FRANZ WILHELM JUNGHUHN.

Brockhaus geeft als Junghuhn's geboortedatum 26 October 1812, niet

1809, wat later gebleken is het juiste jaar te zijn. Dat het jaar

der geboorte van dezen natuuronderzoeker, geograaf en schrijver lang

onzeker is gebleven, staat in verband met het duel, dat Junghuhn als

jongeling op een gevangenisstraf van twintig jaren kwam te staan en

waarbij zijn geboortejaar verkeerd werd opgegeven.

Voor ons Nederlanders is Junghuhn een man van beteekenis geweest,

een dergenen, die Indië voor ons hebben gewonnen en niet ten onrechte

heeft zich onder eerevoorzitterschap van den oud-gouverneur-generaal

Jhr. C. H. A. van der Wijck een commissie gevormd, om zijn

nagedachtenis te eeren. Men zal op 26 Oct. den man huldigen, die sedert

hij op 25-jarigen leeftijd in nederlandsch-indischen staatsdienst

trad als officier van gezondheid, zijn leven heeft gewijd aan het

onderzoek, de beschrijving en de afbeelding der natuur van Java en

Sumatra en wiens werken getuigen van zijn hoogen wetenschappelijken

zin, zoowel als van zijne weldadige geestdrift en zijn meesterschap

over den vorm, waardoor vooral zijn »Java«, in het Nederlandsch

door hem geschreven, door Hasskarl in het Duitsch vertaald, tot de

klassieken der landbeschrijving behoort.

De commissie wil een Junghuhnfonds vormen, bestemd voor

natuurwetenschappelijk onderzoek van den Oost-Indischen Archipel,

in het bijzonder in de richting waarin Junghuhn's voorbeeld nog het

minst is nagevolgd: de studie van de vormen der aardoppervlakte,

van hun ontstaan en van hunne betrekking tot klimaat, plantengroei

en dierlijk leven.

Ten tweede ligt het in het plan der commissie een Gedenkboek uit te

geven, dat zal trachten een beeld te geven van Junghuhn's leven en

arbeid. Een lid zijner familie, prof. dr. Max Schmidt te Berlijn,

die de uitgave eener uitvoerige biografie voorbereidt, zal in het

Gedenkboek een overzicht geven van Junghuhn's lotgevallen. Bijdragen,

in verband met zijn wetenschappelijken arbeid, zullen worden

gegeven door dr. R. D. M. Verbeek, dr. J. P. van der Stok,

prof. Dr. A. W. Nieuwenhuis, prof. dr. J. J. A. Muller,

dr. S. H. Koorders, P. van Leersum, prof. dr. W. Volz, den heer

J. van Baren, prof. J. F. Niermeyer en waarschijnlijk nog door

andere--in Indië verblijf houdende--onderzoekers. Ook de heeren

A. S. Carpentier Alting en G. P. Rouffaer hebben bijdragen toegezegd,

betrekking hebbende op Junghuhn's persoonlijkheid, terwijl de heer

W. C. Muller zich bereid heeft verklaard een Junghuhn-bibliographie

samen te stellen.

Het boek zal versierd worden met reproducties naar photographieën, door

Junghuhn zelven genomen van Javaansche landschappen. Een belangrijke

verzameling daarvan, nauwkeurig door hem gerangschikt, is in het

bezit van zijne weduwe, mevrouw Junghuhn-Koch te 's Gravenhage,

en door haar ten gebruike afgestaan.

In 1835 kwam Junghuhn op Java aan, werd in 1840 naar Padang verplaatst,

kreeg in 1842 een opdracht voor geologisch onderzoek van Java, was

van 1849-1855 met verlof om gezondheidsredenen in Europa en keerde in

1855 als directeur voor de kinacultuur er heen terug. Op 20 April 1864

stierf hij te Lembang in de Preanger Regentschappen. »De Dageraad«

van Augustus 1864 gaf een levensschets.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 312 / 353 题