De Donau kan uit het oogpunt van landschappelijk schoon volkomen goed
met den Rijn wedijveren. Als de rivier voorbij Passau is gestroomd
op de grens van Beieren, ontvangt ze de waterrijke Inn en betreedt
een liefelijk heuvelland. In velerlei kronkelingen dringt de rivier
tusschen zacht hellende hoogten door, en begeleidt een gezellig
landschap met veel dorpjes, kasteelen en burchten, beschrijft een
grooten boog in de vlakte van Linz, nadert dicht tot de uitloopers van
het boheemsche middelgebergte en keert zich dan naar de heuvelketen
aan den rechteroever, waar het keizerlijke slot Wallsee uit de hoogte
neerziet.
De boheemsche granietbergen krijgen eerst bij Grein invloed op den
stroom, want daar veroorzaken ze een stroomversnelling, die vroeger
zeer lastig was voor de schippers, maar nu doordat men rotsen
heeft laten springen, niet meer gevaarlijk is, al blijft nog het
mooie gezicht van den versnelden stroom. Een van de vele burchten
en kloosters, die vóór Weenen aan de rivier levendigheid bijzetten,
naast dorpjes als Melk en Schönbichl en Aggstein, is Dürnstein. Weer
treden bergen dichterbij, en ten slotte ziet men achter den steilen
Leopoldsberg de millioenenstad Weenen voor den dag komen.