Over de stemming in de kolonie Duitsch Zuidwest-Afrika naar aanleiding
van de in de buurt van Lüderitzbucht gevonden diamanten schrijft een
kolonist, die er al lange jaren verblijf houdt, de heer F. Geszert
aan de duitsche Kolonialzeitung: »In Lüderitzbucht heerscht thans
een echte diamantkoorts, nu ook voor de ongeloovigsten het voorkomen
van deze edelgesteenten ten duidelijkste is bewezen. Er zijn al
zooveel verwachtingen, gebouwd op mijnen, die exploiteerbaar heetten,
teleurgesteld, en er is al zooveel bedrog gepleegd, waar onkundigen
zijn ingeloopen, dat het aanvankelijk scepticisme volkomen begrijpelijk
is, te meer daar de diamanten hier op andere wijze voorkomen dan
elders in Zuid-Afrika.
Terwijl bij Kimberley en bij Pretoria de diamanten in den blauwen
grond, dus het vulkanische gesteente, worden aangetroffen, en terwijl
aan de Vaalrivier het alluvium diamanthoudend is, vindt men hier de
waardevolle steenen in het verweeringspuin, dat zich over groote
vlakten uitbreidt in de dalen tusschen de granietbergen, waar het
van afkomstig is.
Wij leven hier in een bijzonder droog klimaat. Het regenwater doet hier
de bergen niet afslijten, naar dat doet de bijna steeds waaiende wind,
die, zand en kiezel loswoelend, in den loop van tallooze eeuwen uit
het rotsgesteente allerlei vormen heeft geblazen, daar het zachtere
en in lagen aanwezige gesteente werd weggevoerd. In de dalen hoopt
zich het verweeringspuin aan de lijzijde der bergen op, zoodat daar
de meeste diamanten worden gevonden.
De prospectors hebben zich door de natuur laten leeren en blazen
allereerst door een soort van blaasbalg, niet ongelijk aan een machine,
om het graan te reinigen, het zand uit het kiezel. Dat laatste
komt dan in een handzeef en door een eigenaardig schudden komen de
diamanten onder op het midden van de zeef te liggen. Die wordt dan
omgestulpt, en de even zware granaten wijzen door hun donkere kleur
aan, waar men ook de diamanten heeft te zoeken. Ik heb vaak gezien,
dat bij elke vulling van de handzeef één of meer diamanten met het
pincet te voorschijn werden gebracht. Daar vele kilometers in het
rond de bodem edele steenen bevat, kan men zich een voorstelling van
den aanwezigen rijkdom maken.
Een zeer gelukkige omstandigheid is, dat deze als waterloos bekende
woestijnstrook rijk is aan grondwater. In de dalen stoot men reeds op
een diepte van drie of vier meters op water, dat voor het wasschen van
het zand uitstekend geschikt is, al is het brak en ziltig. Maar het is
niet onmogelijk, dat men weldra zoet water boort, want hier te lande is
het regel, dat er brak water boven het zoete wordt aangetroffen. Door
watergebrek wordt de ontginning dus niet belemmerd. In Kimberley zelf
moet immers het water ook 15 engelsche mijlen ver en 500 voet hoog
worden opgepompt.
Er stroomen reeds menschen uit aller heeren landen hier
naar Lüderitzbucht, en men is ijverig in de weer, om de beste
ontginningsmethode te zoeken, zoo mogelijk eene, die elders reeds
doeltreffend is gebleken. Om diefstal te voorkomen, zal waarschijnlijk
ieder koop van een diamant van een inboorling als heling worden
beschouwd. De acties van een paar reeds opgerichte syndicaten zijn
in de laatste dagen verbazend omhooggegaan."