De Duitscher Dr. H. Hoek, die zich zeer verdienstelijk heeft
gemaakt voor de sport van het sneeuwschoenloopen, zendt aan de
Mededeelingen van de Duitsche en Oostenrijksche Alpenvereeniging
een schrijven, waarin hij erop wijst, dat het woord sneeuwschoen
voor verschillende opvatting vatbaar en dus ondoelmatig is. Sji is
aan te bevelen. Glijsneeuwschoen is te lang en leelijk; sneeuwlat,
dat in Zwitserland is aangeraden, komt ook niet in aanmerking, en we
moeten overgaan tot het noorsche woord ski.
Dat woord is afkomstig van het oudgothische skaidan, en behoort tot de
groep van klanknabootsende woorden, die met glijden in verband staan en
waartoe ook schip, schiff, skiff, schieten, e. a. te rekenen zijn. Het
is dus geen waagstuk, het woord in de germaansche talen over te nemen,
daar een menigte verwante woorden burgerrecht hebben verkregen. Voert
men het woord echter inderdaad in, dan moet men naar den regel schi
(Holl. sji) schrijven en uitspreken. De uitspraak sji in plaats van
ski is het verkieselijkste, omdat in het vaderland van het woord,
Noorwegen die uitspraak de algemeene is, en omdat sk aan het begin van
een woord in de germaansche talen iets ongewoons is, terwijl ook bij de
uitspraak ski de aardige klanknabootsing van het woord verloren gaat.
Voor ons, Hollanders, zou dus schi als in schip de juiste schrijfwijze
zijn; we houden dan ook de klanknabootsing, die we in schuiven en
andere werkwoorden en naamwoorden bezitten, maar waar het een voor
Nederland nieuw woord geldt, naam van een voorwerp, dat nog in lang
niet algemeen in gebruik zal zijn, en nooit in ons vlakke land en
bij de zeldzaamheid van een flink sneeuwkleed algemeen kan worden,
zal denkelijk de duitsche vorm sji de meeste kans hebben. Wij kunnen
dan het meervoud sji's vormen; de Duitschers hebben Skier.
De redactie van de »Mittheilungen« zet in een noot onder
het artikeltje, dat ze zich voortaan in de geschriften van de
Alpenvereeniging uitsluitend van die vormen Schi en Schier voor enkel-
en meervoud zal bedienen. Sji en sji's is daarmee voor het Nederlandsch
in overeenstemming.