscherm wierp, en ik verzeker je, dat de kat

van het huis voor het eerst spon toen ze zich in een balletje voor

het vuur rolde.

Maar eigenlijk is de vernieuwing van mijn zitkamer het minst nuttige

van alles wat er gedaan moet worden. De zalen van de kinderen

schreeuwen alle zoo naar verbetering, dat ik niet weet, waar te

beginnen. Die afschuwelijke donkere speelkamer op het Noorden is

gewoonweg een schandaal, maar het is niet minder erg gesteld met onze

afzichtelijke eetzaal of de ongeluchte slaapzalen of de waschzaal met

zijn paar kuipen.

Zou het niet mogelijk zijn, als we heel zuinig te werk gaan, om dit

dompige oude krot tot den grond toe te laten af branden en er

gezellige, goed gebouwde buitenwoningen voor in de plaats te zetten

(zulke echt gezellige cottages)? Als ik naar de plaat van dat

prachtige gesticht te Hastings kijk, wordt mijn hart met afgunst

vervuld! Het zou heerlijk zijn om aan het hoofd van een gesticht,

ingericht zooals dat, te staan; maar raadpleeg me in elk geval als je

bij je terugkomst in New-York conferenties met architecten houdt,

betreffende de vernieuwing van ons gesticht, want buiten allerlei

kleinigheden zou ik wenschen, dat er rondom de slaapzalen een groote

waranda gebouwd wordt.

En weet je waarom? Wel, dat zal ik je zeggen. Het grootste deel van

onze kinderen blijkt aan bloedarmoede, bloedarmoede en nog eens

bloedarmoede te lijden. (Wat een afgrijselijk woord, vind je niet?)

en een groote massa hebben vaders of moeders of ooms of tantes, die

aan tuberculose zijn gestorven, weer anderen hebben dronkaards in hun

familie. Zij hebben dus in de eerste plaats frissche lucht en eerst

in de tweede plaats een goede opvoeding noodig. En als het goed is

voor het ziekelijke deel, dan zal het toch zeker voor de anderen ook

niet kwaad zijn. Ik zou wenschen dat elk kind 's winters zoowel als

's zomers in de open lucht zou kunnen slapen, maar ik begrijp heel

goed, dat de heele rommel in de lucht zou vliegen als ik zulk een bom

op de Regenten wierp.

O ja, van regenten gesproken, ik had een gesprek met den WelEd.

Gestr. Heer Cyrus Wykoff en werkelijk, ik geloof, dat ik aan dien man

nog meer het land heb dan aan Dr. Robin MacRae of aan Miss Smith of

aan de kokkin. Ik schijn zoo langzamerhand een genie in het ontdekken

van vijanden te worden.

Mr. Wykoff kwam hier den laatsten Woensdag aanloopen om eens met de

nieuwe directrice kennis te maken.

Nadat hij zich in mijn allergemakkelijksten armstoel had neergelaten,

maakte hij een aanvang met de goede besteding van zijn dag. Hij vroeg

mij wat mijn vader deed en of hij er wel of niet goed bij zat. Ik

vertelde hem, dat mijn vader leeren broeken vervaardigt en dat

zelfs in deze moeilijke tijden de vraag voor dit nuttig artikel nogal

gestadig is. Hij scheen opgelucht, waarschijnlijk voelt hij zeer veel

voor dit onverslijtbaar, dus nuttig en zuinig kleedingstuk of is hij

bang geweest, dat ik familie van een dominee of een professor, of een

schrijver zou zijn en geheel onmogelijke ideaaltjes zou hebben met

geen greintje gezond verstand, want Cyrus heeft een grooten eerbied

voor gezond verstand.

En wat was wel mijn opleiding voor deze positie?

Ja zie je, dat was een vraag die mij een beetje in het nauw bracht.

Ik bracht mijn studies aan de Universiteit te berde en de lezingen,

die ik op de School of Philantropy gevolgd had. Daarna zeurde ik nog

wat over het sociale werk, dat ik onder het personeel van mijn vader

had verricht en de enkele bezoeken, die ik aan het tehuis van

vrouwelijke drankzuchtigen had afgelegd.

