EEN PRINS IN ONZE OOST.

Als Prins Hendrik gevolg geeft aan de door de Indische Groep van het

Algemeen Nederlandsch Verbond te Batavia op touw te zetten petitie,

om een bezoek aan Indië te brengen, zal hij het tweede lid van ons

regeerend vorstenhuis zijn, dat ons Indië met eigen oogen gaat zien.

In 1837 toch ging de toen zeventienjarige Prins Willem Frederik

Hendrik der Nederlanden, derde zoon van den lateren Koning Willem II,

als luitenant ter zee 2de klasse met het fregat Bellona in Oost-Indië

en vertoefde er van 9 Februari tot 29 September van dat jaar.

Eene reis naar en door Oost-Indië met een zeilschip stelde aan

den beschikbaren tijd en aan het geduld van den reiziger toenmaals

hooge eischen en bracht door gemis aan comfort nadeelen mede, die,

vergeleken bij de wijze, waarop tegenwoordig gereisd kan worden, groot

waren. Den 17den October 1836 met de Bellona, commandant kapitein ter

zee Arriëns, uit Nieuwediep vertrokken, kwam Prins Hendrik den 9den

Februari 1837 ter reede van Batavia, na gedurende 14 dagen te Rio de

Janeiro te hebben vertoefd. De reis had dus 102 zeedagen geduurd. De

Bellona was vergezeld van Z. M. brik Snelheid, onder bevel van den

kapitein-luitenant ter zee Ferguson. Deze brik was op de reis van

Rio naar Java van de Bellona afgeraakt, doch kwam eenige dagen na

het fregat ter reede van Batavia.

Den 23sten Februari d. a. v. verliet de Prins Batavia en ving eene

reis aan, waarbij achtereenvolgens Makassar, Menado (Kema), Ternate,

Amboina en Banda werden aangedaan en waarna de Bellona 7 Juni ter reede

van Soerabaja ankerde. Nu volgde, over Madoera en met oversteken van

Soemanap naar Bezoeki, eene landreis over Java, die met 's Prinsen

terugkeer te Batavia den 21sten Augustus eindigde. De reis door

Indië had dus 6 maanden geduurd. Den 29sten September vertrokken de

Bellona en Snelheid voor goed van Batavia. De Prins bezocht nog Riouw,

Singapore en Penang en vertrok van daar naar Calcutta. Na een bezoek

aan Britsch-Indië werd de thuisreis aanvaard en in Juli 1838 keerde

de prins in het vaderland terug.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 66 / 353 题