»Acht jaar geleden«, zoo vertelt Dr. J. Hundhausen in de te Frankfort
aan de Main verschijnende »Umschau«, »vertelde mij een chauffeur, die
mij door Parijs reed, dat er in de stad al bijna zeshonderd auto's
in gebruik waren, en ik was er verbaasd van. Toentertijd was Parijs
de eerste en haast de eenige stad voor automobielen. Sedert is de
automobielindustrie op verbazende manier toegenomen, en zij moet nog
enorm stijgen in het belang van ons allen. Want sedert ik het bestuur
van een landgoed heb op mij genomen, zie ik eerst, hoeveel grond aan
de opbrengst van menschelijk voedsel wordt onttrokken door de voeding
van onze huisdieren.
Men moet zelf de havervelden hebben in orde gemaakt, die noodig zijn
voor het onderhoud van de paarden, die het landbouwwerk doen, moet
de klavervelden en de weiden hebben laten bewerken, en dan daarmee
vergelijken, hoe klein de stukken zijn, die men voor de vruchten ter
voeding van den mensch noodig heeft, om zich ervan bewust te worden,
dat de afschaffing, de vervanging van de trekdieren door auto's de
winst zou meebrengen van zeer groote stukken land voor menschelijke
voeding.
De mensch kan niet van benzine leven, maar benzine kan hetzelfde doen
als een paard en de mensch kan wel van het voedsel van het paard of
van den grond, waar het op verbouwd wordt, leven. De paardemachine
moet voortdurend worden gestookt, ook als ze niet werkt; de auto
alleen onder den arbeid.
Merkwaardig is het, dat bij de toeneming van het automobielverkeer
de paarden niet in prijs dalen, terwijl ze daarentegen in stijgende
mate worden geteeld. Paardetrams worden in electrische veranderd;
aanzienlijken schaffen paarden af en nemen auto's, maar de paardenteelt
schijnt er niet onder te lijden. Amerika koopt jaarlijks in Oldenburg
meer dan duizend hengsten. Dat moet volgens de paardenkoopers verklaard
worden uit het toenemend gebruik van paarden door groentehandelaars,
slagers, fruitverkoopers en andere neringdoenden en door de sterke
vermeerdering der cavalerie. Een noodzakelijk huisdier deelt buitendien
in de toeneming van het menschelijk geslacht.
Ergo, neemt ook het voeder voor de paarden steeds meer ruimte in. Wij
zoeken naar nieuwe terreinen voor den landbouw, trachten de opbrengst
van het akkerland te vermeerderen, maar laten tegelijk een derde of
een vierde van de beschikbare ruimte aan de dieren over. Dat is niet
bij te houden. En daarom moeten de mechanische vervoermiddelen het
levende dier in toenemende mate vervangen; dat moet overal en altijd
het streven wezen.«