ZIJDETEELT EN RIJSTBOUW OP MADAGASCAR.

Er worden op Madagascar intelligente pogingen in het werk gesteld,

om het groote eiland aan uitvoerartikelen te helpen, die er welvaart

kunnen brengen aan kolonisten en inlanders. Tot nu toe heeft de

buitenlandsche handel zich hoofdzakelijk beziggehouden met de

natuurlijke producten goud, caoutchouc en raphia. Maar al is het

gelukkig, dat de kolonisten dergelijke voortbrengselen vinden ter

exploitatie, de meeste hebben geen bestendig karakter, en de toekomst

van een land kan niet zijn gegrondvest en verzekerd dan door producten,

die telkens weer door arbeid zijn te vermeerderen, dat is in de eerste

plaats door den landbouw. Aan landbouwproducten, die kunnen worden

uitgevoerd, denkt dus de Koloniale Dienst in de voornaamste plaats,

als hij Madagascars belang op het oog heeft.

Er is goede moed voor Madagascar bij het ministerie in Frankrijk. Men

weet, hoe ontmoedigend de indruk is, dien de kale, roode grond in veel

districten maakt, waar slechts mager en hard gras groeit en waar voor

het kweeken van voedingsmiddelen geen plaats schijnt te zijn. Maar

een ambtenaar van het boschwezen, de heer Perrier de la Bathie zegt,

dat zijn tienjarig onderzoek hem tot het besluit heeft gebracht,

dat het midden van het eiland oorspronkelijk met bosschen bedekt is

geweest en dat de boschbranden, die zooveel nadeel hebben gedaan

in West-Afrika, ook hier de schuldigen zijn, zoodat de grond niet

uit zijn aard steriel is, zooals velen meenen, maar bij doelmatige

behandeling productief kan worden gemaakt.

Het woud van Analamahitso, dat thans nog twintig duizend hectaren

groot is, moet een rest zijn uit het woudrijk verleden, en door

zijn bestaan alleen toont het aan, dat er uitstekend boomen kunnen

groeien op gronden, in alles gelijkend op die van Imerina. Er zijn

ook elders nog bosschen, die men kon bewaren en waar het branden kon

worden verboden, zoodat belangrijke hoeveelheden caoutchoucleverende

lianen gespaard konden worden. Als men wilde, zegt de heer de la

Bathie, zouden allerlei goede houtsoorten voor herbossching kunnen

worden gebezigd en de mensch zou kunnen herstellen, wat hij door

onvoorzichtigheid heeft bedorven.

De gouverneur generaal heeft aan de verschillende administrateurs

orders in dezen geest gegeven. Ze moeten naar middelen zoeken, om de

cultuur van rijst op natte rijstvelden aan te moedigen en die van

bergrijst tegen te gaan, want voor die laatste worden de bosschen

gerooid. Ook de boschbranden moeten krachtig worden bestreden en de

dienst van het boschwezen is daarvoor in verschillende districten

versterkt.

Als dan het midden van het eiland zich zou willen toeleggen op

zijdeteelt, op rijstcultuur en veeteelt, zou het blijken, dat hiermee

winstgevende takken van bedrijf ter hand waren genomen. Het Bulletin

Economique van Madagascar over de eerste helft van 1909 wijst op die

bronnen van welvaart. Het doet, wat de veeteelt betreft, een beroep

op de ondernemingsgeest van het volk, opdat dit evenals La Plata en

Australië hebben gedaan, zich wende tot den grooten vleeschconsument

van de aarde, Europa. Daar kan men altijd op afzet van de goede

producten rekenen, als handel en vervoer energiek ter hand worden

genomen, wat best aan particulieren kan worden overgelaten.

Met de zijdeteelt is het iets anders; de regeering reikt de helpende

hand, waar moerbeiboomen voor dat doel worden aangeplant en heeft een

station voor de zijdecultuur opgericht, waar uitgezocht zaad te krijgen

is. Dat station van Nanisana zal binnen een paar jaren een millioen

pakjes zaad jaarlijks kunnen leveren van de beste moerbeiboomen. Het

district Ambohidratrimo wordt in het Bulletin genoemd als dat, waar

de moerbeiteelt het meest ontwikkeld is. De teelt der zijdewormen

gaat daar steeds vooruit.

Wat den rijstbouw aangaat, die oude inlandsche cultuur moet worden

opgeheven en verbeterd. En men is daar met succes aan bezig. Het

eiland, dat vroeger rijst invoerde, begint er thans reeds uit te

voeren. In 1908 is er voor 817.000 francs uitgevoerd, een begin nog

maar, doch de opbrengst, zelfs op zoo arme gronden als van Imerina,

doet het beste hopen voor de toekomst. De inboorlingen zijn geneigd,

hun rijstbouw uit te breiden, wat ze overal doen, waar afzet mogelijk

is. De regeering tracht voor de malgassische rijst een plaats te

veroveren op de markten van den Indischen Oceaan. Maar daarvoor moet er

geregelde aanvoer zijn en van rijst van goede qualiteit. Daarom steunt

het bestuur den aanleg van besproeiingswerken, die den oogst minder

afhankelijk moeten maken van atmosferische toestanden en daarom ook

heeft de Koloniale Dienst uit de tweehonderd variëteiten van rijst,

die op Madagascar groeien, de vier beste laten uitzoeken en beijvert

zich, om die algemeen te doen aankweeken.

Een ander middel, om den rijstbouw tegemoet te komen, is de verbetering

van de verkeersmiddelen; rijst is een zwaar handelsartikel, en

in de opbrengst speelt de prijs van het vervoer een groote rol. De

opening van de spoorlijn heeft te dien opzichte haar invloed voelbaar

gemaakt. Al in het eerste jaar waren de met rijst bebouwde velden

rondom Tananarive met duizend hectaren uitgebreid, maar, helaas,

bereikt de spoorweg nog niet de haven Tamatave, en door het overladen

worden de kosten met niet minder dan 15 francs per ton verhoogd. Men

hoopt op Madagascar, dat het ministerie van koloniën spoedig de

voorstellen van den gouverneur generaal ter voltooiing van den spoorweg

tot uitvoering zal doen komen.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 293 / 353 题