IN DE BUURT VAN DEN TRIGLAU.

Tusschen de beide armen, waaruit de Save of Sau ontstaat, ligt op

de grenzen van Karinthië en Krain het bergland van den Triglau,

den hoogsten rug in de Trentagroep van de Julische Alpen. Het is een

kalkgebergte vol holen en spleten, waterarm en dor, maar met enkele

gletschers. De omgeving is rijk aan interessant natuurschoon en wordt

druk bezocht.

De diepe dalketel van de Wochein begrenst het Triglaubergland aan

den zuidkant, en waar het dal het nauwst is, ligt het bekken van het

Wocheinmeer, bewaakt door den imposanten top van den Triglau. Op den

voorgrond naast een houten brug, waaronder het teveel van het meer

zich een uitweg baant, staat de hooge, witte klokkentoren van het

eenzaam gelegen kerkje van Sankt Johann am See. Daarachter glinstert

de langgerekte spiegel van het meer, welks noordelijke oever steil

neerdaalt, terwijl de zuidelijke langzaam rijst onder een dichte

bedekking van bosch.

Na het verlaten van het Wocheindal doet men goed het Veldesmeer met het

heilige eiland Maria im See te gaan zien en als men het kan treffen,

er een bedevaart bij te wonen, krijgt men de bewoners van de streek

in hun kleurrijke kleeding onder de oogen. Bij het Veldesmeer krijgt

men niet den indruk van iets drukkends en ingeslotens, zooals bij

het Wocheinmeer. Naar de noordzijde ziet men de kerk en de huizen

van Veldes in het groen liggen, en de aangrenzende rij van hotels en

villa's met bloemrijke tuinen en frissche grasperken.

Veldes krijgt als gezondheidsoord steeds meer naam, zoodat het nu

niet enkel bezocht wordt om de nabijheid van de bedevaartplaats Maria

im See.

De Würzener Save, die om den noordvoet van den Triglau stroomt heeft

aan zijn noordelijken oever den Mittagskogel en het Faakermeer,

een romantisch groepje, dat men met den spoortrein passeert, als men

van Villach komt, gelegen aan den voet van den geweldigen Dobratsch

met een der beroemdste uitzichtpunten in Karinthië. Ten oosten van

de stad ligt het meer van Wörth, het grootste uit Karinthië, wel 17

kilometer lang, omringd door zachte hellingen, waar dichte, donkere

boomen staan en waarop de groote uitschulpingen der Karawankenbergen

neerzien. De kerk van Maria Wörth is zeer oud en thans een sieraad in

het landschap, waarin ze effen wit tusschen het groen van een klein

schiereilandje te voorschijn komt.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 130 / 353 题