En bij dat alles knorde hij instemmend.

Ik voegde er nog aan toe, dat ik den laatsten tijd een studie had

gemaakt van kinderen, die door den staat worden opgevoed en ik noemde

mijn zeventien gestichten op.

Hij knorde weer (als een dik, zelfvoldaan zwijn) en zeide, dat hij

niet veel belang stelde in deze nieuwerwetsche

liefdadigheidsinrichtingen.

[Illustratie]

Juist op dat oogenblik trad Jane binnen met een groote doos rozen,

die mij die goede Gordon Hallock geregeld twee maal in de week stuurt

om het huis wat op te vroolijken.

Onze regent stelde mij aan een verontwaardigd verhoor bloot. Hij

wenschte te weten vanwaar ik deze bloemen kreeg en was zichtbaar

verlicht, toen hij hoorde dat ik het geld van het gesticht er niet

voor verspilde. Toen wilde hij weten wie Jane was. Ik had die vraag

wel voorzien en barstte los:

"Dat is mijn kamenier".

"Uw wat????!!!!", bulderde hij, vuurrood wordend.

"Mijn kamenier".

"Wat doet die hier?" Ik vermeldde heel lieftallig de details. "Ze

verstelt mijn kleeren, poetst mijn schoenen, houdt mijn lessenaar in

orde en wascht mijn haar".

Ik dacht werkelijk dat de dikkert springen zou en voegde er dus

welgezind aan toe, dat ik haar salaris uit mijn eigen zak betaalde en

het gesticht elke week 5.50 voor haar logies gaf en dat ze niet veel

at, al was ze dik.

Hij zeide dat ik wel een van de kinderen in mijn persoonlijker dienst

mocht nemen.

Ik legde hem daarop uit, nog altijd beleefd maar grondig verveeld,

dat Jane al vele jaren in mijn dienst was geweest en absoluut

onmisbaar was.

Ten slotte nam hij afscheid nadat hij mij nog eens verzekerd had, dat

hij Miss Lippett nog nooit op een enkele fout had kunnen betrappen.

"Ze was een Christin met gezond verstand en geen overdreven

denkbeelden, maar met een groote dosis soliditeit...." Hij hoopte

dat ik verstandig genoeg zou zijn om aan haar een voorbeeld te

nemen....

En wat denk jij daarvan, mijn lieve Judy?

De dokter kwam hier een paar minuten later binnenvallen en ik

herhaalde hem woordelijk alles wat de WelEd. Gestr. Cyrus zich

verwaardigd had tegen mij te zeggen. Voor de eerste keer van ons

leven waren de dokter en ik het gloeiend eens.

"Ja, aan Miss Lippett moet u zeer zeker een voorbeeld nemen", bromde

hij. "Lieve God, schenk dien opgeblazen ezel eens wat werkelijk

gezond verstand!"

En dat werd alles in het Schotsch gezegd, een zeker kenteeken dat

onze dokter boos is. Mijn laatste bijnaam voor hem is (met het oog op

de kleur van zijn haar en altijd achter zijn rug natuurlijk) "Sandy".

Sadie Kate zit op den grond terwijl ik schrijf, ze haalt mijn zij uit

de war en windt die netjes op rolletjes voor Jane, die al geheel aan

mijn heksje gewend is geraakt.

"Ik schrijf aan Tante Judy", zeg ik tegen Sadie Kate. "Wat moet ik

voor jou aan Tante Judy schrijven?"

"Wie is Tante Judy?"

"Dat is de tante van elk goed kind hier in huis".

"Zeg haar dan dat ze hier moet komen en lekkere kandijklontjes voor

ons mee moet brengen", dat was haar antwoord.

En dat doe ik dan ook hierbij.

Veel groeten aan onzen President.

Sallie.

Het "John Grier Home" · 第 7 / 48 题