Voor de lading van reizigers en post zal in het begin van September
de Cunardlijn haar booten uit New York Fishguard laten aandoen op
de zuidwestelijke kust van Wales. De booten zijn dan op weg naar
Liverpool. Voor de engelsche spoorwegmaatschappij, de Great Western,
is het weer een overwinning, nu ze haar nieuwen weg over Fishguard
naar Ierland had aangelegd.
Deze plaats in Wales is zelfs nog dichter bij New York en dus
begeerder in den snelheidswedstrijd dan Holyhead, waar de White
Starlijn passagiers en post ontscheept op de uit- zoowel als op de
thuisreis. De Cunard gebruikt Fishguard enkel op de reis van New
York naar de Oude Wereld; op de heenreis van Europa blijven de booten
Queenstown aandoen bij Cork in Ierland. De afstand tusschen Fishguard
en New York is veertig engelsche mijlen korter dan tusschen New York
en Holyhead en 110 engelsche mijlen korter dan tusschen New York
en Liverpool.
Doch behalve in den afstand ter zee biedt Fishguard nog eenige andere
voordeelen. De nieuwe kunsthaven daar met enorme kosten en vele
jaren vergenden arbeid aangelegd en in 1906 voltooid, beslaat een
oppervlakte van een 175 H.A. De schepen liggen er beschut door een
machtigen zeedam, ter lengte van ruim 800 M., terwijl schepen met den
grootsten diepgang en de grootste lengte veilig er kunnen aanleggen.
Dan heeft Fishguard een uitstekende spoorwegverbinding met Londen. De
afstand (262 E. mijlen) tusschen die haven en Paddington, wordt door
de mailtreinen binnen de 5 uren afgelegd. Zoowel voor de reizigers
uit het Zuiden van Engeland als die van het vasteland komen geeft
de weg over Fishguard, bij dien over Liverpool vergeleken, ettelijke
uren besparing.