Het eerste nommer van de »Mededeelingen der Nederlandsche
Alpenvereeniging« voor den zesden jaargang, het jaar 1909, is
een Dauphiné-nommer, een boek van 240 bladzijden, zoo goed als
uitsluitend gewijd aan bergtochten in het land ten zuiden van Grenoble
in zuidoostelijk Frankrijk. Het Fransche Alpengebied van Dauphiné
is een wonderschoon land en het is nog weinig bereisd. Nu laat dat
zich wel verklaren, want het reizen is er buitengewoon duur, en de
wintersport heeft er zich nog niet ingeburgerd; hoogstens maken de
fransche militairen er van de sneeuwschaatsen gebruik.
Het bestuur en de leden van onze Nederlandsche Alpenvereeniging zijn
zich intusschen sterk voor dit fransche Alpenland gaan interesseeren,
en in dit nu verschenen nommer van de Mededeelingen geven de
heeren Ph. C. Visser, Gerhard J. Lugard, Dr. H. H. Juynboll en
Mr. H. J. Knottenbelt hun ervaringen op tochten in het belangwekkende
Alpengebied. Het was voor den heer Knottenbelt, die er in 1908 al op
18 Juni op stap ging, een echte exploratiereis, in zoo ver hij als
eenige toerist er het seizoen opende, daar het voor de streek nog te
vroeg in den tijd was.
Ook de andere clubgenooten moesten in het bergland over menig bezwaar
heenstappen in den letterlijken en den figuurlijken zin van het woord,
zoodat wij alleen aan onze lezers, zoo zij geoefende bergbestijgers
zijn, wier longen en wier beurs zich in uitstekenden staat bevinden,
kunnen aanraden over Parijs en Lyon naar Grenoble te sporen en dan
van La Bérarde uit de reuzen uit de bergwereld onder handen te nemen.
Het Dauphiné-nommer is intusschen belangwekkende lectuur. Aan de leden
van de Vereeniging wordt in overweging gegeven, in hun opstellen,
toerberichten enz. voor de navolgende vreemde woorden de daarachter
geplaatste nederlandsche te gebruiken. Wij nemen het geheele lijstje
met instemming over. Zou couloir, dat nog al eens voorkomt, ook in
dit nommer, er ook geen plaats op verdienen?
Pickel = ijsbijl of ijshouweel.
Rucksack = rugzak.
Ski = sneeuwschaats.
Kletteren = klauteren.
Griff = steunpunt (voor hand of voet).
Grat = kam.
Spalte = kloof, spleet.
Sérac = ijsnaald of ijstoren.
Wächte = overhangende sneeuw.
Neuschnee = versche sneeuw.
Aper = sneeuwvrij of blank.
Kamin = schoorsteen.
Exponiert = blootgesteld.
Geröll = rotspuin.
Gendarm = rotstoren.
Rutschen = glijden.
Een woord van speciale bewondering mag wel worden uitgesproken voor
de foto's, waarmee de tekst wordt opgeluisterd; die zijn eenvoudig
prachtig.