Onlangs wezen we erop, hoe cosmopolitisch langzamerhand de groote
steden worden en hoe bont het aanzien der bevolking zich in de groote
centra voordoet, zoodat de zuivere nationale gevoelens daar wel in de
klem moeten raken. Thans wijst de Daily Mail op de treffende bontheid
van de hooge kringen in Berlijn. Daar, in de eerste gezelschappen
van de duitsche hoofdstad, waar men tegenwoordig zooveel meer weelde
ten toon spreidt dan vroeger, is het buitenlandsche element meer dan
ooit toonaangevend. Vreemdelingen van geboorte nemen er de hoogste
plaatsen in.
De eerste politieke gastvrouw van het duitsche Rijk, vorstin
v. Bülow, is een geboren Italiaansche, een prinses Camporeale,
vrouw van allerinnemendste beminnelijkheid, in wier aderen door haar
afstamming van het historische Engelsch-Italiaansche huis der Actons,
ook Britsch bloed vloeit. De vorstin Henckel v. Donnersmarck, de
gade van den bekenden multi-millionair en Silezischen mijnmagnaat,
die vanwege haar juweelen en buitengewoon prachtige hoftoiletten een
zeer bijzonderen roep geniet, is een Russin, Katharina Wassilieffna
Slepzef. De schoone en lieftallige prinses Pless is een Engelsche,
zuster van de hertogin van Westminster en, evenals deze, met den
grootsten grondbezitter van zijn land gehuwd. De hertogin van Ratibor,
een pikante brunette en lievelinge van de Berlijnsche hooge kringen,
is insgelijks Engelsche. De vorstin zu Fürstenberg, 's Keizers
gastvrouw te Donaueschingen, is een Boheemsche gravin. Prinses zu
Thurn und Taxis, bekend om de verrukkelijke danspartijen die zij weet
in te richten, is een Weenerin, elegant en bekoorlijk. Een andere
niet-Pruisische toongeefster, in de hooge kringen is de jonge vorstin
zu Wied, dochter van den Koning van Wurtemberg, en Amerika heeft een
charmante vertegenwoordigster in gravin Johannes Siertorpff, die in
New-York miss Knowlton heette.