In Tervueren op een paar uur afstands van Brussel is een nieuw
Koloniaal Museum gebouwd, een waar paleis, waarvan wij hier een
afbeelding geven, die de achterzijde vertoont. Het van grauwen steen
opgetrokken gebouw staat aan de grens van het park van Tervueren,
dat bijzonder mooie park met zijn oude boomen en schilderachtige
vijvers. In het volgend jaar zal het Museum tegelijk met de
tentoonstelling in April geopend worden. Het is een museum van de
koloniën, maar waar België zich in het houden van koloniën in de
beperking meester toont, zou men het ook gevoegelijk een Congo-Museum
kunnen noemen.
De verzameling, die naar het nieuwe gebouw zal worden overgebracht,
is nu geborgen in het oude Museumgebouw, dat in het park niet ver van
het nieuwe staat en sedert de tentoonstelling van 1897 tot Congo Museum
ingericht werd. Het voldoet als zoodanig lang niet aan de eischen,
die men thans mag stellen; te veel voorwerpen staan onbeschut, omdat
de kasten, waarin ze moesten zijn geborgen, ontbreken. Dat alles zal
verbeteren, en tegelijk met de verhuizing naar het nieuwe gebouw,
waartoe men thans maatregelen treft, wordt een nieuwe indeeling, een
andere rangschikking ingevoerd; men zal niet bijeenbrengen hier de
voorwerpen der Zappo Zap, verderop die der Majombe, elders weer het
huisraad en de wapens van andere stammen, die als geografische groepen
bijeenbehooren; maar men wil de voorwerpen van gelijke soort naast
elkander zetten, al het pottebakkerswerk van heel het Congo-bekken,
al de muziekinstrumenten, en van deze weder trommen bij trommen,
harpen bij harpen, en zoo voort. Het denkbeeld is niet nieuw; in meer
dan een museum zijn dergelijke groepen van gelijksoortige dingen
aanwezig, meestal echter samengesteld uit de dubbelen en naast de
geografische groepen.
Naast deze groepen van gelijksoortige voorwerpen zal men in het
nieuwe museum van Tervueren ook wel de geografisch bijeenbehoorende
voorwerpen kunnen zien, maar voornamelijk door afbeeldingen; hoofdzaak
blijft de hierboven beschreven indeeling.
Iets nieuws is, dat men in het museum van Tervueren ook de
ontwikkeling van het voorwerp zal laten zien. De heer Coart, de
conservator der ethnografische afdeeling, schrijver van uitvoerige
en rijk geïllustreerde verhandelingen over de pottebakkerskunst, de
muziekinstrumenten en de godsdiensten der Congoleezen, beschrijvingen,
die in de Annales du Musée verschenen zijn, de heer Coart, die
drie jaar aan den Congo doorgebracht heeft, stelt zich voor den
bezoekers eene merkwaardige evolutie onder de oogen te brengen;
hun te toonen hoe een voorwerp aan zijn vorm, aan zijn samenstel,
aan zijn versiering komt; dat een en ander maar niet toevallig
is. Zoo maakt de natuurmensch voor zijn kindje van een kalebas een
rammelaar of mogelijk heeft hij er zelf wel plezier in en maakt er
muziek mee bij feestelijke gelegenheden, en als men later van biezen
zoo'n instrument gaat vlechten, behoudt men den kalebasvorm. Op die
wijze laten zich vormen en versieringen van ethnografische voorwerpen
dikwijls historisch verklaren en waar op die ontwikkeling wordt
gewezen, wint een tentoonstelling in of buiten een museum natuurlijk
niet weinig in leerzaamheid en belangwekkendheid.
Wat het inwendige van het nieuwe gebouw betreft, de groote zaal
van 130 meter lang en 40 breed, met haar vloer en muren verdwijnend
achter veelkleurig marmer van zeldzame schoonheid, is een prachtstuk,
welks rijke eenvoud stille bewondering wekt. Een lange rij hooge
ramen geeft uitzicht op breede grasperken met vijvers, waarachter
het hooge geboomte van het park afsluitend verrijst. Groote ijzeren
traliedeuren, met spiegelglas gevoerd, leiden naar den binnenhof,
die door zuilengangen omsloten is. Kleinere zalen met parketvloeren
en bovenlichten grenzen aan de marmeren zaal, en het is deze laatste
die voor ethnografisch museum bestemd werd.
Alles zal daar worden ondergebracht in kasten en vitrines van staal en
spiegelglas op mahoniehouten voet, terwijl in standaards met draaibare
vleugels kaarten, foto's en andere afbeeldingen de ophelderingen, die
de etiketten geven, zullen aanvullen. Brussel is zeker te feliciteeren
met het nieuwe museum, dat voor de volksontwikkeling van beteekenis
kan worden.