Ieder jaar steekt Duitschland millioenen marken in den zak, wegens
overtredingen van politieverordeningen. Let bij voorbeeld eens op een
dag in het leven van een duitschen koopman. Al vroeg opent hij zijn
vensters; de wind doet een luik kraken en werpt een bloempot omver
en in de straat: twee mark boete.
Hij schrijft aan de politie, dat hij een meid heeft gehuurd. Die
mededeeling is te laat ingekomen: vijf mark boete.
Uitgaande voor een zaak, die haast heeft, springt hij op een tram,
die in beweging is: vijf mark.
Hij heeft in zijn winkelkast een curiositeit, die een oploop
veroorzaakt: tien mark.
Zijn schilder heeft op het uithangbord bloemversieringen aangebracht,
die den voornaam van den winkelier onzichtbaar maken: vijf mark.
Om twaalf uur neemt den eeuwig beboete den metro, om thuis te gaan
ontbijten. Hij heeft zijn abonnementskaart vergeten: zes mark.
De controleur voor de nationale verzekeringen wekt hem uit een dutje,
om hem de ziektekaart te presenteeren voor zijn dienstbode. Die kaart
is gefrankeerd met de noodige zegels, maar men heeft vergeten, ze af
te stempelen: tien mark.
Die controleur wordt door een anderen gevolgd; de winkelier had zijn
zoontje den 2den Januari laten inenten, dat was twee dagen na den
wettelijken termijn: twintig mark.
Om naar zijn winkel terug te gaan, bestijgt de trouwe onderdaan
van Z. M. Wilhelm II zijn rijwiel, maar laat zijn wielrijderskaart
thuis bij ongeluk. Een agent houdt hem staande: drie mark. Om den
verloren tijd in te halen trapt hij woest voort; te groote snelheid:
drie mark. Hij rijdt door een straat, waar de passage voor wielrijders
verboden is: drie mark. In den snellen gang is zijn bel los geraakt:
een agent beboet hem, omdat de bel geen helder geluid geeft: drie
mark. Die boeten, die hem ophouden, houden hem op straat tot het
donker wordt. Hij heeft geen lantaarn: drie mark. Na het eten vergeet
hij te gaan naar de oefening van de brandweer: tien mark.
Hij vergeet bij het naar bed gaan, de gordijnen te sluiten: een week
gevangenis wegens aanslag op de zedelijkheid.
Wat een veelgeplaagd wezen is de Duitsche burger!