VAN TOGO.

De duitsche kolonie aan de kust van Opper-Guinea gaat op een kalme en

zekere manier tegenwoordig vooruit. Zij beslaat maar een kuststrook van

45 kilometer, maar strekt zich 600 kilometer ver in het binnenland

uit. Het midden is bergachtig, maar de bergen zijn niet hooger

dan de duitsche middelgebergten. De zandige kust met de er achter

gelegen lagune vertoont geen havens, maar een flinke pier reikt tot

voorbij de branding en lichters vergemakkelijken het verkeer met de

stoombooten buiten.

Lome was voor twintig jaar nog een klein visschersdorp, maar nadat het

twaalf jaar geleden tot hoofdplaats is verheven, ging het plaatsje

sterk vooruit. Men zorgt er met het oog op de nabijheid der lagune

ijverig voor de openbare gezondheid, en duitsche orde en netheid

heerscht in de straten. Op de kantoren heeft men veel negers in dienst

en de zwarte klerken voldoen zeer goed.

Van ruilhandel hoort men weinig meer, en de omwonenden hebben zich

reeds aan den geldhandel gewend. Zelfs de kauri-schelpjes als pasmunt

verdwijnen langzamerhand.

Het station van den spoorweg ligt aan de landzijde der stad. Dagelijks

loopt er om negen uur 's morgens de trein uit Anecho binnen, de tweede

kustplaats der kolonie, en gaat dan spoedig verder naar Palime in het

binnenland, waar hij om vier uur aankomt in den namiddag. De trein

in tegengestelde richting verlaat Palime om zeven uur 's morgens,

bereikt Lome om twee uur en komt tegen vieren in Anecho. Een nieuw

lijntje is in aanbouw naar Atakpame van Lome uit en men hoopt dat

later naar het dichtbevolkte Noorden der kolonie voort te zetten.

Op de kroesharige negerbollen werd vroeger alles getransporteerd,

maar nu maken de wegen wagenvervoer mogelijk. Doch, helaas, moeten de

wagens door zwarten worden getrokken of geduwd, want in Togo kan men

om de tsetsevlieg geen trekvee houden. Men begrijpt dus, van hoeveel

belang de spoorwegen zijn.

Treinen vol maïs en kokosnotenvleesch en palmolie in vaten voeren die

waren naar de kust; ook cacao, caoutchouc en ivoor worden uitgevoerd,

en de katoenopbrengst stijgt in den laatsten tijd in sterke mate.

De Togoneger is al volkomen aan den spoorweg gewend, zooals hij de

telefoon ook heeft leeren waardeeren.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 141 / 353 题