Een postautomobiel in Frankrijks hoofdstad is een alledaagsche
verschijning, zooals ze het ook al is in kleinere steden. Hoe bruikbaar
is dat snelle vervoermiddel gebleken voor al, wat aan de post wordt
toevertrouwd, brieven en briefkaarten, mooie en leelijke prenten,
circulaires, prijscouranten, reclame-aanbevelingen, geboorteberichten,
huwelijks- en verlovingsaankondigingen, doodstijdingen, bestellingen
en nieuwtjes, voor dat alles een snel, een vliegend vervoermiddel,
hoe kan het beter!
Puffend en blazend stormt het glanzige vehikel door het stof en vuil
der minder bedeelde parijsche straten, over het glimmend asfalt van
boulevards en avenues, beeld van het moderne leven, bewijs, dat ook
de staat een uitnemend gebruik maakt van de nieuwere uitvindingen
en ontdekkingen. De talrijke bussen, postbussen namelijk, uit de
voorsteden, ze worden in de postauto gelost, en haast je, rep je, gaat
het naar de stations; van de courantenbureaux komen de bestellingen
aangereden juist op tijd, dat de auto's ze nog kunnen meevoeren naar
de plek, van waar ze hun nationale en internationale reizen zullen
aanvangen, en in de gejaagdheid van zijn snel bedrijf behoudt de
chauffeur zijn kalmte, ook al moet hij soms de uiterste kracht van
zijn motor vergen.
Hoe anders de bedachtzame langzaamheid van dat andere vervoermiddel der
post, waarvan de tweede afbeelding getuigt. Daar zit een marokkaansche
postbode op zijn kameel en heeft een langen, langen tocht door de
woestijn af te leggen, om naar de afgelegen oase 't nieuws te brengen
uit de gansche wereld. Deze berekent zijn tijd niet naar minuten en
seconden, maar naar dagen. Hij en zijn trouw rijdier, de geduldige
kameel, volbrengen den grooten tocht in rustige kalmte door den
zonnebrand en den heeten middag, zoowel als door de koelte van den
bedauwden morgen. Mogelijk treft hen beiden een enkele maal de pracht
van den zonsondergang in het kleurenrijke bed, dat de woestijnhorizon
voor het oog van den dag spreidt, maar veelal heeft de man het dan
te druk met het spreiden van zijn nachtleger en het koken van zijn
sober avondmaal, en met de zorg voor zijn vermoeid dier. Treft het,
dat hij in een doear kan overnachten, zooals op veel routen van de
post mogelijk is, dan hebben ruiter en ros het beter dan wanneer ze op
den stralenden sterrenhemel van de woestijn zijn aangewezen. Daar in
de eenzaamheid van zand en rotsen, is het geladen geweer de volstrekt
noodige reisgezel, want in het achterland van Marokko mogen de wilde
dieren schaarsch zijn, de menschelijke roovers behooren er nog niet
tot de zeldzaamheden.