KAPERS OP DE KUST VAN LIBERIA.

De onafhankelijke negerrepubliek Liberia schijnt meer en meer

iets begeerlijks te worden voor de europeesche kolonizeerende

mogendheden. In de Deutsche Kolonialzeitung van 7 November wordt

er met een zeker leedwezen de aandacht op gevestigd, dat Frankrijk

en Engeland zich wel wat veel met het landje beginnen te bemoeien,

terwijl toch Duitschland er feitelijk het meest moest te zeggen hebben,

omdat het nog het meeste belangen daarginds heeft.

Dan wordt verteld, dat van de schepen, die de hoofdstad Monrovia

aandoen, in de laatste jaren de duitsche in aantal en tonneninhoud

twee derden vormen. In het jaar 1907 waren het 249 van de 385 tegen

111 engelsche, 13 fransche en 12 spaansche. Van de in het landje

bestaande 19 europeesche firma's zijn 16 duitsch, twee engelsch en

een hollandsch, en wat aan palmolie, copra, caoutchouc, koffie, hout

en ivoor wordt uitgevoerd, kan men meestal terugvinden in de boeken

van de hamburgsche firma's, die er haar kantoren hebben en waarvan

de oudste is de firma C. Woermann, die er sedert 1852 is gevestigd.

Duitschland heeft niet als Engeland en Frankrijk getracht,

de negerrepubliek door zoogenaamde grensverbeteringen lastig te

vallen, zooals in 1885 en 1887 Engeland heeft gedaan en in 1892 en

1894 Frankrijk, terwijl dat laatste land er ook weer dit jaar een

grenscommissie, (waarin twee Nederlanders, de luitenants Moret en

l'Honoré Naber) aan het werk heeft.

Thans vreest men in Duitschland, dat de beide westeuropeesche

mogendheden het voorzien hebben op Liberia's onafhankelijkheid. De

Engelschen toch hebben op grond van nieuwere en oudere financiëele

aanspraken de tolregeling in Liberia in handen genomen. Zij hebben

buitendien een engelschen politietroep ingericht, die wat aantal en

bewapening betreft, het zoogenaamde liberiaansche legertje verre

overtreft en waarvoor zelfs aan het strand van Monrovia barakken

worden opgeslagen op kosten der regeering van Liberia. Die politie

is voor het eerst opgetreden als een door de kolonie Sierra Leone en

Liberia in het leven geroepen en onderhouden grenspolitie; maar haar

bevoegdheid werd uitgebreid ook tot de hoofdstad Monrovia.

Frankrijk heet het dan verder heeft heelemaal geen handel in Liberia;

een fransch bankfiliaal, dat ze er voor eenige jaren stichtten,

moest spoedig bij gebrek aan omzet sluiten. En toch weet Frankrijk

voordeelen te bedingen van de liberiaansche regeering en eischt

de aanstelling van fransche ambtenaren. Dat gaat niet aan, beweert

men van duitschen kant, en de consul, dien Duitschland sinds vijf

jaren in Monrovia heeft, mocht er het ministerie van buitenlandsche

zaken wel eens op wijzen, te meer daar Duitschland of liever de

duitsch-zuidamerikaansche kabelmaatschappij van de liberiaansche

regeering het recht heeft verkregen, met een kabel te landen in

de hoofdstad. Duitschland krijgt daardoor voor de eerste maal op

afrikaanschen grond een kabelaanlegplaats en moet in het belang van

een telegrafische gemeenschap met Togo, Kameroen en Zuidwest-Afrika de

zekerheid hebben, dat geen met dat land rivaliseerende mogendheid in

staat is die verbinding af te snijden of te verstoren op een plaats,

waar Duitschland in economisch opzicht den voorrang toekomt. Het

heeft in het laatste jaar van Liberia voor 1.6 millioen mark aan

goederen betrokken en voor bijna evenveel daarheen uitgevoerd. Dus

mag Duitschland niet toelaten, dat andere staten in zulk een vrij

land, dat onder geen andere heerschappij staat, optreden, als waren

ze heeren en meesters.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 25 / 353 题