DE DONAU IN BENEDEN-OOSTENRIJK.

De Donau kan uit het oogpunt van landschappelijk schoon volkomen goed

met den Rijn wedijveren. Als de rivier voorbij Passau is gestroomd

op de grens van Beieren, ontvangt ze de waterrijke Inn en betreedt

een liefelijk heuvelland. In velerlei kronkelingen dringt de rivier

tusschen zacht hellende hoogten door, en begeleidt een gezellig

landschap met veel dorpjes, kasteelen en burchten, beschrijft een

grooten boog in de vlakte van Linz, nadert dicht tot de uitloopers van

het boheemsche middelgebergte en keert zich dan naar de heuvelketen

aan den rechteroever, waar het keizerlijke slot Wallsee uit de hoogte

neerziet.

De boheemsche granietbergen krijgen eerst bij Grein invloed op den

stroom, want daar veroorzaken ze een stroomversnelling, die vroeger

zeer lastig was voor de schippers, maar nu doordat men rotsen

heeft laten springen, niet meer gevaarlijk is, al blijft nog het

mooie gezicht van den versnelden stroom. Een van de vele burchten

en kloosters, die vóór Weenen aan de rivier levendigheid bijzetten,

naast dorpjes als Melk en Schönbichl en Aggstein, is Dürnstein. Weer

treden bergen dichterbij, en ten slotte ziet men achter den steilen

Leopoldsberg de millioenenstad Weenen voor den dag komen.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 44 / 353 题