Er zullen weinig poolreizigers zijn, die zich zoozeer in de arctische
wereld thuis gevoelen als kapitein Robert E. Peary. Zijn zesde poolreis
heeft hem vier jaren lang in de wereld van sneeuw en ijs en stormen
en ontberingen vastgehouden; hij had op een groot deel van dien tocht
vrouw en dochter bij zich. Mary Peary is in het hooge Noorden op een
vroegere reis van haren vader geboren in Noord-Groenland, misschien
het eenige menschelijke wezen, dat op zoo hooge breedte ter wereld
kwam. Op zijn zesde Poolreis had Peary 87.6° N.B. bereikt. Zijn
rustelooze energie bewerkte, dat de Peary Arctic Club in New-York
hem opnieuw de middelen verstrekte voor een expeditie en het schip
»Roosevelt« te zijner beschikking stelde, waarmee hij 6 Juli 1908
New-York verliet. Bij Etah voegden zich bij de bemanning van 15 koppen,
die zijn schip had, 25 Eskimo's en 250 honden voor de tochten, te
ondernemen, als het schip zou moeten worden verlaten.
Den 18den Augustus 1908 verliet Peary Etah, waar hij bepaald had,
dat indien in den zomer van 1909 niets van hem was vernomen, een
reddingsexpeditie met levensmiddelen hem zou worden nagezonden. Dat is
gebeurd. De »Jeannie«, een Noordpoolvaarder uit Newfoundland, is hem
gaan zoeken en trof den held van de ontdekte Noordpool in Etah. Den
7den Sept. telegrafeerde Peary uit St. Johns op Newfoundland, dat
hij op 6 April de Noordpool had bereikt. Die triomf is in twijfel
getrokken, zooals onze lezers weten. Mevrouw Peary woont in Maine
op het buitengoed, waarheen nu Peary zich ook heeft begeven. Zij
is 21 jaar getrouwd en heeft slechts weinige zomers met haar man te
zamen doorleefd.