Het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap heeft aan
den secretaris van de Redactie-commissie voor het Tijdschrift, den
heer G. P. Rouffaer, de vereerende opdracht gegeven, een tweejarige
reis te ondernemen, waarvan het totaal der reiskosten op 11000 gulden
wordt geschat, maar die dan ook twee jaren zal duren. Het Genootschap
is bereid, 5000 gulden van de reissom voor haar rekening te nemen,
als de regeering voor het overige zorgt. En aan dien wensch van het
Genootschap schijnt te zullen worden voldaan, want bij de derde nota
van wijzigingen op de begrooting van Nederl. Indië voor 1909 heeft
de minister van koloniën 3000 gulden uitgetrokken ten behoeve eener
ethnologische reis van den heer Rouffaer. De overige 3000 zullen op
de volgende begrooting verschijnen.
Het zal dus een ethnologische reis zijn en zij zal vooral de
buitenbezittingen betreffen. Zij zal aanvangen met Sumatra, dat
verschillende keeren van de eene naar de andere kust doorkruist
zal worden; dan overgaan op Celebes, de Molukken, enkele punten
van Nieuw-Guinea, den Timorarchipel, de kleine Soenda-eilanden, om
met het bezoeken van enkele gedeelten op Borneo de reis door onze
Nederlandsche bezittingen te sluiten. Dan staan echter nog op het
programma Britsch-Borneo, de Philippijnen, en de Straits Settlements;
evenals te voren in den Timorarchipel Portugeesch Timor niet vergeten
zal worden.
Het lijkt een grootsch plan, dat wel even de vrees wekt, of hier niet
het qui trop embrasse, mal étreint, zal blijken waar te zijn. Maar
de ontwerpers zullen dien kant der zaak ook wel hebben overwogen,
en men mag aannemen, dat ze na grondig overdenken heil zien in dit
grootsche plan.
Behalve secretaris van de redactie van het Tijdschrift Aardr. Gen. is
de heer Rouffaer ook adjunct-secretaris van het Koninklijk Instituut
voor taal-, land- en volkenkunde van Ned. Indië en bibliothecaris
der Indische Bibliotheek.