TER HERINNERING AAN ANTONY VAN LEEUWENHOEK.

Onze groote natuuronderzoeker uit de 17de eeuw Antony van Leeuwenhoek

heeft in Delft op de plek, waar zijn woonhuis heeft gestaan, een

bescheiden gedenkteeken gekregen. Het initiatief daartoe nam de

Verfraaiingsvereeniging Delfia, die het ontwerp aanvaardde, door den

beeldhouwer J. C. Schultsz gemaakt.

Het bronzen monument vertoont de reliëfbuste van Antony van

Leeuwenhoek, met de aanduiding er onder, dat hij ter plaatse woonde

en werkte, alles in een sierlijke cartouche. Op den hoek van het Oude

Delft en de Boterbrug, waar thans de tuin is van het Meisjeshuis, stond

eenmaal Van Leeuwenhoek's woning, die woning, waar heen uit alle deelen

van Europa de geleerden en belangstellenden in de natuurwetenschap

stroomden, om het voorrecht te genieten, Antony van Leeuwenhoek

te spreken over zijn ontdekkingen en eens te mogen kijken door de

microscopen, die hijzelf had vervaardigd en waarmee hij een wereld van

onbekende wezens had te voorschijn getooverd voor het menschelijk oog.

Aan het prachtig gesmeed ijzeren hek, dat den tuin omgeeft, is het

brons aangebracht, dat in de tweede week van Juni zonder veel praal en

staatsie is onthuld en dat door Delfia's bestuur in de regentenkamer

van het Meisjeshuis aan regenten werd overgedragen. Die hulde aan den

grooten man was zeker welverdiend, want groote diensten heeft hij aan

de wetenschap bewezen, hij de nederige kamerbewaker, die jaren lang

voor zes gulden in de week de raadszaal schoon hield en de kachel

van den burgemeester stookte! Door zijn ontdekkingen heeft hij op

de studie van de natuur een grooten invloed uitgeoefend. Dat had

niemand vermoed, toen de knaap in Amsterdam in de leer werd gedaan

bij een Amsterdamschen lakenhandelaar, maar niemand wist toen ook,

dat daar aan de Buitenkant der groote stad een apotheker woonde, die

Swammerdam heette en die in zijn apotheek, De Star, voor de ramen een

eenvoudigen grooten waterbak zou neerzetten met watergedierte uit een

hollandschen sloot. Wat mocht de jonge Antony daar graag staan kijken

en wat werd zijn weetgierige geest daar bestormd door een massa vragen!

Op de meeste van die vragen gaf hij later zelf antwoord door

het gebruik, dat hij maakte van het door Zacharias Jansen in

1590 uitgevonden microscoop. Hij ontdekte daarmee het leven in

een waterdroppel, vond er de afgietsel- of infusiediertjes, deed

onderzoekingen omtrent de bloedlichaampjes, en had ofschoon hij geen

latijn noch eenige andere vreemde taal had geleerd, grooten invloed op

de microscopische anatomie. Later stelde zijn vermogen hem in staat,

zich aan de liefhebberij der natuurwetenschap te wijden.

Onder de bezoekers, die hem in zijn nederig gebleven woning bezochten,

was ook Peter de Groote, die per trekschuit naar Delft kwam uit

Amsterdam en aandachtig luisterde en keek naar het wetenswaardige,

dat Leeuwenhoek hem had te vertellen en te vertoonen.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 201 / 353 题