OP DEN UITKIJK.

EEN VERGETEN AMERIKAANSCHE EXPEDITIE TER OPSPORING VAN DE

NOORDWESTELIJKE DOORVAART.

Op het internationaal Aardrijkskundig Congres, dat in het vorig jaar

te Genève is gehouden, werd door Dr. Henry E. Bryant de aandacht

gevraagd voor de expeditie, van Philadelphia uit in 1753 ondernomen

ter opsporing van de in de 19de eeuw met zooveel ijver gezochte

Noordwestelijke Doorvaart, welke passage aan Franklin en de zijnen

het leven kostte, zooveel opsporingsexpedities heeft noodig gemaakt

en die nu in onze twintigste eeuw door Amundsen is uitgevoerd.

Kooplieden uit Maryland, Pennsylvanië, New-York en Boston brachten

in het midden van de 18de eeuw geld bijeen voor de uitrusting van

de schoener »Argo«. De kapitein, Charles Swaine kreeg de opdracht,

de kust van Labrador te onderzoeken met het oog op uitbreiding van

de vischvangst en de walvischvangst. Hij moest het handelsverkeer

zien te openen en met de inboorlingen vriendschap sluiten en dan de

Noordwestelijke Doorvaart uitvinden, waarvan men vermoedde dat ze

aan de westzijde van de Hudsonsbaai te vinden was.

De »Argo«, een schip van 60 tonnen met 15 man aan boord, verliet

den 4den Maart 1753 Philadelphia en den 15den April Portsmouth in

Nieuw-Engeland. Op 58 graden N. B. stiet het schip op den westrand

van het ijs, dien het volgde tot 63 graden, waar het ijs naar het

Oosten omboog. Toen moest de »Argo« terugkeeren, trof twee deensche,

naar West-Groenland zeilende schepen, van wie men vernam, dat dit sinds

24 jaren de strengste winter was en dat het ijs vóór de Hudsonsstraat

vastlag.

Swaine beproefde nu, dat te forceeren, wat hem niet gelukte. Hij

bleef lang vóór den ingang der Hudsonsbaai kruisen, sloot zich bij

vier schepen van de Hudsonsbaai-Compagnie aan, raakte weer daarvan

af en vond eindelijk den tijd te ver gevorderd voor nasporingen ten

westen van de baai. Hij drong toen nog door in verschillende fjorden

aan de oostkust van Labrador, deed er waarnemingen, ook aan den wal,

ontmoette een engelsch schip, dat eenige Moravische Broeders had

geland en kwam den 21sten October weer goed en wel in Boston aan.

De onderneming had dus geen succes gehad, maar voor dien tijd was

het een opmerkelijke reis, en de heeren gaven den kapitein een »zeer

mooie belooning«, zoo meldt de door Benjamin Franklin uitgegeven

»Pennsylvania Gazette«. In het volgend jaar, 1754, werd Swaine opnieuw

uitgezonden, om de Noordwestelijke Doorvaart te zoeken, maar toen

moet de uitslag nog minder goed zijn geweest, want drie matrozen,

die de bevelen van den kapitein niet hadden opgevolgd, werden door

Eskimo's gedood; er kwam oneenigheid onder de bemanning en het schip

was op 24 October terug, terwijl de kapitein geen lust meer voelde

in verdere tochten.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 100 / 353 题