POSTBODEN IN DE TROPEN.

»Boite aux Lettres« staat er op onze afbeelding te lezen, en dat

fransche opschrift van de brievenbus toont aan, dat het prentje ons

verplaatst naar een fransche kolonie. Het is Tahiti in de Stille

Zuidzee, waar de vermoeide bode zich een oogenblikje heeft neergezet

in de schaduw, nu hij de aan een boom opgehangen brievenbus gaat

ledigen, om de post mee te nemen naar de hoofdplaats. Dat is Papeete

met zijn voor het meerendeel christelijke bevolking, waar de Franschen

sedert 1880 de heerschende natie zijn, want toen werd de groep der

Gezelschapseilanden voor fransch bezit verklaard, en de eilandengroep

is nu nog het voornaamste koloniale gebied van Frankrijk in Oceanië.

De bode is geheel op zijn Europeesch gekleed, except de bloote voeten

natuurlijk. Maar hoe zou hij op zijn boschpaden het met schoenen

klaarspelen? Zijn voorvaderen hebben anders al lang zich bijzonder

vatbaar getoond voor het aanvaarden van de europeesche gebruiken en

gebruiksvoorwerpen. Ze zijn in dat aanvaarden wel eens al te happig

geweest, want de geschiedenis verhaalt bijna van geen enkel land

duidelijker, met hoeveel nadeelen de kennismaking met blanken voor

een primitieve bevolking in de tropen gepaard gaat.

Akelige ziekten en brandewijn hebben verschrikkelijke verwoestingen

aangericht onder de vriendelijke, goede, zachtzinnige menschen van

Tahiti en de overige Gezelschapseilanden in den tijd, toen ze op

uitgebreide schaal met het werk der Europeanen kennis maakten, dat was

in het laatst van de achttiende eeuw. In 1812 trad ten gevolge van den

arbeid van engelsche zendelingen koning Pomare II tot het Christendom

toe, wat een ding van groote beteekenis was voor de eilanders, want

de vorst was bij het natuurvolk tevens de hoogepriester geweest.

Den naam Pomare vinden we ook onder de in de 19de eeuw regeerende

dames, die den schepter over Tahiti zwaaien, en het was onder de

vijftigjarige regeering van koningin Pomare IV, die van 1827 tot 1877

regeerde, dat de fransche invloed er hand over hand toenam. Thans is

Tahiti of Otaheite nog voor een groot deel onbebouwd; er valt daar

nog heel wat werk te verrichten voor aanstaande Nasamonianen, jonge

energieke Europeanen, die aan het ontdekkings- en ontginningswerk

willen meedoen. Want het heerlijke klimaat en de goedwillige bevolking

en de onovertroffen vruchtbaarheid van den grond beloven veel op

landbouw- en plantagegebied.

Vrijwat meer dan de kolonie, waar onze andere postbode zich gereed

heeft gemaakt voor zijn marsch naar de verschillende dorpen en

nederzettingen in Duitsch Oost-Afrika. Deze neger, wien men een

fatsoenlijk jasje heeft aangetrokken, gaat met zijn brievenzak

op weg. Hij is zoo volkomen ongewapend en vervolgt zonder eenig

vervoermiddel buiten zijn eigen pedes apostolorum zijn weg, dat we

eigenlijk maar moeten aannemen, dat hij enkel de post heeft te bezorgen

in de hoofdstad Dar es Salaam en de naaste omgeving, en dat werk kan

hij zeker wel op zijn slofjes, figuurlijk gesproken, af. Want al gaat

de kolonie in Oost-Afrika wel vooruit, de Duitschers vorderen er toch

maar langzaam; de handelshuizen van duitsche firma's nemen toe, ja,

maar niet zoo snel, als men had gehoopt.

En dat behoeft ons niet te verwonderen, want voorloopig is het

achterland nog niet genoeg geopend door verkeersmiddelen, dan dat men

groote verwachtingen mag koesteren van die streken. Spoorwegen moeten

daar veel doen, en met den aanleg vordert men op zeer bedachtzame

wijze. Engeland zet er in zijn Oost-Afrika meer haast achter, en is al

tot het Victoriameer gevorderd. Als eenmaal de gansche verbinding van

de Kaap naar Kaïro door het stoomros zonder gapingen wordt afgedraafd,

dan zal men met de lijnen, welke zich van de kust bij die groote

Noord-Zuidlijn aansluiten, zeker sneller vooruitkomen, omdat dan de

goederen uit het binnenland, waaronder caoutchouc en ivoor nog altijd

een eerste plaats innemen, snel kunnen worden vervoerd en uit de havens

geregeld de ingevoerde waren hun weg naar het binnenland zullen kunnen

vinden. De negerpostbode zal dan mee dieper het binnenland ingaan,

want het aantal plaatsen, die in het verkeer worden opgenomen, zal

dan sterk toenemen.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 102 / 353 题