Er wordt in Beieren tegenwoordig sterk aangedrongen op een betere
verbinding tusschen Rijn en Donau, dan het Ludwigskanaal geeft. Zooals
bekend is, vereenigt dat kanaal de beide groote stroomen, doordat het
de Altmühl, die in de Donau valt, verbindt met de Regnitz, een zijtak
van de Main. Indertijd had men groote verwachtingen van dat kanaal;
maar die zijn teleurgesteld.
Toen het werd aangelegd in de jaren van 1836 tot 1845, meende men
een goede verbinding tusschen Zwarte Zee en Noordzee in het leven
te roepen, maar de vele sluizen, die bovendien niet breed genoeg
zijn, bemoeilijken het verkeer op het kanaal, dat ook niet breed
en diep genoeg is voor de tegenwoordige scheepvaart, terwijl de
concurrentie met de spoorwegen er mede geen goed aan doet. Zoo is
men eigenlijk al van 1891 af doende, om verbeteringen aan te brengen,
met plannen althans, maar zullen die werkelijkheid worden, dan is er de
samenwerking van Beieren en Pruisen voor noodig. Want de bevaarbaarheid
van de Main, zoowel als van de Donau, laten te wenschen over in die
streken, waar het Ludwigskanaal met beide in verbinding treedt.
Zeker is het, dat thans geen schepen met meer dan 120 tonnen inhoud
geregeld in gebruik kunnen zijn op het kanaal, zoodat de handel er
bijna alleen plaatselijk is en er van een rechtstreeksch verkeer
tusschen de beide groote rivieren geen sprake is, terwijl de kosten
voor het personeel zelfs niet door de inkomsten worden gedekt. Vijftien
jaar geleden is er te Neuremberg een vereeniging gesticht, die een
verbeterd kanaal in studie heeft genomen met gebruik van het tracé
van het Ludwigskanaal. Zij concentreert haar werkkracht vooral naar
den kant van den Rijn, die voor Beieren van meer beteekenis is dan
de Donau.
De Main is reeds geregulariseerd tot Frankfort vanaf de monding
van den Rijn en de diepte laat schepen met een inhoud van 1500 ton
toe. Er blijven echter tusschen Offenbach en Aschaffenburg over een
lengte van 46 kilometer nog uitgebreide werken te verrichten, die
een overeenkomst vereischen van de aangrenzende landen, Pruisen en
Beieren, het groothertogdom Baden en het groothertogdom Hessen. De
onderhandelingen, door Beieren aangevangen, hebben in 1907 geleid
tot een ontwerp, dat nog niet tot uitvoering is gekomen.
Pruisen neemt op zich de kanalisatie van de Main tusschen Offenbach
en Hanau; het overige deel, tusschen Hanau en Aschaffenburg, is aan
Beieren opgedragen.
De kosten der werken worden geschat op 24 millioen mark met inbegrip
van de inrichting der haven van Aschaffenburg en de aansluiting aan
de spoorwegen, die er samenkomen.
Maar de overeenkomst is tot nu toe een doode letter gebleven, daar
de pruisische regeering volgens een wet van 1905, de indiening ervan
bij den Landdag moet uitstellen tot de oplossing van de groote vraag
der riviertollen. Beieren verzet zich daartegen, zooals men weet,
omdat die tollen een groote belemmering zouden zijn voor zijn handel,
en zoo blijft ook het doortasten in zake een verbeterd Donau-Rijnkanaal
achterwege.