HET NEUSJE VAN DEN GOOISCHEN ZALM.

Hilversum is een merkwaardig voorbeeld van een fabrieksplaats, die

tevens het centrum is van natuurschoon. Maar het heeft lang geduurd,

eer de laatstgenoemde qualiteit door de wereld op den rechten prijs

werd gesteld; daarvoor moest de negentiende eeuw de geesten wakker

roepen tot de waardeering van de schoonheid der ongerepte natuur

en daarvoor moest in de laatste helft dier eeuw meehelpen het

vervoermiddel, dat zooveel steden en dorpen tot levenwekker heeft

gediend, de spoorweg. Voor het Gooi was dat de Oosterspoorweg,

geopend in 1874.

Het oude Hilversum was in de 15de eeuw fabrieksplaats; toen reeds

werden de volders, de laken- en fluweelwevers met privileges begunstigd

en hoe ook soms ten gevolge van de troebelen der oorlogstijden

de industrie tijdelijk kwijnde, tot op onzen tijd is ze in stand

gebleven en thans is ze nog zeer belangrijk. Karpetten, tapijten,

molton, baai enz. worden er nog veel gemaakt, zooals trouwens ook

Laren en Blaricum hun fabrieken hebben.

Maar wat tegenwoordig de voornaamste factor voor den bloei van het

Gooi en Baarn is, het natuurschoon, dat wordt pas in de laatste eeuw

recht gewaardeerd, nu men oog heeft gekregen voor het bekoorlijke

van het landschap, dat uit heuvels en heiden, uit bosschen en venen

bestaat en nog niet door den mensch voor nuttig gebruik in beslag is

genomen. Nu zijn niet enkel de groote-stadsbewoners er komen opdagen

op hun vrije dagen, op de Zondagen en de uitgaansmomenten, maar nu

hebben ze hun huisgoden naar de gooische dorpen overgebracht, en ze

onderhouden de gemeenschap met hun werk en met het volle, rijke leven

der groote centra door dagelijks heen en weer te reizen.

Wat is veel in de laatste jaren in en om Hilversum veranderd! Tot een

reusachtig villapark is het geworden en waar voor enkele jaren nog

bosch was, is de golvende bodem nu bedekt met een net van breede,

gladde wegen, waartusschen de villa's, in de meest verschillende

stijlen gebouwd, als verstrooid liggen te midden van bloemen

en heesterpartijen of van vijvers en tennisvelden en oude, hooge

boomen. Met de komst der gegoede familiën zijn de scholen verbeterd,

is er een hoogere burgerschool verrezen, met vijfjarigen cursus, heeft

men er zelfs een manege opgericht en zijn de winkels en magazijnen

zóó geworden, dat ze aan de hoogste eischen kunnen beantwoorden.

Daarbij blijft men er zich, hoewel buiten wonend, als men dat wenscht,

stadsmensch voelen, want met Amsterdam en Utrecht is de relatie al

heel innig gebleven; niet minder dan 23 maal per dag kan men van

Hilversum naar Amsterdam en even vaak in omgekeerde richting gaan;

19 maal is er gelegenheid, op één dag naar Utrecht en terug te gaan;

23 maal kan men voor Amersfoort instappen; dan is er in de plaats,

die nu al 30.000 inwoners telt, gas, waterleiding en electrisch licht,

en in den winter wordt er aan amusementen aangeboden, wat met zulk

een zielental te verwachten is.

Overal breidt de plaats zich uit, de stad, mag men nu gerust zeggen,

want een gemeente van die grootte heeft op dien naam vrijwat meer

aanspraak dan menige stad, die den naam nog draagt als herinnering

aan het verleden met zijn onderscheid tusschen steden, vlekken,

dorpen en gehuchten. Enorme oppervlakten worden telkens bijgekocht,

om als steeds maar meer parken de tuinenstad te sieren. Van die parken

is het Susannapark een der oudste, dan zijn er het Diergaardepark,

het Nimrodpark, het Ministerpark en buiten de parken staan al even

trotsche landhuizen in prachtige lanen, te midden van hun tuinen.

Een kiekje van het oude Hilversum kan men nemen in de Kampstraat bij

voorbeeld, die naar het oude Schapenkamp leidt, dat eertijds een hofje

was en waar bij ieder huisje boven in het raam een schaapje met een bel

is te zien. De schapewol speelde in het nijvere Hilversum natuurlijk

een groote rol, en Gerrit Veen, die het Schapenkamp stichtte, moet

de eerste tapijtfabrikant zijn geweest, die zijn fabrikaat naar het

buitenland verzond.

Dien tijd hebben zeker de zware boomen aan de Groest wel beleefd, die

boomen, die nu nog neerzien op het drukke marktgewoel op Woensdag,

als het heele Gooi zich rendez-vous schijnt te hebben gegeven op de

markt aan de Groest en een student van nationale kleederdrachten er

zijn hart kan ophalen. Dat is buiten de eigenlijke villastad, en er

zijn meer van die oude plekjes, slopjes en inhammetjes, die echt nog

het aanzien van een boerendorp in eere houden.

De lanen, waaronder de 's-Gravelandsche Weg de kroon der schoonheid

spant, voeren ten slotte naar de bosschen en de heiden, naar de mooie

natuuromgeving van Hilversum, waarvoor menigeen een villapark zou

willen missen. Verrukkelijk zijn de wegen over de heide, zijn de

boschwandelingen en zijn ook de zoo gemakkelijk te bereiken hooge

punten, van waar men de heerlijkste uitzichten kan genieten.

Wilt ge een paar namen van bekende buitens? Daar is Gooilust, en

Wisseloord, en Quatre-Bras, dan Spanderswoud en Jachtlust, Corvin

en die op den Trompenberg met het wonderschoone panorama. Voorwaar,

wie in Hilversum zijn zomertenten opslaat, behoeft niet te vreezen,

dat hij vooreerst gebrek aan gelegenheid voor fiets- en wandeltochten

zal krijgen.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 200 / 353 题