NEDERLANDSCH ONDERZOEKER OP CELEBES.

De mijningenieur, de heer E. C. Abendanon, is in Februari op

reis gegaan naar Indië tot het doen van een onderzoekingstocht

op Celebes. Het verkenningsterrein ligt in Midden-Celebes en wel

aan den zuidkant, grenzend aan het zuidelijk schiereiland. De tocht

wordt ondernomen voor het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap, zal

uitgaan, naar de Java-Bode voor eenigen tijd meldde, van de monding der

Tjimpoe aan de Golf van Boni en heeft tot eerste doel de bestijging

van de Latimodjongketen, welker hoogste top men hoopt te bereiken,

om van daar peilingen te doen.

Daarna wil de heer Abendanon zich wijden aan het onderzoek van de

rivier, de Sadang, nadat hij het Lettagebergte heeft beklommen,

om vervolgens het meer Oesa te bezoeken, tot waar de heeren Sarasin

in 1895 niet konden doordringen. Zij hadden toen na hun bezoek aan

het Possomeer dwars door Midden Celebes willen reizen, wat hun door

de bevolking onmogelijk werd gemaakt. Blijkt de heer Abendanon in

staat, zijn reisplan te volvoeren, dan kan dat voor onze kennis van

het eiland van veel belang zijn. Er is daar nog zoo enorm veel te

doen. Als men de kaarten ziet in het werk der Sarasins de »Reisen in

Celebes«, dan zijn er nog maar al te veel plekken, waar de voor ons

beschamende aanwijzing te lezen is »Unerforscht«.

Thans zal dan weer eens een Nederlander zijn krachten beproeven. Voor

het verdere exploratiewerk ligt het in het plan van den heer Abendanon,

van Paré Paré over te steken naar de noordkust van de golf van Mandar

en daar het achterland te bereizen, dan noordwaarts te gaan naar

de rivier Karama of over zee de monding te bereiken en haar dan op

te varen, zoo mogelijk tot de bronnen, om dan naar de golf van Boni

terug te keeren.

Het Aardrijkskundig Genootschap zou bij welslagen door deze reis, die

op vijf maanden is gesteld, een hoogst belangrijk werk doen voor de

betere kennis van de zuidelijke Toradjalanden. De gegevens in schetsen

en rapporten over land en volk neergelegd door de er zich bewegende

troepen worden, naar het schijnt, niet zoo vlug als wenschelijk is,

verwerkt en tot publiek eigendom gemaakt.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 101 / 353 题